Waar ben je naar op zoek?

Wat is de grote verbinding

De Grote Verbinding vertelt het toekomstverhaal van de Oosterweelverbinding en de leefbaarheids- en overkappingsprojecten. Door deze projecten te realiseren, bouwen Antwerpen en Vlaanderen aan een stad en regio waar het goed is om te wonen, te werken, te ondernemen en op bezoek te komen.  

De Vlaamse overheid, de stad, de haven, de burgerbewegingen, Lantis en de intendant hebben deze plannen de afgelopen jaren vormgegeven.

Hoeveel tol zal er gevraagd worden voor elke tunnel?

Het hele tunnelproject kan enkel betaald worden als er ook tol geheven wordt. De onderzoeken lopen nog om te bepalen hoeveel er in de Kennedytunnel, de Oosterweeltunnel en de Liefkenshoektunnel betaald zal moeten worden. Belangrijk is dat het verkeer en zeker het vrachtverkeer naar de juiste tunnel wordt geleid. Hoe verder die tunnel van de stad ligt, hoe goedkoper hij moet zijn om erdoor te rijden.

Lees Waarom er een gedifferentieerde tolheffing zal worden toegepast om het verkeer te sturen

Waarom zal een gedifferentieerde tolheffing worden toegepast om het verkeer te sturen?

Op 14 februari 2014 heeft de Vlaamse Regering gekozen voor een systeem van gedifferentieerde tolheffing op de drie Scheldekruisende tunnels (de Liefkenshoektunnel, de Kennedytunnel en de Scheldetunnel) op snelwegniveau om het verkeer te sturen. De Waaslandtunnel valt hier niet onder want dit is een lokale tunnel. Daarbij zal vrachtverkeer de hoogste tol betalen in de Kennedytunnel, een lagere tol in de nieuwe Scheldetunnel en de laagste tol in de Liefkenshoektunnel. De verschillende toltarieven zijn nog niet bepaald. Voor personenvervoer blijft wel één tunnel tolvrij. Dit systeem wordt volop uitgewerkt, in overleg met Europa. Met deze beslissing willen de Vlaamse Regering het verkeer optimaal sturen en wegleiden van de stad.

Wanneer zal ik over de Oosterweelverbinding rijden?

Volgens de huidige planning zijn de werken aan de ganse Oosterweelverbinding afgerond in 2030. Enkele jaren geleden was er sprake van 2025 als einddatum. Vanwaar dit verschil?

Uitbreiding van het project zorgt voor wijziging in timing

Tot 2017 gingen we nog uit van 2025 als einddatum voor alle Oosterweelwerken. Het project dat toen op de ontwerptafel lag, lijkt echter in de verste verte niet meer op het project waarvoor we vandaag een vergunning zullen indienen. Wat is er sinds 2017 gebeurd?

Op 15 maart 2017 sloot de Vlaamse Regering samen met stad Antwerpen en de burgerbewegingen het Toekomstverbond. Burgerbewegingen en Lantis gingen toen samen aan de tekentafel zitten om de overkapping van de Antwerpse Ring aan het ontwerp toe te voegen. Ook andere projecten die de leefbaarheid in de omgeving van de Ring moeten verbeteren, werden aan het project toegevoegd. In totaal werden er 18 leefbaarheidsprojecten geselecteerd waarvan er 11 vallen binnen het projectgebied van de Oosterweelverbinding.
Door deze beslissing is de scope van het Oosterweelproject volledig gewijzigd. Wij hebben de 11 leefbaarheidsprojecten die binnen ons projectgebied vallen opgenomen in onze plannen en zullen deze tegelijk met of onmiddellijk aansluitend op de werken aan de Oosterweelverbinding realiseren.

Een stevige uitbreiding van het aantal werven dus, waardoor ook de kostprijs toenam en de timing wijzigde. Zo gaan we er volgens onze huidige planning van uit dat deze werken 8 tot 10 jaar in beslag zullen nemen.

En de Oosterweelwerken op Linkeroever en in Zwijndrecht dan?

Die zijn al volop aan de gang. We plannen het project af te ronden tegen 2025. Dan zal ook de nieuwe infrastructuur in gebruik worden genomen.

Wat is de rol van de Oosterweelverbinding in de het verhaal van De Grote Verbinding?

De Grote Verbinding vertelt het toekomstverhaal van de Oosterweelverbinding en de leefbaarheids- en overkappingsprojecten. Met deze ongeziene stadsvernieuwing bouwen Antwerpen en Vlaanderen aan een leefbare stad en regio.

De Oosterweelverbinding maakt de Antwerpse Ring, de R1, volledig rond en zorgt zo voor een betere mobiliteit. Wij leggen verkeersveilige infrastructuur aan en tegelijkertijd bouwen we samen aan een leefbare omgeving voor iedereen. Hoe?

  • Door geen rijstrook teveel aan te leggen binnen de Oosterweel.
     
  • Door het aanbod van duurzame vervoersalternatieven uit te breiden, te versterken en te stimuleren (betere fietsvoorzieningen, groter aanbod openbaar vervoer, uitbreiding P+R's rond de stad...)
     
  • Door de geselecteerde leefbaarheids- en overkappingsprojecten die binnen ons projectgebied vallen mee uit te voeren.

De Oosterweel moet een hefboom vormen naar een meer duurzame vorm van mobiliteit. Het project is pas geslaagd wanneer we tegen 2030 kunnen spreken van een verandering in ons verplaatsingsgedrag, een 'modal shift'. Tegen 2030 moet 50 procent van alle verplaatsingen gebeuren per fiets, trein, tram, bus, taxi, waterbus, deelsystemen, enzovoort. En nog maar 50 procent met de wagen. 

Tegelijkertijd voeren we 11 van de 18 projecten geselecteerde leefbaarheids- en overkappingsprojecten uit die binnen het projectgebied van de Oosterweel vallen. Zo geven we mee vorm aan 5 van de 7 Ringparken:

 

Ringpark Noordkasteel:

  • Oosterweelknoop / Noordkasteel
    Na een geoptimaliseerd ontwerp van de Oosterweelknoop investeren we verder in geluidsreductie, een parkzone met zwemvijver aan het Noordkasteel en een plein voor het bakstenen Samgagebouw. Dit project wordt volledig toegevoegd aan het project van de Oosterweelverbinding.

Ringpark Groenendaal:

  • Bermenlandschap langs een verlaagde R1 Noord
    We verlagen de R1 noordwaarts richting de Masurebrug om de aanleg van latere overkappingen (zoals het project Groen Hart - Luchtbal – Lambrechtshoeken) mogelijk te maken. Daarnaast worden ambitieuze groenbuffers aangelegd, die de geluidsoverlast in Merksem drastisch verminderen. Dit project wordt volledig toegevoegd aan het project van de Oosterweelverbinding.
  • Stationsomgeving Luchtbal
    We realiseren een overkapping van 850 meter ter hoogte van de Groenendaallaan en het Station Luchtbal en laten fiets en openbaar vervoer vlot op elkaar laten aansluiten om combimobiliteit te stimuleren.

Ringpark Lobroekdok: 

  • Steenborgerweert / Kap Dam
    We kleuren de overkapping in het noorden van de Damwijk groen in met park- en vrijetijdsvoorzieningen.
  • Bermenlandschap Albertkanaal
    We bedden de ingesleufde R1 naast het Lobroekdok verder in met fietsverbindingen en we investeren in de ecologische continuïteit van de groenzones.
  • Kap Sportpaleis
    We breiden de reeds geplande overkapping ter hoogte van het Sportpaleis stevig uit en verbinden de Damwijk met de Deurnese wijk Kronenburg. We verbeteren de toegankelijkheid van de evenementenzone rond het Sportpaleis.

Ringpark het Schijn: 

  • Waterpark (gedeeltelijk)
    We overkappen de op- en afritten ter hoogte van de Ten Eekhovelei en realiseren een leefbaarheidswinst voor de Deurnese buurt Ten Eekhove.
  • Schijnvallei / Ter Loo / Deurne
    We realiseren een groene overkapping van bijna 100 meter tussen het Rivierenhof en Hof Ter Loo.

Ringpark West:

  • Voltooien fietsnetwerk Linkeroever
    We voltooien het fietsnetwerk op Linkeroever met een fietsbrug over de E17 en verbinden zo ook Burchtse Weel en Galgenweel.
  • Stille bermen Zwijndrecht-Burcht
    We houden woord aan de Zwijndrechtenaren en realiseren een ambitieus geluidsproject. We herbevestigen de beloofde geluidsreductie met 10 decibel.
  • Stille bermen Linkeroever
    We trekken het geluidsproject van Zwijndrecht door voor mens en natuur op Linkeroever.

 

Deze projecten worden tegelijk met of onmiddellijk aansluitend op de werken aan de Oosterweelverbinding gerealiseerd. Ze worden maximaal meegenomen in de bouwvergunning voor de Oosterweelwerken op Rechteroever die eind 2019 wordt ingediend.

Wat is PFOS en waarom is er PFOS op Linkeroever?

Wat is PFOS? 

PFOS is een chemische stof die gebruikt wordt om producten water-, vet- en vuilafstotend te maken. Het is één van de vele chemicaliën die behoort tot de PFAS-familie (Poly- en perfluoralkylstoffen). Het zijn door de mens gemaakte producten die van nature niet in het milieu voorkomen. 
Door het gebruik van deze producten, door fabrieksemissies, incidenten en zelfs bij het blussen van branden, zijn PFAS in het milieu verspreid geraakt. Heel wat plaatsen in Vlaanderen raakten hierdoor historisch verontreinigd. PFAS zijn in lage concentraties alomtegenwoordig in het leefmilieu en in de voedselketen.

Sinds 2009 wordt het gebruik van PFOS niet meer toegelaten binnen de EU omdat het bij lange blootstelling aan hoge concentraties schadelijk kan zijn voor het menselijk lichaam, voor dieren en voor het milieu. 

Hoe is PFOS in de bodem terechtgekomen? 

Bij de productie van PFOS door 3M in Zwijndrecht is de bodem en het grondwater rondom de fabriek verontreinigd geraakt. Lantis noch de Oosterweelwerken liggen aan de oorsprong van de verontreiniging. We worden er echter bij de uitvoering van onze werken wel mee geconfronteerd. Daarom nemen we speciale maatregelen om zorgvuldig en veilig met de PFOS-verontreiniging om te gaan.

Wanneer is er in het kader van de Oosterweelwerken op de linkeroever PFOS vastgesteld? 

Ter voorbereiding van de Oosterweelprojecten Linkeroever & Zwijndrecht en Scheldetunnel werd midden 2016 de bodem onderzocht. Zo’n milieukundig bodemonderzoek naar de kwaliteit van de ondergrond en de mate waarin die verontreinigd is, is verplicht. De omvang van de historische PFOS-vervuiling werd zo uitgebreid in kaart gebracht. De resultaten werden gebundeld in een Technisch Verslag. Uit het onderzoek kwamen verschillende hoge waarden aan PFAS aan het licht, zowel in de bodem als het grondwater binnen de projectgebieden ‘Linkeroever & Zwijndrecht’ en ‘Scheldetunnel’. 

Was Lantis al eerder dan 2016 op de hoogte van verontreiniging in het gebied? 

Tussen 2006 en 2008 kwam uit onderzoek van 3M aan het licht dat het grondwater in de omgeving verontreinigd was. Ook Lantis werd daarvan op de hoogte gesteld. De exacte mate van verontreiniging in de grond was toen echter nog niet gekend. Lantis ondernam in die periode nog geen actie omdat er nog geen zekerheid was over de effectieve bouw van de Oosterweelverbinding.  

Toen in 2016 het tracé van de Oosterweelverbinding definitief was, heeft Lantis een bodemonderzoek uitgevoerd en werd ook specifiek PFOS mee onderzocht om de verontreiniging grondig in kaart te brengen. Vanaf dat moment werd de totale omvang pas duidelijk. De verontreiniging in het grondwater werd bevestigd en ook in de grond zelf werd PFOS gevonden. Voor het eerst werd ook in kaart gebracht hoe omvangrijk die verontreiniging is en op welke locaties die verontreinigde gronden zich bevinden binnen het projectgebied.

Sinds de start van de onderzoeken in 2016, heeft Lantis transparant gerapporteerd aan de bevoegde instanties zoals OVAM (de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij).
 

Zorgen de werfactiviteiten in het met PFOS verontreinigd gebied voor een verhoogd blootstellingsrisico via de lucht in de omgeving?

We begrijpen dat er bij de omwonenden ongerustheid kan zijn over de PFOS-verontreiniging. Zowel Lantis als de aannemer dragen er zorg voor dat de verontreinigde gronden binnen het projectgebied blijven, ook in de vorm van opwaaiend stof. Om te controleren of deze maatregelen ook effectief zijn, voert Lantis luchtmetingen uit op verschillende locaties en op verschillende tijdstippen op de Oosterweelwerf op Linkeroever.  

Met deze meetcampagne volgt Lantis het potentiële blootstellingsrisico tijdens de werken op over een langere termijn. De resultaten van de metingen voegen we hieronder steeds toe van zodra ze beschikbaar zijn. Alle reeds uitgevoerde luchtmetingen toonden aan dat er geen verhoogd blootstellingsrisico is voor omwonenden via de lucht door stof. 

Reeks 1: 9 juni 2021 – geen PFAS gevonden in stofmeting 

Om het potentiële maximale blootstellingsrisico via stofvorming door de activiteiten op de Oosterweelwerf te berekenen, zijn op 9 juni 2021 ‘totaal stof metingen’ uitgevoerd op drie locaties. Bij zo’n meting wordt de omgevingslucht over een filter gezogen, waarop de aanwezige stofdeeltjes achterblijven. De uitdrukking ‘totaal stof’ betekent dat er geen onderscheid gemaakt wordt in soorten stof die we aantreffen. 

Voor de berekening werd de totaal stofconcentratie gecombineerd met de hoogst gemeten PFAS-concentratie in de bodem binnen de werfzone. De volledige berekening is terug te vinden in onderstaand rapport. Het resultaat van de berekening wordt uitgedrukt in PFOA-equivalent. PFOA is net als PFOS een lid van de ‘PFAS-familie’. Uit de bodemanalyses in opdracht van Lantis op Linkeroever en Zwijndrecht, blijkt dat de verontreiniging voornamelijk uit PFOS bestaat. Om de resultaten te kunnen vergelijken met internationale standaarden, wordt alles omgerekend naar een PFOA-equivalent. 

Uit de berekening blijkt dat er een maximale theoretische opname is van 0,0038 µg PFOA-eq./dag. Deze waarde ligt ruim 10 keer lager dan de gezondheidskundige grenswaarde die het Europese Voedselveiligheidsagentschap (EFSA) hanteert, namelijk 0,044 microgram (µg) PFOA/dag. Zo’n gezondheidskundige grenswaarde geeft aan welke hoeveelheid PFOA je tijdens jouw leven dagelijks maximaal mag opnemen zonder dat dit gevolgen heeft voor je gezondheid. Op basis van deze toetsing kunnen we dus stellen dat er geen verhoogd blootstellingsrisico is voor omwonenden via de lucht door opwaaiend stof van de Oosterweelwerf. 

Om deze berekening te bevestigen, werd op 9 juni 2021 ook een eerste reeks PFAS-luchtmetingen uitgevoerd. Het labo kon geen aanwezigheid van PFAS aantonen. Geen enkele meting gaf namelijk concentraties hoger dan de rapportagegrens van 0,004 µg/m³ tot 0,006 µg/m. Hoeveel lager de werkelijke concentraties liggen, kan niet exact gezegd worden. Hierdoor is het ook niet mogelijk om de PFAS-concentratie in de lucht te vergelijken met de EFSA gezondheidskundige grenswaarde van 0,044 µg PFOA-eq./dag. Een rapportagegrens van 0,006 µg/m³ komt immers overeen met 0,130 µg PFOA-eq./dag (0,006 µg/m³ x 2 x 10,8m³/dag). 

 
Hieronder vind je de resultaten van de metingen van 9 juni 2021 terug*: 

 Omdat bij deze eerste PFAS-luchtmeting de rapportagegrens niet laag genoeg was om het potentiële blootstellingsrisico te berekenen en af te wegen tegenover de EFSA-grenswaarde, werd de methode verfijnd om een lagere rapportagegrens te bekomen voor de volgende metingen.  

Reeks 2: 29 juni en 1 juli 2021: geen verhoogd blootstellingsrisico gevonden 

De tweede reeks metingen werd uitgevoerd op 29 juni en 1 juli. In totaal zijn er op zes locaties metingen uitgevoerd. De rapportagegrens voor deze metingen lag op 0,0003 µg/m³ tot 0,0004 µg/m³. Daarmee lag de nieuwe rapportagegrens 10 keer lager dan de rapportagegrens van de eerste meeting, waardoor er nog nauwkeuriger gemeten kon worden. Bovendien kan met die rapportagegrens ook het potentiële blootstellingsrisico getoetst worden aan de EFSA gezondheidskundige grenswaarde. 

Op vijf meetlocaties lagen de meetwaarden onder de rapportagegrens, dus werden opnieuw geen PFAS aangetoond. Op de zesde meetlocatie, op het terrein van 3M, werd wel PFOS gevonden, in een concentratie juist boven de rapportagegrens (0,00039 µg/m³). Op basis van dezelfde berekening als in het eerste rapport, komt dit overeen met een potentiële inname van 0,0084 µg PFOA-eq./dag. Deze waarde ligt ruim onder de afgeleide EFSA gezondheidskundige grenswaarde van 0,044 µg PFOA/dag, waarbij uitsluitend blootstelling via de lucht beschouwd wordt. Dit toont opnieuw aan dat er geen verhoogd blootstellingsrisico was voor omwonenden.  

 
Hieronder vind je de resultaten van de metingen van 29 juni en 1 juli 2021 terug*: 

Reeks 3: 16 juli 2021: geen verhoogd blootstellingsrisico gevonden 

De derde reeks metingen is uitgevoerd op 16 juli. De zes meetlocaties bevonden zich op een deel van de 3M-site die Lantis in werfleen heeft en waar eerder een PFOS-concentratie gemeten werd. Tijdens de meting werd er op de site in de grond gewerkt.

Op elk van de zes punten werd geen PFAS gemeten boven de rapportagegrens. Voor vijf van de zes meetpunten was de rapportagegrens 0,0003 µg/m³. Voor de zesde locatie was er een probleem met de stroomvoorziening, waardoor er slechts de helft van de tijd stof aangezogen werd. Doordat het aangezogen luchtvolume lager ligt, is de rapportagegrens hier 0,0006 µg/m³.  

Om een vergelijking te kunnen maken met de EFSA gezondheidskundige grenswaarde, werd de potentiële maximale dagelijkse PFOS-inname berekend door te veronderstellen dat de werkelijk gemeten concentratie gelijk is aan de rapportagegrens. Dit geeft een maximaal blootstellingsrisico van 0,013 µg PFOA-eq/dag (0,0006 µg PFOS/m3 = 0,0012 µg PFOA-eq./m³ x 10,8 m³/dag), hetgeen duidelijk lager ligt dan de EFSA gezondheidskundige grenswaarde van 0,044 µg PFOA/dag.  

Hieronder vind je de resultaten van de metingen van 16 juli 2021 terug*: 

Reeks 4: 25 augustus 2021: geen verhoogd blootstellingsrisico gevonden 

De vierde reeks metingen werd uitgevoerd op 25 augustus. Er vonden geen specifieke werken in PFAS houdende grond plaats. Daarom is er gekozen om metingen uit te voeren op locaties waar verstoffing kon optreden (zoals braakliggend terrein), waar gronden liggen opgeslagen en/of werfverkeer aanwezig is. 

De zes meetlocaties lagen verspreid over de werfzone in de buurt van de E34 en het knooppunt Sint-Anna. Het totaal stofgehalte lag hoger op plaatsen met veel werfverkeer dan op braakliggend terrein. Toch werd enkel op het eerste meetpunt PFOS boven de rapportagegrens gemeten. Op de andere plaatsen werd geen PFAS gemeten boven de rapportagegrens van 0,0003 tot 0,0004 µg PFOS/m³ (afhankelijk van het volume lucht per meettoestel). De gemeten PFOS-concentratie op het eerste meetpunt bedroeg 0,0005 µg/m³, wat overeenkomt met een PFOA-equivalent van 0,001 µg/m³. De potentiële dagelijkse PFOS-inname, uitgedrukt als PFOA-equivalent, ligt met 0,011 µg PFOA-eq./dag (0,001 µg PFOA-eq./m³ x 10,8 m³/dag), duidelijk lager dan de EFSA gezondheidskundige grenswaarde van 0,044 µg PFOA/dag. Er werd dus geen verhoogd blootstellingsrisico gevonden. 

Hieronder vind je de resultaten van de metingen van 25 augustus 2021 terug*:

Reeks 5: 17 september 2021: geen verhoogd blootstellingsrisico gevonden 

De vijfde reeks metingen werd uitgevoerd op 17 september. Er vonden geen specifieke werken in PFAS houdende grond plaats. Daarom is er gekozen om metingen uit te voeren op locaties waar verstoffing kon optreden (zoals braakliggend terrein), waar gronden liggen opgeslagen en/of werfverkeer aanwezig is. 

De zes meetlocaties lagen verspreid over de werfzone in de buurt van de E34 en het knooppunt Sint-Anna. Het totaal stof gehalte lag hoger op plaatsen met activiteiten zoals werfverkeer dan op braakliggend terrein. Maar op geen enkel meetpunt werd PFAS gemeten boven de rapportagegrens van 0,0003 tot 0,0004 µg PFOS/m³ (afhankelijk van het volume lucht per meettoestel). Voor de vijfde meetlocatie lag de rapportagegrens op 0,0007 µg/m³ omwille van een stroomonderbreking bij het meettoestel. 

Om een vergelijking te kunnen maken met de EFSA gezondheidskundige grenswaarde, werd de potentiële maximale dagelijkse PFOS-inname berekend door te veronderstellen dat de werkelijk gemeten concentratie gelijk is aan de hoogste rapportagegrens (meetpunt vijf). Dit geeft een maximaal blootstellingsrisico van 0,015 µg PFOA-eq/dag (0,0007 µg PFOS/m³ ofwel 0,0014 µg PFOA-eq./m³ x 10,8 m³/dag), wat duidelijk lager ligt dan de EFSA gezondheidskundige grenswaarde van 0,044 µg PFOA/dag. Er werd dus geen verhoogd blootstellingsrisico gevonden. 

Hieronder vind je de resultaten van de metingen van 17 september 2021 terug*:  

Nieuwe PFAS-grenswaarden, zelfde resultaat: geen verhoogd blootstellingsrisico 

Er zijn tot op vandaag nog geen Vlaamse, Belgische of Europese normen voor de toegelaten PFAS-concentratie in de lucht. In afwachting daarvan, hebben we bij Lantis bij de start van de metingen zelf een toetsingskader afgeleid. Dit deden we op basis van de meest recente EFSA gezondheidskundige grenswaarde. 

Het tijdelijke toetsingskader dat Lantis opstelde, werd in oktober 2021 door het Vlaams Instituut voor Technologie en Ontwikkeling (VITO) beoordeeld en bevestigd, mits enkele aanpassingen. Die aanpassingen voerden we intussen ook door voor toekomstige metingen. Het belangrijkste hierbij is dat de gemeten PFAS-waarden niet meer worden omgezet naar PFOA-equivalenten om ze zo te kunnen vergelijken met de TWI die door EFSA werd opgesteld van 33ng PFOA/dag of een concentratie van 4.1ng/m³ PFOA in de lucht. 

Voortaan wordt de som van vier PFAS (PFOS, PFOA, PFNA en PFHxS) gemeten om die af te zetten tegen de gezondheidsnorm. De gezondheidswaarde wordt bovendien verstrengd zodat de som van PFAS voortaan niet hoger mag zijn dan 2,2ng/m³. 

Het is belangrijk om te weten dat dat ook dit toetsingskader slechts tijdelijk is. Op basis van voortschrijdend inzicht en lopende onderzoeken, wordt dit jaarlijks geëvalueerd en indien nodig bijgestuurd. Eens er Vlaamse normen worden opgemaakt, zal Lantis die uiteraard ook hanteren. 

Vorige metingen opnieuw geëvalueerd met nieuwe methode 

Niet alleen gebruikt Lantis een nieuw toetsingskader voor de toekomstige metingen. We hebben ook de resultaten van de vijf voorgaande metingen vergeleken met de nieuwe grenswaarde. Sommige van de PFAS die gemeten werden, kwamen in zulke lage concentraties voor, dat ze niet exact bepaald konden worden. Ze lagen immers onder de rapportagegrens. Daarom werkten we telkens drie scenario’s uit met de volgende waarden: 

  • ondergrens (OG): de concentraties van de PFAS die gerapporteerd worden als ‘< RG’, worden gelijk gesteld aan nul. 
  • midden grens (MG): de concentraties van de PFAS die gerapporteerd worden als ‘< RG’, worden gelijk gesteld aan de helft van de rapportagegrens. 
  • Bovengrens (BG): de concentraties van de PFAS die gerapporteerd worden als ‘< RG’, worden gelijk gesteld aan de rapportagegrens. 

Conclusie blijft hetzelfde: geen overschrijdingen van toegelaten blootstelling 

Voor de resultaten van de voorgaande metingen verandert er weinig tot niets. De conclusie uit de eerdere rapporten blijft gelden. Op bepaalde locaties is er PFAS in de lucht vastgesteld, maar er is geen sprake van een overschrijding van de toegelaten blootstelling via de lucht. 

Enkel voor de metingen van 16/07 en van 17/09 is er een theoretische kans dat er op 1 specifiek meetpunt een lichte overschrijding was van de toegelaten blootstelling, maar dat is te wijten aan de verhoogde rapportagegrens als gevolg van technische storingen. In realiteit valt te verwachten dat de gemeten waarde in overeenstemming is met de andere meetpunten en dus lager dan de verhoogde waarde van de rapportagegrens. 

Bekijk hier het volledige rapport.*

*Omwille van het beschermen van privacy zijn persoonsgegevens uit de rapporten anoniem gemaakt.

Wat zijn de gevolgen voor de natuur op de linkeroever?

De nu versnipperde natuurgebieden Sint-Annabos, Middenvijver, Blokkersdijk en het Vliet verbinden we met elkaar tot één groen geheel: Ringpark West. Niet alleen fietsers en wandelaars zullen zo dankzij Oosterweel meer kunnen genieten van de natuur, dankzij de aanleg van ecoducten verplaatsen ook dieren zich vrijer tussen de verschillende natuurgebieden. 

Ter hoogte van het Sint-Annabos verhogen we de dijken van de Schelde en leggen we deze meer landinwaarts omdat de ondergrond van de huidige Scheldedijk te onstabiel is om het gewicht te kunnen dragen van een hogere dijk. De vrijgekomen ruimte gebruiken we voor de aanleg van een nieuw slikken- en schorrengebied (12 hectare) en een overstromingsbos (6 hectare). 

Van de Charles De Costerlaan maken we een fiets- en wandelboulevard, met veel ruimte voor recreatie.
Lees meer over Ringpark West

Verdwijnt buurtpark ‘t Schijntje?

Buurtpark ’t Schijntje - gelegen tussen de R1 en de Ten Eekhovelei -  verdwijnt niet.
De hondenweide en de speeltuin verplaatsen we slechts tijdelijk voor enkele voorbereidende werken in het kader van de Oosterweelverbinding. Deze werken vinden plaats in de zone tussen de Noordersingel, de Ten Eekhovelei, de Ring en onder het Viaduct van Merksem.
 

Hoeveel tol zal er gevraagd worden voor elke tunnel? 

De Oosterweelverbinding kan enkel betaald worden als er ook tol geheven wordt. De onderzoeken lopen nog om te bepalen hoeveel er in de Kennedytunnel, de Scheldetunnel en de Liefkenshoektunnel betaald zal moeten worden. Belangrijk is dat het verkeer, en zeker het vrachtverkeer, naar de juiste tunnel wordt geleid. Hoe verder die tunnel van de stad ligt, hoe goedkoper hij moet zijn om erdoor te rijden. Zo willen we verkeer dat niet in de stad moet zijn optimaal rond de stad sturen. Voor personenvervoer blijft wel één tunnel tolvrij.
 

Wat doet Lantis met de verontreinigde gronden?

Wat gebeurt er met de verontreinigde gronden?

Alle verontreinigde gronden blijven op de site waar ze ontgraven werden. Als bouwheer van de Oosterweelverbinding zijn we bovendien gebonden aan het ‘standstill-principe’. Dat wil zeggen dat onze werken enkel mogen zorgen voor een verbetering of status quo van de verontreiniging. Lantis mag dus geen bijkomende risico’s veroorzaken voor mens en milieu, bijvoorbeeld door zwaarder vervuilde gronden op minder vervuilde gronden te leggen.
 
De gronden met concentraties boven 70 microgram/kg ds worden zorgvuldig afgedekt. Daardoor zal die verontreiniging zich dus niet meer kunnen verspreiden via de lucht of het grondwater, wat wel het geval is als alles blijft zoals het is. De maatregelen die we nemen, zorgen ervoor dat een groot deel van de verontreiniging beter ingedamd wordt dan voorheen. De Oosterweelwerken zorgen dus voor een verbeterde situatie.

Ook de andere gronden blijven op de werf. Gronden met een concentratie tussen 3 en 70 microgram/kg ds worden binnen het projectgebied hergebruikt voor bouwkundig bodemgebruik, bijvoorbeeld in bermen. Ook gronden met een lagere concentratie dan 3 microgram blijven op de werf. De werf op Linkeroever heeft namelijk meer grond nodig dan er wordt opgegraven. Daarom kunnen we zeer uitdrukkelijk zeggen dat de verontreinigde grond op de werf blijft, en nergens anders belandt.

Wordt er verontreinigde grond gebruikt op andere locaties voor de Oosterweelverbinding?

Neen, alle verontreinigde gronden op Linkeroever en Zwijndrecht blijven op de site waar ze ontgraven werden. De grond blijft dus ter plaatse in het projectgebied van Linkeroever en Zwijndrecht.

Wordt er verontreinigde grond gebruikt op andere locaties buiten het gebied van de Oosterweelverbinding?

Neen, de verontreinigde gronden blijven op de site waar ze ontgraven werden: in het projectgebied van Linkeroever en Zwijndrecht. Er wordt geen vervuilde grond afgevoerd naar andere plekken. 

Er zijn plannen om bepaalde groeven of putten elders in Vlaanderen op te vullen met gronden die opgegraven worden tijdens de werken aan de Oosterweelverbinding zoals de kleiputten van Rumst of het Wonderwoud in Lochristi. Maar hiervoor zal geen met PFOS verontreinigde grond gebruikt worden. 
 
Bovendien is het zo dat vooraleer er ergens grond naartoe gebracht wordt, er een omgevingsvergunning aangevraagd moet worden. Als onderdeel van die omgevingsvergunningsaanvraag moet een erkend bodemsaneringsdeskundige een studie opstellen waarin de milieu-hygiënische acceptatiecriteria worden bepaald. Zo kan nagegaan worden welke stoffen de grond wel of niet mag bevatten. Dit zorgt dus voor de bijkomende garantie dat de aangevoerde grond geen verontreiniging van het grondwater of van de omgeving kan veroorzaken. 

Kan de Oosterweelverbinding overkapt worden?

We houden maximaal rekening met een toekomstige overkapping van de Ring binnen ons projectgebied . In het noorden van de stad wordt het Viaduct van Merksem afgebroken en leggen we de R1 in een dieperliggende sleuf die we tijdens de Oosterweelwerken reeds op bepaalde plaatsen overkappen: 

  • Groenendaallaan: een overkapping van zo’n 850 meter brengt rust en groen in de buurt rond Luchtbal en Merksem. Op de overkapping komt een groot park dat beide wijken met elkaar verbindt: Ringpark Groenendaal.
  • Lobroekdok: tussen het Albertkanaal en de kop van het Lobroekdok ontstaat Ringpark Lobroekdok. Dit nieuw waterrijk groengebied is maar liefst 10 hectare groot en telt 14 voetbalvelden.
  • Sportpaleis: voor het Sportpaleis komt een groot nieuw plein op de overkapping. Door de overkapping worden de Kronenbrugwijk in Deurne en de Slachthuiswijk met elkaar verbonden. De horeca rond het slachthuis en op de Dam wordt zo meer toegankelijk voor bezoekers.
  • Hof ter Lo: tussen het Rivierenhof en Hof ter Lo is de overkapping ongeveer 100 meter breed en maakt deel uit van Ringpark Het Schijn.
  • Oosterweelknooppunt: het wegencomplex ten zuiden van de haven wordt deels overkapt. Hier komt het Ringpark Noordkasteel.

De stukken die nog niet overkapt worden, maken we klaar zodat ze op een later moment overkapt kunnen worden. We leggen de Ring hier in een dieperliggende, open sleuf met muren die een dak kunnen dragen. Ook voorzien we nu al extra ruimte voor toekomstige vluchtgangen.
 

Verdwijnt het Sint-Annabos?

Het  Sint-Annabos (52.3 ha) blijft grotendeels staan tijdens de werken aan de Oosterweelverbinding. Tijdelijk verdwijnt er wel ongeveer 14.4 hectare van het Sint-Annabos zodat we de nieuwe Scheldetunnel kunnen bouwen.

Daarnaast nemen we 20.3 hectare van het Sint-Annabos ter hoogte van de Scheldeoever in voor de bouw van een nieuwe en hogere Scheldedijk. Die komt ook meer landinwaarts te liggen. De ondergrond van de huidige Scheldedijk is immers te onstabiel om het gewicht te kunnen dragen van een hogere dijk. De vrijgekomen ruimte aan de kant van de Schelde gebruiken we voor de aanleg van een nieuw slikken- en schorrengebied (12 ha) en een overstromingsbos (6 ha). Dankzij deze hogere dijk beschermen we het achterliggende gebied beter tegen overstromingen. Een ingreep die kadert binnen het Sigma-plan.

Na de aanleg van de Scheldetunnel planten we nieuwe bomen en groen. Ook verbinden we het Sint-Annabos met Blokkersdijk, Middenvijver en Het Vliet . Zo ontstaat één, divers natuurgebied. De definitieve inrichting van het Sint-Annabos bepalen we in overleg met alle betrokken actoren. 

 
 

Wat zijn de gevolgen van de heraanleg van de Ring aan Schijnpoort voor de plannen voor Spoor Oost?

De precieze invulling van de zone ‘Spoor Oost’ behoort niet tot de plannen voor de Oosterweelverbinding. Met de verbetering van het verkeersknooppunt aan het Sportpaleis maken we deze zone wel goed bereikbaar, wat de uiteindelijke invulling ook zal zijn. Doordat we de overbelaste verkeersknoop aan het Sportpaleis vernieuwen, creëren we immers een vlotte en veilige doorstroming van auto- en vrachtwagenverkeer, openbaar vervoer en fiets- en wandelverkeer. Bovendien verdwijnt hierdoor het sluipverkeer in de omliggende wijken.

Welke voordelen hebben de Oosterweelwerken op de linkeroever op vlak van fietsinfrastructuur?

In Zwijndrecht en op Linkeroever wordt het fietsnetwerk fors uitgebreid met 16,5 km aan nieuwe fietspaden zodat je veilig en comfortabel naar de haven, de rechteroever of het Waasland fiets. Er worden onder meer nieuwe fietspaden voorzien langs de nieuwe verbindingsweg tussen de E17 en E34 en aan de zuidrand van de E17. Er komen nieuwe fietsbruggen over de E34 en R1 en een fietstunnel onder de Canadastraat. Tegelijk worden heel wat bestaande fietspaden heraangelegd. Aanvullend zal ook Ringpark West door Lantis gerealiseerd worden met onder meer een fietsbrug over de E17 tussen Galgenweel en Burchtse Weel. Zo wordt ook voor fietsers de Ring rond. Lees meer over de fietsverbindingen op linkeroever en Zwijndrecht.
 
 

Is het afdekken van de grond wel een duurzame oplossing?

We begrijpen dat het afdekken van de grond met een speciale folie niet duurzaam klinkt. Momenteel is er echter geen andere techniek beschikbaar voor dit volume aan verontreinigde grond, en het is onduidelijk wanneer de technologie wel zover gevorderd zal zijn. Het afdekken van de zwaarst verontreinigde grond biedt bovendien nog altijd een betere garantie voor de volksgezondheid dan het probleem onaangeroerd, en dus niet-afgedekt, laten.

Wat houdt dit afdekken precies in?

Alle gronden met een concentratie boven 70 microgram/kg ds worden zorgvuldig ingekapseld en veilig afgedekt met een driedubbele beschermlaag. Conform de Technische Verslagen wordt deze grond afgedekt met een HDPE-folie van 2.5 millimeter dik, in combinatie met een kleilaag van bentoniet, trisoplast of een gelijkwaardige methodiek.   Bovenop deze afscherming wordt een erosiebestendige leeflaag aangebracht. De dikte van deze leeflaag is afhankelijk van de voorziene beplanting. Voor planten met diepere wortels voorzien we een dikkere leeflaag dan voor begroeiing zonder diepe wortels. Er worden geen gronden met concentraties boven 70 microgram/kg ds bovenop de afscherming toegepast.

Afdekken van gronden met een concentratie boven 70 microgram/kg ds

 

Wat gebeurt er met het werk van de ontwerpteams en de overkappingsintendant? 

De ontwerpteams maken een finaal ontwerp van de omgeving van de Ring. Dit ontwerp bepaalt hoe deze omgeving er aan het einde van de werken zal uitzien. Langs en op de Ring komen zeven nieuwe Ringparken en er komt ook een fietsbrug over de Schelde.
Over de vooruitgang van die nieuwe Ringparken en de Scheldebrug communiceert de Grote Verbinding. Daar lees je ook de details van ieder Ringpark. Van elk onderdeel zijn al concretere ontwerpplannen opgemaakt. Nu werken de ontwerpteams deze plannen samen met alle geïnteresseerden uit tot een finaal plan. Een deel van de Ringparken valt samen met de Oosterweelverbinding. Die realiseren we samen. 
 

Wordt het Sint-Annabos een slibstort?

Neen, slib mag je alleen maar storten op daartoe vergunde stortplaatsen. Daar behoort het Sint-Annabos niet toe. Er wordt ook geen zand opgeslagen in het Sint-Annabos. Het weggegraven zand van de aanleg van de nieuwe Scheldetunnel stockeren we tijdelijk in het Noordelijk Insteekdok nabij de Kieldrechtsluis. Hierdoor kan het merendeel van het Sint-Annabos tijdens de werken blijven staan. Eens de tunnel er ligt, voeren we het zand terug om de tunnelelementen mee toe te dekken. 

Lees meer over de bouw van de Scheldetunnel

Hoeveel kost de bouw van de Oosterweelverbinding en wie betaalt dat? 

Met de Oosterweelverbinding realiseren we het grootste bouwproject tot nu toe in België. Daar hangt natuurlijk ook een prijskaartje aan. In zijn totaliteit zal de Oosterweelverbinding circa. 4,5 miljard euro kosten. Vanwaar dat geld komt? Net zoals iemand die zijn huis bouwt en gaat lenen bij de bank, is Lantis als bouwheer van de Oosterweelverbinding leningen aangegaan bij de Vlaamse Overheid en de Europese Investeringsbank. Dat bedrag wordt 100% terugbetaald door middel van tolgelden die de komende 35 tot 40 jaar door weggebruikers betaald zullen worden. Er gaat dus geen belastinggeld naar de bouw van de Oosterweelverbinding.
Daarnaast kreeg Lantis van de Vlaamse Regering ook groen licht om reeds voor 915 miljoen euro aan leefbaarheidsprojecten meteen mee uit te voeren tijdens de bouw van de Oosterweelverbinding. Ook de leefbaarheidsprojecten en overkappingen worden zo vanaf het begin mee voorzien. Deze 915 miljoen euro komt uit een speciaal ‘overkappingsfonds’ waarnaar alle niet gebruikte budgetten van de Vlaamse administratie gaan. Mocht het overkappingsfonds toch te traag aangevuld raken, kan Lantis altijd nog beroep doen op haar eigen financiële buffer om zo te garanderen dat de werken steeds kunnen worden verder gezet en Antwerpen de komende tien jaar krijgt wat werd beloofd. 
 

Zal de verbinding tussen E34 en Waaslandtunnel behouden blijven?

Tijdens de Oosterweelwerken op Linkeroever en in Zwijndrecht kan je nog steeds via de Charles de Costerlaan van de E34 naar de Waaslandtunnel rijden en omgekeerd. De nieuwe Scheldetunnel is dan nog niet in gebruik waardoor er nog geen alternatief is voor de Waaslandtunnel.

Nadat de Scheldetunnel in gebruik is genomen, wordt de verbinding tussen de E34 en de Charles De Costerlaan doorgeknipt. De Charles De Costerlaan wordt heraangelegd als groene fiets- en wandelboulevard waardoor de groengebieden Sint-Annabos, Rot en Middenvijver met elkaar verbonden worden. Wie met de wagen of de fiets naar de rechteroever moet of ervandaan komt, kan via het Sint-Anna knooppunt E34-R1 aansluiten op de nieuwe Scheldetunnel die ter hoogte van het Noordkasteel op de rechteroever terug boven de grond komt. De Waaslandtunnel wordt dan enkel nog gebruikt door lokaal vervoer. 

Lees meer over de werken aan het knooppunt Sint-Anna Linkeroever

Zit er ook PFOS in het grondwater?

Is de verspreiding met PFOS in het grondwater even ernstig?

Er werd inderdaad ook PFOS teruggevonden in het grondwater. Die verontreiniging bevindt zich langs de E34 tot aan de Charles de Costerlaan en tot in de knoop Sint-Anna. Het strekt zich dus minder ver uit dan de verontreiniging in het vaste deel van de bodem. 
 
Het grondwater dat we tijdens de werken oppompen, wordt gezuiverd alvorens het naar de Schelde wordt afgevoerd of terug in de bodem wordt gepompt. Daartoe werd een speciale waterzuiveringsinstallatie gebouwd binnen de werfzone Linkeroever. De Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) volgt deze waterzuivering op.

We detecteren geen PFOS meer in het gezuiverde water dat naar de Schelde wordt afgevoerd of dat terug in de bodem wordt gebracht. De meest gedetailleerde metingen kunnen een concentratie vanaf 0,1microgram/l vinden. Dat is ook de norm die opgelegd is in de vergunning voor het terugpompen van het water in de grond. Voor het afvoeren van het water in de Schelde ligt de norm op 1 microgram/l. Dat er in het water dat het waterzuiveringsstation verlaat, geen PFOS boven de detectielimiet meer gevonden wordt, toont aan dat onze zuivering zeer secuur en conform de normen gebeurt.

Lozingsnormen PFOS-houdend grondwater


 

 

 

Wordt de verontreiniging van PFOS verspreid door grondwater op te pompen voor de Oosterweelverbinding?  

Neen, door het grondwater op te pompen, nemen we net een deel van de verontreiniging weg. Al het grondwater dat we in het verontreinigde gebied oppompen, wordt namelijk gezuiverd voordat het naar de Schelde wordt afgevoerd of terugvloeit in de bodem. Hiervoor is speciaal binnen de werfzone Linkeroever een waterzuiveringsinstallatie gebouwd. 

De lozingsnorm ligt op de laagst meetbare waarde (detectiewaarde) en wordt ook opgevolgd door de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM). Er werd geen PFOS meer gevonden in het gezuiverde water, dus wordt er geen verontreiniging verspreid maar net weggenomen. Het grondwater gaat er dus op vooruit.


 

Wordt de verontreiniging van PFOS verspreid door de aanleg van de Scheldetunnel? 

Neen. Binnen het projectgebied Scheldetunnel worden volgens alle beschikbare gegevens geen concentraties boven de 0,5 µg/l PFOS/PFOA vastgesteld. Diverse meetresultaten bevinden zich zelfs onder de rapportagegrens van 0,1 µg/l.

Verder worden alle vereiste maatregelen genomen om verdere verspreiding van de PFOS-contaminatie in het grondwater te vermijden. Zo zal bijv. de bouw van de Scheldetunnel grotendeels gebeuren in waterdichte bouwkuipen, zogenaamde polderconstructies. Voorafgaand aan de verlaging van de grondwatertafel wordt rondom de werkput een waterdichte constructie aangebracht tot in de Boomse klei. Binnen deze waterdichte bouwkuipen zal het grondwater verlaagd worden, maar dit heeft geen impact op de grondwaterstand rondom de bouwkuip.

Daarnaast wordt voorafgaand aan de bouwwerken een werfgebonden omgevingsvergunning aangevraagd waarbij alle geplande grondwaterverlagingen voor de aanleg van de Scheldetunnel in detail worden bestudeerd. Tevens zal er een doorgedreven monitoring van de grondwaterstanden plaatsvinden ter hoogte van en rondom het projectgebied. De nulmeting voor deze monitoring is trouwens al geruime tijd geleden opgestart waarbij de natuurlijke fluctuaties in beeld worden gebracht. 

Welke impact heeft de Oosterweelverbinding op de luchtkwaliteit?

Studies tonen aan dat het verkeer rond Antwerpen zal toenemen als we niet ingrijpen, wat negatieve gevolgen heeft voor de luchtkwaliteit in en rond de stad. Met de Oosterweelverbinding dragen we niet alleen bij aan vlotter verkeer maar ook aan een betere luchtkwaliteit. Rondom het zuidelijke deel van de Ring zal dat merkbaar zijn omdat we het verkeer na de werken beter spreiden over de rondgemaakte Ring. In het noorden, waar de Ring in een dieperliggende sleuf komt te liggen die deels overkapt wordt, zetten we extra in op maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Zo zullen we bijvoorbeeld de uitlaatgassen aan de tunnelmonden opvangen. Verder draagt Oosterweel ook bij aan een betere luchtkwaliteit door het makkelijker te maken om de auto te laten staan en met de (elektrische) fiets of het openbaar vervoer te gaan. Door de aanleg van nieuwe P+R’s in de rand van de stad houden we auto’s uit de binnenstad en ook de forse uitbreiding van het fietsnetwerk met 35 kilometer extra fietspad helpt de overschakeling naar duurzame alternatieven te realiseren wat de luchtkwaliteit ten goede komt. Lees meer over andere voordelen  voor de leefbaarheid in en rond Antwerpen

Verdwijnt de bufferzone tussen industrie, wegen en bewoning bij het rooien van het Sint-Annabos?

Het Sint-Annabos laten we grotendeels staan bij de aanleg van de Oosterweelverbinding. In de oorspronkelijke plannen was het de bedoeling om een deel van het weggegraven zand van de nieuwe Scheldetunnel tijdelijk te stockeren in het Sint-Annabos. Hiervoor moest een groot deel van het bos verdwijnen. In september 2016 hebben we echter een alternatieve stockageplaats gevonden voor dit zand: het Noordelijk Insteekdok. Hierdoor kan het grootste deel van het Sint-Annabos (52.3 ha) blijven staan bij de aanleg van de Oosterweelverbinding en is er dus geen sprake meer van het rooien van het bos.

Zal de verbinding tussen de E34 en de Waaslandtunnel behouden blijven? 

Tijdens de Oosterweelwerken op Linkeroever en in Zwijndrecht kan je nog steeds via de Charles de Costerlaan van de E34 naar de Waaslandtunnel rijden en omgekeerd. De nieuwe Scheldetunnel is dan nog niet in gebruik waardoor er nog geen alternatief is voor de Waaslandtunnel.
Nadat de Scheldetunnel in gebruik is genomen, wordt de verbinding tussen de E34 en de Charles De Costerlaan doorgeknipt. De Charles De Costerlaan wordt heraangelegd als groene fiets- en wandelboulevard waardoor de groengebieden Sint-Annabos, Rot en Middenvijver met elkaar verbonden worden. Wie met de wagen of de fiets naar de rechteroever moet of ervandaan komt, kan via het Sint-Anna knooppunt E34-R1 aansluiten op de nieuwe Scheldetunnel die ter hoogte van het Noordkasteel op de rechteroever terug boven de grond komt. De Waaslandtunnel wordt dan enkel nog gebruikt door lokaal vervoer. 
 

Hoe wordt de hinder van de werken beperkt?

Grote bouwwerken brengen onvermijdelijk hinder met zich mee. Toch zetten we alles op alles om de last voor omwonenden, weggebruikers en bedrijven zoveel mogelijk te beperken.

  • We zetten maximaal in op het vermijden van verkeershinder tijdens de werken. Niet enkel op de Ring, maar ook op het ruimere wegennet en in de woonwijken rond de Ring. Daarom worden bij elke werf verschillende maatregelen genomen (zie maatregelen voor minder hinder op de pagina “waar werken we nu”). In het noorden van Antwerpen, waar we het Viaduct van Merksem afbreken, bouwen we bijvoorbeeld eerst een tijdelijke snelweg, de Bypass, naast de bestaande Ring. Zo zorgen we ervoor dat het snelwegverkeer kan blijven rijden terwijl we een nieuwe Ring bouwen. Zodra die in gebruik is, kan de Bypass weer verdwijnen.
  • Om de hinder van de werken nog beter op te vangen, voorzien we diverse maatregelen die ook na de werken nuttig blijven. Dat zijn hoofdzakelijk duurzame alternatieven voor het wegverkeer. Zo willen we iedereen een goed alternatief bieden voor de wagen. We bouwen onder meer een gordel van P+R’s rondom Antwerpen, waar je vlot overstapt op het openbaar vervoer.  Verder krijgen fietsers er maar liefst 35 kilometer aan nieuwe fietspaden en fietsostrades bij, leggen we nieuwe fietsbruggen over de snelweg en herstellen we oude fietspaden zodat je veilig en snel op je bestemming aankomt.
  • Het werftransport van materialen gebeurt zo veel mogelijk via het water en over werfwegen om de bestaande wegen niet bijkomend te belasten. 
  • Naast maatregelen voor het verkeer, doen we er ook alles aan om de hinder voor de buurten nabij de werken te beperken. Zo leggen we strikte regels op aan de aannemers die de werken uitvoeren om stof- en geluidshinder te vermijden. We houden dit met speciale meters in de gaten zodat we tijdig kunnen ingrijpen indien vereist.

Meer weten over onze manier van werken? Neem een kijkje op Samen aan de slag

Welke impact heeft de verontreiniging op de bouw van de Oosterweelverbinding?

Is het niet beter om de grond eerst te reinigen? 

In het ideale scenario werd de PFOS-verontreiniging inderdaad eerst gereinigd. De sanering van de gronden is echter niet de taak van Lantis, dat is de taak van 3M dat daarvoor instructies zal ontvangen van OVAM. Bovendien is de duurtijd van de sanering en de methodiek die daarvoor gebruikt zou worden, vandaag onbekend. Net daarom worden de nodige maatregelen getroffen om ervoor te zorgen dat de PFOS-verontreiniging zich niet verder kan verspreiden in de omgeving, integendeel. Enerzijds dekken we de zwaarste verontreiniging af waardoor de impact voor de omgeving kleiner wordt. Anderzijds brengen we de verontreiniging duidelijk in kaart, waardoor een eventuele toekomstige sanering perfect mogelijk blijft. 

Zorgt de bouw van de Oosterweelverbinding voor meer verontreiniging?

Als bouwheer van de Oosterweelverbinding zijn we gebonden aan het standstill-principe. Dat houdt in dat de werken die we uitvoeren niet mogen zorgen voor een verdere verspreiding van de PFOS-verontreiniging. 
 
Dankzij strenge maatregelen, waar zowel intern als door externe instanties toezicht op wordt gehouden, wordt de verspreiding van PFOS maximaal vermeden. De situatie wordt dus net onder controle gebracht door de Oosterweelwerf. Meer nog: dankzij Oosterweel gaat de situatie erop vooruit. De Oosterweelwerken zorgen namelijk voor een verbeterde situatie omdat de verontreiniging duidelijk in kaart is gebracht, de meest vervuilde gronden zorgvuldig worden afgedekt en het grondwater wordt gezuiverd tot er geen PFOS meer wordt aangetroffen. 

Maakt de bouw van de Oosterweelverbinding een toekomstige sanering onmogelijk?

Neen, de werken zijn zo georganiseerd dat toekomstige sanering perfect mogelijk blijft. De gronden worden binnen het projectgebied goed geregistreerd zodat we exact weten waar welke gronden zich bevinden.

Wat zijn de maatregelen tegen geluidshinder?

Met de Oosterweelverbinding zorgen we voor een stillere omgeving voor wie woont, werkt of ontspant naast de Ring. Over het volledige project gebruiken we stil wegdek en bedden we de snelweg in. Zo komen op de linkeroever groene bermen die het geluid bufferen en de snelweg uit het zicht te houden. Waar er minder ruimte is, werken we met geluidsschermen. Ook een structurele verlaging van de maximumsnelheid naar 90km/u moet voor een rustigere omgeving zorgen. 

Op de rechteroever breken we het Viaduct van Merksem af en leggen we de R1 in een diepergelegen sleuf, wat eveneens het lawaai voor de omgeving sterk zal doen afnemen. Bovendien is het bij een sleuf eenvoudiger om geluidswerende wandbekleding toe te voegen of om de Ring te overkragen of te overkappen. Lees meer over andere voordelen voor de leefbaarheid in en rond Antwerpen

Buurtbewoners kunnen er verder op rekenen dat we ook tijdens de werken het geluidsniveau aanvaardbaar houden. Daarom nemen we allerlei maatregelen zoals het verlagen van de maximumsnelheid op tijdelijke wegen of het plaatsen van geluidsschermen op plaatsen waar we dichter tegen bewoning komen dan de huidige Ring. Om na te gaan of deze maatregelen voldoende zijn, plaatsen we geluidsmeters zo dicht mogelijk in woonzones die aan de werken grenzen. Zo kunnen we tijdig grijpen indien nodig. 

Staan Blokkersdijk en andere nabijgelegen natuurgebieden onder druk door de werken aan de Oosterweelverbinding?

Blokkersdijk is een beschermd natuurgebied. De werken aan de Oosterweelverbinding mogen bijgevolg op geen enkele wijze impact hebben op dit gebied. Op basis van het project-MER voor de Oosterweelverbinding zal beoordeeld worden of er bijkomende maatregelen nodig zijn tijdens de aanleg van de Scheldetunnel. Dit om elke mogelijke impact op dit gebied te vermijden. Daarnaast zal de Oosterweelverbinding er net voor zorgen dat de druk op de natuurgebieden verlaagd wordt. Zo wordt de Charles de Costerlaan een groene fiets- en wandelboulevard en verbinden we de aanwezige natuurgebieden tot één groot groengebied op de linkeroever.  
Lees meer over aanleg van de Scheldetunnel

Welke voordelen hebben de Oosterweelwerken op Linkeroever en in Zwijndrecht voor fietsers? 

Met 16,5 kilometer nieuw fietspad en tal van nieuwe fietsbruggen op Linkeroever en in Zwijndrecht maken we de Antwerpse Ring ook voor de fietser rond. Tegelijk worden heel wat bestaande fietspaden heraangelegd. Zo fiets je vlot, veilig en comfortabel naar de haven, de rechteroever of het Waasland. 

Hoe verhoogt de Oosterweelverbinding de verkeersveiligheid?

De Antwerpse Ring zit vandaag muurvast door ongevallen en files. Oorzaak daarvan is een te hoge verkeersdrukte en ondermaatse infrastructuur als te krappe bochten, te steile hellingen, slecht aangesloten op- en afritten en het ontbreken van een noordelijk deel van de Ring. De Oosterweelverbinding zorgt met het rondmaken van de Ring in de eerste plaats voor een vlottere doorstroming en spreiding van het verkeer op de Ring. De Ring wordt zo efficiënter gebruikt en je hebt altijd een alternatief beschikbaar in geval van ongevallen: als er in het zuiden van Antwerpen iets gebeurt, kan je uitwijken naar het noorden en omgekeerd. Daarnaast worden een aantal gevaarlijke situaties weggewerkt door de aanleg van nieuwe op- en afritten, zachtere bochten en hellingen. Gevolg: minder ongevallen en minder files.

Lees meer over hoe Oosterweel zorgt voor veiligere en vlottere wegen 
 

Is de grond ook zo sterk verontreinigd op andere locaties van de Oosterweelverbinding?

Het Lobroekdok werd enkele jaren al gesaneerd, was daar ook PFOS aanwezig?

Het Lobroekdok was tot enkele jaren geleden een stort dat al door Lantis gesaneerd werd ter voorbereiding van de verdieping van de Ring. Toen de kwaliteit van de bodem in kaart gebracht werd, bleek dat het slib sterk verontreinigd was met verschillende vervuilende stoffen. Dat slib werd verwijderd en afgevoerd naar Amoras. Dat is een gespecialiseerde installatie voor de verwerking van verontreinigd slib. 
 
Het slib was sowieso al sterk verontreinigd, daarom werd dit nog niet uitgebreid getest voor minder voorkomende verontreinigende stoffen zoals PFOS voorafgaand aan de saneringswerken. Omwille van de nazorg van de sanering werd recent een nieuwe analyse uitgevoerd op het slib. Daaruit blijkt dat er ook PFOS aanwezig was in het Lobroekdok. Nieuw onderzoek moet uitwijzen of de bodem van het Lobroekdok voldoende gesaneerd werd en in welke mate er nu nog PFOS aanwezig is. Over de oorzaak van deze verontreiniging kan Lantis voorlopig geen uitspraken doen. 

Welke PFAS-concentraties werden er aangetroffen op de rechteroever?

Op 10 maart van dit jaar publiceerde OVAM een nieuwe richtwaarde voor vrij gebruik van PFOS-houdende gronden. De tot dan toe geldende maximale waarde voor vrij hergebruik  van 8 µg/kg ds PFOS werd verlaagd naar 3 µg/kg ds voor PFOS, 3 µg/kg ds voor PFOA en 8µg/kg ds voor de som van de gemeten PFAS. Lantis startte naar aanleiding van deze nieuwe richtwaarde een nieuwe onderzoekscampagne voor de Oosterweelwerken op rechteroever.

De eerste resultaten van deze onderzoeken zijn sinds kort beschikbaar. Hieruit blijkt dat op meerdere locaties op rechteroever PFAS wordt aangetroffen in de bodem. De aangetroffen vervuiling zijn grotendeels PFOS-verbindingen. De gemeten concentraties liggen voor het overgrote deel in de range van 3-8µg/kg ds. Deze werden aangetroffen in de volgende zones:

  • een groot deel van de Oosterweelknoop, meer bepaald de zone van de Scheldetunnel in het westen tot nabij de Hogere Zeevaartschool
  • een lokale vervuiling ter hoogte van de  Bredastraat (langs het Albertkanaal)
  • een lokale vervuiling ter hoogte van Sportpaleis, kant Lobroekdok
  • een lokale vervuiling, aan de oostkant van de R1, ca 200m ten zuiden van het nieuwe pompstation op het Groot Schijn.

De vervuiling aangetroffen op de Oosterweelknoop is hoogstwaarschijnlijk dezelfde bron als op Linkeroever. De bron van de andere vervuilingen is (nog) ongekend.

De precieze omvang van de vervuiling zal in beeld gebracht worden door uitvoeren van bijkomende proeven.  

Daarnaast, en dit was al eerder gekend, is er ook een PFAS-vervuiling aangetroffen in het Lobroekdok (resterende slib en bodem).

Wat met PFOS buiten het projectgebied?

Vanuit Lantis brengen we enkel de kwaliteit van de bodem in ons projectgebied in kaart. We hebben geen onderzoeken uitgevoerd daarbuiten en kunnen daarover dus ook geen uitspraken doen. 

Hoe wordt de hinder van de werken beperkt?

Grote bouwwerken brengen onvermijdelijk hinder met zich mee. Toch zetten we alles op alles om de last voor omwonenden, weggebruikers en bedrijven zoveel mogelijk te beperken.

  • We zetten maximaal in op het vermijden van verkeershinder tijdens de werken. Niet enkel op de Ring, maar ook op het ruimere wegennet en in de woonwijken rond de Ring. Daarom worden bij elke werf verschillende maatregelen genomen (zie maatregelen voor minder hinder op de pagina “waar werken we nu”). In het noorden van Antwerpen, waar we het Viaduct van Merksem afbreken, bouwen we bijvoorbeeld eerst een tijdelijke snelweg, de Bypass, naast de bestaande Ring. Zo zorgen we ervoor dat het snelwegverkeer kan blijven rijden terwijl we een nieuwe Ring bouwen. Zodra die in gebruik is, kan de Bypass weer verdwijnen.
  • Om de hinder van de werken nog beter op te vangen, voorzien we diverse maatregelen die ook na de werken nuttig blijven. Dat zijn hoofdzakelijk duurzame alternatieven voor het wegverkeer. Zo willen we iedereen een goed alternatief bieden voor de wagen. We bouwen onder meer een gordel van P+R’s rondom Antwerpen waar je vlot overstapt op het openbaar vervoer.  Verder krijgen fietsers er maar liefst 35 kilometer aan nieuwe fietspaden en fietsostrades bij, leggen we nieuwe fietsbruggen over de snelweg en herstellen we oude fietspaden zodat je veilig en snel op je bestemming aankomt.
  • Het werftransport van materialen gebeurt zo veel mogelijk via het water en over werfwegen om de bestaande wegen niet bijkomend te belasten. 
  • Naast maatregelen voor het verkeer, doen we er ook alles aan om de hinder voor de buurten nabij de werken te beperken. Zo leggen we strikte regels op aan de aannemers die de werken uitvoeren om stof- en geluidshinder te vermijden. We houden dit met speciale meters in de gaten zodat we tijdig kunnen ingrijpen indien vereist.

Gaat de biodiversiteit verloren bij het rooien van het Sint-Annabos?

Het Sint-Annabos blijft grotendeels staan bij de aanleg van de Oosterweelverbinding. In de oorspronkelijke plannen was het de bedoeling om een deel van het weggegraven zand van de nieuwe Scheldetunnel tijdelijk te stockeren in het Sint-Annabos. Hiervoor moest een groot deel van het bos verdwijnen. In september 2016 vonden we echter een alternatieve stockageplaats voor dit zand: het Noordelijk Insteekdok. Hierdoor kan het grootste deel van het Sint-Annabos (52.3 ha) blijven staan bij de aanleg van Oosterweelverbinding en is er bijgevolg ook geen bedreiging voor de biodiversiteit in het bos. Tijdens de werken doen we er ook alles aan om dieren en planten te beschermen. Met resultaat. Uit opvolging door experten van de Universiteit van Antwerpen blijkt dat de impact van de werken op dieren en planten minimaal is. Zo vinden broedvogels nog steeds de weg naar de natuurgebieden rondom de werfzone. 

Verbeteren de Oosterweelwerken op Linkeroever en in Zwijndrecht ook de aansluiting op het openbaar vervoer? 

Wie naar de stad wil, kan binnenkort makkelijk zijn auto laten staan in de nieuwe P+R ter hoogte van de Blancefloerlaan en de nieuwe verbindingsweg tussen de E34 en de E17. Deze zal plaats bieden aan 1500 voertuigen, 150 fietsen en is voorzien van een nieuwe tramhalte. Zo wordt het centrum van Antwerpen nog beter bereikbaar via het openbaar vervoer. 

Hoe zal Lantis omgaan met de aanbevelingen van de Expertencommissie Grondverzet? 

Het volledige rapport is te raadplegen op de website van Vlaanderen

Lantis neemt de aanbevelingen van de Commissie ter harte. De komende weken overleggen we hoe we een aantal van deze aanbevelingen zo snel en zo zorgvuldig mogelijk in de praktijk kunnen omzetten. 

  • Sinds begin juni is Lantis gestart met luchtmetingen. Aan de hand van deze metingen kunnen we nagaan of het stof dat wordt aangetroffen op de werf PFOS bevat. De resultaten waren telkens zeer duidelijk: er is geen verhoogd blootstellingsrisico via de lucht. Op één uitzondering na wordt geen PFOS aangetroffen in het stof dat we op de werf verzamelen. Bovendien bleef ook die uitzondering ver onder de EFSA gezondheidskundige grenswaarde. Op vraag van de Expertencommissie blijven we deze meetcampagnes uitvoeren voor betere resultaten op de langere termijn.
  • De reeds opgemaakte Technische Verslagen voor de werven ‘Scheldetunnel’ en ‘Oosterweelknoop’ worden aangepast aan de verlaagde norm voor vrij hergebruik van 3 µg/kg ds PFOS/PFOA. Voor de werven ‘Kanaaltunnels’ en ‘R1-noord’ is het Technische Verslag nog in opmaak en wordt meteen gewerkt met de verlaagde norm van 3 µg/kg ds PFOQ/PFOA. 
  • We bekijken via welke manier burgers snel en eenvoudig meldingen kunnen doen wanneer ze zaken opmerken waar ze vragen bij hebben. 
  • Er wordt geen grond met een concentratie > 70 µg/kg ds gebruikt in de leeflagen. Aan de zuidelijke kant van de Kluifrotonde aan Waaslandhaven-Oost wordt 2.000m3 reeds als leeflaag gebruikte grond met dergelijke concentratie afgegraven en vervangen. 
  • Het grond- en oppervlaktewater wordt gemonitord en dit wordt ook gedeeld door Lantis. 
  • De Palingbeek wordt mogelijk minder diep en minder breed uitgegraven zodat er minder zwaar vervuilde grond opgegraven wordt. Zo kunnen alle gronden van de Palingbeek naar het terrein van 3M, en moet er wellicht geen zwaar verontreinigde grond meer verwerkt worden in een berm aan de Scheldetunnel.  
  • Er wordt ingezet op actieve communicatie met de omwonenden van het werfgebied. 

 

Hoe garandeert Lantis dat het de aanbevelingen van de Expertencommissie Grondverzet toepast?

Lantis heeft zich meermaals mondeling en schriftelijk geëngageerd om de aanbevelingen van de Commissie Vrancken toe te passen op de werf. Lantis gaat nu een stap verder en zal de aanbevelingen ook verankeren in officiële documenten. Op deze manier kan Lantis extern gecontroleerd worden op de toepassing van de aanbevelingen.

Lantis zal enerzijds de Technische Verslagen (zowel Linkeroever als Scheldetunnel) actualiseren, en hierin de aanbevelingen van de commissie met betrekking tot het grondverzet meenemen. De andere aanbevelingen zullen gekoppeld worden aan de verschillende vergunningen voor de werken. Daartoe zal Lantis zelf een “Bijstelling van de voorwaarden” van deze vergunningen aanvragen. Op deze manier worden de aanbevelingen concreet en kunnen de verschillende toezichthoudende instanties op het terrein ook controleren of Lantis en zijn aannemers zich aan deze Technische Verslagen en bijgestelde voorwaarden houden, en zelfs optreden.

Op dit ogenblik (september, red.) is Lantis in overleg met alle betrokken stakeholders, zoals Grondbank, OVAM, Milieu-inspectie, VMM,… om de voorwaarden zo duidelijk en concreet mogelijk uit te werken, en dit in overeenstemming met de aanbevelingen. De aangepaste Technische Verslagen en vragen om “Bijstelling van de voorwaarden” aan de vergunningen zullen in de eerste helft van oktober 2021 ingediend worden. Ondertussen houdt Lantis zich reeds aan de aanbevelingen, en voert deze ook uit op het terrein.

 

Hoe sterk is de verontreiniging met PFOS op Linkeroever?

Welke PFOS-waarden werden er op Linkeroever gemeten? 

In totaal werden 650 stalen onderzocht op de aanwezigheid van PFOS. De concentraties variëren sterk, met enkele uitschieters tot 1.100  microgram/kg droge stof (ds) in en nabij de Palingbeek ten noorden van de E34.

In 8,2% van de onderzochte stalen was de vastgestelde concentratie aan PFOS hoger dan 70 microgram/kg ds. Vanaf die waarde mag de grond niet meer hergebruikt worden en moet ze zorgvuldig afgeschermd worden. 
 
35,7% van de stalen had een waarde lager dan 70microgram/kg ds, maar wel hoger dan 8 microgram/kg ds. Grond met die waarden mag volgens het toetsingskader dat gebruikt wordt voor de bouw van de Oosterweelverbinding op Linkeroever en Zwijndrecht wel gebruikt worden als bouwkundige grond, bijvoorbeeld voor de aanleg van bermen, maar enkel binnen de kadastrale werkzone.  
 
56,2% van de stalen zat onder de grens van 8microgram/kg ds. Grond met deze waarden mag in principe ook buiten het projectgebied hergebruikt worden. Toch zal Lantis deze gronden niet afvoeren. Sinds 1 april 2021 is de toetsingsnorm van OVAM voor vrij hergebruik buiten het projectgebied verstrengd van 8 naar 3 microgram. 38,0% van de bodemstalen had een concentratie lager dan 3 microgram/kg ds. Voor het project op Linkeroever maakt dit geen verschil aangezien de grond niet wordt afgevoerd. De werf op Linkeroever heeft namelijk meer grond nodig dan er wordt opgegraven. 
 

Kaart met bodemstalen PFOS minder dan 70microgram per kg ds 2016-2018
Figuur 1: kaart met bodemstalen PFOS > 70microgram/kg ds (2016-2018) 
kaart met bodemstalen PFOS meer dan 8 microgram per kg ds jaar 2016-2018
Figuur 2: kaart met bodemstalen PFOS meer dan 8microgram per kg ds jaar 2016-2018
Figuur 3: kaart met bodemstalen PFOS > 3microgram/kgds (2016-2018)
Figuur 3: kaart met bodemstalen PFOS > 3microgram/kgds (2016-2018)

Over hoeveel PFOS-verontreinigde grond gaat het?

Er is 980.000 kubieke meter PFOS-houdende grond teruggevonden op Linkeroever. Daarvan is meer dan de helft (570.000m3) verontreinigd met een waarde tussen 8 en 70 microgram/kg ds. Die grond kunnen we hergebruiken binnen het projectgebied, bijvoorbeeld in bermen die we aanleggen. 
 
400.000 kubieke meter heeft een verontreiniging hoger dan 70 microgram/kg ds. Dat deel komt niet in aanmerking om onbeschermd te hergebruiken. Daarom wordt deze grond veilig afgedekt binnen het projectgebied en zorgvuldig ondergebracht in een veiligheidsberm op de site van 3M en in de zuidelijke kant van de nieuwe kluifrotonde aan Waaslandhaven-Oost  . Zo zorgt Lantis ervoor dat de verontreiniging wordt ingedamd en dat het risico op insijpelen in het grondwater sterk beperkt wordt in vergelijking met de huidige situatie. Door alles duidelijk in kaart te brengen, zijn de verontreinigde gronden bovendien duidelijk traceerbaar voor latere sanering wanneer daartoe beslist zou worden door de bevoegde instanties.  

Welke normen hanteert Lantis voor de verontreiniging?

Grond met een concentratie tot 70 microgram/kg ds wordt bouwkundig hergebruikt binnen de kadastrale werkzone, bijvoorbeeld voor de aanleg van bermen.

Grond met een hogere concentratie dan 70 microgram/kg ds wordt zorgvuldig afgedekt binnen de kadastrale werkzone. Zo zorgt Lantis ervoor dat de verontreiniging wordt ingedamd en dat het risico op insijpelen in het grondwater beperkt wordt. 
 
In het toetsingskader voor de werken op Linkeroever en in Zwijndrecht werd ook een norm van 8 microgram/kg ds als maximum voor vrij hergebruik opgesteld. In de praktijk zal alle met PFOS-verontreinigde grond echter binnen het projectgebied Linkeroever en Zwijndrecht blijven. 
 
Bovendien zal Lantis de meest recente toetsingsnormen van OVAM volgen voor de werken op Rechteroever die nog moeten opstarten. In dat toetsingskader werd de norm voor vrij hergebruik verlaagd. Voortaan bedraagt die 3microgram/kg ds. Voor bouwkundig hergebruik binnen de kadastrale werkzone zoals een berm, blijft de norm 70 microgram/kgds.

Toetingsvoorwaarden voor PFOS-houdende gronden

Zijn die normen objectief bepaald?

Op het ogenblik dat onze bodemonderzoeken plaatsvonden was er nog geen wettelijk toetsingskader voor PFOS van toepassing. Dat kan misschien vreemd overkomen, maar toch is dat niet helemaal ongebruikelijk. De wetgever heeft namelijk nog niet voor elke verontreinigde stof bodemsaneringsnormen vastgelegd. Dat was ook voor PFOS zo. 
 
In dat geval is het de taak van een deskundige om een toetsingskader op te stellen. Een team van onafhankelijke bodemsaneringsdeskundigen heeft het toetsingskader opgesteld, gebaseerd op de beschikbare technische en wetenschappelijke kennis alsook op specifieke wetgeving uit de ons omringende landen. Dit toetsingskader is in nauw overleg met de bevoegde instanties (Grondbank, OVAM, Departement Omgeving,…) tot stand gekomen.

Zijn die normen intussen niet achterhaald?

OVAM heeft zeer recent, in april 2021, de norm van 8 microgram voor vrij hergebruik buiten de kadastrale werkzone (de zone waarin de grond opgegraven werd) verlaagd naar 3 microgram/kg ds. Voor ons project op Linkeroever en Zwijndrecht gelden nog steeds de oudere normen die OVAM heeft vastgesteld. In de praktijk heeft de bijstelling van de norm slechts een zeer beperkte impact op de werken omdat de PFOS-houdende grond sowieso ter plaatse bleef en al bestemd was voor zorgvuldig hergebruik binnen het projectgebied. 

De norm van 8microgram/kg ds geldt in principe ook voor de bouw van de Oosterweelknoop en de Scheldetunnel op Rechteroever. Voor het andere deel van de werken werd nog geen Technisch Verslag opgemaakt en zullen we dit nieuwe toetsingskader toepassen. Lantis engageert zich om voor de werken op Rechteroever de norm van 3 microgram/kg ds te hanteren. 

Wat is een dading en waarom sloot Lantis er één af met 3M?

Wat is een dading?

Een dading is een overeenkomst waarbij partijen zich met het oog op de beëindiging of voorkoming van een geschil, binden aan een aantal afspraken. Een dading is vaak de formalisering van een bereikte schikking. Dit gebeurt door wederzijdse toegevingen te doen. Op die manier worden tijdrovende en kostelijke discussies voor de rechtbank vermeden.

Wanneer werd de dading met 3M afgesloten?

De dading werd afgesloten in het najaar van 2018. 

Waarom heeft Lantis een dading gesloten met 3M? 

Tussen 2016 en 2018 heeft Lantis bodemonderzoeken laten uitvoeren in het projectgebied op Linkeroever, ter voorbereiding van de Oosterweelwerken die daar gepland werden. Uit de resultaten van de onderzoeken bleek dat de verontreiniging veel ernstiger was dan aanvankelijk werd aangenomen. Bovendien lag er op dat moment geen verplichting bij 3M om gronden te saneren buiten hun fabrieksterrein. Het was juridisch onzeker dat we als Lantis kosten die we zouden maken om de verontreinigde grond te behandelen in het kader van het grondverzet van het project, zouden kunnen verhalen op de veroorzaker van de verontreiniging. De uitkomst van een onzekere juridische procedure zou bovendien tot 20 jaar kunnen aanslepen. 

Op dat moment hebben we beslist om voor een samenwerkingsovereenkomst te gaan zodat we toch nog de medewerking van 3M zouden krijgen om een deel van de problematiek gezamenlijk aan te pakken. 

Wat houdt de dading tussen Lantis en 3M precies in?

De dading omvat een aantal onderdelen. Allereerst mogen we de terreinen van 3M gebruiken om een tijdelijke waterzuiveringsinstallatie op te plaatsen. Dankzij deze installatie kunnen we al het grondwater dat we oppompen op onze werf, meteen zuiveren van PFOS. Het water dat we afvoeren naar de Schelde of terugpompen in de bodem, is dus gezuiverd dankzij onze werkzaamheden. Daarnaast stockeren we de zwaarst vervuilde grond op de terreinen van 3M in een zogeheten “veiligheidsberm”. Het beheer van die berm wordt overgedragen aan 3M. Tot slot maken ook de plaatsing van tijdelijke werfinstallaties op de terreinen van 3M deel uit van het akkoord met 3M. 

De dading ontslaat 3M niet van haar plicht tot sanering. Een latere sanering, opgelegd door OVAM aan 3M, zal door 3M moeten betaald worden. 

Dankzij de verschillende maatregelen uit de dading levert Lantis al sinds 2018 een substantiële bijdrage aan het verbeteren van de aangetroffen verontreinigde toestand. Goed om weten is dat op het moment dat Lantis de dading afsloot, er geen perspectief was dat de vervuiler weldra met een sanering zou starten. 

Hoe komt het dat de bijdrage van 3M slechts 75.000 euro bedraagt? 

De bijdrage van 75.000 euro dient ter compensatie aan Lantis voor het bouwrijp maken van de betrokken zone op de terreinen van 3M waar de veiligheidsberm wordt aangelegd. Een latere sanering, opgelegd door OVAM aan 3M, zal door 3M moeten betaald worden.

Betekent deze dading dat 3M als vervuiler niet meer aansprakelijk kan gesteld worden?

Neen. De saneringsplicht die door OVAM op 3M als saneringsaansprakelijke wordt opgelegd, staat volledig los van deze dading en wordt door deze dading ook op geen enkele wijze beïnvloed. 
 

Wat verandert er aan de zuidelijke helft van de Ring?

Het zuidelijke deel van de Ring - het stuk tussen de Kennedytunnel op Rechteroever en de knoop met de E313/E34 - valt buiten het projectgebied van de Oosterweelverbinding. 

Hier worden dus geen Oosterweelwerken uitgevoerd. Al zullen de Oosterweelwerken er wel voor zorgen dat de mobiliteit en de leefbaarheid ook hier erop vooruitgaat. Hoe? Doordat we het verkeer beter spreiden op de Ring, zal het minder druk worden op het zuidelijke deel van de Ring en in de Kennedytunnel. Op de Ring zal namelijk vooral lokaal verkeer rijden, terwijl doorgaand verkeer en havenverkeer over een noordelijk alternatief - het zogenaamde haventracé - gestuurd zal worden. Zo krijg je meer ademruimte op de Ring, inclusief op het zuidelijke deel ervan. 

Staan er dan geen specifieke projecten op stapel om het zuidelijke deel van de Ring aangenamer en gezonder te maken? Toch wel. Maar deze vallen niet onder Oosterweel. De stad zal hier in het kader van de Grote Verbinding werk van maken. Meer info over die projecten lees je op www.degroteverbinding.be.

Wat gebeurt er met de vijver en het bos van het Noordkasteel?

Met de Scheldetunnel voorzien we een rechtstreekse verbinding tussen Linkeroever en de rechteroever aan de noordkant van de stad. De tunnel gaat ter hoogte van het Sint-Annabos onder de grond om op de rechteroever terug boven te komen aan het Noordkasteel. Daar bouwen we het Oosterweelknooppunt dat de Scheldetunnel verbindt met de Kanaaltunnels die aansluiten op de Antwerpse Ring.

Het nieuwe Oosterweelknooppunt zal verzonken liggen in het landschap en deels overkapt worden. Hierdoor komt er ruimte vrij voor een park: Ringpark Noordkasteel. De huidige vijver aan het Noordkasteel blijft daarbij intact en de bestaande groenzone rondom de vijver verbinden we met de zone rondom de Kerk van Oosterweel die zo een prominentere plaats krijgt.

Tijdens de werken nemen we aan het Noordkasteel een aanzienlijk deel van het rietmoeras en het bestaande bos in het noorden in gebruik. Het verdwijnen van een gedeelte van het bos compenseren we door de aanleg van nieuw bos op andere locaties. Zo werd het tijdelijk verdwijnen van het slikken- en schorrengebied door de aanleg van de Scheldetunnel (zowel op de linker- als de rechteroever) reeds gecompenseerd door de eerdere aanleg van de Burchtse Weel. Dit gebied zal na de werken nog volledig hersteld worden. De zeilclub kan ook gewoon actief blijven op haar huidige locatie.

Waarom bouwen we een tijdelijke R1?

Een van de meest ingrijpende onderdelen van de Oosterweelverbinding komt er in Antwerpen Noord waar de Antwerpse Ring zoals we die vandaag kennen verdwijnt. Het Viaduct van Merksem breken we er af en maakt er plaats voor een ingesleufde, dieperliggende Ring die deels overkapt wordt. De Ring verdwijnt zo uit het zicht en op de vrijgekomen ruimte komen meerdere nieuwe parken voor extra groen. 

Deze transformatie van een viaduct naar een insleufde Ring is geen eenvoudige klus. Dagelijks passeren er ongeveer 140.000 voertuigen en het is een belangrijke noord-zuidverbinding. Samen met de aannemer hebben we de voorbije jaren binnen de budgettaire krijtlijnen naar een oplossing gezocht die én weggebruikers een stabiele en veilige route biedt én leefbaar is voor de omgeving. Uiteindelijk kozen we voor de piste om naast het Viaduct van Merksem een tijdelijke R1 of Bypass te bouwen. Deze tijdelijke snelweg - een vijf kilometer lange constructie die deels over de begane grond loopt en deels over het Albertkanaal – biedt een gelijkwaardig alternatief voor de R1 en staat zo toe om het verkeer in goede banen te leiden tijdens de werken. Dankzij de Bypass houden we het verkeer maximaal op het hoofdwegennet en vermijden we sluipverkeer in de omliggende woonwijken. Ook geeft het de aannemer voldoende ruimte om de werken uit te voeren, waardoor we het aantal fasewissels voor het verkeer kunnen beperken. Tot slot zijn de werken hierdoor sneller klaar waardoor je in 2030 over de nieuwe verdiepte Ring kan rijden. 

Hoe komt het dat Lantis minder volume vervuilde grond opgraaft op de Oosterweelwerf?

Vooraleer grondwerken binnen een infrastructuur- of bouwproject starten, wordt er een Technisch Verslag opgemaakt. Een Technisch Verslag is een bodemonderzoek dat de milieuhygiënische kwaliteiten en hergebruiksmogelijkheden van de nog uit te graven bodemmaterialen bepaalt.

Voor het infrastructuurproject Linkeroever/Zwijndrecht werden tussen 2016 en 2018 bodemstalen genomen om de kwaliteit van de aanwezige grond in kaart te brengen. De resultaten van deze stalen werden opgenomen in het Technisch Verslag. In het toenmalige Technisch Verslag Linkeroever werd melding gemaakt van 290.000 m³ zwaar verontreinigde grond (+70 µg/kg ds). In het Technisch Verslag voor de werken aan de Scheldetunnel, dat in dezelfde periode werd opgemaakt, wordt 100.000 m³ zwaar verontreinigde grond beschreven. Samen goed voor ongeveer 400.000 m³ zwaar verontreinigde grond die, eens afgegraven, zou moeten afgedekt worden.

De verontreinigde zones worden in een Technisch Verslag steevast conservatief beschreven. Dat wil zeggen dat men, wanneer men op bepaalde locaties concentraties van meer dan 70 µg/kg ds aantreft, vanuit een worstcase benadering de ganse betrokken zone als +70 µg/kg ds beschouwt. De grens wordt dus ruim genomen, tot daar waar lagere waarden worden vastgesteld. Het is courante praktijk om vervolgens op basis van bijkomende beproevingen, die zowel nog voor als tijdens de werken zelf worden uitgevoerd,  de zones met vervuiling beter af te perken. Er worden dus bijkomende monsters genomen en beproefd, om aldus steeds correcter de grenzen van de vervuiling te bepalen (afperken van de vervuiling). Op die manier worden originele aannames realistisch, wat tot gevolg kan hebben dat oorspronkelijk ingeschatte hoeveelheden in realiteit lager kunnen liggen.

Dat is ook gebeurd in het projectgebied Linkeroever/Zwijndrecht. De zone aan de zuidzijde van de E34, een volume van bijna 80.000 m³, werd destijds volledig afgebakend als +70 µg/kg ds. Bijkomende beproevingen die ondertussen gebeurd zijn, leren dat de reële concentraties in een groot deel van deze zone lager liggen en dat het volume verontreinigde grond dan ook minder is. Het exacte volume zal worden opgenomen in de actualisatie van het Technisch Verslag Linkeroever/Zwijndrecht dat in oktober 2021 zal worden gepubliceerd.

Hetzelfde geldt voor de zone tussen de Tophatgracht en de Palingbeek. Destijds ging men uit van een volume van 90.000 m³ sterk verontreinigde grond (+70 µg/kg ds) dat in het kader van de werken diende afgegraven te worden. Door heel wat bijkomend onderzoek, dus door de grenzen van de vervuiling correcter te bepalen, is het volume sterk verontreinigde grond uiteindelijk lager dan aanvankelijk aangenomen.

De Palingbeek zelf wordt overigens, op vraag van de Expertencommissie Grondverzet onder leiding van Karl Vrancken, minder diep uitgegraven. In de oorspronkelijke plannen is sprake van de aanleg van een winter- en zomerbedding, maar de diepe graafwerken kunnen, volgens de experten, aanleiding geven tot het verstoren van de grondwaterstroom waardoor sterk verontreinigd grondwater net wordt aangetrokken. Dat vermijden we door de beek minder diep uit te graven. Op die manier komt er ook minder vervuilde grond naar boven. In totaal blijft zo om en bij de 80.000 m³ verontreinigde grond onaangeroerd aan de Palingbeek liggen.

Samengevat: Lantis verwerkt op het projectgebied Linkeroever/Zwijndrecht vandaag ongeveer 160.000 m³ sterk verontreinigde grond. 30.000 m³ is reeds verwerkt in de zuidkant van de kluifrotonde aan Waaslandhaven-Oost. De resterende 130.000 m³ - het volume met de hoogste PFOS-concentraties - wordt verwerkt in de veiligheidsberm die op het terrein van 3M wordt aangelegd. De voorbereidende werken voor deze berm zijn reeds uitgevoerd, de aanleg ervan start begin oktober.

Het afgenomen volume verontreinigde grond is het gevolg van:

  1. Optimalisaties, zijnde nauwkeurige staalnames en verdere verfijningen aan het ontwerp
  2. De aanbevelingen van de Expertencommissie Vrancken

Welke PFOS-maatregelen neemt Lantis?

Welke maatregelen zijn er voor de medewerkers?

De gezondheid en veiligheid van alle medewerkers is onze grootste prioriteit. Daarom leggen we vanuit Lantis hoge veiligheidseisen op aan ons eigen personeel en vragen we hetzelfde voor de werknemers van de aannemers op de werf. Voor werken in de grond met PFOS-verontreiniging, nemen we bijkomende beschermende maatregelen om veilig met de PFOS-grond om te springen en fysiek contact te vermijden. Maatregelen zijn bijvoorbeeld de verplichting om een stofmasker te dragen in een stoffige omgeving en lichaamsbedekkende werkkledij en handschoenen te dragen wanneer men in contact komt met PFOS-houdende grond. De maatregelen die het aannemersconsortium Rinkoniên voor Linkeroever hanteert, zijn de volgende:

Maatregelen PFOS-gebied

Deze instructies zijn ook een onderdeel van de opleiding die iedereen moet doorlopen vooraleer men de werf op Linkeroever mag betreden. Daarnaast krijgt iedereen op de werf nog eens specifieke instructies voor dat werfdeel. 
 
Vanuit Rinkoniên worden er ook op regelmatige tijdstippen opfrissessies georganiseerd om het belang van deze maatregelen onder de aandacht te brengen, zowel naar eigen personeel als de aannemers en onderaannemers toe. Lantis waakt erover dat deze informatie doorstroomt en de maatregelen ook effectief worden toegepast.

Op de werf rijden waterkarren die de grond besproeien om stofvorming tegen te gegaan. Daarnaast worden ook veegwagens ingezet om opwaaiend zand te verzamelen. Dat zand blijft vervolgens in de werfzone.

In de werfketen zijn er borstels voorzien om schoenen proper te maken en gepaste reinigingsmiddelen om de handen te wassen. De werfketen worden meerdere keren per week gereinigd door een gespecialiseerde firma. Het personeel van die firma is ook op de hoogte van de relevante PFOS-maatregelen.

Welke maatregelen zijn er voor de buurtbewoners?

We begrijpen dat er bij de omwonenden ongerustheid kan zijn over de PFOS-verontreiniging. Zowel door Lantis als de aannemer worden heel wat maatregelen genomen om op een verantwoorde wijze met de gronden om te gaan om PFOS-verspreiding en stofvorming te voorkomen. De veiligheid en gezondheid van onze mensen, buren en de omgeving is onze belangrijkste prioriteit.

Zo zetten we sproei- en veegwagens in om het opwaaien van stof tegen te gaan. We verdichten de PFOS-gronden of zaaien ze in, zodat verspreiding van stof geminimaliseerd wordt. De meest vervuilde PFOS-gronden worden bovendien op veilige afstand van buurtbewoners bewaard. Experts voeren stofmetingen uit die bevestigen dat we zo veilig mogelijk werken. Uit deze luchtmetingen blijkt dat het stof dat op de werf wordt aangetroffen, geen verhoogd blootstellingsrisico vormt voor omwonenden via de lucht door stof.

Ga naar vraag "Zorgen de werfactiviteiten in het met PFOS verontreinigd gebied voor een risico voor de omgeving?" om de resultaten van de luchtmetingen te raadplegen.

Is het door de PFOS-vervuiling niet beter om de Oosterweelwerken stil te leggen?

De Oosterweelwerken zijn niet schadelijk voor de volksgezondheid. Integendeel, ze verbeteren de situatie voor de volksgezondheid. De zwaarst vervuilde gronden worden met de best beschikbare technieken afgedekt en het met PFOS verontreinigde grondwater dat wordt opgepompt wordt maximaal gezuiverd tot er geen PFOS meer wordt aangetroffen. Dat is twee keer een verbetering van de huidige situatie. Als wij vandaag niet verder werken, blijft de problematiek van de verontreinigde PFOS-gronden en grondwater letterlijk liggen. Dankzij de Oosterweelwerken gaat de situatie erop vooruit.
 
Voor het Oosterweelproject gaan we zeer zorgvuldig te werk. De veiligheid en gezondheid van onze mensen, buren en de omgeving is onze belangrijkste prioriteit. Daarom nemen we heel wat maatregelen om op een verantwoorde wijze met de gronden om te gaan en stofvorming te voorkomen. Wij zetten sproei- en veegwagens in, om het opwaaien van stof tegen te gaan. We verdichten de PFOS-gronden of zaaien ze in, zodat verspreiding van stof niet mogelijk is. De meest vervuilde PFOS-gronden worden bovendien op veilige afstand van buurtbewoners bewaard. Experts voeren stofmetingen uit die bevestigen dat we zo veilig mogelijk werken. Op de site zijn er uiteraard risico’s: we moeten vermijden dat arbeiders met PFOS in contact komen. Net daarom hanteren we er erg strikte veiligheidsmaatregelen.

Wij doen al het mogelijke om de PFOS-verspreiding tot een absoluut minimum te herleiden. Is het risico nul? Allicht niet, maar dat is onmogelijk. Ook zonder Oosterweelwerf is er nog steeds het jarenlang bestaand risico. Een stilgelegde werf neemt dit bestaande risico niet weg, integendeel. Dat zou betekenen dat het zuiveren van het grondwater stopt en dat de opgegraven en gestockeerde gronden niet verwerkt en ingepakt worden, wat verdere verspreiding net tegenhoudt. Een stilgelegde werf zou bovendien de wissel op een leefbare toekomst voor Vlaanderen, Antwerpen, maar ook en vooral voor de mensen rond de Ring, op de helling plaatsen. 

Hoe gaan mens, dier en milieu er op Linkeroever en in Zwijndrecht op vooruit?

Op de linkeroever maken mens, dier en milieu een flinke sprong vooruit. De snelwegen verdwijnen achter groene geluidsbermen en hoge geluidsschermen waardoor je er rustiger woont, werkt, wandelt of fietst. En de nu nog versnipperde natuurgebieden worden met elkaar verbonden tot één groot Ringpark -

  1. Ringpark West - waar mensen en dieren zich vrijer kunnen verplaatsen in het groen.
  2. Het knooppunt Antwerpen-West wordt compacter aangelegd waardoor ruimte vrijkomt. In totaal komt er 18 hectare extra bos in deze omgeving.
  3. Nieuwe ecoducten en ecoduikers aan de Laarbeek, de Palingbeek en de Dwarslaan verbinden de natuurgebieden met elkaar waardoor dieren zich vrij kunnen bewegen tussen de verschillende groenzones.
  4. De waterhuishouding wordt verbeterd door het herinrichten van beken en waterlopen. Ook leggen we verschillende bufferbekkens aan langs de snelweg om wateroverlast in de omgeving te beperken.
  5. De weginfrastructuur en de omgeving worden gescheiden van elkaar door middel van groenbermen en geluidsschermen.
  6. We houden auto’s van de weg met de aanleg van een uitgebreid fietsnetwerk.  
  7. De taluds of wegbermen worden ingericht met aandacht voor dieren en planten.
  8. Dankzij de aanleg van Ringpark West gaan Zwijndrecht, Burcht en Linkeroever er stevig op vooruit. De verschillende natuurgebieden worden er met elkaar verbonden tot één groot gebied waar het aangenaam vertoeven is.  

Meer weten over Ringpark West? 

Verdwijnt een deel van het Rivierenhof?

De Oosterweelverbinding verandert weinig aan het knooppunt E34/E313 nabij het Rivierenhof. Er komen slechts beperkte aanpassingen aan de aansluitingen naar de nieuwe verkeerswisselaar aan het Sportpaleis. Deze blijven grotendeels in lijn met hoe het vandaag is. Wat verandert er dan wel? Aan de oostzijde van de Turnhoutse baan - waar nu het Ringfietspad onder de brug loopt - schuiven we het fietspad op om plaats te maken voor een afrit. Hierdoor nemen we aan de rand van het Rivierenhof ruimte in over een afstand van ongeveer 150 meter.

Hoeveel tol zal er gevraagd worden voor elke tunnel? 

De Oosterweelverbinding kan enkel betaald worden als er ook tol geheven wordt. De onderzoeken lopen nog om te bepalen hoeveel er in de Kennedytunnel, de Scheldetunnel en de Liefkenshoektunnel betaald zal moeten worden. Belangrijk is dat het verkeer, en zeker het vrachtverkeer, naar de juiste tunnel wordt geleid. Hoe verder die tunnel van de stad ligt, hoe goedkoper hij moet zijn om erdoor te rijden. Zo willen we verkeer dat niet in de stad moet zijn optimaal rond de stad sturen. Voor personenvervoer blijft wel één tunnel tolvrij.