Met de Scheldetunnel krijg je een derde alternatief om de Schelde te kruisen, naast de Kennedytunnel en Liefkenshoektunnel. De tunnel verbindt Linkeroever met Rechteroever aan de noordkant van de stad en ten zuiden van de haven. De tunnel is 1,8 kilometer lang, heeft drie rijstroken in elke richting en ook fietsers kunnen de tunnel nemen dankzij een afzonderlijke fietskoker. De bouw van de Scheldetunnel is waarschijnlijk het spectaculairste onderdeel van de Oosterweelverbinding. Een ongezien huzarenstukje!


 

Voordelen van de Scheldetunnel

  • Je steekt vlot de Schelde over naar de haven en het noorden van de stad zonder dat je hoeft om te rijden of de stad moet doorkruisen. Zo verlichten we de verkeersdruk op de Kennedytunnel en de zuidelijke helft van de Ring.
  • Je verliest minder tijd in de file bij ongevallen op de Ring doordat het verkeer makkelijk kan worden omgeleid.
  • Verplaats je je liever te voet  of met de fiets tussen haven, stad en Linkeroever? Dat kan. Dankzij een afzonderlijke koker van wel zes meter breed ga je veilig op weg doorheen Europa’s grootste fietstunnel.

De Scheldetunnel verbindt de Antwerpse linkeroever met de zuidelijke haven en het Eilandje op de rechteroever. Op de linkeroever sluit de Scheldetunnel aan op het knooppunt van de Ring met de E34 richting Knokke. De tunnel gaat onder de grond tussen het natuurgebied Blokkersdijk en het Sint-Annabos. Op de rechteroever komt de tunnel boven aan het Noordkasteel waar hij aansluit op het Oosterweelknooppunt dat verzonken ligt in het landschap.

Toekomstbeeld Scheldetunnel doorsnede
Toekomstbeeld Scheldetunnel doorsnede

Hoe ziet de Scheldetunnel eruit?

De tunnel is 1,8 kilometer lang en heeft een afzonderlijke koker per rijrichting. In beide richtingen zijn er drie baanvakken voorzien met een vluchtkoker in het midden van de tunnel en een aparte fietskoker van zes meter breed. 
 

Hoe wordt de Scheldetunnel gebouwd?

De bouw van de Scheldetunnel is een heus huzarenstukje. Eerst bouwen we drijvende tunnelelementen die we één voor één per sleepboot aanvoeren, om ze vervolgens te laten zinken op de daartoe voorziene locatie. Reken daarbij de sterke (onder)stroming in de Schelde bij het afzinken van de tunnelelementen, en je krijgt een bijzonder uitdagende klus waarbij water en zwaartekracht voortdurend met elkaar in competitie zijn. Hoe we dat klaarspelen? Met de meest ingenieuze methodes die ook de bouwtijd aanzienlijk inkorten.

De Scheldetunnel bestaat in totaal uit acht tunnelelementen. Eerst worden de tunnels gebouwd in een speciaal ontworpen droogdok in Zeebrugge. Wanneer ze klaar zijn, worden ze tot drijven gebracht en vervolgens via de Noordzee en de Westerschelde naar Antwerpen gesleept. 

Hoe dat precies in zijn werk gaat?

Eerst worden waterreservoirs in de tunnelelementen geplaatst en gevuld. Zo blijven de elementen op de bodem liggen wanneer het dok weer onder water wordt gezet. Daarna pompen we het water weer uit het waterreservoir zodat het tunnelelement begint te drijven. Sleepboten verslepen de elementen vervolgens één voor één naar hun eindbestemming in Antwerpen. Zo houden we ook tienduizenden vrachtwagens van de weg.

Aan de hand van een GPS-systeem wordt de exacte locatie bepaald waar de tunnelelementen moeten worden geplaatst. Daarna wordt het waterreservoir van het element opnieuw gevuld. Het tunnelelement zakt naar de bodem van de Schelde, in de daarvoor voorziene uitgraving.

De individuele tunnelelementen worden tegen elkaar geschoven. Speciale voegen tussen de elementen maken alles waterdicht. De sluitvoeg, dat is de voeg tussen tunnelelement 7 en 8, wordt daarna dicht gebetonneerd. Daarvoor moet er onder water eerst een speciale bekisting worden gemaakt zodat de ruimte tussen de elementen kan worden drooggepompt.   

In een laatste fase werken we de  tunnel af. Extra waterdichtingen, wegverharding en tunneltechnische installaties maken de Scheldetunnel compleet en klaar voor gebruik.