Waar ben je naar op zoek?

Hoeveel tol zal er gevraagd worden voor elke tunnel?

Het hele tunnelproject kan enkel betaald worden als er ook tol geheven wordt. De onderzoeken lopen nog om te bepalen hoeveel er in de Kennedytunnel, de Oosterweeltunnel en de Liefkenshoektunnel betaald zal moeten worden. Belangrijk is dat het verkeer en zeker het vrachtverkeer naar de juiste tunnel wordt geleid. Hoe verder die tunnel van de stad ligt, hoe goedkoper hij moet zijn om erdoor te rijden.

Lees Waarom er een gedifferentieerde tolheffing zal worden toegepast om het verkeer te sturen

Wat is de grote verbinding

De Grote Verbinding vertelt het toekomstverhaal van de Oosterweelverbinding en de leefbaarheids- en overkappingsprojecten. Door deze projecten te realiseren, bouwen Antwerpen en Vlaanderen aan een stad en regio waar het goed is om te wonen, te werken, te ondernemen en op bezoek te komen.  

De Vlaamse overheid, de stad, de haven, de burgerbewegingen, Lantis en de intendant hebben deze plannen de afgelopen jaren vormgegeven.

Waarom zal een gedifferentieerde tolheffing worden toegepast om het verkeer te sturen?

Op 14 februari 2014 heeft de Vlaamse Regering gekozen voor een systeem van gedifferentieerde tolheffing op de drie Scheldekruisende tunnels (de Liefkenshoektunnel, de Kennedytunnel en de Scheldetunnel) op snelwegniveau om het verkeer te sturen. De Waaslandtunnel valt hier niet onder want dit is een lokale tunnel. Daarbij zal vrachtverkeer de hoogste tol betalen in de Kennedytunnel, een lagere tol in de nieuwe Scheldetunnel en de laagste tol in de Liefkenshoektunnel. De verschillende toltarieven zijn nog niet bepaald. Voor personenvervoer blijft wel één tunnel tolvrij. Dit systeem wordt volop uitgewerkt, in overleg met Europa. Met deze beslissing willen de Vlaamse Regering het verkeer optimaal sturen en wegleiden van de stad.

Wanneer zal ik over de Oosterweelverbinding rijden?

Volgens de huidige planning zijn de werken aan de ganse Oosterweelverbinding afgerond in 2030. Enkele jaren geleden was er sprake van 2025 als einddatum. Vanwaar dit verschil?

Uitbreiding van het project zorgt voor wijziging in timing

Tot 2017 gingen we nog uit van 2025 als einddatum voor alle Oosterweelwerken. Het project dat toen op de ontwerptafel lag, lijkt echter in de verste verte niet meer op het project waarvoor we vandaag een vergunning zullen indienen. Wat is er sinds 2017 gebeurd?

Op 15 maart 2017 sloot de Vlaamse Regering samen met stad Antwerpen en de burgerbewegingen het Toekomstverbond. Burgerbewegingen en Lantis gingen toen samen aan de tekentafel zitten om de overkapping van de Antwerpse Ring aan het ontwerp toe te voegen. Ook andere projecten die de leefbaarheid in de omgeving van de Ring moeten verbeteren, werden aan het project toegevoegd. In totaal werden er 18 leefbaarheidsprojecten geselecteerd waarvan er 11 vallen binnen het projectgebied van de Oosterweelverbinding.
Door deze beslissing is de scope van het Oosterweelproject volledig gewijzigd. Wij hebben de 11 leefbaarheidsprojecten die binnen ons projectgebied vallen opgenomen in onze plannen en zullen deze tegelijk met of onmiddellijk aansluitend op de werken aan de Oosterweelverbinding realiseren.

Een stevige uitbreiding van het aantal werven dus, waardoor ook de kostprijs toenam en de timing wijzigde. Zo gaan we er volgens onze huidige planning van uit dat deze werken 8 tot 10 jaar in beslag zullen nemen.

En de Oosterweelwerken op Linkeroever en in Zwijndrecht dan?

Die zijn al volop aan de gang. We plannen het project af te ronden tegen 2025. Dan zal ook de nieuwe infrastructuur in gebruik worden genomen.

Wat is de rol van de Oosterweelverbinding in de het verhaal van De Grote Verbinding?

De Grote Verbinding vertelt het toekomstverhaal van de Oosterweelverbinding en de leefbaarheids- en overkappingsprojecten. Met deze ongeziene stadsvernieuwing bouwen Antwerpen en Vlaanderen aan een leefbare stad en regio.

De Oosterweelverbinding maakt de Antwerpse Ring, de R1, volledig rond en zorgt zo voor een betere mobiliteit. Wij leggen verkeersveilige infrastructuur aan en tegelijkertijd bouwen we samen aan een leefbare omgeving voor iedereen. Hoe?

  • Door geen rijstrook teveel aan te leggen binnen de Oosterweel.
     
  • Door het aanbod van duurzame vervoersalternatieven uit te breiden, te versterken en te stimuleren (betere fietsvoorzieningen, groter aanbod openbaar vervoer, uitbreiding P+R's rond de stad...)
     
  • Door de geselecteerde leefbaarheids- en overkappingsprojecten die binnen ons projectgebied vallen mee uit te voeren.

De Oosterweel moet een hefboom vormen naar een meer duurzame vorm van mobiliteit. Het project is pas geslaagd wanneer we tegen 2030 kunnen spreken van een verandering in ons verplaatsingsgedrag, een 'modal shift'. Tegen 2030 moet 50 procent van alle verplaatsingen gebeuren per fiets, trein, tram, bus, taxi, waterbus, deelsystemen, enzovoort. En nog maar 50 procent met de wagen. 

Tegelijkertijd voeren we 11 van de 18 projecten geselecteerde leefbaarheids- en overkappingsprojecten uit die binnen het projectgebied van de Oosterweel vallen. Zo geven we mee vorm aan 5 van de 7 Ringparken:

 

Ringpark Noordkasteel:

  • Oosterweelknoop / Noordkasteel
    Na een geoptimaliseerd ontwerp van de Oosterweelknoop investeren we verder in geluidsreductie, een parkzone met zwemvijver aan het Noordkasteel en een plein voor het bakstenen Samgagebouw. Dit project wordt volledig toegevoegd aan het project van de Oosterweelverbinding.

Ringpark Groenendaal:

  • Bermenlandschap langs een verlaagde R1 Noord
    We verlagen de R1 noordwaarts richting de Masurebrug om de aanleg van latere overkappingen (zoals het project Groen Hart - Luchtbal – Lambrechtshoeken) mogelijk te maken. Daarnaast worden ambitieuze groenbuffers aangelegd, die de geluidsoverlast in Merksem drastisch verminderen. Dit project wordt volledig toegevoegd aan het project van de Oosterweelverbinding.
  • Stationsomgeving Luchtbal
    We realiseren een overkapping van 850 meter ter hoogte van de Groenendaallaan en het Station Luchtbal en laten fiets en openbaar vervoer vlot op elkaar laten aansluiten om combimobiliteit te stimuleren.

Ringpark Lobroekdok: 

  • Steenborgerweert / Kap Dam
    We kleuren de overkapping in het noorden van de Damwijk groen in met park- en vrijetijdsvoorzieningen.
  • Bermenlandschap Albertkanaal
    We bedden de ingesleufde R1 naast het Lobroekdok verder in met fietsverbindingen en we investeren in de ecologische continuïteit van de groenzones.
  • Kap Sportpaleis
    We breiden de reeds geplande overkapping ter hoogte van het Sportpaleis stevig uit en verbinden de Damwijk met de Deurnese wijk Kronenburg. We verbeteren de toegankelijkheid van de evenementenzone rond het Sportpaleis.

Ringpark het Schijn: 

  • Waterpark (gedeeltelijk)
    We overkappen de op- en afritten ter hoogte van de Ten Eekhovelei en realiseren een leefbaarheidswinst voor de Deurnese buurt Ten Eekhove.
  • Schijnvallei / Ter Loo / Deurne
    We realiseren een groene overkapping van bijna 100 meter tussen het Rivierenhof en Hof Ter Loo.

Ringpark West:

  • Voltooien fietsnetwerk Linkeroever
    We voltooien het fietsnetwerk op Linkeroever met een fietsbrug over de E17 en verbinden zo ook Burchtse Weel en Galgenweel.
  • Stille bermen Zwijndrecht-Burcht
    We houden woord aan de Zwijndrechtenaren en realiseren een ambitieus geluidsproject. We herbevestigen de beloofde geluidsreductie met 10 decibel.
  • Stille bermen Linkeroever
    We trekken het geluidsproject van Zwijndrecht door voor mens en natuur op Linkeroever.

 

Deze projecten worden tegelijk met of onmiddellijk aansluitend op de werken aan de Oosterweelverbinding gerealiseerd. Ze worden maximaal meegenomen in de bouwvergunning voor de Oosterweelwerken op Rechteroever die eind 2019 wordt ingediend.

Verdwijnt het Sint-Annabos?

Het  Sint-Annabos (52.3 ha) blijft grotendeels staan tijdens de werken aan de Oosterweelverbinding. Tijdelijk verdwijnt er wel ongeveer 14.4 hectare van het Sint-Annabos zodat we de nieuwe Scheldetunnel kunnen bouwen.

Daarnaast nemen we 20.3 hectare van het Sint-Annabos ter hoogte van de Scheldeoever in voor de bouw van een nieuwe en hogere Scheldedijk. Die komt ook meer landinwaarts te liggen. De ondergrond van de huidige Scheldedijk is immers te onstabiel om het gewicht te kunnen dragen van een hogere dijk. De vrijgekomen ruimte aan de kant van de Schelde gebruiken we voor de aanleg van een nieuw slikken- en schorrengebied (18 ha) en een overstromingsbos (6 ha). Dankzij deze hogere dijk beschermen we het achterliggende gebied beter tegen overstromingen. Een ingreep die kadert binnen het Sigma-plan.

Na de aanleg van de Scheldetunnel planten we nieuwe bomen en groen. Ook verbinden we het Sint-Annabos met Blokkersdijk, Middenvijver en Het Vliet . Zo ontstaat één, divers natuurgebied. De definitieve inrichting van het Sint-Annabos bepalen we in overleg met alle betrokken actoren. 

 
 

Hoe betaal je in de Park and Ride?

Je hebt twee opties. Je kan vooraf een plaats online reserveren en betalen. Bij een online reservatie geef je de nummerplaat in. Bij aankomst openen de slagbomen altijd. Indien je niet vooraf reserveert kan je ook binnenrijden maar moet je de nummerplaat ingeven en betalen met een betaalkaart aan één van de betaalautomaten. Pas dan kan je ook buiten rijden. Bekijk hier het filmpje over betalen aan één van de betaalautomaten in de Park and Rides.
 

Wat zijn de maatregelen tegen geluidshinder?

Met de Oosterweelverbinding zorgen we voor een stillere omgeving voor wie woont, werkt of ontspant naast de Ring. Over het volledige project gebruiken we stil wegdek en bedden we de snelweg in. Zo komen op de linkeroever groene bermen die het geluid bufferen en de snelweg uit het zicht te houden. Waar er minder ruimte is, werken we met geluidsschermen. Ook een structurele verlaging van de maximumsnelheid naar 90km/u moet voor een rustigere omgeving zorgen. 

Op de rechteroever breken we het Viaduct van Merksem af en leggen we de R1 in een diepergelegen sleuf, wat eveneens het lawaai voor de omgeving sterk zal doen afnemen. Bovendien is het bij een sleuf eenvoudiger om geluidswerende wandbekleding toe te voegen of om de Ring te overkragen of te overkappen. Lees meer over andere voordelen voor de leefbaarheid in en rond Antwerpen

Buurtbewoners kunnen er verder op rekenen dat we ook tijdens de werken het geluidsniveau aanvaardbaar houden. Daarom nemen we allerlei maatregelen zoals het verlagen van de maximumsnelheid op tijdelijke wegen of het plaatsen van geluidsschermen op plaatsen waar we dichter tegen bewoning komen dan de huidige Ring. Om na te gaan of deze maatregelen voldoende zijn, plaatsen we geluidsmeters zo dicht mogelijk in woonzones die aan de werken grenzen. Zo kunnen we tijdig grijpen indien nodig. 

Welke voordelen hebben de Oosterweelwerken op Linkeroever en in Zwijndrecht voor fietsers? 

Met 16,5 kilometer nieuw fietspad en tal van nieuwe fietsbruggen op Linkeroever en in Zwijndrecht maken we de Antwerpse Ring ook voor de fietser rond. Tegelijk worden heel wat bestaande fietspaden heraangelegd. Zo fiets je vlot, veilig en comfortabel naar de haven, de rechteroever of het Waasland. 

Hoe werkt de Park and Ride?

In de Park and Ride parkeer je vlot, veilig en goedkoop. Bij betaling krijg je geen ticket. De slagbomen openen op basis van nummerplaatherkenning. Je kan altijd binnenrijden maar alleen buiten rijden als je hebt betaald. Je kan vooraf betalen via een online reservatie in één van de Park and Rides naar keuze of je kan bij één van de betaalautomaten in het gebouw elektronisch betalen. Je reservatie is 24u geldig. Wil je langer parkeren dan kan dat. Vanaf de Park and Ride zet je je reis verder naar Antwerpen met één van de vervoersmiddelen naar keuze. De betaling of reservatie van dit transport is exclusief je reservatie in de Park and Ride.

Is het door de PFOS-vervuiling niet beter om de Oosterweelwerken stil te leggen?

De Oosterweelwerken zijn niet schadelijk voor de volksgezondheid. Integendeel, ze verbeteren de situatie voor de volksgezondheid. De zwaarst vervuilde gronden worden afgevoerd en het met PFOS verontreinigde grondwater dat wordt opgepompt wordt maximaal gezuiverd tot er geen PFOS meer wordt aangetroffen. Dat is twee keer een verbetering van de huidige situatie. Als wij vandaag niet verder werken, blijft de problematiek van de verontreinigde PFOS-gronden en grondwater letterlijk liggen. Dankzij de Oosterweelwerken gaat de situatie erop vooruit.
 
Voor het Oosterweelproject gaan we zeer zorgvuldig te werk. De veiligheid en gezondheid van onze mensen, buren en de omgeving is onze belangrijkste prioriteit. Daarom nemen we heel wat maatregelen om op een verantwoorde wijze met de gronden om te gaan en stofvorming te voorkomen. Wij zetten sproei- en veegwagens in, om het opwaaien van stof tegen te gaan. We verdichten de PFOS-gronden of zaaien ze in, zodat verspreiding van stof niet mogelijk is. De meest vervuilde PFOS-gronden worden bovendien op veilige afstand van buurtbewoners bewaard en afgevoerd. Experts voeren stofmetingen uit die bevestigen dat we zo veilig mogelijk werken. Op de site zijn er uiteraard risico’s: we moeten vermijden dat arbeiders met PFOS in contact komen. Net daarom hanteren we er erg strikte veiligheidsmaatregelen.

Wij doen al het mogelijke om de PFOS-verspreiding tot een absoluut minimum te herleiden. Is het risico nul? Allicht niet, maar dat is onmogelijk. Ook zonder Oosterweelwerf is er nog steeds het jarenlang bestaand risico. Een stilgelegde werf neemt dit bestaande risico niet weg, integendeel. Dat zou betekenen dat het zuiveren van het grondwater stopt en dat de opgegraven en gestockeerde gronden niet verwerkt en verwijderd worden, wat verdere verspreiding net tegenhoudt. Een stilgelegde werf zou bovendien de wissel op een leefbare toekomst voor Vlaanderen, Antwerpen, maar ook en vooral voor de mensen rond de Ring, op de helling plaatsen.

Verdwijnt een deel van het Rivierenhof?

De Oosterweelverbinding verandert weinig aan het knooppunt E34/E313 nabij het Rivierenhof. Er komen slechts beperkte aanpassingen aan de aansluitingen naar de nieuwe verkeerswisselaar aan het Sportpaleis. Deze blijven grotendeels in lijn met hoe het vandaag is. Wat verandert er dan wel? Aan de oostzijde van de Turnhoutse baan - waar nu het Ringfietspad onder de brug loopt - schuiven we het fietspad op om plaats te maken voor een afrit. Hierdoor nemen we aan de rand van het Rivierenhof ruimte in over een afstand van ongeveer 150 meter.

Hoe verhoogt de Oosterweelverbinding de verkeersveiligheid?

De Antwerpse Ring zit vandaag muurvast door ongevallen en files. Oorzaak daarvan is een te hoge verkeersdrukte en ondermaatse infrastructuur als te krappe bochten, te steile hellingen, slecht aangesloten op- en afritten en het ontbreken van een noordelijk deel van de Ring. De Oosterweelverbinding zorgt met het rondmaken van de Ring in de eerste plaats voor een vlottere doorstroming en spreiding van het verkeer op de Ring. De Ring wordt zo efficiënter gebruikt en je hebt altijd een alternatief beschikbaar in geval van ongevallen: als er in het zuiden van Antwerpen iets gebeurt, kan je uitwijken naar het noorden en omgekeerd. Daarnaast worden een aantal gevaarlijke situaties weggewerkt door de aanleg van nieuwe op- en afritten, zachtere bochten en hellingen. Gevolg: minder ongevallen en minder files.

Lees meer over hoe Oosterweel zorgt voor veiligere en vlottere wegen 
 

Ligt de Park en Ride Merksem, Luchtbal of Linkeroever in de LEZ?

Nee, Alle P+R's liggen buiten de lage-emissiezone in Antwerpen.
 

Wordt het Sint-Annabos een slibstort?

Neen, slib mag je alleen maar storten op daartoe vergunde stortplaatsen. Daar behoort het Sint-Annabos niet toe. Er wordt ook geen zand opgeslagen in het Sint-Annabos. Het weggegraven zand van de aanleg van de nieuwe Scheldetunnel stockeren we tijdelijk in het Noordelijk Insteekdok nabij de Kieldrechtsluis. Hierdoor kan het merendeel van het Sint-Annabos tijdens de werken blijven staan. Eens de tunnel er ligt, voeren we het zand terug om de tunnelelementen mee toe te dekken. 

Lees meer over de bouw van de Scheldetunnel

Kan ik reserveren voor de Park and Ride?

Ja dat kan. Je kan online een plaatsje reserveren en betalen in een Park and Ride naar keuze. Je geeft je nummerplaat bij de reservatie. Bij aankomst en vertrek openen de slagbomen door nummerplaatherkenning. 
 

Hoe wordt de hinder van de werken beperkt?

Grote bouwwerken brengen onvermijdelijk hinder met zich mee. Toch zetten we alles op alles om de last voor omwonenden, weggebruikers en bedrijven zoveel mogelijk te beperken.

  • We zetten maximaal in op het vermijden van verkeershinder tijdens de werken. Niet enkel op de Ring, maar ook op het ruimere wegennet en in de woonwijken rond de Ring. Daarom worden bij elke werf verschillende maatregelen genomen (zie maatregelen voor minder hinder op de pagina “waar werken we nu”). In het noorden van Antwerpen, waar we het Viaduct van Merksem afbreken, bouwen we bijvoorbeeld eerst een tijdelijke snelweg, de Bypass, naast de bestaande Ring. Zo zorgen we ervoor dat het snelwegverkeer kan blijven rijden terwijl we een nieuwe Ring bouwen. Zodra die in gebruik is, kan de Bypass weer verdwijnen.
  • Om de hinder van de werken nog beter op te vangen, voorzien we diverse maatregelen die ook na de werken nuttig blijven. Dat zijn hoofdzakelijk duurzame alternatieven voor het wegverkeer. Zo willen we iedereen een goed alternatief bieden voor de wagen. We bouwen onder meer een gordel van P+R’s rondom Antwerpen waar je vlot overstapt op het openbaar vervoer.  Verder krijgen fietsers er maar liefst 35 kilometer aan nieuwe fietspaden en fietsostrades bij, leggen we nieuwe fietsbruggen over de snelweg en herstellen we oude fietspaden zodat je veilig en snel op je bestemming aankomt.
  • Het werftransport van materialen gebeurt zo veel mogelijk via het water en over werfwegen om de bestaande wegen niet bijkomend te belasten. 
  • Naast maatregelen voor het verkeer, doen we er ook alles aan om de hinder voor de buurten nabij de werken te beperken. Zo leggen we strikte regels op aan de aannemers die de werken uitvoeren om stof- en geluidshinder te vermijden. We houden dit met speciale meters in de gaten zodat we tijdig kunnen ingrijpen indien vereist.

Verbeteren de Oosterweelwerken op Linkeroever en in Zwijndrecht ook de aansluiting op het openbaar vervoer? 

Wie naar de stad wil, kan binnenkort makkelijk zijn auto laten staan in de nieuwe P+R ter hoogte van de Blancefloerlaan en de nieuwe verbindingsweg tussen de E34 en de E17. Deze zal plaats bieden aan 1500 voertuigen, 150 fietsen en is voorzien van een nieuwe tramhalte. Zo wordt het centrum van Antwerpen nog beter bereikbaar via het openbaar vervoer. 

Hoeveel kost parking in de Park en Ride?

Je betaalt €1 per dag (24u) + € 3/ per aansluitende dag (24h).
 

Zorgen de werfactiviteiten in het met PFAS/PFOS-verontreinigd gebied voor een verhoogd blootstellingsrisico via de lucht in de omgeving?

We begrijpen dat er bij de omwonenden ongerustheid kan zijn over de PFAS/PFOS-verontreiniging. Zowel Lantis als de aannemer dragen er zorg voor dat de verontreinigde gronden binnen het projectgebied blijven, ook in de vorm van opwaaiend stof.

Stofmeetnet rond de Oosterweelwerken meet voortdurend de concentratie fijn stof in de lucht

Om de impact van de Oosterweelwerken op de verspreiding van fijn stof via de lucht in de omliggende woonkernen te meten, rollen Lantis en de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) een stofmeetnet uit. Via vijf meetstations – die de volledige Oosterweelwerf omringen – meten we tot het einde van onze werken in dit gebied (2027), continu en ‘in real time’ de concentraties fijn stof in de omgevingslucht. Indien er stofpieken worden gemeten waarschuwt de VMM de stofverantwoordelijke van Lantis, zodat er bijkomende maatregelen genomen kunnen worden.

Belangrijk om hierbij te onderstrepen is dat een stofpiek niet hetzelfde is als een verhoogde aanwezigheid van PFAS in de lucht. Je kan veel fijn stof hebben, maar daarom heb je niet veel PFAS. Niet alle grond waar we in of mee werken is immers verontreinigd. En gezien de aanwezigheid van ook andere activiteiten dan onze werfactiviteiten
kunnen ook die zorgen voor de vorming van fijn stof. De meetresultaten zullen via de website van de VMM raadpleegbaar zijn.

Periodieke metingen op de Oosterweelwerf

Om te controleren of de maatregelen tegen het verspreiden van verontreinigde gronden ook effectief zijn, voert Lantis ook luchtmetingen uit op verschillende locaties en op verschillende tijdstippen op de Oosterweelwerf op Linkeroever.  

Met deze meetcampagne volgt Lantis het potentiële blootstellingsrisico tijdens de werken op over een langere termijn. De resultaten van de metingen voegen we hieronder steeds toe van zodra ze beschikbaar zijn. Alle reeds uitgevoerde luchtmetingen toonden aan dat er geen verhoogd blootstellingsrisico is voor omwonenden via de lucht door stof. 

Bekijk hier de kaart met luchtmetingen.

Reeks 1: 9 juni 2021 – geen PFAS gevonden in stofmeting 

Om het potentiële maximale blootstellingsrisico via stofvorming door de activiteiten op de Oosterweelwerf te berekenen, zijn op 9 juni 2021 ‘totaal stof metingen’ uitgevoerd op drie locaties. Bij zo’n meting wordt de omgevingslucht over een filter gezogen, waarop de aanwezige stofdeeltjes achterblijven. De uitdrukking ‘totaal stof’ betekent dat er geen onderscheid gemaakt wordt in soorten stof die we aantreffen. 

Voor de berekening werd de totaal stofconcentratie gecombineerd met de hoogst gemeten PFAS-concentratie in de bodem binnen de werfzone. De volledige berekening is terug te vinden in onderstaand rapport. Het resultaat van de berekening wordt uitgedrukt in PFOA-equivalent. PFOA is net als PFOS een lid van de ‘PFAS-familie’. Uit de bodemanalyses in opdracht van Lantis op Linkeroever en Zwijndrecht, blijkt dat de verontreiniging voornamelijk uit PFOS bestaat. Om de resultaten te kunnen vergelijken met internationale standaarden, wordt alles omgerekend naar een PFOA-equivalent. 

Uit de berekening blijkt dat er een maximale theoretische opname is van 0,0038 µg PFOA-eq./dag. Deze waarde ligt ruim 10 keer lager dan de gezondheidskundige grenswaarde die het Europese Voedselveiligheidsagentschap (EFSA) hanteert, namelijk 0,044 microgram (µg) PFOA/dag. Zo’n gezondheidskundige grenswaarde geeft aan welke hoeveelheid PFOA je tijdens jouw leven dagelijks maximaal mag opnemen zonder dat dit gevolgen heeft voor je gezondheid. Op basis van deze toetsing kunnen we dus stellen dat er geen verhoogd blootstellingsrisico is voor omwonenden via de lucht door opwaaiend stof van de Oosterweelwerf. 

Om deze berekening te bevestigen, werd op 9 juni 2021 ook een eerste reeks PFAS-luchtmetingen uitgevoerd. Het labo kon geen aanwezigheid van PFAS aantonen. Geen enkele meting gaf namelijk concentraties hoger dan de rapportagegrens van 0,004 µg/m³ tot 0,006 µg/m. Hoeveel lager de werkelijke concentraties liggen, kan niet exact gezegd worden. Hierdoor is het ook niet mogelijk om de PFAS-concentratie in de lucht te vergelijken met de EFSA gezondheidskundige grenswaarde van 0,044 µg PFOA-eq./dag. Een rapportagegrens van 0,006 µg/m³ komt immers overeen met 0,130 µg PFOA-eq./dag (0,006 µg/m³ x 2 x 10,8 m³/dag). 

Hieronder vind je de resultaten van de metingen van 9 juni 2021 terug*: 

Omdat bij deze eerste PFAS-luchtmeting de rapportagegrens niet laag genoeg was om het potentiële blootstellingsrisico te berekenen en af te wegen tegenover de EFSA-grenswaarde, werd de methode verfijnd om een lagere rapportagegrens te bekomen voor de volgende metingen.  

Reeks 2: 29 juni en 1 juli 2021: geen verhoogd blootstellingsrisico gevonden 

De tweede reeks metingen werd uitgevoerd op 29 juni en 1 juli. In totaal zijn er op zes locaties metingen uitgevoerd. De rapportagegrens voor deze metingen lag op 0,0003 µg/m³ tot 0,0004 µg/m³. Daarmee lag de nieuwe rapportagegrens 10 keer lager dan de rapportagegrens van de eerste meeting, waardoor er nog nauwkeuriger gemeten kon worden. Bovendien kan met die rapportagegrens ook het potentiële blootstellingsrisico getoetst worden aan de EFSA gezondheidskundige grenswaarde. 

Op vijf meetlocaties lagen de meetwaarden onder de rapportagegrens, dus werden opnieuw geen PFAS aangetoond. Op de zesde meetlocatie, op het terrein van 3M, werd wel PFOS gevonden, in een concentratie juist boven de rapportagegrens (0,00039 µg/m³). Op basis van dezelfde berekening als in het eerste rapport, komt dit overeen met een potentiële inname van 0,0084 µg PFOA-eq./dag. Deze waarde ligt ruim onder de afgeleide EFSA gezondheidskundige grenswaarde van 0,044 µg PFOA/dag, waarbij uitsluitend blootstelling via de lucht beschouwd wordt. Dit toont opnieuw aan dat er geen verhoogd blootstellingsrisico was voor omwonenden.  

 
Hieronder vind je de resultaten van de metingen van 29 juni en 1 juli 2021 terug*: 

Reeks 3: 16 juli 2021: geen verhoogd blootstellingsrisico gevonden 

De derde reeks metingen is uitgevoerd op 16 juli. De zes meetlocaties bevonden zich op een deel van de 3M-site die Lantis in werfleen heeft en waar eerder een PFOS-concentratie gemeten werd. Tijdens de meting werd er op de site in de grond gewerkt.

Op elk van de zes punten werd geen PFAS gemeten boven de rapportagegrens. Voor vijf van de zes meetpunten was de rapportagegrens 0,0003 µg/m³. Voor de zesde locatie was er een probleem met de stroomvoorziening, waardoor er slechts de helft van de tijd stof aangezogen werd. Doordat het aangezogen luchtvolume lager ligt, is de rapportagegrens hier 0,0006 µg/m³.  

Om een vergelijking te kunnen maken met de EFSA gezondheidskundige grenswaarde, werd de potentiële maximale dagelijkse PFOS-inname berekend door te veronderstellen dat de werkelijk gemeten concentratie gelijk is aan de rapportagegrens. Dit geeft een maximaal blootstellingsrisico van 0,013 µg PFOA-eq/dag (0,0006 µg PFOS/ = 0,0012 µg PFOA-eq./m³ x 10,8 m³/dag), hetgeen duidelijk lager ligt dan de EFSA gezondheidskundige grenswaarde van 0,044 µg PFOA/dag.  

Hieronder vind je de resultaten van de metingen van 16 juli 2021 terug*: 

Reeks 4: 25 augustus 2021: geen verhoogd blootstellingsrisico gevonden 

De vierde reeks metingen werd uitgevoerd op 25 augustus. Er vonden geen specifieke werken in PFAS houdende grond plaats. Daarom is er gekozen om metingen uit te voeren op locaties waar verstoffing kon optreden (zoals braakliggend terrein), waar gronden liggen opgeslagen en/of werfverkeer aanwezig is. 

De zes meetlocaties lagen verspreid over de werfzone in de buurt van de E34 en het knooppunt Sint-Anna. Het totaal stofgehalte lag hoger op plaatsen met veel werfverkeer dan op braakliggend terrein. Toch werd enkel op het eerste meetpunt PFOS boven de rapportagegrens gemeten. Op de andere plaatsen werd geen PFAS gemeten boven de rapportagegrens van 0,0003 tot 0,0004 µg PFOS/m³ (afhankelijk van het volume lucht per meettoestel). De gemeten PFOS-concentratie op het eerste meetpunt bedroeg 0,0005 µg/m³, wat overeenkomt met een PFOA-equivalent van 0,001 µg/m³. De potentiële dagelijkse PFOS-inname, uitgedrukt als PFOA-equivalent, ligt met 0,011 µg PFOA-eq./dag (0,001 µg PFOA-eq./m³ x 10,8 m³/dag), duidelijk lager dan de EFSA gezondheidskundige grenswaarde van 0,044 µg PFOA/dag. Er werd dus geen verhoogd blootstellingsrisico gevonden. 

Hieronder vind je de resultaten van de metingen van 25 augustus 2021 terug*:

Reeks 5: 17 september 2021: geen verhoogd blootstellingsrisico gevonden 

De vijfde reeks metingen werd uitgevoerd op 17 september. Er vonden geen specifieke werken in PFAS houdende grond plaats. Daarom is er gekozen om metingen uit te voeren op locaties waar verstoffing kon optreden (zoals braakliggend terrein), waar gronden liggen opgeslagen en/of werfverkeer aanwezig is. 

De zes meetlocaties lagen verspreid over de werfzone in de buurt van de E34 en het knooppunt Sint-Anna. Het totaal stof gehalte lag hoger op plaatsen met activiteiten zoals werfverkeer dan op braakliggend terrein. Maar op geen enkel meetpunt werd PFAS gemeten boven de rapportagegrens van 0,0003 tot 0,0004 µg PFOS/m³ (afhankelijk van het volume lucht per meettoestel). Op de vijfde meetlocatie werd er omwille van een stroomonderbreking bij het meettoestel een lager volume lucht verwerkt. Om te compenseren dat er hier minder lang gemeten werd, lag de rapportagegrens voor dit toestel op 0,0007 µg/m³. 

Om een vergelijking te kunnen maken met de EFSA gezondheidskundige grenswaarde, werd de potentiële maximale dagelijkse PFOS-inname berekend door te veronderstellen dat de werkelijk gemeten concentratie gelijk is aan de hoogste rapportagegrens (meetpunt vijf). Dit geeft een maximaal blootstellingsrisico van 0,015 µg PFOA-eq/dag (0,0007 µg PFOS/m³ ofwel 0,0014 µg PFOA-eq./m³ x 10,8 m³/dag), wat duidelijk lager ligt dan de EFSA gezondheidskundige grenswaarde van 0,044 µg PFOA/dag. Er werd dus geen verhoogd blootstellingsrisico gevonden. 

Hieronder vind je de resultaten van de metingen van 17 september 2021 terug*:  

Lagere PFAS-grenswaarden, zelfde resultaat: alle metingen tonen geen verhoogd blootstellingsrisico

Het tijdelijke toetsingskader dat Lantis opstelde, werd in oktober 2021 door het Vlaams Instituut voor Technologie en Ontwikkeling (VITO) beoordeeld en bevestigd, mits enkele aanpassingen. Het belangrijkste hierbij is dat de gemeten PFAS-waarden niet meer worden omgezet naar PFOA-equivalenten om ze zo te kunnen vergelijken met de TWI die door EFSA werd opgesteld van 33 ng PFOA/dag of een concentratie van 4.1 ng/m³ PFOA in de lucht. 

Voortaan wordt de som van vier PFAS (PFOS, PFOA, PFNA en PFHxS) gebruikt om die af te zetten tegen de gezondheidsnorm. De gezondheidswaarde wordt bovendien verstrengd zodat de som van PFAS voortaan niet hoger mag zijn dan 2,2 ng/m³. 

Het is belangrijk om te weten dat dat ook dit toetsingskader slechts tijdelijk is. Op basis van voortschrijdend inzicht en lopende onderzoeken, wordt dit minstens jaarlijks geëvalueerd en indien nodig bijgestuurd. Eens er Vlaamse normen worden opgemaakt, zal Lantis die uiteraard ook hanteren. 

Vorige metingen opnieuw geëvalueerd met nieuwe methode 

Niet alleen gebruikt Lantis een nieuw toetsingskader voor de toekomstige metingen. We hebben ook de resultaten van de vijf voorgaande metingen vergeleken met de nieuwe grenswaarde. Sommige van de PFAS die gemeten werden, kwamen in zulke lage concentraties voor, dat ze niet exact bepaald konden worden. Ze lagen immers onder de rapportagegrens. Daarom werkten we telkens drie scenario’s uit met de volgende waarden: 

  • ondergrens (OG): de concentraties van de PFAS die gerapporteerd worden als ‘< RG’, worden gelijk gesteld aan nul. 
  • midden grens (MG): de concentraties van de PFAS die gerapporteerd worden als ‘< RG’, worden gelijk gesteld aan de helft van de rapportagegrens. 
  • Bovengrens (BG): de concentraties van de PFAS die gerapporteerd worden als ‘< RG’, worden gelijk gesteld aan de rapportagegrens. 

Conclusie blijft hetzelfde: geen overschrijdingen van toegelaten blootstelling 

Voor de resultaten van de voorgaande metingen verandert er weinig tot niets. De conclusie uit de eerdere rapporten blijft gelden. Op bepaalde locaties is er PFAS in de lucht vastgesteld, maar er is geen sprake van een overschrijding van de toegelaten blootstelling via de lucht. 

Enkel voor de metingen van 16/07 en van 17/09 is er een theoretische kans dat er op 1 specifiek meetpunt een lichte overschrijding was van de toegelaten blootstelling. Maar dat is te wijten aan technische storingen waardoor rapportagegrens verhoogd werd om te compenseren voor een lager volume verwerkte lucht. In realiteit valt te verwachten dat de gemeten waarde in overeenstemming is met de andere meetpunten en dus lager ligt dan de verhoogde rapportagegrens.

Bekijk hier het volledige rapport.*

*Omwille van het beschermen van privacy zijn persoonsgegevens uit de rapporten anoniem gemaakt.

Reeks 6 & 7: 30 september & 1 oktober 2021: geen verhoogd blootstellingsrisico gevonden

Op 30 september en 1 oktober voerden we een nieuwe reeks metingen uit ter hoogte van de Palingbeek (werfzone Scheldetunnel). Die locatie was zeer interessant aangezien er ontgravingswerken uitgevoerd werden en er tijdens het voorgaande bodemonderzoek een verhoogde PFAS-concentratie in de bodem was vastgesteld.

Op beide dagen werden vijf meetpunten opgezet. Op 30 september werden er vier ten noorden van de Charles de Costerlaan geplaatst, het vijfde stond ten zuiden ervan. Een dag later werden de meetstations 4 en 5 iets dichter bij de Charles de Costerlaan geplaatst. Zo konden we de licht verplaatste werfactiviteiten beter opvolgen.

De resultaten voor totaal stof tonen aan dat er weinig verstoffing was in vergelijking met de metingen tijdens drogere perioden (60 à 70 versus 386 µg stof/m³). We kunnen daaruit afleiden dat de uitgevoerde grondwerken slechts beperkt voor verstoffing en bijgevolg potentiële verspreiding zorgden.

Geen enkele meting gaf een PFAS-concentratie boven de rapportagegrens van 0,4 ng/m³. Als we dan uitgaan van een worstcasescenario waarbij de PFAS-concentraties gelijk zijn aan de rapportagegrens, komen we uit op een maximale concentratie van 1,6 ng/m³. De PFAS-concentratie ligt in dit worstcasescenario lager dan de huidige toetsingswaarde van 2,2 ng/m³. We kunnen dus stellen dat er geen verhoogd blootstellingsrisico werd vastgesteld.

Hieronder vind je de resultaten van de metingen van 30 september en 1 oktober 2021 terug*:

Reeks 8: 27 oktober 2021: geen verhoogd blootstellingsrisico gevonden

Op 27 oktober werd een nieuwe reeks metingen uitgevoerd, met vijf meetpunten tussen het terrein van 3M en de E34 en een zesde meetpunt aan de school ‘de Leerexpert’ in Zwijndrecht, ter hoogte van Burchtse Weel.

Door een fout bij het inschakelen van de pomp is er geen meting uitgevoerd op meetlocatie 1, gelegen op het terrein van 3M. Op meetlocatie 4, aan de werfkeet waar ook vervuilde gronden worden gestockeerd, was er eveneens een technisch probleem. Hierdoor lag het volume aangezogen lucht lager dan op andere locaties. Dit lagere volume resulteert in een hogere rapportagegrens voor dit meetstation (1 ng/m³) in vergelijking met de analyses uitgevoerd voor de andere meetstations (0,2 tot 0,5 ng/m³). 

De resultaten voor totaal stof tonen opnieuw aan dat er weinig verstoffing was in vergelijking met de metingen tijdens drogere perioden (60 à 70 versus 386 µg stof/m³). We kunnen daaruit afleiden dat de uitgevoerde activiteiten slechts beperkt voor verstoffing en dus potentiële verspreiding zorgden.

Hoewel er voor meetstation 4 geen PFAS gevonden werden boven de rapportagegrens van 1 ng/m³, is er een theoretische kans – indien de effectieve concentratie gelijk zou zijn aan de rapportagegrens – dat het totale PFAS-gehalte gelijk is aan 4 ng/m³. Omdat hier wetenschappelijk gezien geen zekerheid over bestaat, doen we over dit meetpunt geen uitspraak. Gezien de lagere rapportagegrens voor de andere meetpunten, kan hiervoor wel met zekerheid gesteld worden dat de huidige toetsingswaarde van 2,2 ng/m³ niet overschreden werd. We kunnen dus stellen dat er geen verhoogd blootstellingsrisico werd vastgesteld.

Hieronder vind je de resultaten van de metingen van 27 oktober 2021 terug*:

Reeks 9: 25 november 2021: PFAS-concentratie gemeten op de werf op korte afstand tot de werkzaamheden

Op 25 november 2021 zijn er werken uitgevoerd op de 3M site in het kader van de aanleg van de veiligheidsberm en dan met name de aanvoer van met PFAS-vervuilde grond. Dergelijke activiteiten houden een bijkomend verspreidingsrisico in. Daarom zijn er totaal stof- en PFAS-metingen uitgevoerd op verschillende locaties.

De resultaten voor totaal stof tonen in het algemeen aan dat er weinig verstoffing was (20 tot 66 µg/m³) in vergelijking met de metingen uitgevoerd gedurende drogere perioden (60/70 tot 386 µg stof/m³). De verstoffing ten gevolge van de activiteiten bleek, mede door de weersomstandigheden, zeer beperkt.

Wat PFAS betreft zijn er enkel effectieve PFOS-concentraties vastgesteld ter hoogte van de twee meetpunten aan de ingang van de 3M site, daar waar de vrachtwagens geladen werden en het terrein opreden. Ter hoogte van de overige drie meetpunten verder op het terrein waren de vastgestelde PFAS-concentraties kleiner dan de rapportagegrens van 0,5 en 0,4 ng/m³. Dit wil zeggen dat er enkel met voldoende zekerheid gesteld kan worden dat de concentratie onder de RG lag, zonder hier een exacte concentratie voor te bepalen.

De tijdelijke toetsingswaarde voor arbeiders (2,2 ng/m³) wordt ter hoogte van deze drie punten voor geen van de berekende grenzen (onder, midden en boven) overschreden. Op de twee meetpunten ter hoogte van de ingang is er dus wel een PFAS-concentratie gemeten van respectievelijk 1,4 en 2,0 ng/m³. Voor de laagste concentratie vastgesteld ter hoogte van meetpunt 1 valt de middengrens samen met de tijdelijke toetsingswaarde en houdt de bovengrens een overschrijding in. Ter hoogte van meetpunt 2 blijkt er sprake van een overschrijding van de tijdelijke toetsingswaarde voor zowel de midden- als bovengrens. De vastgestelde PFAS-concentraties zijn de hoogste concentraties in lucht gemeten sinds de opstart van de metingen. Daarnaast is er bij voorgaande meetcampagnes niet eerder op twee meetpunten een PFAS-concentratie vastgesteld. Hierdoor is het momenteel nog niet mogelijk om te bepalen of het een werkelijk verschil in concentratie betreft, of dat er toch andere factoren spelen. Wanneer de, door het labo ingeschatte, meetfout van 20 tot 30 % in acht genomen wordt, lijkt het verschil van een factor 1,5 eerder relatief. Mogelijks levert de toenemende dataset in de toekomst meer inzichten op.

Vast staat wel dat de teruggerekende PFAS-concentratie per kg stof, voor meetpunt 1 en 2 bedraagt dit respectievelijk 21 en 42 mg PFAS per kg droge stof, merkelijk hoger liggen dan de concentraties die zijn vastgesteld in de getransporteerde grond en tijdens bodemonderzoeken binnen de hele werfzone. Vermoedelijk is het wel mogelijk dat dergelijke hoge concentraties voorkomen op de 3M site. Echter is het ook uit de analyse van de windrichting niet geheel duidelijk of de oorzaak daar gezocht moet worden.

Hieronder vind je de resultaten van de metingen van 25 november 2021 terug*:

Reeks 10: 22 december 2021: PFAS-concentratie gemeten aan de rand van de werf op korte afstand tot de werkzaamheden. Vermoedelijk geen verhoogd blootstellingsrisico gezien de windrichting.

Op 22 december 2021 zijn er totaal stof en PFAS-metingen uitgevoerd op korte afstand van de Neerstraat te Zwijndrecht. De aanleiding was het uitvoeren van grondwerken vlakbij de Neerstraat en de melding van VMM/VITO dat de weersomstandigheden gelijkaardig zouden zijn aan die waarbij eerder reeds fijn stof pieken geregistreerd werden. Of deze veroorzaakt werden door activiteiten op de werf is niet met zekerheid te zeggen.

De twee meetpunten lagen tegen de zuidgrens van de werf aan. Meetpunt 1 lag aan de westelijke rand van werkzone. Meetpunt 2 bevond zich op kortere afstand en juist ten zuiden, windopwaarts dus, van de op dat moment uitgevoerde werken. Vanuit meetpunt 2 bekeken, bevond meetpunt 1 zich iets meer in de windafwaartse lijn. De meetresultaten tonen dat de stofvorming (50 en 69 µg/m³) laag was vergeleken met de meetresultaten tijdens drogere periodes (60/70 tot 386 µg stof/m³).

Wat PFAS betreft was de concentraties op meetpunt 1 kleiner dan de rapportagegrens (RG). Op meetpunten 2 is er wel een PFAS-concentratie gemeten van 2,0 ng/m³. De concentratie van de overige drie PFAS ligt onder de rapportagegrens van 0,5 ng/m³. Volgens de berekende onder-, midden en bovengrens was er ter hoogte van meetpunt 1, dat dichter bij de bewoning lag, geen overschrijding van de tijdelijke toetsingswaarde voor arbeiders (2,2 ng/m³). Voor meetpunt 2 valt de berekende ondergrens onder de tijdelijke toetswaarde, maar wijzen zowel de middengrens als de bovengrens op een overschrijding. Echter worden verhoogde concentraties ter hoogte van de bewoning onwaarschijnlijk geacht, aangezien emissies ten gevolge van de werkzaamheden door de heersende windrichting (voornamelijk) weggevoerd werden van de woningen gelegen ten zuiden van de werf.

Vertrekkende van de gemeten stof- en PFAS-concentratie kan teruggerekend worden naar de hoeveelheid PFAS per kg stof. Deze waarde blijkt echter merkelijk hoger te zijn dan de bodemconcentraties in deze zone van de werf, en zelfs de gehele werkzone, vastgesteld tijdens eerder uitgevoerde bodemanalyses (hoogste concentratie vastgesteld bij boring B20003: 551 µg PFAS/kg droge stof). Er is vandaag geen eenduidige verklaring voor deze vaststelling. Mogelijks heeft dit te maken met het heterogene verticale profiel van PFAS-concentratie in de bodem, of met de waterafstotende eigenschap van PFAS waardoor stofdeeltjes met geadsorbeerde PFAS sterker zullen verstoffen dan stofdeeltjes met minder of geen geadsorbeerde PFAS.

Hieronder vind je de resultaten van de metingen van 22 december 2021 terug*:

Reeks 11: 28 maart 2022: geen verhoogd PFAS-blootstellingsrisico vastgesteld

Op 28 maart 2022 zijn er drie metingen opgezet. Belangrijke aanleidingen voor deze metingen waren het droge weer en de vele overschrijdingen van de fijn stof (PM10) waarschuwings-/actiedrempel ter hoogte van de monitoringstations van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM). De verhoogde fijn stof (PM10) zeggen niet direct iets over de eventuele PFAS-blootstelling. Om hier op een zo kort mogelijke termijn inzicht in te krijgen, werd besloten om uitzonderlijk flexibele metingen in te zetten buiten de werf. De resultaten van deze metingen worden gekenmerkt door een hogere rapportagegrens dan de metingen uitgevoerd door de VMM, maar zijn in het algemeen wel sneller beschikbaar.

Op twee locaties (Burchtse Weel en Neerstraat) is er een technisch probleem opgetreden waardoor het aangezogen volume lucht te beperkt is om een zinvolle toetsing uit te voeren en een uitspraak te doen over de eventuele PFAS-blootstelling.

Het meetpunt waarvan wel resultaten beschikbaar zijn, is de waterzuiveringsinstallatie van Lantis op de 3M site. Uit de totaal stof metingen blijkt dat de hoeveelheid stof beperkt was in vergelijking met de verstoffing gemeten tijdens andere droge periodes. Mogelijk zat de afwezigheid van activiteit op het terrein hier voor iets tussen. De PFAS-concentraties waren allemaal kleiner dan de rapportagegrens van 0,1 ng/m³. Dit maakt ook dat er volgens de berekende onder-, midden- en bovengrens geen overschrijding was van de tijdelijke toetsingswaarde voor zowel arbeiders als omwonenden, waaraan enkel getoetst wordt in de directe omgeving van bewoning.

Hieronder vind je de resultaten van de metingen van 28 maart 2022 terug*:

Reeks 12: 29 maart 2022: geen verhoogd PFAS-blootstellingsrisico vastgesteld

Op 29 maart 2022 zijn er drie stof- en PFAS-metingen opgezet. Belangrijke aanleidingen voor deze metingen waren, net zoals op 28 maart, het droge weer en de vele overschrijdingen van de fijn stof (PM10) waarschuwings-/actiedrempel ter hoogte van de monitoringstations van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM).

De meetresultaten voor stof tonen aan dat er ter hoogte van de twee meetpunten die zich op (zeer) korte afstand van de werf bevinden verstoffing was. Het derde meetpunt bevond zich bij de waterzuiveringsinstallatie van Lantis op de 3M site, maar hier trad omzeggens geen verstoffing op.

Op basis van de PFAS-meetresultaten kan er gesteld worden dat de verhoogde stofconcentraties niet gepaard gingen met een verhoogde PFAS-blootstelling. Alle resultaten liggen onder de rapportagegrens van 0,1 of 0,2 ng/m³ (afhankelijk van het aangezogen volume). Deze rapportagegrenzen laten in de meeste gevallen een toetsing aan de tijdelijke toetsingswaarde voor omwonenden toe volgens de verschillende benaderingen (onder-, midden- en bovengrens). Enkel volgens de bovengrens benadering voor de twee meetpunten met de hogere rapportagegrens (Burchtse Weel en Neerstraat) kan geen uitspraak gedaan worden. Uit de toetsing volgens de overige benaderingen volgt dat de PFAS-concentratie ter hoogte van de drie meetpunten minstens kleiner was dan de tijdelijke toetsingswaarde voor omwonenden.

Hieronder vind je de resultaten van de metingen van 29 maart 2022 terug*:

Reeks 13: 12 april 2022

Op 12 april 2022 zijn er vier stof- en PFAS-metingen uitgevoerd. Bij het bepalen van de meetlocaties is gekeken naar locaties met veel (transport-) activiteiten en locaties met speciale aandacht omwille van PM10 overschrijdingen en aanwezige bodemverontreiniging. Er is gekozen voor een meting aan de Burchtse Weel (gemiddeld meeste PM10 meldingen), de waterzuivering op het 3M terrein (hoge PFAS concentraties in de bodem), de grondstock aan de E34 (opslag deels onbegroeide grond) en de Sint-Anna knoop (veel transportbewegingen over een deels geasfalteerde weg).

De resultaten voor totaal stof tonen aan dat de verstoffing ter hoogte van de Burchtse Weel, de waterzuivering en de grondstock aan de E34 beperkt was in vergelijking met eerder gemeten stofconcentraties op droge dagen (60/70 tot 386 µg stof/m³). Zeker voor het meetpunt aan de Burchtse Weel zit de windrichting hier vermoedelijk voor iets tussen. De wind waait namelijk vanaf het meetpunt in de richting van de werf. Ter hoogte van de Sint-Anna knoop is er daarentegen wel een hoge totaal stofconcentratie vastgesteld. De reden hiervoor is het transport van grond met vrachtwagens en tractors over een voor het grootste deel geasfalteerde weg die er tijdens (een deel van) de meting droog bij lag. De snelheid heeft ook duidelijk een invloed op de stofvorming. Er kan overwogen worden om het verder verlagen van de maximale snelheid, zeker op droge dagen, in te voeren als stof beperkende maatregel.

Wat de EFSA PFAS (PFNA, PFOA, PFHxS en PFOS ) betreft, waren alle concentraties kleiner dan de rapportagegrens (RG) van 0,1 of 0,2 ng/m³. Dit wil zeggen dat er enkel met voldoende zekerheid gesteld kan worden dat de concentratie onder de RG lag, zonder hier een exacte concentratie voor te bepalen. Van de vier meetpunten moet enkel dat ter hoogte van de Burchtse Weel getoetst worden aan de tijdelijke toetsingswaarden voor omwonenden (0,4 ng/m³). Hier wordt voor elke benadering aan voldaan. De andere meetpunten bevinden zich op de werf en moeten bijgevolg getoetst worden aan de tijdelijke toetsingswaarde voor arbeiders (2,2 ng/m³). Ook hier wordt ruimschoots aan voldaan voor alle benaderingen.

De PFAS analyseresultaten ter hoogte van het meetpunt ‘E34 - grondstock’ duiden wel op de aanwezigheid van twee andere PFAS met een concentratie boven de RG. Het gaat om PFBA (0,6 ng/m³) en PFBS (0,2 ng/m³). Geen van beide werden in het verleden gemeten in lucht (in opdracht van Lantis). Ook recente resultaten van VITO/VMM wijzen op zeer lage concentraties. Momenteel is het moeilijk te zeggen waarom juist deze twee PFAS werden gemeten. Volgende (reeds opgezette) meetcampagnes in dezelfde omgeving kunnen hier mogelijk meer duidelijkheid in scheppen.

Hieronder vind je de resultaten van de metingen van 12 april 2022 terug*:

Reeks 14: 3 mei 2022

Op 3 mei 2022 zijn er zes stof- en PFAS-metingen uitgevoerd. Bij het bepalen van de meetlocaties is gekeken naar locaties met veel (transport-) activiteiten, locaties met PM10 overschrijdingen volgens het monitoringswerk van de VMM en de opmerking van de VMM bij het recente VITO rapport betreffende het ontbreken van meetpunten tussen 3M en de Oosterweelwerf. Deze opmerking komt voort uit het feit dat er in het rapport wordt aangegeven dat het op basis van de huidige gegevens niet mogelijk is om een onderscheid te maken tussen 3M en de Oosterweelwerf als bron. Er is gekozen voor een meting aan de Burchtse Weel (gemiddeld meeste PM10 meldingen), de waterzuivering en nog plaatsen op het 3M terrein (hoge PFAS-concentraties in de bodem), de grondstock aan de E34 (opslag deels onbegroeide grond) en de Sint-Anna knoop (veel transportbewegingen over een deels geasfalteerde weg).

De resultaten voor totaal stof tonen aan dat de verstoffing ter hoogte van alle meetpunten beperkt was in vergelijking met eerder gemeten stofconcentraties op droge dagen (60/70 tot 386 µg stof/m³ en een uitschieter tot 626 µg stof/m³), maar dat er wel een onderscheid gemaakt kan worden tussen een aantal meetpunten. De gemeten concentraties aan de Burchtse Weel en de Sint-Anna knoop zijn namelijk hoger dan op de overige meetpunten. Ter hoogte van de Burchtse Weel kan dit het gevolg zijn van de windrichting, aangezien deze van over de werf kwam. Gedurende de meetperiode zijn er twee PM10 meldingen geweest vanuit het VMM monitoringsnetwerk. De Sint-Anna knoop is een locatie met veel transport over een deels geasfalteerde weg, wat typisch aanleiding geeft tot (licht) hogere stofconcentraties. De gemeten stofconcentratie was wel merkelijk kleiner dan de meting op 12 april 2022, wat verklaard kan worden door het feit dat de weg nu gesproeid was. Deze maatregel lijkt dus zijn effect niet te missen.

Wat de EFSA PFAS (PFNA, PFOA, PFHxS en PFOS ) betreft, waren alle concentraties ter hoogte van de meetpunten Burchtse Weel en Sint-Anna knoop kleiner dan de rapportagegrens (RG) van 0,1 ng/m³. Dit wil zeggen dat er enkel met voldoende zekerheid gesteld kan worden dat de concentratie onder de RG lag, zonder hier een exacte concentratie voor te bepalen. Voor het meetpunt ter hoogte van de Burchtse Weel is de tijdelijke toetsingswaarden voor omwonenden (0,4 ng/m³) relevant. Hier wordt aan voldaan. Ook de meting aan Sint-Anna knoop voldoet aan deze tijdelijke toetsingswaarde, terwijl eigenlijk de tijdelijke toetsingswaarde voor arbeiders (2,2 ng/m³) relevant is. Bijgevolg wordt hier zeker aan voldaan. Voor de vier andere meetpunten is er telkens een PFOS concentratie vastgesteld, hoger dan de RG. De overige drie EFSA PFAS concentraties waren wel altijd kleiner dan de RG van 0,1 ng/m³. Aangezien deze meetpunten binnen de werfzone liggen zijn de tijdelijke toetsingswaarden voor arbeiders (2,2 ng/m³) relevant. Hier wordt voor alle benaderingen aan voldaan.

De PFAS-analyseresultaten ter hoogte van het meetpunt ‘3M-halverwege’ duiden bijkomend op de aanwezigheid van PFBS met een concentratie boven de RG, namelijk 10 ng/m³. Momenteel is het moeilijk te zeggen waarom juist deze PFAS op deze locatie werd gemeten. Ook is het moeilijk om de exacte bron te identificeren. Volgende meetcampagnes in dezelfde omgeving kunnen hier mogelijk meer duidelijkheid in scheppen.

Hieronder vind je de resultaten van de metingen van 3 mei 2022 terug*:

*Omwille van het beschermen van privacy zijn persoonsgegevens uit de rapporten anoniem gemaakt.

Op 19/04/2022 heeft de Raad van State dat de conformverklaringen voor de grondwerken op de werven Linkeroever en Scheldetunnel opnieuw geschorst. Het arrest legt de grondwerken in en met verontreinigde grond op onze werven in Linkeroever en Zwijndrecht tijdelijk stil.

Laatste update: 20/06/2022

Verdwijnt buurtpark ‘t Schijntje?

Buurtpark ’t Schijntje - gelegen tussen de R1 en de Ten Eekhovelei -  verdwijnt niet.
De hondenweide en de speeltuin verplaatsen we slechts tijdelijk voor enkele voorbereidende werken in het kader van de Oosterweelverbinding. Deze werken vinden plaats in de zone tussen de Noordersingel, de Ten Eekhovelei, de Ring en onder het Viaduct van Merksem.
 

Bestaan er abonnementen voor de Park and Rides?

Ja, je kan een abonnement afsluiten. Als abonnementhouder betaal je € 25 per maand of € 300 per jaar om in de Park and Ride te parkeren. Neem contact op met de projectmanager P&R via infoatpenrantwerpen.be.

Zit er ook PFAS/PFOS in het grondwater?

Er werd inderdaad ook PFOS teruggevonden in het grondwater binnen het projectgebied Linkeroever. Die verontreiniging bevindt zich langs de E34 tot aan de Charles de Costerlaan en tot in de knoop Sint-Anna. Het strekt zich dus minder ver uit dan de verontreiniging in het vaste deel van de bodem. 
 
Het grondwater dat we tijdens de werken oppompen, wordt gezuiverd alvorens het naar de Schelde wordt afgevoerd of terug in de bodem wordt gepompt. Daartoe werd een speciale waterzuiveringsinstallatie gebouwd binnen de werfzone Linkeroever. De Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) volgt deze waterzuivering op.

We detecteren geen PFOS meer in het gezuiverde water dat naar de Schelde wordt afgevoerd of dat terug in de bodem wordt gebracht. De meest gedetailleerde metingen kunnen een concentratie vanaf 0,1 microgram/l vinden. Dat is ook de norm die opgelegd is in de vergunning voor het terugpompen van het water in de grond. Voor het afvoeren van het water in de Schelde ligt de norm op 1 microgram/l. Dat er in het water dat het waterzuiveringsstation verlaat geen PFOS boven de detectielimiet meer gevonden wordt, toont aan dat onze zuivering zeer secuur en conform de normen gebeurt. Een overzicht van de metingen in het water dat in de grondwaterzuiveringsinstallatie toekomt en vervolgens verlaat, vind je op deze grafiek.

Lozingsnormen PFOS-houdend grondwater

 

Wordt de verontreiniging van PFOS verspreid door grondwater op te pompen voor de Oosterweelverbinding?  

Neen, door het grondwater op te pompen, nemen we net een deel van de verontreiniging weg. Al het grondwater dat we in het verontreinigde gebied oppompen, wordt namelijk gezuiverd voordat het naar de Schelde wordt afgevoerd of terugvloeit in de bodem. Hiervoor is speciaal binnen de werfzone Linkeroever een waterzuiveringsinstallatie gebouwd. 

De lozingsnorm ligt op de laagst meetbare waarde (detectiewaarde) en wordt ook opgevolgd door de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM). Er werd geen PFOS meer gevonden in het gezuiverde water, dus wordt er geen verontreiniging verspreid maar net weggenomen. Het grondwater gaat er dus op vooruit.

Wordt de verontreiniging van PFOS verspreid door de aanleg van de Scheldetunnel? 

Neen. Binnen het projectgebied Scheldetunnel worden volgens alle beschikbare gegevens geen concentraties boven de 0,5 µg/l PFOS/PFOA vastgesteld. Diverse meetresultaten bevinden zich zelfs onder de rapportagegrens van 0,1 µg/l.

Verder worden alle vereiste maatregelen genomen om verdere verspreiding van de PFOS-contaminatie in het grondwater te vermijden. Zo zal bijv. de bouw van de Scheldetunnel grotendeels gebeuren in waterdichte bouwkuipen, zogenaamde polderconstructies. Voorafgaand aan de verlaging van de grondwatertafel wordt rondom de werkput een waterdichte constructie aangebracht tot in de Boomse klei. Binnen deze waterdichte bouwkuipen zal het grondwater verlaagd worden, maar dit heeft geen impact op de grondwaterstand rondom de bouwkuip.

Daarnaast wordt voorafgaand aan de bouwwerken een werfgebonden omgevingsvergunning aangevraagd waarbij alle geplande grondwaterverlagingen voor de aanleg van de Scheldetunnel in detail worden bestudeerd. Tevens zal er een doorgedreven monitoring van de grondwaterstanden plaatsvinden ter hoogte van en rondom het projectgebied. De nulmeting voor deze monitoring is trouwens al geruime tijd geleden opgestart waarbij de natuurlijke fluctuaties in beeld worden gebracht. 

Alle PFAS-houdend grondwater dat we oppompen zal voor lozing in het oppervlaktewater dan ook gereinigd worden in speciaal hiervoor gebouwde zuiveringsinstallaties.

Verdwijnt de bufferzone tussen industrie, wegen en bewoning bij het rooien van het Sint-Annabos?

Het Sint-Annabos laten we grotendeels staan bij de aanleg van de Oosterweelverbinding. In de oorspronkelijke plannen was het de bedoeling om een deel van het weggegraven zand van de nieuwe Scheldetunnel tijdelijk te stockeren in het Sint-Annabos. Hiervoor moest een groot deel van het bos verdwijnen. In september 2016 hebben we echter een alternatieve stockageplaats gevonden voor dit zand: het Noordelijk Insteekdok. Hierdoor kan het grootste deel van het Sint-Annabos (52.3 ha) blijven staan bij de aanleg van de Oosterweelverbinding en is er dus geen sprake meer van het rooien van het bos.

Hoeveel parkeerplaatsen zijn er beschikbaar in de Park and Ride?

De grootste Park and Ride, met plaats voor 1700 wagens, vind je vlak naast de afrit van de A12 aan de Noorderlaan. In Merksem biedt het Park and Ridegebouw aan de Bredabaan onderdak aan 685 wagens.De Park and Ride aan de Blancefloerlaan op Linkeroever beschikt over 1500 parkeerplaatsen. Meer informatie
 

Hoe sterk is de verontreiniging met PFAS/PFOS op Linkeroever?

Welke PFAS-waarden werden er op Linkeroever gemeten? 

Sinds de PFAS-kwestie in het nieuws kwam, kregen we heel wat vragen over de PFAS-concentraties in ons projectgebied. Daarom spelen we letterlijk open kaart. We maken alle metingen, zowel van de grond als de lucht in het Oosterweelprojectgebied, openbaar in een interactieve kaart. Daarnaast geven we ook de cijfers mee van de metingen in het door Lantis opgepompte en gezuiverde grondwater. 

Bekijk de hier de volledige kaart met staalnames.  

Welk toetsingskader en welke zoneringscriteria hanteert Lantis voor de PFAS-verontreiniging?

Voor de afbakening van de PFAS-houdende kadastrale werkzone wordt het toetsingskader dat door de OVAM werd gepubliceerd op 5 maart 2021 gehanteerd.

In februari 2022  werden de zoneringscriteria binnen de PFAS-houdende kadastrale werkzone bijgesteld, naar aanleiding van het advies van de Expertencommissie Grondverzet. 

Hierbij werd door de commissie een principe gehanteerd, dat verder gaat dan het standstillprincipe uit de grondverzetregeling en dit ter maximale bescherming van de gezondheid van de omwonenden. Het onderstaande overzicht vat de hergebruiks-mogelijkheden samen:

Gronden met concentraties tussen 3 µg/kg ds PFOS/PFOA of 8 µg/kg ds som PFAS en 14,4 µg/kg ds som PFAS. 

  • Aan de 3-delige code wordt ! toegekend. 
  • Op de werf is deze gestapelde grond herkenbaar met een gele kleurcode
  • Gebruik toegestaan binnen de PFAS-houdende kadastrale werkzone in zones met een gele, oranje of rode kleur

Gronden met concentraties tussen 14,4 µg/kg ds som PFAS en 47 µg/kg ds som PFAS

  • Aan de 3-delige code wordt !! toegekend. 
  • Op de werf is deze gestapelde grond herkenbaar met een oranje kleurcode
  • Gebruik toegestaan binnen de PFAS-houdende kadastrale werkzone in zones met een oranje of rode kleur
  • Actief recreatief gebruik op niet-verharde bodem wordt vermeden en toegang wordt ontmoedigd 

Gronden met concentraties > 47 μg/kg ds som PFAS  en < 1000 μg/kg ds som PFAS  

  • Aan de 3-delige code wordt !!! toegekend. 
  • Op de werf is deze gestapelde grond herkenbaar met een rode kleurcode
  • Gebruik toegestaan binnen de PFAS-houdende kadastrale werkzone in zones met een rode kleur
  • Speciale maatregelen zijn nodig bij hergebruik van deze gronden (afdek met leeflaag, kleilaag en folie en onderafdek).    

Gronden met concentraties > 1000 μg/kg ds som PFAS  

  • Aan de 3-delige code wordt !!!! toegekend. 
  • De grond wordt meteen afgevoerd buiten de werf voor verdere verwerking. Er is geen hergebruik binnen de werf toegestaan

Kleurcodes maken kwaliteit grondhopen duidelijk voor de omgeving 

Verspreid over de werf liggen verschillende grondhopen, zowel aangevoerde als uitgegraven grond. Iedere grondhoop krijgt standaard een code, zodat we te allen tijde weten welke kwaliteit die grond heeft. 

We begrijpen dat omwonenden zich vragen stellen bij de grondhopen die ze zien. Welke zijn verontreinigd? Welke grond is aangevoerd? Om dat helder te maken, werken we - na een vraag van de burgerbeweging ‘Zwijndrecht Gezond’ - met kleurcodes in plaats van een technische code. Aan de hand van de kleurcode kan men dan zelf afleiden welke kwaliteit de grond heeft. 

De kleurcodes die we gebruiken op onze werf: 

Groen: gronden afkomstig uit bodemlagen met concentraties minder dan 3 µg/kg ds PFOS/PFOA en 8 μg/kg ds som PFAS

  • De grond mag vrij gebruikt worden.  

Geel: gronden afkomstig uit bodemlagen met concentraties tussen 3 µg/kg ds PFOS/PFOA of 8 µg/kg ds som PFAS en 14,4 µg/kg ds som PFAS. 

  • Gebruik toegestaan binnen de PFAS-houdende kadastrale werkzone in zones met een gele, oranje of rode kleur

Oranje: gronden afkomstig uit bodemlagen met concentraties tussen 14,4 µg/kg ds som PFAS en 47 µg/kg ds som PFAS

  • Gebruik toegestaan binnen de PFAS-houdende kadastrale werkzone in zones met een oranje of rode kleur

Rood: gronden afkomstig uit bodemlagen met concentraties > 47 μg /kg DS som PFAS

  • Gebruik toegestaan binnen de PFAS-houdende kadastrale werkzone in zones met een rode kleur
  • Speciale maatregelen zijn nodig (inpakken met kleilaag en folie)

 

UpdateOp 19/04/2022 heeft de Raad van State dat de conformverklaringen voor de grondwerken op de werven Linkeroever en Scheldetunnel geschorst. Het arrest legt de grondwerken in en met verontreinigde grond op onze werven in Linkeroever en Zwijndrecht tijdelijk stil. 

Wat verandert er aan de zuidelijke helft van de Ring?

Het zuidelijke deel van de Ring - het stuk tussen de Kennedytunnel op Rechteroever en de knoop met de E313/E34 - valt buiten het projectgebied van de Oosterweelverbinding. 

Hier worden dus geen Oosterweelwerken uitgevoerd. Al zullen de Oosterweelwerken er wel voor zorgen dat de mobiliteit en de leefbaarheid ook hier erop vooruitgaat. Hoe? Doordat we het verkeer beter spreiden op de Ring, zal het minder druk worden op het zuidelijke deel van de Ring en in de Kennedytunnel. Op de Ring zal namelijk vooral lokaal verkeer rijden, terwijl doorgaand verkeer en havenverkeer over een noordelijk alternatief - het zogenaamde haventracé - gestuurd zal worden. Zo krijg je meer ademruimte op de Ring, inclusief op het zuidelijke deel ervan. 

Staan er dan geen specifieke projecten op stapel om het zuidelijke deel van de Ring aangenamer en gezonder te maken? Toch wel. Maar deze vallen niet onder Oosterweel. De stad zal hier in het kader van de Grote Verbinding werk van maken. Meer info over die projecten lees je op www.degroteverbinding.be.

Waarom bouwen we een tijdelijke R1?

Een van de meest ingrijpende onderdelen van de Oosterweelverbinding komt er in Antwerpen Noord waar de Antwerpse Ring zoals we die vandaag kennen verdwijnt. Het Viaduct van Merksem breken we er af en maakt er plaats voor een ingesleufde, dieperliggende Ring die deels overkapt wordt. De Ring verdwijnt zo uit het zicht en op de vrijgekomen ruimte komen meerdere nieuwe parken voor extra groen. 

Deze transformatie van een viaduct naar een insleufde Ring is geen eenvoudige klus. Dagelijks passeren er ongeveer 140.000 voertuigen en het is een belangrijke noord-zuidverbinding. Samen met de aannemer hebben we de voorbije jaren binnen de budgettaire krijtlijnen naar een oplossing gezocht die én weggebruikers een stabiele en veilige route biedt én leefbaar is voor de omgeving. Uiteindelijk kozen we voor de piste om naast het Viaduct van Merksem een tijdelijke R1 of Bypass te bouwen. Deze tijdelijke snelweg - een vijf kilometer lange constructie die deels over de begane grond loopt en deels over het Albertkanaal – biedt een gelijkwaardig alternatief voor de R1 en staat zo toe om het verkeer in goede banen te leiden tijdens de werken. Dankzij de Bypass houden we het verkeer maximaal op het hoofdwegennet en vermijden we sluipverkeer in de omliggende woonwijken. Ook geeft het de aannemer voldoende ruimte om de werken uit te voeren, waardoor we het aantal fasewissels voor het verkeer kunnen beperken. Tot slot zijn de werken hierdoor sneller klaar waardoor je in 2030 over de nieuwe verdiepte Ring kan rijden. 

Op welke vervoersmiddelen kan je overstappen vanaf de Park and Ride?

Eens geparkeerd, stap je over op een vervoermiddel naar keuze: tram of bus, een (elektrische) deelfiets of -step. Ook deelwagens staan hier klaar. Meer dan parkeergebouwen zijn de park-and-rides hubs voor een slimme mobiliteit naar de stad.
 

Kan de Oosterweelverbinding overkapt worden?

We houden maximaal rekening met een toekomstige overkapping van de Ring binnen ons projectgebied . In het noorden van de stad wordt het Viaduct van Merksem afgebroken en leggen we de R1 in een dieperliggende sleuf die we tijdens de Oosterweelwerken reeds op bepaalde plaatsen overkappen: 

  • Groenendaallaan: een overkapping van zo’n 850 meter brengt rust en groen in de buurt rond Luchtbal en Merksem. Op de overkapping komt een groot park dat beide wijken met elkaar verbindt: Ringpark Groenendaal.
  • Lobroekdok: tussen het Albertkanaal en de kop van het Lobroekdok ontstaat Ringpark Lobroekdok. Dit nieuw waterrijk groengebied is maar liefst 10 hectare groot en telt 14 voetbalvelden.
  • Sportpaleis: voor het Sportpaleis komt een groot nieuw plein op de overkapping. Door de overkapping worden de Kronenbrugwijk in Deurne en de Slachthuiswijk met elkaar verbonden. De horeca rond het slachthuis en op de Dam wordt zo meer toegankelijk voor bezoekers.
  • Hof ter Lo: tussen het Rivierenhof en Hof ter Lo is de overkapping ongeveer 100 meter breed en maakt deel uit van Ringpark Het Schijn.
  • Oosterweelknooppunt: het wegencomplex ten zuiden van de haven wordt deels overkapt. Hier komt het Ringpark Noordkasteel.

De stukken die nog niet overkapt worden, maken we klaar zodat ze op een later moment overkapt kunnen worden. We leggen de Ring hier in een dieperliggende, open sleuf met muren die een dak kunnen dragen. Ook voorzien we nu al extra ruimte voor toekomstige vluchtgangen.
 

Wat zijn de gevolgen van de heraanleg van de Ring aan Schijnpoort voor de plannen voor Spoor Oost?

De precieze invulling van de zone ‘Spoor Oost’ behoort niet tot de plannen voor de Oosterweelverbinding. Met de verbetering van het verkeersknooppunt aan het Sportpaleis maken we deze zone wel goed bereikbaar, wat de uiteindelijke invulling ook zal zijn. Doordat we de overbelaste verkeersknoop aan het Sportpaleis vernieuwen, creëren we immers een vlotte en veilige doorstroming van auto- en vrachtwagenverkeer, openbaar vervoer en fiets- en wandelverkeer. Bovendien verdwijnt hierdoor het sluipverkeer in de omliggende wijken.

Waar vind ik de meetresultaten terug voor PFAS op de Oosterweelwerf?

We hebben interactieve dashboards opgesteld die we regelmatig bijwerken om de nieuwste resultaten toe te voegen. Enerzijds zijn er de resultaten van de grond- en luchtmetingen. Anderzijds geven we ook de resultaten van de grondwaterzuiveringsinstallatie. Daarmee reinigen we het opgepompte grondwater voor we het water weer laten infiltreren in de ondergrond of laten wegvloeien in de Schelde.

Waarom zijn er verschillende kleurschakeringen bij de meetpunten op de kaart?

Voor de grondmetingen hebben we de resultaten onderverdeeld volgens de grenswaarden die gelden voor het gebruik van grond dat PFOS bevat: 3 en 70 µg/kg ds.*
Voor de luchtmetingen worden de resultaten getoetst aan een conservatief toetsingskader, afgeleid uit de meest recente normen. De gezondheidsnorm voor alle PFAS samen ligt daar op 2,2ng/m³.

Op verschillende plaatsen werden meerdere stalen genomen. Die kunnen zowel verschillen in de tijd als in de diepte (voor grondmetingen). Wanneer de resultaten van die metingen verschillen, krijg je een mix van de respectievelijke kleuren.

Kan ik uit deze resultaten ook iets afleiden voor mijn woonomgeving?

Lantis is enkel bevoegd om metingen uit te voeren binnen het Oosterweelprojectgebied. Dat gebied duiden we ook aan met de projectgrens op de kaart. Deze metingen zijn dus niet zomaar toepasbaar op de woongebieden daarrond. Want de vervuilingsconcentraties verminderen snel eens je weggaat van de kern van de vervuiling; 3M. Hoewel de cijfers uit onze metingen een indicatie kunnen zijn, is het niet mogelijk om conclusies voor de woonomgeving te trekken zonder effectieve metingen in die omgeving.

Waarom worden de luchtmetingen van 9/6/2021 niet vermeld op de kaart?

De techniek voor de eerste luchtmeting liet ons nog niet toe om PFAS-concentraties lager dan 0,004µg/m³ of 4ng/m³ te detecteren. Daardoor konden we niet uitsluiten of er PFOS boven of onder de gezondheidsgrens van 2,2ng/m³ in het verzamelde stof zat. Vanaf de tweede stofmetingen stond de techniek wel op punt om lagere concentraties te meten.

Wat is SOF?

SOF is de “som van opgeloste organische fluorverbindingen” en dus een indicatie van fluorverbindingen in het grondwater. Bij de vergunningsaanvraag werd ons opgedragen om ook deze parameter mee op te nemen.

Waarom zijn er soms langere perioden zonder waarden bij de waterzuiveringsinstallatie?

De waterzuiveringsinstallatie is niet permanent in werking. Er zijn immers niet elke dag bemalingen (oppompen van het grondwater) en bovendien wordt al het opgepompte water eerst verzameld in een retentiebekken. Daardoor kan het zijn dat er gedurende een periode van dagen tot enkele weken geen waarden beschikbaar zijn.

*Voorlopig nog volgens de grenswaarden uit het Technisch Verslag dd. 22/11/2021.

Zijn er laadpalen beschikbaar in de Park and Rides?

Ja, in de Park and Ride Merksem zijn er 16 laadpalen voor elektrische wagens. In de Park and Ride Luchtbal zijn er 19 laadpalen voor elektrische wagens. In de Park and Ride Linkeroever zijn er 30 laadpalen voor elektrische wagens beschikbaar.
 

Staan Blokkersdijk en andere nabijgelegen natuurgebieden onder druk door de werken aan de Oosterweelverbinding?

Blokkersdijk is een beschermd natuurgebied. De werken aan de Oosterweelverbinding mogen bijgevolg op geen enkele wijze impact hebben op dit gebied. Op basis van het project-MER voor de Oosterweelverbinding zal beoordeeld worden of er bijkomende maatregelen nodig zijn tijdens de aanleg van de Scheldetunnel. Dit om elke mogelijke impact op dit gebied te vermijden. Daarnaast zal de Oosterweelverbinding er net voor zorgen dat de druk op de natuurgebieden verlaagd wordt. Zo wordt de Charles de Costerlaan een groene fiets- en wandelboulevard en verbinden we de aanwezige natuurgebieden tot één groot groengebied op de linkeroever.  
Lees meer over aanleg van de Scheldetunnel

Welke voordelen hebben de Oosterweelwerken op de linkeroever op vlak van fietsinfrastructuur?

In Zwijndrecht en op Linkeroever wordt het fietsnetwerk fors uitgebreid met 16,5 km aan nieuwe fietspaden zodat je veilig en comfortabel naar de haven, de rechteroever of het Waasland fiets. Er worden onder meer nieuwe fietspaden voorzien langs de nieuwe verbindingsweg tussen de E17 en E34 en aan de zuidrand van de E17. Er komen nieuwe fietsbruggen over de E34 en R1 en een fietstunnel onder de Canadastraat. Tegelijk worden heel wat bestaande fietspaden heraangelegd. Aanvullend zal ook Ringpark West door Lantis gerealiseerd worden met onder meer een fietsbrug over de E17 tussen Galgenweel en Burchtse Weel. Zo wordt ook voor fietsers de Ring rond. Lees meer over de fietsverbindingen op linkeroever en Zwijndrecht.
 
 

Hoe rij je naar de Park and Rides?

Park and Ride Merksem bereik je via de E19. Neem je de afrit Kleine Bareel en rij vervolgens op de Bredabaan richting Antwerpen. Park and Ride Luchtbal bereik je via de A12. Neem afrit 6 Ekeren en rij vervolgens op de Noorderlaan richting Antwerpen. De Park and Ride Linkeroever bereik je via de nieuwe verbindingsweg die naast de E17, R1 en de E34, aan de kant van Zwijndrecht loopt. Zo rij je vanaf de E34. Zo rij je vanaf de E17.
 

Welke PFAS-maatregelen neemt Lantis voor medewerkers en buurtbewoners?

Welke maatregelen zijn er voor de medewerkers?

De gezondheid en veiligheid van alle medewerkers is onze grootste prioriteit. Daarom leggen we vanuit Lantis hoge veiligheidseisen op aan ons eigen personeel en vragen we hetzelfde voor de werknemers van de aannemers op de werf. Voor werken in de grond met PFAS-verontreiniging, nemen we bijkomende beschermende maatregelen om veilig met de PFAS-grond om te springen en fysiek contact te vermijden. Maatregelen zijn bijvoorbeeld de verplichting om een stofmasker te dragen in een stoffige omgeving en lichaamsbedekkende werkkledij en handschoenen te dragen wanneer men in contact komt met PFAS-houdende grond. De maatregelen die het aannemersconsortium Rinkoniên voor Linkeroever hanteert, zijn de volgende:

Maatregelen PFOS-gebied

Deze instructies zijn ook een onderdeel van de opleiding die iedereen moet doorlopen vooraleer men de werf op Linkeroever mag betreden. Daarnaast krijgt iedereen op de werf nog eens specifieke instructies voor dat werfdeel. 
 
Vanuit Rinkoniên worden er ook op regelmatige tijdstippen opfrissessies georganiseerd om het belang van deze maatregelen onder de aandacht te brengen, zowel naar eigen personeel als de aannemers en onderaannemers toe. Lantis waakt erover dat deze informatie doorstroomt en de maatregelen ook effectief worden toegepast.

Op de werf rijden waterkarren die de grond besproeien om stofvorming tegen te gegaan. Daarnaast worden ook veegwagens ingezet om opwaaiend zand te verzamelen. Dat zand blijft vervolgens in de werfzone.

In de werfketen zijn er borstels voorzien om schoenen proper te maken en gepaste reinigingsmiddelen om de handen te wassen. De werfketen worden meerdere keren per week gereinigd door een gespecialiseerde firma. Het personeel van die firma is ook op de hoogte van de relevante PFOS-maatregelen.

Welke maatregelen zijn er voor de buurtbewoners?

We begrijpen dat er bij de omwonenden ongerustheid kan zijn over de PFAS-verontreiniging. Zowel door Lantis als de aannemer worden heel wat maatregelen genomen om op een verantwoorde wijze met de gronden om te gaan om PFAS-verspreiding en stofvorming te voorkomen. De veiligheid en gezondheid van onze mensen, buren en de omgeving is onze belangrijkste prioriteit.

Zo zetten we sproei- en veegwagens in om het opwaaien van stof tegen te gaan. We verdichten de PFAS-gronden of zaaien ze in, zodat verspreiding van stof geminimaliseerd wordt. De meest vervuilde PFAS-gronden worden bovendien op veilige afstand van buurtbewoners bewaard en afgevoerd. Experts voeren stofmetingen uit die bevestigen dat we zo veilig mogelijk werken. Uit deze luchtmetingen blijkt dat het stof dat op de werf wordt aangetroffen, geen verhoogd blootstellingsrisico vormt voor omwonenden via de lucht door stof.

Ga naar vraag "Zorgen de werfactiviteiten in het met PFOS verontreinigd gebied voor een risico voor de omgeving?" om de resultaten van de luchtmetingen te raadplegen.

Hoe gaan mens, dier en milieu er op Linkeroever en in Zwijndrecht op vooruit?

Op de linkeroever maken mens, dier en milieu een flinke sprong vooruit. De snelwegen verdwijnen achter groene geluidsbermen en hoge geluidsschermen waardoor je er rustiger woont, werkt, wandelt of fietst. En de nu nog versnipperde natuurgebieden worden met elkaar verbonden tot één groot Ringpark -

  1. Ringpark West - waar mensen en dieren zich vrijer kunnen verplaatsen in het groen.
  2. Het knooppunt Antwerpen-West wordt compacter aangelegd waardoor ruimte vrijkomt. In totaal komt er 18 hectare extra bos in deze omgeving.
  3. Nieuwe ecoducten en ecoduikers aan de Laarbeek, de Palingbeek en de Dwarslaan verbinden de natuurgebieden met elkaar waardoor dieren zich vrij kunnen bewegen tussen de verschillende groenzones.
  4. De waterhuishouding wordt verbeterd door het herinrichten van beken en waterlopen. Ook leggen we verschillende bufferbekkens aan langs de snelweg om wateroverlast in de omgeving te beperken.
  5. De weginfrastructuur en de omgeving worden gescheiden van elkaar door middel van groenbermen en geluidsschermen.
  6. We houden auto’s van de weg met de aanleg van een uitgebreid fietsnetwerk.  
  7. De taluds of wegbermen worden ingericht met aandacht voor dieren en planten.
  8. Dankzij de aanleg van Ringpark West gaan Zwijndrecht, Burcht en Linkeroever er stevig op vooruit. De verschillende natuurgebieden worden er met elkaar verbonden tot één groot gebied waar het aangenaam vertoeven is.  

Meer weten over Ringpark West? 

Hoeveel tol zal er gevraagd worden voor elke tunnel? 

De Oosterweelverbinding kan enkel betaald worden als er ook tol geheven wordt. De onderzoeken lopen nog om te bepalen hoeveel er in de Kennedytunnel, de Scheldetunnel en de Liefkenshoektunnel betaald zal moeten worden. Belangrijk is dat het verkeer, en zeker het vrachtverkeer, naar de juiste tunnel wordt geleid. Hoe verder die tunnel van de stad ligt, hoe goedkoper hij moet zijn om erdoor te rijden. Zo willen we verkeer dat niet in de stad moet zijn optimaal rond de stad sturen. Voor personenvervoer blijft wel één tunnel tolvrij.
 

Is de Park and Ride altijd open?

De Park and Ride is elke dag open van 04u30 tot 02u00.
 

Wat gebeurt er met het werk van de ontwerpteams en de overkappingsintendant? 

De ontwerpteams maken een finaal ontwerp van de omgeving van de Ring. Dit ontwerp bepaalt hoe deze omgeving er aan het einde van de werken zal uitzien. Langs en op de Ring komen zeven nieuwe Ringparken en er komt ook een fietsbrug over de Schelde.
Over de vooruitgang van die nieuwe Ringparken en de Scheldebrug communiceert de Grote Verbinding. Daar lees je ook de details van ieder Ringpark. Van elk onderdeel zijn al concretere ontwerpplannen opgemaakt. Nu werken de ontwerpteams deze plannen samen met alle geïnteresseerden uit tot een finaal plan. Een deel van de Ringparken valt samen met de Oosterweelverbinding. Die realiseren we samen. 
 

Hoeveel kost de bouw van de Oosterweelverbinding en wie betaalt dat? 

Met de Oosterweelverbinding realiseren we het grootste bouwproject tot nu toe in België. Daar hangt natuurlijk ook een prijskaartje aan. In zijn totaliteit zal de Oosterweelverbinding circa. 4,5 miljard euro kosten. Vanwaar dat geld komt? Net zoals iemand die zijn huis bouwt en gaat lenen bij de bank, is Lantis als bouwheer van de Oosterweelverbinding leningen aangegaan bij de Vlaamse Overheid en de Europese Investeringsbank. Dat bedrag wordt 100% terugbetaald door middel van tolgelden die de komende 35 tot 40 jaar door weggebruikers betaald zullen worden. Er gaat dus geen belastinggeld naar de bouw van de Oosterweelverbinding.
Daarnaast kreeg Lantis van de Vlaamse Regering ook groen licht om reeds voor 915 miljoen euro aan leefbaarheidsprojecten meteen mee uit te voeren tijdens de bouw van de Oosterweelverbinding. Ook de leefbaarheidsprojecten en overkappingen worden zo vanaf het begin mee voorzien. Deze 915 miljoen euro komt uit een speciaal ‘overkappingsfonds’ waarnaar alle niet gebruikte budgetten van de Vlaamse administratie gaan. Mocht het overkappingsfonds toch te traag aangevuld raken, kan Lantis altijd nog beroep doen op haar eigen financiële buffer om zo te garanderen dat de werken steeds kunnen worden verder gezet en Antwerpen de komende tien jaar krijgt wat werd beloofd. 
 

Wat moet ik doen wanneer de Oosterweelwerken voor schade hebben gezorgd aan mijn woning of eigendom?

We doen er uiteraard alles aan om ervoor te zorgen dat er geen schade zal veroorzaakt worden aan uw eigendom. Om zettingen te vermijden monitoren we bijvoorbeeld nauwlettend de stand van het grondwater in de omgeving van de werf alsook zettingen zelf op kritische plekken. Ook andere parameters worden zorgvuldig in de gaten gehouden.

Stelt u toch schade vast aan uw huis en bent u ervan overtuigd dat deze schade het gevolg is van de werken in uw buurt, dan neemt u onmiddellijk contact op met uw verzekeringsmakelaar of Lantis via het contactformulier op de website. Op de vraag ‘wat voor melding wil je doen’ antwoordt u met ‘ik wil schade melden’. U doorloopt vervolgens de verschillende stappen in dit webformulier. Van zodra wij uw melding hebben ontvangen zal onze verzekeringsmakelaar contact met u opnemen en wordt het dossier mede door deze verzekeringsdienst verder opgevolgd.

Is de grond enkel op Linkeroever sterk verontreinigd met PFAS of ook op andere locaties van de Oosterweelverbinding?

Het Lobroekdok werd enkele jaren geleden al gesaneerd, was daar ook PFAS aanwezig?

Het Lobroekdok werd enkele jaren geleden al door Lantis gesaneerd ter voorbereiding van de verdieping van de Ring. Toen de kwaliteit van de bodem in kaart gebracht werd, bleek dat het slib sterk verontreinigd was met verschillende vervuilende stoffen. Dat slib werd verwijderd en afgevoerd naar Amoras. Dat is een gespecialiseerde installatie voor de verwerking van verontreinigd slib. 
 
Het slib was sterkt verontreinigd, maar op dat ogenblik was er geen vermoeden van de aanwezigheid van PFAS-verbindingen in het slib. Omwille van de nazorg van de sanering werd recent een nieuwe analyse uitgevoerd op het slib. Daaruit blijkt dat er ook PFAS-componenten aanwezig zijn in het Lobroekdok. Nieuw onderzoek moet uitwijzen of de bodem van het Lobroekdok voldoende gesaneerd werd. Over de oorzaak van deze verontreiniging kan Lantis voorlopig geen uitspraken doen. 

Welke PFAS-concentraties werden er aangetroffen op de rechteroever?

Op 10 maart 2021 publiceerde OVAM een nieuwe richtwaarde voor vrij gebruik van PFOS-houdende gronden. De tot dan toe geldende maximale waarde voor vrij hergebruik van 8 µg/kg ds PFAS werd verlaagd naar 3 µg/kg ds voor PFAS, 3 µg/kg ds voor PFOA en 8µg/kg ds voor de som van de gemeten PFAS. Lantis startte naar aanleiding van deze nieuwe richtwaarde, en gezien het vermoeden dat PFAS ruim verspreid is in de omgeving, een nieuwe onderzoekscampagne voor de Oosterweelwerken op rechteroever.

Uit de eerste resultaten van de bodemonderzoeken blijkt dat op meerdere locaties op rechteroever PFAS wordt aangetroffen in de bodem. De aangetroffen vervuiling zijn grotendeels PFOS-verbindingen. De gemeten concentraties liggen voor het overgrote deel in de range van 3-8µg/kg ds. Deze werden aangetroffen in de volgende zones:

  • Een groot deel van de Oosterweelknoop, meer bepaald de zone van de Scheldetunnel in het westen tot nabij de Hogere Zeevaartschool
  • Een lokale vervuiling ter hoogte van de Bredastraat (langs het Albertkanaal)
  • Een lokale vervuiling nabij de voormalige Samga gebouwen
  • Een lokale vervuiling ter hoogte van de Bredastraat (langs het Albertkanaal)
  • Een lokale vervuiling ter hoogte van Sportpaleis, kant Lobroekdok
  • Een lokale vervuiling, aan de oostkant van de R1, ca 200m ten zuiden van het nieuwe pompstation op het Groot Schijn.
  • Een lokale vervuiling langs de R1 Noord, net voorbij de oprit Groenendaallaan richting Nederland

De vervuiling aangetroffen op de Oosterweelknoop heeft hoogstwaarschijnlijk dezelfde bron als op Linkeroever. De bron van de andere vervuilingen is (nog) ongekend.

Bekijk hier de kaart met staalnames.

Ook in de waterbodems (het slib) van de verschillende oppervlaktewaters waarin werken zullen uitgevoerd worden werd PFAS aangetroffen (Lobroekdok, Albertkanaal, Amerikadok en Straatsburgdok).

Daarnaast lopen er nog onderzoeken naar de aanwezigheid van PFAS-verbindingen in het grondwater. Uit de eerste resultaten blijkt er op meerdere plaatsen PFAS-verbindingen aanwezig zijn in het grondwater, waarbij op dit ogenblik vooral in de omgeving van het Lobroekdok sterk verhoogde waarden worden aangetroffen*. De resultaten van verdere onderzoeken zullen gedeeld worden van zodra ze beschikbaar zijn.

*Karl Vrancken, opdrachthouder coördinatie aanpak PFAS-verontreiniging voor de Vlaamse regering, publiceerde op 31 januari 2022 een advies om geen grondwater te gebruiken in een zone van 500 meter rond het Lobroekdok

Wat met PFAS buiten het projectgebied?

Vanuit Lantis brengen we enkel de kwaliteit van de bodem in ons projectgebied in kaart. We hebben geen onderzoeken uitgevoerd daarbuiten en kunnen daarover dus ook geen uitspraken doen. 

Laatste Update: 7 maart 2022

Gaat de biodiversiteit verloren bij het rooien van het Sint-Annabos?

Het Sint-Annabos blijft grotendeels staan bij de aanleg van de Oosterweelverbinding. In de oorspronkelijke plannen was het de bedoeling om een deel van het weggegraven zand van de nieuwe Scheldetunnel tijdelijk te stockeren in het Sint-Annabos. Hiervoor moest een groot deel van het bos verdwijnen. In september 2016 vonden we echter een alternatieve stockageplaats voor dit zand: het Noordelijk Insteekdok. Hierdoor kan het grootste deel van het Sint-Annabos (52.3 ha) blijven staan bij de aanleg van Oosterweelverbinding en is er bijgevolg ook geen bedreiging voor de biodiversiteit in het bos. Tijdens de werken doen we er ook alles aan om dieren en planten te beschermen. Met resultaat. Uit opvolging door experten van de Universiteit van Antwerpen blijkt dat de impact van de werken op dieren en planten minimaal is. Zo vinden broedvogels nog steeds de weg naar de natuurgebieden rondom de werfzone. 

Hoe lang mag je op een Park en Ride staan?

Het € 1 tarief is geldig voor de eerste 24u. Parkeer je langer dan 24u dan betaal je € 3 per aansluitende dag (24h).
 

Wat is PFOS en waarom is er PFOS op Linkeroever?

Wat is PFOS? 

PFOS is een chemische stof die gebruikt wordt om producten water-, vet- en vuilafstotend te maken. Het is één van de vele chemicaliën die behoort tot de PFAS-familie (Poly- en perfluoralkylstoffen). Het zijn door de mens gemaakte producten die van nature niet in het milieu voorkomen. 
Door het gebruik van deze producten, door fabrieksemissies, incidenten en zelfs bij het blussen van branden, zijn PFAS in het milieu verspreid geraakt. Heel wat plaatsen in Vlaanderen raakten hierdoor historisch verontreinigd. PFAS zijn in lage concentraties alomtegenwoordig in het leefmilieu en in de voedselketen.

Sinds 2009 wordt het gebruik van PFOS niet meer toegelaten binnen de EU omdat het bij lange blootstelling aan hoge concentraties schadelijk kan zijn voor het menselijk lichaam, voor dieren en voor het milieu. 

Hoe is PFOS in de bodem terechtgekomen? 

Bij de productie van PFOS door 3M in Zwijndrecht is de bodem en het grondwater rondom de fabriek verontreinigd geraakt. Lantis noch de Oosterweelwerken liggen aan de oorsprong van de verontreiniging. We worden er echter bij de uitvoering van onze werken wel mee geconfronteerd. Daarom nemen we speciale maatregelen om zorgvuldig en veilig met de PFOS-verontreiniging om te gaan.

Wanneer is er in het kader van de Oosterweelwerken op de linkeroever PFOS vastgesteld? 

Ter voorbereiding van de Oosterweelprojecten Linkeroever & Zwijndrecht en Scheldetunnel werd midden 2016 de bodem onderzocht. Zo’n milieukundig bodemonderzoek naar de kwaliteit van de ondergrond en de mate waarin die verontreinigd is, is verplicht. De omvang van de historische PFOS-vervuiling werd zo uitgebreid in kaart gebracht. De resultaten werden gebundeld in een Technisch Verslag. Uit het onderzoek kwamen verschillende hoge waarden aan PFAS aan het licht, zowel in de bodem als het grondwater binnen de projectgebieden ‘Linkeroever & Zwijndrecht’ en ‘Scheldetunnel’. 

Was Lantis al eerder dan 2016 op de hoogte van verontreiniging in het gebied? 

Tussen 2006 en 2008 kwam uit onderzoek van 3M aan het licht dat het grondwater in de omgeving verontreinigd was. Ook Lantis werd daarvan op de hoogte gesteld. De exacte mate van verontreiniging in de grond was toen echter nog niet gekend. Lantis ondernam in die periode nog geen actie omdat er nog geen zekerheid was over de effectieve bouw van de Oosterweelverbinding.  

Toen in 2016 het tracé van de Oosterweelverbinding definitief was, heeft Lantis een bodemonderzoek uitgevoerd en werd ook specifiek PFOS mee onderzocht om de verontreiniging grondig in kaart te brengen. Vanaf dat moment werd de totale omvang pas duidelijk. De verontreiniging in het grondwater werd bevestigd en ook in de grond zelf werd PFOS gevonden. Voor het eerst werd ook in kaart gebracht hoe omvangrijk die verontreiniging is en op welke locaties die verontreinigde gronden zich bevinden binnen het projectgebied.

Sinds de start van de onderzoeken in 2016, heeft Lantis transparant gerapporteerd aan de bevoegde instanties zoals OVAM (de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij).
 

Wat zijn de gevolgen voor de natuur op de linkeroever?

De nu versnipperde natuurgebieden Sint-Annabos, Middenvijver, Blokkersdijk en het Vliet verbinden we met elkaar tot één groen geheel: Ringpark West. Niet alleen fietsers en wandelaars zullen zo dankzij Oosterweel meer kunnen genieten van de natuur, dankzij de aanleg van ecoducten verplaatsen ook dieren zich vrijer tussen de verschillende natuurgebieden. 

Ter hoogte van het Sint-Annabos verhogen we de dijken van de Schelde en leggen we deze meer landinwaarts omdat de ondergrond van de huidige Scheldedijk te onstabiel is om het gewicht te kunnen dragen van een hogere dijk. De vrijgekomen ruimte gebruiken we voor de aanleg van een nieuw slikken- en schorrengebied (18 hectare) en een overstromingsbos (6 hectare). 

Van de Charles De Costerlaan maken we een fiets- en wandelboulevard, met veel ruimte voor recreatie.
Lees meer over Ringpark West

Hoeveel tol zal er gevraagd worden voor elke tunnel? 

De Oosterweelverbinding kan enkel betaald worden als er ook tol geheven wordt. De onderzoeken lopen nog om te bepalen hoeveel er in de Kennedytunnel, de Scheldetunnel en de Liefkenshoektunnel betaald zal moeten worden. Belangrijk is dat het verkeer, en zeker het vrachtverkeer, naar de juiste tunnel wordt geleid. Hoe verder die tunnel van de stad ligt, hoe goedkoper hij moet zijn om erdoor te rijden. Zo willen we verkeer dat niet in de stad moet zijn optimaal rond de stad sturen. Voor personenvervoer blijft wel één tunnel tolvrij.
 

Mag je langer dan 24u parkeren in de Park and Ride?

Ja, je betaalt €1 per dag (24u) + € 3/ per aansluitende dag (24h).
 

Welke impact heeft de Oosterweelverbinding op de luchtkwaliteit?

Studies tonen aan dat het verkeer rond Antwerpen zal toenemen als we niet ingrijpen, wat negatieve gevolgen heeft voor de luchtkwaliteit in en rond de stad. Met de Oosterweelverbinding dragen we niet alleen bij aan vlotter verkeer maar ook aan een betere luchtkwaliteit. Rondom het zuidelijke deel van de Ring zal dat merkbaar zijn omdat we het verkeer na de werken beter spreiden over de rondgemaakte Ring. In het noorden, waar de Ring in een dieperliggende sleuf komt te liggen die deels overkapt wordt, zetten we extra in op maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Zo zullen we bijvoorbeeld de uitlaatgassen aan de tunnelmonden opvangen. Verder draagt Oosterweel ook bij aan een betere luchtkwaliteit door het makkelijker te maken om de auto te laten staan en met de (elektrische) fiets of het openbaar vervoer te gaan. Door de aanleg van nieuwe P+R’s in de rand van de stad houden we auto’s uit de binnenstad en ook de forse uitbreiding van het fietsnetwerk met 35 kilometer extra fietspad helpt de overschakeling naar duurzame alternatieven te realiseren wat de luchtkwaliteit ten goede komt. Lees meer over andere voordelen  voor de leefbaarheid in en rond Antwerpen

Zorgt Lantis voor plaatsbeschrijvingen in de wijken waar er gewerkt wordt?

Lantis biedt plaatsbeschrijvingen aan voor de eerste huizenrij in de buurt van een werfzone. De bewoners van deze huizen zullen enkele weken voor aanvang van de werken in hun buurt via een bewonersbrief het aanbod krijgen om een afspraak te maken voor een plaatsbeschrijving. Deze wordt uitgevoerd door een onafhankelijk expert. De expert komt ter plaatse en zal de beschrijving uitvoeren in aanwezigheid van de eigenaar van de woonst of appartement. Het gaat hierbij om een minimalistisch verslag waarbij de vastgestelde gebreken worden beschreven. Dat verslag wordt nadien ondertekend door de bouwheer en aan de eigenaar van de woning bezorgd.

De plaatsbeschrijving is een hulpmiddel, maar is niet noodzakelijk om, in geval van schade, tot een objectieve beoordeling te komen. In geval van schade komt er sowieso een expert langs die zal oordelen of de vastgestelde schade het gevolg is van de werken die zijn uitgevoerd.

Lantis en de aannemer engageren zich om mogelijke schade zoveel als mogelijk te beperken. Dat gebeurt aan de hand van een uitgebreid monitoringsplan, waarbij de effecten van de werkzaamheden nauwlettend worden opgevolgd. Zo worden o.a. trillingsmeters geplaatst, zodat tijdig kan ingegrepen worden indien er zich problemen voordoen. Treedt er toch schade op die het gevolg is van de werken die zijn uitgevoerd, zal Lantis ervoor zorgen dat de schadelijder zo snel als mogelijk vergoed wordt.    

Is er een combiticket beschikbaar voor Park and Ride en De Lijn?

Tot op heden is het niet mogelijk om één combiticket (Park and Ride en tram) aan te bieden. Voor pendelaars vanaf P+R Luchtbal is er tijdelijk een P&R Antw 10-rittenkaart. Verplaats je voordelig voor € 1 per rit.

Let op: je moet nog altijd een dagticket voor de Park and Ride (€ 1) aankopen. Meer informatie en hoe het werkt.

Wat is een dading en waarom sloot Lantis er één af met 3M?

Wat is een dading?

Een dading is een overeenkomst waarbij partijen zich met het oog op de beëindiging of voorkoming van een geschil, binden aan een aantal afspraken. Een dading is vaak de formalisering van een bereikte schikking. Dit gebeurt door wederzijdse toegevingen te doen. Op die manier worden tijdrovende en kostelijke discussies voor de rechtbank vermeden.

Wanneer werd de dading met 3M afgesloten?

De dading werd afgesloten in het najaar van 2018. 

Waarom heeft Lantis een dading gesloten met 3M? 

Tussen 2016 en 2018 heeft Lantis bodemonderzoeken laten uitvoeren in het projectgebied op Linkeroever, ter voorbereiding van de Oosterweelwerken die daar gepland werden. Uit de resultaten van de onderzoeken bleek dat de verontreiniging veel ernstiger was dan aanvankelijk werd aangenomen. Bovendien lag er op dat moment geen verplichting bij 3M om gronden te saneren buiten hun fabrieksterrein. Het was juridisch onzeker dat we als Lantis kosten die we zouden maken om de verontreinigde grond te behandelen in het kader van het grondverzet van het project, zouden kunnen verhalen op de veroorzaker van de verontreiniging. De uitkomst van een onzekere juridische procedure zou bovendien tot 20 jaar kunnen aanslepen. 

Op dat moment hebben we beslist om voor een samenwerkingsovereenkomst te gaan zodat we toch nog de medewerking van 3M zouden krijgen om een deel van de problematiek gezamenlijk aan te pakken. 

Wat houdt de dading tussen Lantis en 3M precies in?

De dading omvat een aantal onderdelen. Allereerst mogen we de terreinen van 3M gebruiken om een tijdelijke waterzuiveringsinstallatie op te plaatsen. Dankzij deze installatie kunnen we al het grondwater dat we oppompen op onze werf, meteen zuiveren van PFOS. Het water dat we afvoeren naar de Schelde of terugpompen in de bodem, is dus gezuiverd dankzij onze werkzaamheden. Daarnaast stockeren we de zwaarst vervuilde grond op de terreinen van 3M in een zogeheten “veiligheidsberm”. Het beheer van die berm wordt overgedragen aan 3M. Tot slot maken ook de plaatsing van tijdelijke werfinstallaties op de terreinen van 3M deel uit van het akkoord met 3M. 

De dading ontslaat 3M niet van haar plicht tot sanering. Een latere sanering, opgelegd door OVAM aan 3M, zal door 3M moeten betaald worden. 

Dankzij de verschillende maatregelen uit de dading levert Lantis al sinds 2018 een substantiële bijdrage aan het verbeteren van de aangetroffen verontreinigde toestand. Goed om weten is dat op het moment dat Lantis de dading afsloot, er geen perspectief was dat de vervuiler weldra met een sanering zou starten. 

Hoe komt het dat de bijdrage van 3M slechts 75.000 euro bedraagt? 

De bijdrage van 75.000 euro dient ter compensatie aan Lantis voor het bouwrijp maken van de betrokken zone op de terreinen van 3M waar de veiligheidsberm wordt aangelegd. Een latere sanering, opgelegd door OVAM aan 3M, zal door 3M moeten betaald worden.

Betekent deze dading dat 3M als vervuiler niet meer aansprakelijk kan gesteld worden?

Neen. De saneringsplicht die door OVAM op 3M als saneringsaansprakelijke wordt opgelegd, staat volledig los van deze dading en wordt door deze dading ook op geen enkele wijze beïnvloed. 

Wanneer is de aanleg van de veiligheidsberm gestart? 

Lantis heeft zich in het Saneringsverbond geëngageerd om de verdere aanleg van deze berm stop te zetten. De reeds aangevoerde grond zal opnieuw afgegraven worden en naar een reinigingscentrum gebracht.

Wat gebeurt er met de vijver en het bos van het Noordkasteel?

Met de Scheldetunnel voorzien we een rechtstreekse verbinding tussen Linkeroever en de rechteroever aan de noordkant van de stad. De tunnel gaat ter hoogte van het Sint-Annabos onder de grond om op de rechteroever terug boven te komen aan het Noordkasteel. Daar bouwen we het Oosterweelknooppunt dat de Scheldetunnel verbindt met de Kanaaltunnels die aansluiten op de Antwerpse Ring.

Het nieuwe Oosterweelknooppunt zal verzonken liggen in het landschap en deels overkapt worden. Hierdoor komt er ruimte vrij voor een park: Ringpark Noordkasteel. De huidige vijver aan het Noordkasteel blijft daarbij intact en de bestaande groenzone rondom de vijver verbinden we met de zone rondom de Kerk van Oosterweel die zo een prominentere plaats krijgt.

Tijdens de werken nemen we aan het Noordkasteel een aanzienlijk deel van het rietmoeras en het bestaande bos in het noorden in. Het verdwijnen van een gedeelte van het bos compenseren we door de aanleg van nieuw bos op andere locaties. Zo werd het tijdelijk verdwijnen van het slikken- en schorrengebied door de aanleg van de Scheldetunnel (zowel op de linker- als de rechteroever) reeds gecompenseerd door de eerdere aanleg van de Burchtse Weel. Dit gebied zal na de werken nog volledig hersteld worden. De zeilclub kan ook gewoon actief blijven op haar huidige locatie.

Hoe wordt de hinder van de werken beperkt?

Grote bouwwerken brengen onvermijdelijk hinder met zich mee. Toch zetten we alles op alles om de last voor omwonenden, weggebruikers en bedrijven zoveel mogelijk te beperken.

  • We zetten maximaal in op het vermijden van verkeershinder tijdens de werken. Niet enkel op de Ring, maar ook op het ruimere wegennet en in de woonwijken rond de Ring. Daarom worden bij elke werf verschillende maatregelen genomen (zie maatregelen voor minder hinder op de pagina “waar werken we nu”). In het noorden van Antwerpen, waar we het Viaduct van Merksem afbreken, bouwen we bijvoorbeeld eerst een tijdelijke snelweg, de Bypass, naast de bestaande Ring. Zo zorgen we ervoor dat het snelwegverkeer kan blijven rijden terwijl we een nieuwe Ring bouwen. Zodra die in gebruik is, kan de Bypass weer verdwijnen.
  • Om de hinder van de werken nog beter op te vangen, voorzien we diverse maatregelen die ook na de werken nuttig blijven. Dat zijn hoofdzakelijk duurzame alternatieven voor het wegverkeer. Zo willen we iedereen een goed alternatief bieden voor de wagen. We bouwen onder meer een gordel van P+R’s rondom Antwerpen, waar je vlot overstapt op het openbaar vervoer.  Verder krijgen fietsers er maar liefst 35 kilometer aan nieuwe fietspaden en fietsostrades bij, leggen we nieuwe fietsbruggen over de snelweg en herstellen we oude fietspaden zodat je veilig en snel op je bestemming aankomt.
  • Het werftransport van materialen gebeurt zo veel mogelijk via het water en over werfwegen om de bestaande wegen niet bijkomend te belasten. 
  • Naast maatregelen voor het verkeer, doen we er ook alles aan om de hinder voor de buurten nabij de werken te beperken. Zo leggen we strikte regels op aan de aannemers die de werken uitvoeren om stof- en geluidshinder te vermijden. We houden dit met speciale meters in de gaten zodat we tijdig kunnen ingrijpen indien vereist.

Meer weten over onze manier van werken? Neem een kijkje op Samen aan de slag

Is Antwerpen betaald parkeren?

In en rond Antwerpen zijn er momenteel 9 P+R's. Parkeren in de nieuwe P+R's Luchtbal, Merksem en op Linkeroever kost €1 per dag (24u)
 

Waarom stelt Lantis zich vragen bij de waterzuivering (in het kader van de vergunning voor bemaling werken Scheldetunnel?) Loost Lantis dan PFAS in de Schelde?

In de motivatie bij de vergunningsaanvraag voor onder meer bemaling voor de werken Scheldetunnel heeft Lantis inderdaad aangehaald dat de zuivering van de korte keten een hoge ecologische en economische kost heeft. Weliswaar wordt de PFAS uit het grondwater gehaald, maar de totale impact (verbruik actief kool, energieverbruik en CO-uitstoot, ….) wordt als negatief beschouwd. Ondanks dit gegeven (negatieve ecologische totaalimpact) is het vanuit wettelijk standpunt toch vereist om het grondwater van PFAS te reinigen en zal Lantis dit dan ook doen. Alle PFAS-houdend grondwater zal voor lozing in het oppervlaktewater dan ook gereinigd worden in speciaal hiervoor gebouwde zuiveringsinstallaties.

Verdwijnen de ligplaatsen in het Straatsburgdok?

Alle ligplaatsen verdwijnen uit het Straatsburgdok. Ook de bunkerplaats verdwijnt en zal later ook niet meer terugkomen volgens DVW.

Als je het Asiadok afsluit, dan moet al het verkeer langs hier komen?

Dit is de reden waarom je enkel een ingang hebt langs het Asiadok en aan de andere kant aan het Siberiadok. 

Wat gebeurt er met de veiligheidsberm waarvan de aanleg op het terrein van 3M gestart is?

Lantis heeft zich geëngageerd om de verdere aanleg van deze berm stop te zetten. De reeds aangevoerde grond zal opnieuw afgegraven worden en naar een reinigingscentrum gebracht.

Jullie baseren zich voor VTS op basis van cijfers van 2021. Dit was een covid jaar, is hier rekening mee gehouden?

Die studie is gedaan op basis van data 2021 omdat dit de meest recente data zijn waarover PoAB beschikt. Deze studie gaat over 250 scheepsbewegingen per dag die moeten passeren. Er werd een simulatietool gebouwd, waarin nog extra parameters in gewijzigd kunnen worden; zoals bijvoorbeeld extra verkeer dat toegevoegd kan worden.

Er zijn patronen in te vinden i.v.m. piekmomenten (vb. in het weekend rustiger dan in de week) 

Uit deze studie blijkt dat de voorkeur wordt gegeven aan een dynamische regeling van passage. Momenteel bedraagt een passage (per schip) langs de vaarweg, op basis van de toegelaten snelheid op Albertkanaal, 20 minuten. Als er dan een passage is van 10 schepen na elkaar, zal een passage ongeveer 45 minuten duren (45 minuten heen en 45 minuten terug). Op piekmomenten kan de wachttijd tot 60 minuten bedragen. 

Dit wil zeggen dat we voor binnenvaart, die dient te wachten op een passage, in de Antwerpse haven én op het Albertkanaal een wachtplaats moeten zoeken zodat ze uit de weg liggen voor andere passerende vaart. 

Momenteel is PoAB in gesprek met De Vlaamse Waterweg over hoe wachtende schepen gebufferd kunnen worden op het Albertkanaal. De werken worden georganiseerd in verschillende fases vandaar dat er voor aanvang van elke fase overleg en bijsturing noodzakelijk zal zijn. 

Zijn de werken bij Wijnegem & dok van Merksem afgerond bij de start van de bouw van de kanaaltunnels? 

Een duidelijke timing kunnen we niet meedelen, dit is in nauw overleg in functie van de planning van de Vlaamse Waterweg.

Waar kan ik mijn elektrische deelfiets achterlaten?

Tijdens jouw huurperiode kan je de fiets overal op slot zetten via de app (Bluetooth). Heb je de fiets niet meer nodig? Dan breng je hem naar een drop-off zone, een inleverlocatie die in de app wordt weergegeven. Als je de fiets niet terugbrengt naar een inleverlocatie, kunnen er extra kosten in rekening worden gebracht. De inleverlocaties zorgen ervoor dat fietsen ordelijk worden gehouden en dat er geen Donkey in de stad/gemeente rondslingeren! Let dus goed op bij het parkeren van je fiets en denk aan je medefietsers en voetgangers.

Welke gronden zal Lantis verwijderen?

Uitgegraven gronden met een PFAS-concentratie hoger dan de site-specifieke hergebruikswaarde worden verwijderd. Onder ‘verwijdering’ wordt reiniging, dan wel het storten in een erkende stortplaats begrepen.

Komen de dynamische wachtzones mee in de VTS?

Ja, PoAB ontwikkelt momenteel de softwaretoepassing: passageplanner. Deze softwaretoepassing is het werkinstrument voor de medewerker die de functie van passageplanner zal uitoefenen. PoAB zorgt ervoor dat elektronische meldingen allemaal op punt staan vanaf de VTS in werking gaat. Het reserveren van een slot om de werken te passeren zal, zoals nu ook het geval is, telefonisch of via VHF verlopen. Het is de ambitie om het elektronisch reserveren van een slot en het consulteren van het aanbod mogelijk te maken. 

Voor pleziervaart gaat PoAB de installaties ook uitrusten met luidsprekers zodat we een ‘fijnmazig net’ creëren dat alle verkeersdeelnemers tijdig kan inlichten om ze veilig langsheen de werken te begeleiden. Er is een AIS verplichting in de haven van Antwerpen. Pleziervaart kan ook zich melden voor een passage net zoals de binnenvaart. 
 

Hoe zal Lantis communiceren over de kanaaltunnels?

De VTS-werkgroep communicatie zal bepalen wanneer en hoe er wordt gecommuniceerd.
De VTS werkgroep communicatie omvat volgende partners:

  • Stadshaven
  • PoAB
  • DVW
  • KBV
  • Lantis

Voornamelijk digitale communicatie en in functie van de noodzaak en opportuniteit ‘live’.
 

Waarom wordt de Luikbrug, aan het einde van het Asiadok, gebouwd? Hoe wordt deze brug bediend?

Het werfverkeer moet voortdurend heen en weer kunnen bewegen en dit verkeer kunnen we niet ‘mengen’ met het gewone verkeer. Daarom werden er aparte werfwegen gebouwd met de Luikbrug als oversteekmethode. 

De bediening vormt mee onderwerp van de afspraken rond de VTS. Deze afspraken in verband met VTS zijn nog in opmaak.

Hoe garandeert Lantis dat een toekomstige sanering door 3M nog steeds mogelijk is?

Bij alle grondwerken wordt de PFAS houdende grond enkel verplaatst binnen een zone met gelijkaardige kenmerken, waaronder onder andere de graad van PFAS-verontreiniging, wordt begrepen. Er wordt daarbij over gewaakt dat gronden steeds in de richting van de verontreinigingsbron worden verplaatst en dat de grondverzetswerken een toekomstige sanering van de werfzone niet in verhinderen.

Dit wordt geconcretiseerd in technische verslagen, grondverzetsplannen, grondverzetstoelatingen en zorgvuldig gemonitord met verschillende controlemechanismen (zie FAQ "Hoe weten we dat Lantis ook effectief doet wat het zegt?").

Die ‘drijvende zones’, hoe grootschalig zien jullie dat? Welke capaciteit? Want er zijn nu al overal beperkte ligplaatsen.

De bedoeling is om de wachttijd van schepen zoveel als mogelijk te beperken en zo flexibel mogelijk te zijn met passages. De VTS zal trachten de scheepvaart zo proactief mogelijk te informeren vb. een schip dat de haven invaart via de Noordlandbrug op de hoogte stellen van de volgende mogelijke passage zodat het schip haar snelheid kan aanpassen waardoor wachten mogelijk vermeden wordt. Schepen vertrekkende in de haven, zal PoAB vragen om langer gemeerd te blijven op de vertrekplaats indien mogelijk. 

Via simulaties weten we alvast dat er zich wachtrijen kunnen vormen van 6 à 10 schepen. We zullen wachtplaatsen definiëren om aan de vraag te kunnen voldoen en de nodige marge inbouwen. 

Hoe weten we dat Lantis ook effectief doet wat het zegt?

Het grondverzet op de Oosterweelwerven wordt nauwgezet gemonitord. Het gaat om intense bewegingen in een verontreinigd gebied, vlakbij een woonkern en natuurgebied.

De bewegingen op de werf worden als volgt onderworpen aan controles:

  1. De verantwoordelijken grondverzet bij de aannemer en de bouwheer voeren permanente controles uit.
  2. Vervolgens voert de kwaliteitsdienst van de aannemer interne audits uit.
  3. De werfwaarnemers en de veiligheidstoezichters van Lantis voeren dagelijks controles uit.
  4. Ook het auditteam van Lantis onderwerpt alle rapporten regelmatig aan een uitvoerige controle.

Daarnaast keuren de bodembeheerorganisaties de technische verslagen en transporttoelatingen goed en voeren zij ook controles uit op de traceerbaarheid van de grondstromen. Tot slot voeren ook toezichthouders van OVAM en milieu-inspecties (Antwerpen, Zwijndrecht en Departement) regelmatig controles uit op de werf.

Controle van de omgang met het grondwater gebeurt door de milieu-inspectie diensten van de stad Antwerpen, de gemeente Zwijndrecht en door het departement Handhaving van de Vlaamse overheid.

Additioneel wordt er een comité van deskundigen samengesteld door de Vlaamse Overheid dat de technische verslagen en eventuele voorgestelde wijzigingen aan de werfaanpak aan een peer review onderwerpt alvorens Lantis ermee aan de slag gaat.

Wat is de maximale lengte van de schepen die door de versmalde vaargeul kunnen varen?

De simulaties zijn uitgevoerd met schepen klasse Va+ en Vb
 

Gaat het werfverkeer langs het water rijden of worden ze verplicht om via de Luikbrug te gaan en niet over de kaaien waar alle bedrijven liggen?

Het werfverkeer blijft maximaal aan de noordzijde rijden. De betoncentrale zal ter hoogte van de Straatsburgbrug komen en werfverkeer zal dan de werfweg gebruiken die hier parallel mee verloopt en uitkomt op de Luikbrug. Bovendien zal het wegennet niet overvloedig belast worden en zal bijvoorbeeld het uitgegraven zand getransporteerd worden via scheepvaart. 

De kennis en wetenschappelijke inzichten rond PFAS evolueren volop. Hoe gaat Lantis daar mee om?

De werken aan de Oosterweelverbinding duren nog een kleine tien jaar. In deze periode zal Lantis geconfronteerd worden met nieuwe kennis en evoluerende inzichten. Lantis engageert zich om zich telkens te aligneren aan wijzigende inzichten inzake het normeringskader en dit telkens voor de nog uit te voeren werken ongeacht of zij al vergund werden.

Lantis zal zich verder met de hele professionele saneringswereld in verbinding stellen en actief kennis delen en ophalen zodat succesvolle strategieën sneller tot actie kunnen leiden. Waar kennis ontbreekt, zal Lantis haar kennis delen. Zo vult Lantis de kennis van 3M inzake de zuivering van proceswater aan met ervaringen van Lantis inzake de verwijdering van PFAS uit het grondwater.

Lantis wil meewerken aan de ontwikkeling van nieuwe technieken en technologieën. Hiertoe werkt de bouwheer open en transparant samen met kennisinstellingen (VMM, Universiteit Antwerpen,…) en private instellingen (Inopsys, Hitech Roots,…). Men deelt beschikbare kennis, resultaten en terrein- en

labo-onderzoeken en stelt werven en terreinen ook open voor onderzoek en innovatie. Lantis wil dan ook zijn steentje bijdragen aan al deze ontwikkelingen en onderzoeken, en stelt de werf ter beschikking als proeftuin, in de hoop aldus een katalysator te zijn voor verdere ontwikkelingen.

Zowel voor de zuivering van grondwater als de grondreiniging neemt Lantis nu al actief deel aan verschillende proefprojecten. Naast de specifieke beoordeling van haalbaarheid en rendement worden de projecten steeds beoordeeld op hun totale ecologische impact.

Zal het vrachtwagenverkeer beperkt zijn in de buurt van de bedrijven?

Vrachtwagenverkeer zal zeer beperkt zijn op de Asiadok-Oostkaai richting de Luikbrug (geen werfverkeer, enkel bestemmingsverkeer). Soms zal hier wel wat personenverkeer zijn. 

Wat gaat er gebeuren met de meest vervuilde grond op de Oosterweelwerf? Volgt er een saneringstraject en wat houdt dat in?

In het najaar van 2022 zijn we gestart met het vrijwillig afvoeren van de meest vervuilde PFAS-grondstocks van onze werven Scheldetunnel en Linkeroever/Zwijndrecht naar zogenaamde centra voor grondreiniging. De afvoer gebeurt per schip en per vrachtwagen. Daar wordt de grond gereinigd en wordt de PFAS uit de grond gehaald. Zo halen we al heel wat vervuiling uit de regio weg. Zowel de transporten per schip, als per vrachtwagen worden afgedekt.

De bodemverontreiniging is ontstaan op het terrein van 3M. Dat betekent dat ook de saneringsplicht bij 3M ligt. De verdere realisatie van de Oosterweelverbinding wordt afgestemd op het ruimer saneringstraject van dit bedrijf. Dit saneringstraject heeft als doel de blootstelling met PFAS vanuit de bodem en het grondwater te verminderen. De focus ligt in eerste instantie op de gezondheidsrisico’s voor de omgeving.

Nieuw is dit saneringstraject van 3M niet. De eerste stappen dateren al van 2009 en hadden – met de toenmalige inzichten – vooral betrekking op het beheersen van de PFAS-verontreiniging in het grondwater zodat deze zich niet verder zou verspreiden naar de omgeving. Deze beheersmaatregelen zijn nog altijd van toepassing.

Sinds 2019 wordt met een verstrengd toetsingskader dit saneringstraject geactualiseerd, met als eerste stap de eerste fase van het beschrijvend bodemonderzoek. Hierbij worden in eerste instantie de gezondheidsrisico’s voor de omgeving in kaart gebracht. Dit beschrijvend bodemonderzoek werd door OVAM ontvangen op 10 februari 2022 en werd door OVAM conform verklaard op 7 april 2022.

De eerstvolgende stappen in dit saneringstraject krijgen concreet vorm: 3M engageert zich om de kernsanering op het eigen terrein te optimaliseren, het woon- en landbouwgebied rondom de bedrijfssite te saneren en daarnaast ook mee te werken aan de sanering van de Oosterweelgronden. Op deze manier wordt de verontreinigde grond van de Oosterweelwerken meegenomen in de sanering uit te voeren door 3M. Er wordt ook een plan van aanpak opgezet voor een sanering in een ruimere omgeving en op langere termijn.

Daarnaast wordt er onmiddellijk werk gemaakt van volgende acties, met een onmiddellijke impact op de omgeving. Ze zorgen voor een extra beperking van het risico op blootstelling:

  • In afwachting van grondige volgende stappen rond sanering, wordt het bedrijfsterrein van 3M zo snel mogelijk afgedekt met grind zodat verspreiding van het stof door verwaaiing wordt tegengegaan.
  • Er wordt meteen werk gemaakt om de continue grondwaterstroom van PFAS-houdend water naar de Palingbeek te onderbreken en op het terrein van 3M te houden.
  • De sanering van de Palingbeek wordt volledig uitgevoerd, in synergie met de werken aan de Oosterweelverbinding.

Lantis werkte mee aan het inpassen van de grondverzetswerken in het saneringstraject om zo tot een geïntegreerde aanpak voor Zwijndrecht en omgeving te komen. Dit gebeurde onder coördinatie van Karl Vrancken en in samenwerking met onder andere OVAM, 3M, de gemeente Zwijndrecht en andere stakeholders. Lantis zal haar werkzaamheden verder monitoren en hierover regelmatig en transparant communiceren met omwonenden en de betrokken Vlaamse administraties.

Welke stappen dient de Vlaamse Regering nog te nemen vooraleer er een sluitend juridisch kader is voor grondwerken in de zone rond 3M ? Op welke manier zal de Vlaamse Regering dit juridisch kader precies vormgeven?

De Vlaamse Regering zal op advies van OVAM een zogenaamd sitebesluit nemen zoals dat als instrument reeds lang is voorzien in het Bodemdecreet. De vaststelling van een ruime site rond de 3M fabriek laat een specifieke aanpak toe waardoor grondverzet en saneringswerken door of voor rekening van 3M Belgium parallel kunnen verlopen. Dit geldt niet alleen voor de Oosterweelwerf maar voor alle bouwprojecten die met grondverzet gepaard gaan binnen de vastgestelde site. Het sitebesluit schept daarbij ook een kader dat ervoor zorgt dat grondverzet binnen projecten een eventuele latere bodemsanering niet verhindert.

Kayak Maritime Services - Kunnen wij op elk moment van de dag in- en uitvaren in het Asiadok?

Lantis is zich ervan bewust dat er heel wat watergebonden bedrijven in het stadshavengebied zijn en dat daar veel verkeer is. Lantis wil samen op zoek gaan naar de best mogelijke oplossing en zal bekijken wat de noden en wensen zijn van de watergebonden bedrijven en organisaties op dit vlak. 

Dit zal mee in de operationele werkgroep 3 (passageplanning en ligplaatsbeheer) van de VTS worden opgenomen.
 

Is de Luikbrug voor iedereen toegankelijk?

Neen enkel voor werfverkeer. 

Wanneer wordt de Luikbrug gebouwd?

Vooropgestelde timing is Q3 2023.

Wat worden de precieze afmetingen van de vaargeul tijdens de werken en de verschillende fases vanaf de ingang van het Albertkanaal tot het eindpunt van de werken in Merksem?

Minimale breedte is gelijk aan breedte van de sluis van Wijnegem = 24m (voor rechte stukken). De vaargeul heeft verschillende breedtes en is getoetst met verschillende grote vaartuigen.

Enkele jaren geleden gaf Lantis een zelfde presentatie met de fasering van de bouw van de kanaaltunnels in 2021 en 2022. In deze presentatie schuift de fasering 5 jaar op, maar de einddatum schuift niet op, hoe komt dit?

De uitvoeringsmethode is gewijzigd ten opzichte van vroeger om de opbouw sneller te laten verlopen. Op dit moment, met de huidige planning, zitten de afwerking van de Oosterweelverbinding qua timing nog steeds op eind 2030. De detailplanning zal in de loop van de komende maanden nog verder uitgewerkt en gedeeld worden.