We begrijpen dat er bij de omwonenden ongerustheid kan zijn over de PFAS/PFOS-verontreiniging. Zowel Lantis als de aannemer dragen er zorg voor dat de verontreinigde gronden binnen het projectgebied blijven, ook in de vorm van opwaaiend stof.

Stofmeetnet rond de Oosterweelwerken meet voortdurend de concentratie fijn stof in de lucht

Om de impact van de Oosterweelwerken op de verspreiding van fijn stof via de lucht in de omliggende woonkernen te meten, rollen Lantis en de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) een stofmeetnet uit. Via vijf meetstations – die de volledige Oosterweelwerf omringen – meten we tot het einde van onze werken in dit gebied (2027), continu en ‘in real time’ de concentraties fijn stof in de omgevingslucht. Indien er stofpieken worden gemeten waarschuwt de VMM de stofverantwoordelijke van Lantis, zodat er bijkomende maatregelen genomen kunnen worden.

Belangrijk om hierbij te onderstrepen is dat een stofpiek niet hetzelfde is als een verhoogde aanwezigheid van PFAS in de lucht. Je kan veel fijn stof hebben, maar daarom heb je niet veel PFAS. Niet alle grond waar we in of mee werken is immers verontreinigd. En gezien de aanwezigheid van ook andere activiteiten dan onze werfactiviteiten
kunnen ook die zorgen voor de vorming van fijn stof. De meetresultaten zullen via de website van de VMM raadpleegbaar zijn.

Periodieke metingen op de Oosterweelwerf

Om te controleren of de maatregelen tegen het verspreiden van verontreinigde gronden ook effectief zijn, voert Lantis ook luchtmetingen uit op verschillende locaties en op verschillende tijdstippen op de Oosterweelwerf op Linkeroever.  

Met deze meetcampagne volgt Lantis het potentiële blootstellingsrisico tijdens de werken op over een langere termijn. De resultaten van de metingen voegen we hieronder steeds toe van zodra ze beschikbaar zijn. Alle reeds uitgevoerde luchtmetingen toonden aan dat er geen verhoogd blootstellingsrisico is voor omwonenden via de lucht door stof. 

Bekijk hier de kaart met luchtmetingen.

Reeks 1: 9 juni 2021 – geen PFAS gevonden in stofmeting 

Om het potentiële maximale blootstellingsrisico via stofvorming door de activiteiten op de Oosterweelwerf te berekenen, zijn op 9 juni 2021 ‘totaal stof metingen’ uitgevoerd op drie locaties. Bij zo’n meting wordt de omgevingslucht over een filter gezogen, waarop de aanwezige stofdeeltjes achterblijven. De uitdrukking ‘totaal stof’ betekent dat er geen onderscheid gemaakt wordt in soorten stof die we aantreffen. 

Voor de berekening werd de totaal stofconcentratie gecombineerd met de hoogst gemeten PFAS-concentratie in de bodem binnen de werfzone. De volledige berekening is terug te vinden in onderstaand rapport. Het resultaat van de berekening wordt uitgedrukt in PFOA-equivalent. PFOA is net als PFOS een lid van de ‘PFAS-familie’. Uit de bodemanalyses in opdracht van Lantis op Linkeroever en Zwijndrecht, blijkt dat de verontreiniging voornamelijk uit PFOS bestaat. Om de resultaten te kunnen vergelijken met internationale standaarden, wordt alles omgerekend naar een PFOA-equivalent. 

Uit de berekening blijkt dat er een maximale theoretische opname is van 0,0038 µg PFOA-eq./dag. Deze waarde ligt ruim 10 keer lager dan de gezondheidskundige grenswaarde die het Europese Voedselveiligheidsagentschap (EFSA) hanteert, namelijk 0,044 microgram (µg) PFOA/dag. Zo’n gezondheidskundige grenswaarde geeft aan welke hoeveelheid PFOA je tijdens jouw leven dagelijks maximaal mag opnemen zonder dat dit gevolgen heeft voor je gezondheid. Op basis van deze toetsing kunnen we dus stellen dat er geen verhoogd blootstellingsrisico is voor omwonenden via de lucht door opwaaiend stof van de Oosterweelwerf. 

Om deze berekening te bevestigen, werd op 9 juni 2021 ook een eerste reeks PFAS-luchtmetingen uitgevoerd. Het labo kon geen aanwezigheid van PFAS aantonen. Geen enkele meting gaf namelijk concentraties hoger dan de rapportagegrens van 0,004 µg/m³ tot 0,006 µg/m. Hoeveel lager de werkelijke concentraties liggen, kan niet exact gezegd worden. Hierdoor is het ook niet mogelijk om de PFAS-concentratie in de lucht te vergelijken met de EFSA gezondheidskundige grenswaarde van 0,044 µg PFOA-eq./dag. Een rapportagegrens van 0,006 µg/m³ komt immers overeen met 0,130 µg PFOA-eq./dag (0,006 µg/m³ x 2 x 10,8 m³/dag). 

Hieronder vind je de resultaten van de metingen van 9 juni 2021 terug*: 

Omdat bij deze eerste PFAS-luchtmeting de rapportagegrens niet laag genoeg was om het potentiële blootstellingsrisico te berekenen en af te wegen tegenover de EFSA-grenswaarde, werd de methode verfijnd om een lagere rapportagegrens te bekomen voor de volgende metingen.  

Reeks 2: 29 juni en 1 juli 2021: geen verhoogd blootstellingsrisico gevonden 

De tweede reeks metingen werd uitgevoerd op 29 juni en 1 juli. In totaal zijn er op zes locaties metingen uitgevoerd. De rapportagegrens voor deze metingen lag op 0,0003 µg/m³ tot 0,0004 µg/m³. Daarmee lag de nieuwe rapportagegrens 10 keer lager dan de rapportagegrens van de eerste meeting, waardoor er nog nauwkeuriger gemeten kon worden. Bovendien kan met die rapportagegrens ook het potentiële blootstellingsrisico getoetst worden aan de EFSA gezondheidskundige grenswaarde. 

Op vijf meetlocaties lagen de meetwaarden onder de rapportagegrens, dus werden opnieuw geen PFAS aangetoond. Op de zesde meetlocatie, op het terrein van 3M, werd wel PFOS gevonden, in een concentratie juist boven de rapportagegrens (0,00039 µg/m³). Op basis van dezelfde berekening als in het eerste rapport, komt dit overeen met een potentiële inname van 0,0084 µg PFOA-eq./dag. Deze waarde ligt ruim onder de afgeleide EFSA gezondheidskundige grenswaarde van 0,044 µg PFOA/dag, waarbij uitsluitend blootstelling via de lucht beschouwd wordt. Dit toont opnieuw aan dat er geen verhoogd blootstellingsrisico was voor omwonenden.  

 
Hieronder vind je de resultaten van de metingen van 29 juni en 1 juli 2021 terug*: 

Reeks 3: 16 juli 2021: geen verhoogd blootstellingsrisico gevonden 

De derde reeks metingen is uitgevoerd op 16 juli. De zes meetlocaties bevonden zich op een deel van de 3M-site die Lantis in werfleen heeft en waar eerder een PFOS-concentratie gemeten werd. Tijdens de meting werd er op de site in de grond gewerkt.

Op elk van de zes punten werd geen PFAS gemeten boven de rapportagegrens. Voor vijf van de zes meetpunten was de rapportagegrens 0,0003 µg/m³. Voor de zesde locatie was er een probleem met de stroomvoorziening, waardoor er slechts de helft van de tijd stof aangezogen werd. Doordat het aangezogen luchtvolume lager ligt, is de rapportagegrens hier 0,0006 µg/m³.  

Om een vergelijking te kunnen maken met de EFSA gezondheidskundige grenswaarde, werd de potentiële maximale dagelijkse PFOS-inname berekend door te veronderstellen dat de werkelijk gemeten concentratie gelijk is aan de rapportagegrens. Dit geeft een maximaal blootstellingsrisico van 0,013 µg PFOA-eq/dag (0,0006 µg PFOS/ = 0,0012 µg PFOA-eq./m³ x 10,8 m³/dag), hetgeen duidelijk lager ligt dan de EFSA gezondheidskundige grenswaarde van 0,044 µg PFOA/dag.  

Hieronder vind je de resultaten van de metingen van 16 juli 2021 terug*: 

Reeks 4: 25 augustus 2021: geen verhoogd blootstellingsrisico gevonden 

De vierde reeks metingen werd uitgevoerd op 25 augustus. Er vonden geen specifieke werken in PFAS houdende grond plaats. Daarom is er gekozen om metingen uit te voeren op locaties waar verstoffing kon optreden (zoals braakliggend terrein), waar gronden liggen opgeslagen en/of werfverkeer aanwezig is. 

De zes meetlocaties lagen verspreid over de werfzone in de buurt van de E34 en het knooppunt Sint-Anna. Het totaal stofgehalte lag hoger op plaatsen met veel werfverkeer dan op braakliggend terrein. Toch werd enkel op het eerste meetpunt PFOS boven de rapportagegrens gemeten. Op de andere plaatsen werd geen PFAS gemeten boven de rapportagegrens van 0,0003 tot 0,0004 µg PFOS/m³ (afhankelijk van het volume lucht per meettoestel). De gemeten PFOS-concentratie op het eerste meetpunt bedroeg 0,0005 µg/m³, wat overeenkomt met een PFOA-equivalent van 0,001 µg/m³. De potentiële dagelijkse PFOS-inname, uitgedrukt als PFOA-equivalent, ligt met 0,011 µg PFOA-eq./dag (0,001 µg PFOA-eq./m³ x 10,8 m³/dag), duidelijk lager dan de EFSA gezondheidskundige grenswaarde van 0,044 µg PFOA/dag. Er werd dus geen verhoogd blootstellingsrisico gevonden. 

Hieronder vind je de resultaten van de metingen van 25 augustus 2021 terug*:

Reeks 5: 17 september 2021: geen verhoogd blootstellingsrisico gevonden 

De vijfde reeks metingen werd uitgevoerd op 17 september. Er vonden geen specifieke werken in PFAS houdende grond plaats. Daarom is er gekozen om metingen uit te voeren op locaties waar verstoffing kon optreden (zoals braakliggend terrein), waar gronden liggen opgeslagen en/of werfverkeer aanwezig is. 

De zes meetlocaties lagen verspreid over de werfzone in de buurt van de E34 en het knooppunt Sint-Anna. Het totaal stof gehalte lag hoger op plaatsen met activiteiten zoals werfverkeer dan op braakliggend terrein. Maar op geen enkel meetpunt werd PFAS gemeten boven de rapportagegrens van 0,0003 tot 0,0004 µg PFOS/m³ (afhankelijk van het volume lucht per meettoestel). Op de vijfde meetlocatie werd er omwille van een stroomonderbreking bij het meettoestel een lager volume lucht verwerkt. Om te compenseren dat er hier minder lang gemeten werd, lag de rapportagegrens voor dit toestel op 0,0007 µg/m³. 

Om een vergelijking te kunnen maken met de EFSA gezondheidskundige grenswaarde, werd de potentiële maximale dagelijkse PFOS-inname berekend door te veronderstellen dat de werkelijk gemeten concentratie gelijk is aan de hoogste rapportagegrens (meetpunt vijf). Dit geeft een maximaal blootstellingsrisico van 0,015 µg PFOA-eq/dag (0,0007 µg PFOS/m³ ofwel 0,0014 µg PFOA-eq./m³ x 10,8 m³/dag), wat duidelijk lager ligt dan de EFSA gezondheidskundige grenswaarde van 0,044 µg PFOA/dag. Er werd dus geen verhoogd blootstellingsrisico gevonden. 

Hieronder vind je de resultaten van de metingen van 17 september 2021 terug*:  

Lagere PFAS-grenswaarden, zelfde resultaat: alle metingen tonen geen verhoogd blootstellingsrisico

Het tijdelijke toetsingskader dat Lantis opstelde, werd in oktober 2021 door het Vlaams Instituut voor Technologie en Ontwikkeling (VITO) beoordeeld en bevestigd, mits enkele aanpassingen. Het belangrijkste hierbij is dat de gemeten PFAS-waarden niet meer worden omgezet naar PFOA-equivalenten om ze zo te kunnen vergelijken met de TWI die door EFSA werd opgesteld van 33 ng PFOA/dag of een concentratie van 4.1 ng/m³ PFOA in de lucht. 

Voortaan wordt de som van vier PFAS (PFOS, PFOA, PFNA en PFHxS) gebruikt om die af te zetten tegen de gezondheidsnorm. De gezondheidswaarde wordt bovendien verstrengd zodat de som van PFAS voortaan niet hoger mag zijn dan 2,2 ng/m³. 

Het is belangrijk om te weten dat dat ook dit toetsingskader slechts tijdelijk is. Op basis van voortschrijdend inzicht en lopende onderzoeken, wordt dit minstens jaarlijks geëvalueerd en indien nodig bijgestuurd. Eens er Vlaamse normen worden opgemaakt, zal Lantis die uiteraard ook hanteren. 

Vorige metingen opnieuw geëvalueerd met nieuwe methode 

Niet alleen gebruikt Lantis een nieuw toetsingskader voor de toekomstige metingen. We hebben ook de resultaten van de vijf voorgaande metingen vergeleken met de nieuwe grenswaarde. Sommige van de PFAS die gemeten werden, kwamen in zulke lage concentraties voor, dat ze niet exact bepaald konden worden. Ze lagen immers onder de rapportagegrens. Daarom werkten we telkens drie scenario’s uit met de volgende waarden: 

  • ondergrens (OG): de concentraties van de PFAS die gerapporteerd worden als ‘< RG’, worden gelijk gesteld aan nul. 
  • midden grens (MG): de concentraties van de PFAS die gerapporteerd worden als ‘< RG’, worden gelijk gesteld aan de helft van de rapportagegrens. 
  • Bovengrens (BG): de concentraties van de PFAS die gerapporteerd worden als ‘< RG’, worden gelijk gesteld aan de rapportagegrens. 

Conclusie blijft hetzelfde: geen overschrijdingen van toegelaten blootstelling 

Voor de resultaten van de voorgaande metingen verandert er weinig tot niets. De conclusie uit de eerdere rapporten blijft gelden. Op bepaalde locaties is er PFAS in de lucht vastgesteld, maar er is geen sprake van een overschrijding van de toegelaten blootstelling via de lucht. 

Enkel voor de metingen van 16/07 en van 17/09 is er een theoretische kans dat er op 1 specifiek meetpunt een lichte overschrijding was van de toegelaten blootstelling. Maar dat is te wijten aan technische storingen waardoor rapportagegrens verhoogd werd om te compenseren voor een lager volume verwerkte lucht. In realiteit valt te verwachten dat de gemeten waarde in overeenstemming is met de andere meetpunten en dus lager ligt dan de verhoogde rapportagegrens.

Bekijk hier het volledige rapport.*

*Omwille van het beschermen van privacy zijn persoonsgegevens uit de rapporten anoniem gemaakt.

Reeks 6 & 7: 30 september & 1 oktober 2021: geen verhoogd blootstellingsrisico gevonden

Op 30 september en 1 oktober voerden we een nieuwe reeks metingen uit ter hoogte van de Palingbeek (werfzone Scheldetunnel). Die locatie was zeer interessant aangezien er ontgravingswerken uitgevoerd werden en er tijdens het voorgaande bodemonderzoek een verhoogde PFAS-concentratie in de bodem was vastgesteld.

Op beide dagen werden vijf meetpunten opgezet. Op 30 september werden er vier ten noorden van de Charles de Costerlaan geplaatst, het vijfde stond ten zuiden ervan. Een dag later werden de meetstations 4 en 5 iets dichter bij de Charles de Costerlaan geplaatst. Zo konden we de licht verplaatste werfactiviteiten beter opvolgen.

De resultaten voor totaal stof tonen aan dat er weinig verstoffing was in vergelijking met de metingen tijdens drogere perioden (60 à 70 versus 386 µg stof/m³). We kunnen daaruit afleiden dat de uitgevoerde grondwerken slechts beperkt voor verstoffing en bijgevolg potentiële verspreiding zorgden.

Geen enkele meting gaf een PFAS-concentratie boven de rapportagegrens van 0,4 ng/m³. Als we dan uitgaan van een worstcasescenario waarbij de PFAS-concentraties gelijk zijn aan de rapportagegrens, komen we uit op een maximale concentratie van 1,6 ng/m³. De PFAS-concentratie ligt in dit worstcasescenario lager dan de huidige toetsingswaarde van 2,2 ng/m³. We kunnen dus stellen dat er geen verhoogd blootstellingsrisico werd vastgesteld.

Hieronder vind je de resultaten van de metingen van 30 september en 1 oktober 2021 terug*:

Reeks 8: 27 oktober 2021: geen verhoogd blootstellingsrisico gevonden

Op 27 oktober werd een nieuwe reeks metingen uitgevoerd, met vijf meetpunten tussen het terrein van 3M en de E34 en een zesde meetpunt aan de school ‘de Leerexpert’ in Zwijndrecht, ter hoogte van Burchtse Weel.

Door een fout bij het inschakelen van de pomp is er geen meting uitgevoerd op meetlocatie 1, gelegen op het terrein van 3M. Op meetlocatie 4, aan de werfkeet waar ook vervuilde gronden worden gestockeerd, was er eveneens een technisch probleem. Hierdoor lag het volume aangezogen lucht lager dan op andere locaties. Dit lagere volume resulteert in een hogere rapportagegrens voor dit meetstation (1 ng/m³) in vergelijking met de analyses uitgevoerd voor de andere meetstations (0,2 tot 0,5 ng/m³). 

De resultaten voor totaal stof tonen opnieuw aan dat er weinig verstoffing was in vergelijking met de metingen tijdens drogere perioden (60 à 70 versus 386 µg stof/m³). We kunnen daaruit afleiden dat de uitgevoerde activiteiten slechts beperkt voor verstoffing en dus potentiële verspreiding zorgden.

Hoewel er voor meetstation 4 geen PFAS gevonden werden boven de rapportagegrens van 1 ng/m³, is er een theoretische kans – indien de effectieve concentratie gelijk zou zijn aan de rapportagegrens – dat het totale PFAS-gehalte gelijk is aan 4 ng/m³. Omdat hier wetenschappelijk gezien geen zekerheid over bestaat, doen we over dit meetpunt geen uitspraak. Gezien de lagere rapportagegrens voor de andere meetpunten, kan hiervoor wel met zekerheid gesteld worden dat de huidige toetsingswaarde van 2,2 ng/m³ niet overschreden werd. We kunnen dus stellen dat er geen verhoogd blootstellingsrisico werd vastgesteld.

Hieronder vind je de resultaten van de metingen van 27 oktober 2021 terug*:

Reeks 9: 25 november 2021: PFAS-concentratie gemeten op de werf op korte afstand tot de werkzaamheden

Op 25 november 2021 zijn er werken uitgevoerd op de 3M site in het kader van de aanleg van de veiligheidsberm en dan met name de aanvoer van met PFAS-vervuilde grond. Dergelijke activiteiten houden een bijkomend verspreidingsrisico in. Daarom zijn er totaal stof- en PFAS-metingen uitgevoerd op verschillende locaties.

De resultaten voor totaal stof tonen in het algemeen aan dat er weinig verstoffing was (20 tot 66 µg/m³) in vergelijking met de metingen uitgevoerd gedurende drogere perioden (60/70 tot 386 µg stof/m³). De verstoffing ten gevolge van de activiteiten bleek, mede door de weersomstandigheden, zeer beperkt.

Wat PFAS betreft zijn er enkel effectieve PFOS-concentraties vastgesteld ter hoogte van de twee meetpunten aan de ingang van de 3M site, daar waar de vrachtwagens geladen werden en het terrein opreden. Ter hoogte van de overige drie meetpunten verder op het terrein waren de vastgestelde PFAS-concentraties kleiner dan de rapportagegrens van 0,5 en 0,4 ng/m³. Dit wil zeggen dat er enkel met voldoende zekerheid gesteld kan worden dat de concentratie onder de RG lag, zonder hier een exacte concentratie voor te bepalen.

De tijdelijke toetsingswaarde voor arbeiders (2,2 ng/m³) wordt ter hoogte van deze drie punten voor geen van de berekende grenzen (onder, midden en boven) overschreden. Op de twee meetpunten ter hoogte van de ingang is er dus wel een PFAS-concentratie gemeten van respectievelijk 1,4 en 2,0 ng/m³. Voor de laagste concentratie vastgesteld ter hoogte van meetpunt 1 valt de middengrens samen met de tijdelijke toetsingswaarde en houdt de bovengrens een overschrijding in. Ter hoogte van meetpunt 2 blijkt er sprake van een overschrijding van de tijdelijke toetsingswaarde voor zowel de midden- als bovengrens. De vastgestelde PFAS-concentraties zijn de hoogste concentraties in lucht gemeten sinds de opstart van de metingen. Daarnaast is er bij voorgaande meetcampagnes niet eerder op twee meetpunten een PFAS-concentratie vastgesteld. Hierdoor is het momenteel nog niet mogelijk om te bepalen of het een werkelijk verschil in concentratie betreft, of dat er toch andere factoren spelen. Wanneer de, door het labo ingeschatte, meetfout van 20 tot 30 % in acht genomen wordt, lijkt het verschil van een factor 1,5 eerder relatief. Mogelijks levert de toenemende dataset in de toekomst meer inzichten op.

Vast staat wel dat de teruggerekende PFAS-concentratie per kg stof, voor meetpunt 1 en 2 bedraagt dit respectievelijk 21 en 42 mg PFAS per kg droge stof, merkelijk hoger liggen dan de concentraties die zijn vastgesteld in de getransporteerde grond en tijdens bodemonderzoeken binnen de hele werfzone. Vermoedelijk is het wel mogelijk dat dergelijke hoge concentraties voorkomen op de 3M site. Echter is het ook uit de analyse van de windrichting niet geheel duidelijk of de oorzaak daar gezocht moet worden.

Hieronder vind je de resultaten van de metingen van 25 november 2021 terug*:

Reeks 10: 22 december 2021: PFAS-concentratie gemeten aan de rand van de werf op korte afstand tot de werkzaamheden. Vermoedelijk geen verhoogd blootstellingsrisico gezien de windrichting.

Op 22 december 2021 zijn er totaal stof en PFAS-metingen uitgevoerd op korte afstand van de Neerstraat te Zwijndrecht. De aanleiding was het uitvoeren van grondwerken vlakbij de Neerstraat en de melding van VMM/VITO dat de weersomstandigheden gelijkaardig zouden zijn aan die waarbij eerder reeds fijn stof pieken geregistreerd werden. Of deze veroorzaakt werden door activiteiten op de werf is niet met zekerheid te zeggen.

De twee meetpunten lagen tegen de zuidgrens van de werf aan. Meetpunt 1 lag aan de westelijke rand van werkzone. Meetpunt 2 bevond zich op kortere afstand en juist ten zuiden, windopwaarts dus, van de op dat moment uitgevoerde werken. Vanuit meetpunt 2 bekeken, bevond meetpunt 1 zich iets meer in de windafwaartse lijn. De meetresultaten tonen dat de stofvorming (50 en 69 µg/m³) laag was vergeleken met de meetresultaten tijdens drogere periodes (60/70 tot 386 µg stof/m³).

Wat PFAS betreft was de concentraties op meetpunt 1 kleiner dan de rapportagegrens (RG). Op meetpunten 2 is er wel een PFAS-concentratie gemeten van 2,0 ng/m³. De concentratie van de overige drie PFAS ligt onder de rapportagegrens van 0,5 ng/m³. Volgens de berekende onder-, midden en bovengrens was er ter hoogte van meetpunt 1, dat dichter bij de bewoning lag, geen overschrijding van de tijdelijke toetsingswaarde voor arbeiders (2,2 ng/m³). Voor meetpunt 2 valt de berekende ondergrens onder de tijdelijke toetswaarde, maar wijzen zowel de middengrens als de bovengrens op een overschrijding. Echter worden verhoogde concentraties ter hoogte van de bewoning onwaarschijnlijk geacht, aangezien emissies ten gevolge van de werkzaamheden door de heersende windrichting (voornamelijk) weggevoerd werden van de woningen gelegen ten zuiden van de werf.

Vertrekkende van de gemeten stof- en PFAS-concentratie kan teruggerekend worden naar de hoeveelheid PFAS per kg stof. Deze waarde blijkt echter merkelijk hoger te zijn dan de bodemconcentraties in deze zone van de werf, en zelfs de gehele werkzone, vastgesteld tijdens eerder uitgevoerde bodemanalyses (hoogste concentratie vastgesteld bij boring B20003: 551 µg PFAS/kg droge stof). Er is vandaag geen eenduidige verklaring voor deze vaststelling. Mogelijks heeft dit te maken met het heterogene verticale profiel van PFAS-concentratie in de bodem, of met de waterafstotende eigenschap van PFAS waardoor stofdeeltjes met geadsorbeerde PFAS sterker zullen verstoffen dan stofdeeltjes met minder of geen geadsorbeerde PFAS.

Hieronder vind je de resultaten van de metingen van 22 december 2021 terug*:

Reeks 11: 28 maart 2022: geen verhoogd PFAS-blootstellingsrisico vastgesteld

Op 28 maart 2022 zijn er drie metingen opgezet. Belangrijke aanleidingen voor deze metingen waren het droge weer en de vele overschrijdingen van de fijn stof (PM10) waarschuwings-/actiedrempel ter hoogte van de monitoringstations van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM). De verhoogde fijn stof (PM10) zeggen niet direct iets over de eventuele PFAS-blootstelling. Om hier op een zo kort mogelijke termijn inzicht in te krijgen, werd besloten om uitzonderlijk flexibele metingen in te zetten buiten de werf. De resultaten van deze metingen worden gekenmerkt door een hogere rapportagegrens dan de metingen uitgevoerd door de VMM, maar zijn in het algemeen wel sneller beschikbaar.

Op twee locaties (Burchtse Weel en Neerstraat) is er een technisch probleem opgetreden waardoor het aangezogen volume lucht te beperkt is om een zinvolle toetsing uit te voeren en een uitspraak te doen over de eventuele PFAS-blootstelling.

Het meetpunt waarvan wel resultaten beschikbaar zijn, is de waterzuiveringsinstallatie van Lantis op de 3M site. Uit de totaal stof metingen blijkt dat de hoeveelheid stof beperkt was in vergelijking met de verstoffing gemeten tijdens andere droge periodes. Mogelijk zat de afwezigheid van activiteit op het terrein hier voor iets tussen. De PFAS-concentraties waren allemaal kleiner dan de rapportagegrens van 0,1 ng/m³. Dit maakt ook dat er volgens de berekende onder-, midden- en bovengrens geen overschrijding was van de tijdelijke toetsingswaarde voor zowel arbeiders als omwonenden, waaraan enkel getoetst wordt in de directe omgeving van bewoning.

Hieronder vind je de resultaten van de metingen van 28 maart 2022 terug*:

Reeks 12: 29 maart 2022: geen verhoogd PFAS-blootstellingsrisico vastgesteld

Op 29 maart 2022 zijn er drie stof- en PFAS-metingen opgezet. Belangrijke aanleidingen voor deze metingen waren, net zoals op 28 maart, het droge weer en de vele overschrijdingen van de fijn stof (PM10) waarschuwings-/actiedrempel ter hoogte van de monitoringstations van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM).

De meetresultaten voor stof tonen aan dat er ter hoogte van de twee meetpunten die zich op (zeer) korte afstand van de werf bevinden verstoffing was. Het derde meetpunt bevond zich bij de waterzuiveringsinstallatie van Lantis op de 3M site, maar hier trad omzeggens geen verstoffing op.

Op basis van de PFAS-meetresultaten kan er gesteld worden dat de verhoogde stofconcentraties niet gepaard gingen met een verhoogde PFAS-blootstelling. Alle resultaten liggen onder de rapportagegrens van 0,1 of 0,2 ng/m³ (afhankelijk van het aangezogen volume). Deze rapportagegrenzen laten in de meeste gevallen een toetsing aan de tijdelijke toetsingswaarde voor omwonenden toe volgens de verschillende benaderingen (onder-, midden- en bovengrens). Enkel volgens de bovengrens benadering voor de twee meetpunten met de hogere rapportagegrens (Burchtse Weel en Neerstraat) kan geen uitspraak gedaan worden. Uit de toetsing volgens de overige benaderingen volgt dat de PFAS-concentratie ter hoogte van de drie meetpunten minstens kleiner was dan de tijdelijke toetsingswaarde voor omwonenden.

Hieronder vind je de resultaten van de metingen van 29 maart 2022 terug*:

Reeks 13: 12 april 2022

Op 12 april 2022 zijn er vier stof- en PFAS-metingen uitgevoerd. Bij het bepalen van de meetlocaties is gekeken naar locaties met veel (transport-) activiteiten en locaties met speciale aandacht omwille van PM10 overschrijdingen en aanwezige bodemverontreiniging. Er is gekozen voor een meting aan de Burchtse Weel (gemiddeld meeste PM10 meldingen), de waterzuivering op het 3M terrein (hoge PFAS concentraties in de bodem), de grondstock aan de E34 (opslag deels onbegroeide grond) en de Sint-Anna knoop (veel transportbewegingen over een deels geasfalteerde weg).

De resultaten voor totaal stof tonen aan dat de verstoffing ter hoogte van de Burchtse Weel, de waterzuivering en de grondstock aan de E34 beperkt was in vergelijking met eerder gemeten stofconcentraties op droge dagen (60/70 tot 386 µg stof/m³). Zeker voor het meetpunt aan de Burchtse Weel zit de windrichting hier vermoedelijk voor iets tussen. De wind waait namelijk vanaf het meetpunt in de richting van de werf. Ter hoogte van de Sint-Anna knoop is er daarentegen wel een hoge totaal stofconcentratie vastgesteld. De reden hiervoor is het transport van grond met vrachtwagens en tractors over een voor het grootste deel geasfalteerde weg die er tijdens (een deel van) de meting droog bij lag. De snelheid heeft ook duidelijk een invloed op de stofvorming. Er kan overwogen worden om het verder verlagen van de maximale snelheid, zeker op droge dagen, in te voeren als stof beperkende maatregel.

Wat de EFSA PFAS (PFNA, PFOA, PFHxS en PFOS ) betreft, waren alle concentraties kleiner dan de rapportagegrens (RG) van 0,1 of 0,2 ng/m³. Dit wil zeggen dat er enkel met voldoende zekerheid gesteld kan worden dat de concentratie onder de RG lag, zonder hier een exacte concentratie voor te bepalen. Van de vier meetpunten moet enkel dat ter hoogte van de Burchtse Weel getoetst worden aan de tijdelijke toetsingswaarden voor omwonenden (0,4 ng/m³). Hier wordt voor elke benadering aan voldaan. De andere meetpunten bevinden zich op de werf en moeten bijgevolg getoetst worden aan de tijdelijke toetsingswaarde voor arbeiders (2,2 ng/m³). Ook hier wordt ruimschoots aan voldaan voor alle benaderingen.

De PFAS analyseresultaten ter hoogte van het meetpunt ‘E34 - grondstock’ duiden wel op de aanwezigheid van twee andere PFAS met een concentratie boven de RG. Het gaat om PFBA (0,6 ng/m³) en PFBS (0,2 ng/m³). Geen van beide werden in het verleden gemeten in lucht (in opdracht van Lantis). Ook recente resultaten van VITO/VMM wijzen op zeer lage concentraties. Momenteel is het moeilijk te zeggen waarom juist deze twee PFAS werden gemeten. Volgende (reeds opgezette) meetcampagnes in dezelfde omgeving kunnen hier mogelijk meer duidelijkheid in scheppen.

Hieronder vind je de resultaten van de metingen van 12 april 2022 terug*:

Reeks 14: 3 mei 2022

Op 3 mei 2022 zijn er zes stof- en PFAS-metingen uitgevoerd. Bij het bepalen van de meetlocaties is gekeken naar locaties met veel (transport-) activiteiten, locaties met PM10 overschrijdingen volgens het monitoringswerk van de VMM en de opmerking van de VMM bij het recente VITO rapport betreffende het ontbreken van meetpunten tussen 3M en de Oosterweelwerf. Deze opmerking komt voort uit het feit dat er in het rapport wordt aangegeven dat het op basis van de huidige gegevens niet mogelijk is om een onderscheid te maken tussen 3M en de Oosterweelwerf als bron. Er is gekozen voor een meting aan de Burchtse Weel (gemiddeld meeste PM10 meldingen), de waterzuivering en nog plaatsen op het 3M terrein (hoge PFAS-concentraties in de bodem), de grondstock aan de E34 (opslag deels onbegroeide grond) en de Sint-Anna knoop (veel transportbewegingen over een deels geasfalteerde weg).

De resultaten voor totaal stof tonen aan dat de verstoffing ter hoogte van alle meetpunten beperkt was in vergelijking met eerder gemeten stofconcentraties op droge dagen (60/70 tot 386 µg stof/m³ en een uitschieter tot 626 µg stof/m³), maar dat er wel een onderscheid gemaakt kan worden tussen een aantal meetpunten. De gemeten concentraties aan de Burchtse Weel en de Sint-Anna knoop zijn namelijk hoger dan op de overige meetpunten. Ter hoogte van de Burchtse Weel kan dit het gevolg zijn van de windrichting, aangezien deze van over de werf kwam. Gedurende de meetperiode zijn er twee PM10 meldingen geweest vanuit het VMM monitoringsnetwerk. De Sint-Anna knoop is een locatie met veel transport over een deels geasfalteerde weg, wat typisch aanleiding geeft tot (licht) hogere stofconcentraties. De gemeten stofconcentratie was wel merkelijk kleiner dan de meting op 12 april 2022, wat verklaard kan worden door het feit dat de weg nu gesproeid was. Deze maatregel lijkt dus zijn effect niet te missen.

Wat de EFSA PFAS (PFNA, PFOA, PFHxS en PFOS ) betreft, waren alle concentraties ter hoogte van de meetpunten Burchtse Weel en Sint-Anna knoop kleiner dan de rapportagegrens (RG) van 0,1 ng/m³. Dit wil zeggen dat er enkel met voldoende zekerheid gesteld kan worden dat de concentratie onder de RG lag, zonder hier een exacte concentratie voor te bepalen. Voor het meetpunt ter hoogte van de Burchtse Weel is de tijdelijke toetsingswaarden voor omwonenden (0,4 ng/m³) relevant. Hier wordt aan voldaan. Ook de meting aan Sint-Anna knoop voldoet aan deze tijdelijke toetsingswaarde, terwijl eigenlijk de tijdelijke toetsingswaarde voor arbeiders (2,2 ng/m³) relevant is. Bijgevolg wordt hier zeker aan voldaan. Voor de vier andere meetpunten is er telkens een PFOS-concentratie vastgesteld, hoger dan de RG. De overige drie EFSA PFAS-concentraties waren wel altijd kleiner dan de RG van 0,1 ng/m³. Aangezien deze meetpunten binnen de werfzone liggen zijn de tijdelijke toetsingswaarden voor arbeiders (2,2 ng/m³) relevant. Hier wordt voor alle benaderingen aan voldaan.

De PFAS-analyseresultaten ter hoogte van het meetpunt ‘3M-halverwege’ duiden bijkomend op de aanwezigheid van PFBS met een concentratie boven de RG, namelijk 10 ng/m³. Momenteel is het moeilijk te zeggen waarom juist deze PFAS op deze locatie werd gemeten. Ook is het moeilijk om de exacte bron te identificeren. Volgende meetcampagnes in dezelfde omgeving kunnen hier mogelijk meer duidelijkheid in scheppen.

Hieronder vind je de resultaten van de metingen van 3 mei 2022 terug*:

Reeks 15: 15-16 juni 2022

Van 15 op 16 juni 2022 zijn er zes stof- en PFAS-metingen uitgevoerd. Bij het bepalen van de meetlocaties is gekeken naar locaties met veel (transport)activiteiten, locaties met PM10 overschrijdingen volgens het monitoringswerk van de VMM en de opmerking van de VMM bij het VITO rapport ‘studie naar PFAS in lucht en depositie in de omgeving van 3M en Zwijndrecht’ (april 2022) dat er meetpunten ontbreken tussen 3M en de Oosterweelwerf. De locaties situeren zich dan ook ter hoogte van de Burchtse Weel, de Neerstraat, de 3M site, de grondstocks aan de E34 en knoop Sint-Anna.

De resultaten voor totaal stof tonen aan dat de verstoffing ter hoogte van alle meetpunten beperkt was in vergelijking met eerder gemeten stofconcentraties op droge dagen (60/70 tot 386 µg stof/m³ en een uitschieter tot 626 µg stof/m³), en dat de concentratie ter hoogte van de  Burchtse Weel en de Sint-Anna knoop enigszins hoger was dan bij de overige meetpunten. Dat de stofconcentraties hier iets hoger lagen kan het gevolg zijn van respectievelijk de windrichting die van over de werf kwam en de verkeersbewegingen in de directe omgeving van de meetopstelling. Wat betreft de Sint-Anna knoop ligt de stofconcentratie vele male lager dan de eerder vastgestelde piek, hetgeen te verklaren is door het feit dat de weg bij het opzetten van de meting minstens gedeeltelijk gesproeid was.
 
Wat de EFSA PFAS (PFNA, PFOA, PFHxS en PFOS ) betreft, waren alle concentraties ter hoogte van de meetpunten Burchtse Weel en Sint-Anna knoop kleiner dan de rapportagegrens (RG) van respectievelijk 0,1 en 0,2 ng/m³. Dit wil zeggen dat er in beide gevallen voldaan wordt aan de tijdelijke toetsingswaarde voor respectievelijk omwonenden (0,4 ng/m³) en arbeiders (2,2 ng/m³). Voor de vier andere meetpunten is er telkens een PFOS-concentratie vastgesteld hoger dan de RG, terwijl de overige drie EFSA PFAS concentraties wel altijd kleiner waren dan de RG van 0,09 tot 0,2 ng/m³. Voor de vastgestelde PFOS-concentratie ter hoogte van de punten die op de werf gelegen zijn (respectievelijk 0,23, 0,14 en 0,78 ng/m³), werd voor alle benadering voldaan aan de tijdelijke toetsingswaarde voor arbeiders. De gemeten PFOS-concentratie aan de Neerstraat bedroeg 0,39 ng/m³. Volgens de ondergrens benadering wordt er juist voldaan aan de tijdelijke toetsingswaarde voor omwonenden, maar bij toepassing van de midden grens en bovengrens benadering is dit niet het geval (respectievelijk 0,69 en 0,99 ng/m³). Hierbij moet wel worden opgemerkt dat de tijdelijke toetsingswaarde een jaargemiddelde toetsingswaarde betreft. Een overschrijding tijdens een momentopname wilt dus niet noodzakelijk zeggen dat er effectief gezondheidsrisico’s optreden, maar is wel een waarschuwing om de situatie verder op te volgen. In opdracht van Lantis worden er bijkomende metingen opgezet wanneer er activiteiten plaatsvinden die potentieel verstoffing in de hand werken. Op deze manier tracht men snel zicht te krijgen op eventueel verhoogde PFAS-concentraties. De VMM heeft daarbij een continue meetpost (PM10 en PFAS) staan ter hoogte van de Neerstraat waarmee de gemiddelde PFAS-concentratie in lucht opgevolgd wordt en de jaargemiddelde toetsing kan worden uitgevoerd.

Reeks 16: 4–5 juli 2022

Op 4 en 5 juli 2022 zijn er totaal stof en PFAS-metingen uitgevoerd op de werf van de Oosterweelverbinding. Bij het bepalen van de meetlocaties is gekeken naar locaties met veel (transport) activiteiten en locaties met PM10 overschrijdingen volgens het monitoringswerk van de VMM. Ook is er rekening gehouden met de opmerking van de VMM dat er meetpunten ontbreken tussen 3M en de Oosterweel werf. In totaal waren er zes meetpunten geselecteerd, maar door een technisch probleem bij het uitvoeren van de metingen zijn bepaalde resultaten niet bruikbaar. Daarom worden enkel de meetresultaten van de locaties 3M-WZI, 3M-richting berm en Sint-Anna knoop weergegeven.

De resultaten voor totaal stof tonen aan dat de verstoffing ter hoogte van de meetpunten nabij de 3M-site beperkt was in vergelijking met eerder gemeten stofconcentraties op deze locatie (gemiddeld 54 µg/m³) en dat de concentratie ter hoogte van knoop Sint-Anna hoger lag dan bij eerdere metingen (gemiddeld 223 µg/m³). Wat de EFSA PFAS (PFNA, PFOA, PFHxS en PFOS) betreft, waren alle concentraties kleiner dan de rapportagegrens (RG). Door het kleine bemonsteringsvolume ter hoogte van de waterzuivering van 3M, lag de RG hier wel hoger dan normaal (0,6 ng/m³). Voor de overige stalen werd een RG van 0,1 ng/m³ gehaald. Met uitzondering van de bovengrensbenadering voor het meetpunt aan de waterzuivering van 3M, werd in elk van de meetpunten en volgens alle benaderingen voldaan aan de tijdelijke toetsingswaarde voor arbeiders (2,2 ng/m³). Aangezien de hoge RG van het meetpunt aan de waterzuivering van 3M het gevolg is van een technisch probleem, is het weinig waarschijnlijk dat er zich effectief een overschrijding van de tijdelijke toetsingswaarde voor arbeiders heeft voorgedaan. Dit wordt ondersteund door het feit dat de concentratie volgens de bovengrensbenadering ter hoogt van het andere meetpunt nabij de 3M-site 0,4 ng/m³ bedroeg.

Reeks 17: 13-14 juli 2022

Op 13 en 14 juli 2022 zijn er totaal stof- en PFAS-metingen uitgevoerd op de werf van de Oosterweelverbinding. Bij het bepalen van de meetlocaties is gekeken naar locaties met veel (transport) activiteiten en locaties met PM10 overschrijdingen volgens het monitoringswerk van de VMM. Ook is er rekening gehouden met de opmerking van de VMM dat er meetpunten ontbreken tussen 3M en de Oosterweel werf. De zes geselecteerde meetpunten bevinden zich ter hoogte van de Burchtse Weel, 3M-WZI, 3M-halverwege (2 punten), de grondstocks aan de E34 en centraal op de site naast 3M.

De resultaten voor totaal stof tonen aan dat de verstoffing ter hoogte van de meeste meetpunten beperkt was in vergelijking met eerder gemeten stofconcentraties op deze locaties (gemiddeld 52 µg/m³ en 76 µg/m³ voor respectievelijk de punten nabij 3M en de Burchtse Weel). De concentratie ter hoogte van de grondstock lag in lijn met de eerder gemeten concentraties op deze locatie (gemiddeld 79 µg/m³).
Wat de EFSA PFAS (PFNA, PFOA, PFHxS en PFOS) betreft, waren alle concentraties ter hoogte van de meetpunten Burchtse Weel kleiner dan de rapportagegrens (RG) van 0,09 ng/m³. Voor dit meetpunt is de tijdelijke toetsingswaarden voor omwonenden (0,4 ng/m³) van toepassing, waaraan wordt voldaan volgens alle drie de grens benaderingen Voor de vijf andere meetpunten is er telkens een PFOS-concentratie vastgesteld hoger dan de RG. De overige drie EFSA PFAS-concentraties waren wel telkens kleiner dan de RG van 0,09 ng/m³. De gemeten PFOS-concentraties rond de 3M-site varieerden van 0,43 ng/m³ tot 0,73 ng/m³. De PFOS-concentratie ter hoogte van de grondstock langs de E34 bedroeg 1,1 ng/m³. Aangezien alle vijf deze meetpunten op de werf gelegen zijn, is de tijdelijke toetsingswaarde voor arbeiders (2,2 ng/m³) van toepassing. Volgens alle drie de grens benaderingen wordt er voldaan aan deze tijdelijke toetsingswaarde. Naast de vier EFSA PFAS werd ter hoogte van het meetpunt ‘3M - halverwege’ ook PFBS gemeten (1,1 ng/m³). De oorzaak hiervan is momenteel onduidelijk.

 

Reeks 18: 31 augustus 2022

Op 31 augustus 2022 zijn er totaal stof- en PFAS-metingen uitgevoerd op zes locaties op en rond de werf van de Oosterweelverbinding. De aanleiding waren grondverzetswerkzaamheden en activiteit op de 3M-site in opdracht van 3M in het kader van de bodemsanering. Daarnaast werden er werkzaamheden uitgevoerd op de werf Scheldetunnel en werden meldingen geregistreerd vanuit het VMM PM10-monitoringsnetwerk ter hoogte van de Burchtse Weel. Op basis van deze activiteiten werden op volgende locaties metingen uitgevoerd: de Burchtse Weel, centraal op het terrein grenzend aan de 3M-site, grondstocks aan de E34, Sint-Anna knoop, de oostelijke en westelijke bentonietcentrale op werf Scheldetunnel.

De resultaten voor totaal stof tonen aan dat er ter hoogte van de Burchtse Weel, de E34 grondstock en de westzijde van de bentonietcentrale meer stof was dan op de overige meetpunten, maar nog steeds beperkt in vergelijking met de stofconcentraties gemeten tijdens eerdere droge periodes. Vergeleken met de gemiddelde stofconcentraties over alle metingen heen, zijn de gemeten concentraties vergelijkbaar of beduidend lager.

Op vier van de zes meetlocaties waren alle EFSA PFAS-concentraties kleiner dan de rapportagegrens (RG) van 0,1 ng/m³. Dit wil zeggen dat er enkel met voldoende zekerheid gesteld kan worden dat de concentratie onder de RG lag, zonder hier een exacte concentratie voor te bepalen. Op de locaties ‘3M - centraal open ruimte’ en ‘E34- grondstock’ werden wel EFSA PFAS-concentraties gemeten boven de detectielimiet. Op beide locaties werden PFOS, respectievelijk 0,61 ng/m³ en 1,19 ng/m³,  en PFOA, respectievelijk 0,14 ng/m³ en 0,13 ng/m³, gemeten. Aan de E34 - grondstock werd ook PFHxS gemeten (0,14 ng/m³). De somconcentratie op alle meetlocaties bleef wel steeds onder de tijdelijke toetsingswaarde voor arbeiders (2,2 ng/m³), ook wanneer de bovengrensbenadering werd gehanteerd. Echter blijkt uit analyseresultaten door VMM/VITO (48 uur bemonsterd) dat er windafwaarts van de werf, ter hoogte van de Neerstraat, ook EFSA PFAS-concentraties zijn vastgesteld boven de tijdelijke toetsingswaarde voor omwonenden (0,4 ng/m³). Er wordt bekeken of de stofreducerende maatregelen effectief naar behoren zijn toegepast en of er bijkomende maatregelen genomen kunnen worden bij het uitvoeren van dit type werkzaamheden. Ook worden de metingen in opdracht van Lantis verdergezet en wordt er overlegd met 3M betreffende de opvolging en impact van hun bodemsaneringsactiviteiten.

 

Reeks 19: 11-12 oktober 2022

Op 11 oktober 2022 werden er op vijf locaties stof- en PFAS-metingen uitgevoerd. Gezien het droge weer, de geplande werkzaamheden en de meldingen vanuit het VMM PM10-monitoringsnetwerk ter hoogte van de Burchtse Weel werden volgende locaties onderzocht: de Burchtse Weel, knoop Antwerpen-West, de grondstocks aan de E34, aan de oostelijke bentonietcentrale op werf Scheldetunnel en centraal op de Sint-Anna knoop. Er was ook een bemonstering voorzien op de site naast 3M, maar deze kon door een diefstal niet afgerond worden.

De resultaten voor totaal stof tonen aan dat er ter hoogte van Knoop Antwerpen-West een zeer hoge stofconcentratie (310 µg/m³) werd gemeten ten opzicht van de overige meetlocaties. Ter hoogte van de Burchtse Weel, de E34 grondstock en de Sint-Anna knoop werden lagere stofconcentraties gemeten ten opzichte van de voorgaande metingen op droge dagen. In het bijzonder werd op het centrale punt aan knoop Sint-Anna een veel lagere concentratie gemeten dan gemiddeld (81 µg/m³ t.o.v. 218 µg/m³). De gemeten stofconcentratie ter hoogte van het meetpunt ‘ST - bentonietcentrale oost’ lag in lijn met deze op de drie voorgaande punten.

Op één meetlocaties werd een EFSA PFAS-concentratie boven de rapportagegrens (RG) gemeten. Dit betrof een PFOS-concentratie van 0,27 ng/m³ ter hoogte van de E34-grondstock. Op de overige locaties waren alle EFSA-PFAS lager dan de RG. Dit wil zeggen dat er enkel met voldoende zekerheid gesteld kan worden dat de concentratie onder de RG lag, zonder hier een exacte concentratie voor te bepalen. De somconcentratie van de EFSA PFAS lag voor alle benaderingen (ondergrens, midden grens en bovengrens) en op alle meetlocaties onder de geldende tijdelijke toetsingswaarde op die locatie. Naast de PFOS vaststelling werd er ter hoogte van het meetpunt ‘Sint-Anna knoop’ een andere PFAS boven de RG gemeten, namelijk PFBS met een concentratie van 8,2 ng/m³. Dit is de vierde vaststelling van PFBS boven de RG sinds de start van de stof- en PFAS-metingen in juni 2021. De oorsprong hiervan is onduidelijk.

 

 

Reeks 20: 26-27 oktober 2022

Op 26 en 27 oktober 2022 zijn er totaal stof- en PFAS-metingen uitgevoerd op vijf locaties op de werf van de Oosterweelverbinding. De aanleiding waren werkzaamheden waarbij grond werd getransporteerd richting enerzijds de kade om per schip naar een grondreinigingscentrale gevoerd te worden (enkel 27 oktober) en anderzijds een grondreinigingscentrale in de buurt (26 en 27 oktober). De meetlocaties zijn zo gekozen dat het potentiële blootstellingsrisico van zowel het verladen als het transporteren van grond gemeten werd. Op volgende locaties werden metingen uitgevoerd: ingang naar de site naast 3M (2 dagen), aan de 3M WZI (2 dagen), Knoop Sint-Anna (1 dag), halverwege route B richting het schip (1 dag) en aan de kade ter hoogte van de Beatrijslaan (1 dag).

De resultaten voor totaal stof tonen aan dat er op meetlocatie ‘Route B - halverwege’ hogere stofconcentraties (99 µg/m³) gemeten werden dan op de overige meetlocaties. Met 19 µg stof/m³ werd de laagste stofconcentratie gemeten op de meetlocatie ‘Kade’. Ter hoogte van de meetpunten op en rond de 3M-site lagen de stofconcentraties in lijn met de gemiddelde concentraties over alle uitgevoerde metingen in deze omgeving. De licht verhoogde concentratie aan de WZI is mogelijks te verklaren door de windafwaartse ligging van het meetpunt ten opzichte van de werkzaamheden op de site. Aan knoop Sint-Anna werd met 34 µg stof/m³ een veel lagere concentratie gemeten dan gemiddeld op deze locatie.

Op één van de vijf meetlocaties werd een EFSA PFAS-concentratie groter dan de rapportagegrens (RG) gemeten. Dit betrof een PFOS-concentratie van 0,88 ng/m³ aan de 3M-WZI. Op de overige locaties waren alle EFSA PFAS kleiner dan de RG. Dit wil zeggen dat er enkel met voldoende zekerheid gesteld kan worden dat de concentratie onder de RG lag, zonder hier een exacte concentratie voor te bepalen. Gezien de ligging van de meetlocaties moet de gemeten EFSA PFAS-concentratie getoetst worden aan de tijdelijke toetsingswaarde voor arbeiders (2,2 ng/m³). De somconcentratie bleef op alle meetlocaties en voor alle benaderingen (ondergrens, midden grens en bovengrens)  onder deze tijdelijke toetsingswaarde. Verder werden er geen niet-EFSA PFAS-concentraties hoger dan de RG gemeten tijdens deze meetcampagne.

 

Reeks 21: 14-18 november 2022

Tijdens de meetweek van 14 tot 18 november 2022 zijn er totaal stof- en PFAS-metingen uitgevoerd op vijf locaties op en rond de werf van de Oosterweelverbinding. De aanleiding waren werkzaamheden waarbij dagelijks grond werd getransporteerd richting de kade om per schip naar een grondreinigingscentrale gevoerd te worden. De meetlocaties zijn zo gekozen dat het potentiële blootstellingsrisico van zowel het verladen als het transporteren van grond gemeten werd. Op volgende locaties werden metingen uitgevoerd: ten oosten van de ingang naar het terrein naast de 3M-site, aan de inrit naar de E34 grondstocks, Sint-Anna knoop, aan de kade ter hoogte van de Beatrijslaan en de Burchtse Weel.

De resultaten voor totaal stof tonen aan dat tijdens deze meetcampagne veruit de hoogste gemiddelde stofconcentratie werd gemeten ter hoogte van de kade (210 µg stof/m³) en dat deze hoger lag dan tijdens de voorgaande meting.  De stofconcentraties aan de meetpunten ‘E34 - grondstock - inrit’ (50 µg stof/m³) en ‘Sint-Anna knoop’ (98 µg stof/m³) waren dan weer lager dan het gemiddelde over de voorgaande metingen op deze locaties. Dit kan het gevolg zijn van de windopwaartse ligging ten opzichte van de werkzaamheden. Voor het eerst werd er gemeten op het meetpunt ‘3M - ingang - oost’, waardoor een directe vergelijking met voorgaande stofconcentraties niet mogelijk is. Wanneer de gemeten stofconcentratie (85 µg stof/m³) vergeleken wordt met de gemiddelde stofconcentraties op andere locaties nabij het 3M-terrein, blijkt deze hoger te zijn dan gemiddeld. Een mogelijke verklaring is de windafwaartse ligging ten opzichte van de werkzaamheden. Tot slot is er de meting aan de Burchtse Weel. De gemeten stofconcentratie (8,5 µg/m³) is duidelijk lager dan de gemiddelde concentratie tijdens voorgaande metingen, ondanks de windafwaartse ligging ten opzichte van de werkzaamheden aan de kade waar verhoogde stofconcentraties gemeten zijn. Deze werkzaamheden bleken dus geen verhoogde stofconcentratie te veroorzaken op grotere afstand buiten de werf.

Op geen van de vijf meetlocaties werd een EFSA PFAS-concentratie groter dan de rapportagegrens (RG) gemeten. Dit wil zeggen dat er enkel met voldoende zekerheid gesteld kan worden dat de concentratie onder de RG lag, zonder hier een exacte concentratie voor te bepalen. De somconcentratie op alle meetlocaties was voor geen van de benaderingen (ondergrens, midden grens en bovengrens) groter dan de tijdelijke toetsingswaarde voor arbeiders (2,2 ng/m³) of omwonenden (0,4 ng/m³). Daarnaast werd er één niet-EFSA PFAS gemeten boven de RG. Dit was PFBS ter hoogte van ‘E34 - grondstock - inrit’ met een concentratie van 26 ng/m³. Deze concentratie ligt hoger dan de paar vorige vaststellingen. De oorzaak dat deze PFAS gemeten wordt is onduidelijk.

 

*Omwille van het beschermen van privacy zijn persoonsgegevens uit de rapporten anoniem gemaakt.

Op 19/04/2022 heeft de Raad van State dat de conformverklaringen voor de grondwerken op de werven Linkeroever en Scheldetunnel opnieuw geschorst. Het arrest legt de grondwerken in en met verontreinigde grond op onze werven in Linkeroever en Zwijndrecht tijdelijk stil.

Laatste update: 13/01/2023