Wat doet Lantis met de verontreinigde gronden?

Wat gebeurt er met de verontreinigde gronden?

Alle verontreinigde gronden blijven op de site waar ze ontgraven werden. Als bouwheer van de Oosterweelverbinding zijn we bovendien gebonden aan het ‘standstill-principe’. Dat wil zeggen dat onze werken enkel mogen zorgen voor een verbetering of status quo van de verontreiniging. Lantis mag dus geen bijkomende risico’s veroorzaken voor mens en milieu, bijvoorbeeld door zwaarder vervuilde gronden op minder vervuilde gronden te leggen.
 
De gronden met concentraties boven 70 microgram/kg ds worden zorgvuldig afgedekt. Daardoor zal die verontreiniging zich dus niet meer kunnen verspreiden via de lucht of het grondwater, wat wel het geval is als alles blijft zoals het is. De maatregelen die we nemen, zorgen ervoor dat een groot deel van de verontreiniging beter ingedamd wordt dan voorheen. De Oosterweelwerken zorgen dus voor een verbeterde situatie.

Ook de andere gronden blijven op de werf. Gronden met een concentratie tussen 3 en 70 microgram/kg ds worden binnen het projectgebied hergebruikt voor bouwkundig bodemgebruik, bijvoorbeeld in bermen. Ook gronden met een lagere concentratie dan 3 microgram blijven op de werf. De werf op Linkeroever heeft namelijk meer grond nodig dan er wordt opgegraven. Daarom kunnen we zeer uitdrukkelijk zeggen dat de verontreinigde grond op de werf blijft, en nergens anders belandt.

OPGELET: Op 29 december 2021 velde de Raad van State een arrest waarmee de Technische Verslagen van de Oosterweelwerken Linkeroever en Scheldetunnel werden geschorst. Dit arrest heeft gevolgen voor de grondwerken in en met gebiedseigen gronden binnen het Oosterweelproject. 

Wordt er verontreinigde grond gebruikt op andere locaties voor de Oosterweelverbinding?

Neen, alle verontreinigde gronden op Linkeroever en Zwijndrecht blijven op de site waar ze ontgraven werden. De grond blijft dus ter plaatse in het projectgebied van Linkeroever en Zwijndrecht.

Wordt er verontreinigde grond gebruikt op andere locaties buiten het gebied van de Oosterweelverbinding?

Neen, de verontreinigde gronden blijven op de site waar ze ontgraven werden: in het projectgebied van Linkeroever en Zwijndrecht. Er wordt geen vervuilde grond afgevoerd naar andere plekken. 

Er zijn plannen om bepaalde groeven of putten elders in Vlaanderen op te vullen met gronden die opgegraven worden tijdens de werken aan de Oosterweelverbinding zoals de kleiputten van Rumst of het Wonderwoud in Lochristi. Maar hiervoor zal geen met PFOS verontreinigde grond gebruikt worden. 
 
Bovendien is het zo dat vooraleer er ergens grond naartoe gebracht wordt, er een omgevingsvergunning aangevraagd moet worden. Als onderdeel van die omgevingsvergunningsaanvraag moet een erkend bodemsaneringsdeskundige een studie opstellen waarin de milieu-hygiënische acceptatiecriteria worden bepaald. Zo kan nagegaan worden welke stoffen de grond wel of niet mag bevatten. Dit zorgt dus voor de bijkomende garantie dat de aangevoerde grond geen verontreiniging van het grondwater of van de omgeving kan veroorzaken. 

De Raad van State Schorste de Technische Verslagen, wat nu? 

Wat houdt het arrest van de Raad van State in? 

Op 29 december 2021 velde de Raad van State een arrest waarmee de Technische Verslagen van de Oosterweelwerken Linkeroever en Scheldetunnel werden geschorst. Als gevolg van dit arrest moesten de grondwerken in en met gebiedseigen gronden binnen het Oosterweelproject worden stilgelegd.    

De Raad verwijst naar de tekst van artikel 158, 5° Vlarebo, waarin vereist wordt dat de Kadastrale Werkzone wordt vastgesteld in het kader van ‘eenzelfde project’. Vermits er in dit geval drie vergunde projecten zijn (Infrastructuurwerken Linkeroever; Scheldetunnel; Aanleg Veiligheidsberm), besluit de Raad dat de Kadastrale Werkzone niet in het kader van eenzelfde project werd vastgesteld maar van drie onderscheiden projecten.  

De Raad van State beslist om de tenuitvoerlegging van de conformverklaring van de geactualiseerde technische verslagen LO en ST te schorsen. 

Wat is een Kadastrale Werkzone (KWZ) en hoe werd dit toegepast binnen het Oosterweelproject? 

Een kadastrale werkzone is een zone die bestaat uit een geheel van gronden met soortgelijke kenmerken. Het betreft kenmerken die een betekenisvol effect op het milieu hebben of een betekenisvol risico voor de volksgezondheid inhouden. De Kadastrale Werkzone is een onderdeel van het Technisch Verslag, en wordt afgebakend  door een erkend bodemsaneringsdeskundige op basis van een code van goede praktijk van OVAM. Conform Vlarebo kunnen binnen éénzelfde KWZ gronden uit dezelfde KWZ verwerkt worden mits respect van het standstill principe. 
 
Lantis werkt, volgens de Technische Verslagen die werden geschorst, voor PFAS-gronden met één KWZ voor de projecten Infrastructuurwerken Linkeroever, Scheldetunnel en de Veiligheidsberm.  
 
Concreet wil dit dan zeggen dat voorzien was dat: 

  • Alle PFAS-grond blijft binnen de KWZ (conform richtlijn OVAM – geen externe afvoer) 
  • Aanleg Veiligheidsberm op terrein 3M voor de meest vervuilde gronden (+70µg/kg ds) die op die manier uit de leefomgeving worden verwijderd 
  • Alle gronden meer dan 70 µg/kg ds worden afgedekt zodat verspreiding via stof en infiltratie van regenwater onmogelijk is 
  • Binnen KWZ principe: grond enkel verplaatsen naar zone met grotere verontreiniging (conform Vlarebo) 
  • Het resultaat is niet alleen een standstill, maar zelfs een verbetering van de situatie want de meest vervuilde gronden worden ingepakt en door de andere PFAS-gronden bij elkaar te brengen (o.a. in bermen) wordt ook de uitloging naar de omgeving beperkt. 

Wat is een Technisch Verslag? 

Een Technisch Verslag is een bodemonderzoek dat opgesteld wordt onder leiding van een erkend bodemsaneringsdeskundige. Het bepaalt de milieuhygiënische kwaliteit en de hergebruiksmogelijkheden van de nog uit te graven grond.  

De hergebruiksmogelijkheid van gronden worden vastgelegd aan de hand van een codering (XYZ) 

  • X: Hergebruik als bodem buiten de kadastrale werkzone (KWZ) 
  • Y: Hergebruik als bodem en bouwkundig bodemgebruik binnen de KWZ 
  • Z: Hergebruik als bouwkundig bodemgebruik buiten de KWZ 
     

Na de opmaak van het Technisch Verslag wordt dit ter conformverklaring voorgelegd bij een erkende bodembeheerorganisatie die het checkt op volledigheid, correctheid en uitvoerbaarheid. 

Een Technisch Verslag is verplicht bij verdachte grond en bij niet-verdachte grond wanneer het totale volume uitgegraven grond meer dan 250 m³ bedraagt. 

Wat zijn de gevolgen van het arrest van de Raad van State voor de Oosterweelwerken? 

De grondverzetwerken op de werf Scheldetunnel en op de werf Linkeroever met gebiedseigen grond liggen stil. Ook het grondverzet naar de Veiligheidsberm op de terreinen van 3M is gestaakt.  

Er is een beperkt aantal activiteiten mogelijk. Extern aangevoerde grond mag nog verwerkt worden en ook activiteiten zonder grondwerken kunnen uitgevoerd worden. Activiteiten in deze context worden vanaf maandag 10 januari 2022 hervat.  

Wat zijn de gevolgen van het arrest van de Raad van State voor Vlaanderen?  

Het arrest is geen Oosterweel-, maar een Vlaams probleem. Voor alle "gecombineerde" projecten in Vlaanderen zijn Kadastrale Werkzones op deze manier bepaald.  

Gevolg: een aantal projecten in Vlaanderen loopt dus eveneens het risico op schorsing van het Technisch Verslag. Denk aan brownfields, grote verkavelingen, lijninfrastructuur, stadsontwikkelingsprojecten, industrieterreinen... zowel privaat als publiek. 

Is er een doorstart van de werken mogelijk na het arrest van de Raad van State?  

Lantis, de bouwheer van het Oosterweelproject, maakt volop werk van nieuwe Technische Verslagen per vergund project (Linkeroever en Scheldetunnel). De nieuwe Technische Verslagen moeten, van zodra ze conform verklaard worden, toelaten om de grondwerken binnen het Oosterweelproject opnieuw volledig op te starten. 

Er worden Technische Verslagen opgemaakt voor Scheldetunnel en Linkeroever. De werken aan de veiligheidsberm op de terreinen van 3M worden voorlopig opgeschort. De gronden met een hogere concentratie dan 70 µg/kg ds, dit zijn de gronden die tot voor kort werden afgevoerd naar de terreinen van 3M, zullen in de Technische Verslagen worden aangevinkt als zijnde “af te voeren”. De volgende zes maanden zoekt Lantis naarstig naar een structurele oplossing voor dit grondverzet. 

Met het indienen van nieuwe Technische Verslagen wordt een eerste stap richting oplossing gezet, maar het is duidelijk dat er nog een aantal stappen nodig zullen zijn vooraleer er een duurzame oplossing bestaat voor de gehele problematiek. Lantis roept iedereen op tot een oplossingsgerichte dialoog en samenwerking.  

Worden er in tussentijd nog maatregelen getroffen om PFAS-risico’s voor de omgeving te beperken?  

De tenuitvoerlegging van dit arrest mag geen ongunstige impact hebben op de gezondheid van de omwonenden.  

  • Stofcoördinator blijft actief 
  • Stofmonitoring blijft actief 
  • Bij negatieve weersomstandigheden (droogte en wind) zullen de werfwegen en grondhopen met PFAS vochtig gehouden worden 
  • PFAS-gronden worden ingezaaid en beschermd tegen verstoffing 
  • Afscherming van en toezicht op de werf blijft behouden  

Waar vind ik de meetresultaten terug voor PFAS op de Oosterweelwerf?

We hebben interactieve dashboards opgesteld die we regelmatig bijwerken om de nieuwste resultaten toe te voegen. Enerzijds zijn er de resultaten van de grond- en luchtmetingen. Anderzijds geven we ook de resultaten van de grondwaterzuiveringsinstallatie. Daarmee reinigen we het opgepompte grondwater voor we het water weer laten infiltreren in de ondergrond of laten wegvloeien in de Schelde.

Waarom zijn er verschillende kleurschakeringen bij de meetpunten op de kaart?

Voor de grondmetingen hebben we de resultaten onderverdeeld volgens de grenswaarden die gelden voor het gebruik van grond dat PFOS bevat: 3 en 70 µg/kg ds.
Voor de luchtmetingen worden de resultaten getoetst aan een conservatief toetsingskader, afgeleid uit de meest recente normen. De gezondheidsnorm voor alle PFAS samen ligt daar op 2,2ng/m³.

Op verschillende plaatsen werden meerdere stalen genomen. Die kunnen zowel verschillen in de tijd als in de diepte (voor grondmetingen). Wanneer de resultaten van die metingen verschillen, krijg je een mix van de respectievelijke kleuren.

Kan ik uit deze resultaten ook iets afleiden voor mijn woonomgeving?

Lantis is enkel bevoegd om metingen uit te voeren binnen het Oosterweelprojectgebied. Dat gebied duiden we ook aan met de projectgrens op de kaart. Deze metingen zijn dus niet zomaar toepasbaar op de woongebieden daarrond. Want de vervuilingsconcentraties verminderen snel eens je weggaat van de kern van de vervuiling; 3M. Hoewel de cijfers uit onze metingen een indicatie kunnen zijn, is het niet mogelijk om conclusies voor de woonomgeving te trekken zonder effectieve metingen in die omgeving.

Waarom worden de luchtmetingen van 9/6/2021 niet vermeld op de kaart?

De techniek voor de eerste luchtmeting liet ons nog niet toe om PFAS-concentraties lager dan 0,004µg/m³ of 4ng/m³ te detecteren. Daardoor konden we niet uitsluiten of er PFOS boven of onder de gezondheidsgrens van 2,2ng/m³ in het verzamelde stof zat. Vanaf de tweede stofmetingen stond de techniek wel op punt om lagere concentraties te meten.

Wat is SOF?

SOF is de “som van opgeloste organische fluorverbindingen” en dus een indicatie van fluorverbindingen in het grondwater. Bij de vergunningsaanvraag werd ons opgedragen om ook deze parameter mee op te nemen.

Waarom zijn er soms langere perioden zonder waarden bij de waterzuiveringsinstallatie?

De waterzuiveringsinstallatie is niet permanent in werking. Er zijn immers niet elke dag bemalingen (oppompen van het grondwater) en bovendien wordt al het opgepompte water eerst verzameld in een retentiebekken. Daardoor kan het zijn dat er gedurende een periode van dagen tot enkele weken geen waarden beschikbaar zijn.

Hoe komt het dat Lantis minder volume vervuilde grond opgraaft op de Oosterweelwerf?

Vooraleer grondwerken binnen een infrastructuur- of bouwproject starten, wordt er een Technisch Verslag opgemaakt. Een Technisch Verslag is een bodemonderzoek dat de milieuhygiënische kwaliteiten en hergebruiksmogelijkheden van de nog uit te graven bodemmaterialen bepaalt.

Voor het infrastructuurproject Linkeroever/Zwijndrecht werden tussen 2016 en 2018 bodemstalen genomen om de kwaliteit van de aanwezige grond in kaart te brengen. De resultaten van deze stalen werden opgenomen in het Technisch Verslag. In het toenmalige Technisch Verslag Linkeroever werd melding gemaakt van 290.000 m³ zwaar verontreinigde grond (+70 µg/kg ds). In het Technisch Verslag voor de werken aan de Scheldetunnel, dat in dezelfde periode werd opgemaakt, wordt 100.000 m³ zwaar verontreinigde grond beschreven. Samen goed voor ongeveer 400.000 m³ zwaar verontreinigde grond die, eens afgegraven, zou moeten afgedekt worden.

De verontreinigde zones worden in een Technisch Verslag steevast conservatief beschreven. Dat wil zeggen dat men, wanneer men op bepaalde locaties concentraties van meer dan 70 µg/kg ds aantreft, vanuit een worstcase benadering de ganse betrokken zone als +70 µg/kg ds beschouwt. De grens wordt dus ruim genomen, tot daar waar lagere waarden worden vastgesteld. Het is courante praktijk om vervolgens op basis van bijkomende beproevingen, die zowel nog voor als tijdens de werken zelf worden uitgevoerd,  de zones met vervuiling beter af te perken. Er worden dus bijkomende monsters genomen en beproefd, om aldus steeds correcter de grenzen van de vervuiling te bepalen (afperken van de vervuiling). Op die manier worden originele aannames realistisch, wat tot gevolg kan hebben dat oorspronkelijk ingeschatte hoeveelheden in realiteit lager kunnen liggen.

Dat is ook gebeurd in het projectgebied Linkeroever/Zwijndrecht. De zone aan de zuidzijde van de E34, een volume van bijna 80.000 m³, werd destijds volledig afgebakend als +70 µg/kg ds. Bijkomende beproevingen die ondertussen gebeurd zijn, leren dat de reële concentraties in een groot deel van deze zone lager liggen en dat het volume verontreinigde grond dan ook minder is. Het exacte volume zal worden opgenomen in de actualisatie van het Technisch Verslag Linkeroever/Zwijndrecht dat in oktober 2021 zal worden gepubliceerd.

Hetzelfde geldt voor de zone tussen de Tophatgracht en de Palingbeek. Destijds ging men uit van een volume van 90.000 m³ sterk verontreinigde grond (+70 µg/kg ds) dat in het kader van de werken diende afgegraven te worden. Door heel wat bijkomend onderzoek, dus door de grenzen van de vervuiling correcter te bepalen, is het volume sterk verontreinigde grond uiteindelijk lager dan aanvankelijk aangenomen.

De Palingbeek zelf wordt overigens, op vraag van de Expertencommissie Grondverzet onder leiding van Karl Vrancken, minder diep uitgegraven. In de oorspronkelijke plannen is sprake van de aanleg van een winter- en zomerbedding, maar de diepe graafwerken kunnen, volgens de experten, aanleiding geven tot het verstoren van de grondwaterstroom waardoor sterk verontreinigd grondwater net wordt aangetrokken. Dat vermijden we door de beek minder diep uit te graven. Op die manier komt er ook minder vervuilde grond naar boven. In totaal blijft zo om en bij de 80.000 m³ verontreinigde grond onaangeroerd aan de Palingbeek liggen.

Samengevat: Lantis verwerkt op het projectgebied Linkeroever/Zwijndrecht vandaag ongeveer 160.000 m³ sterk verontreinigde grond. 30.000 m³ is reeds verwerkt in de zuidkant van de kluifrotonde aan Waaslandhaven-Oost. De resterende 130.000 m³ - het volume met de hoogste PFOS-concentraties - wordt verwerkt in de veiligheidsberm die op het terrein van 3M wordt aangelegd. De voorbereidende werken voor deze berm zijn reeds uitgevoerd, de aanleg ervan start begin oktober.

Het afgenomen volume verontreinigde grond is het gevolg van:

  1. Optimalisaties, zijnde nauwkeurige staalnames en verdere verfijningen aan het ontwerp
  2. De aanbevelingen van de Expertencommissie Vrancken

Hoe is Lantis omgegaan met de aanbevelingen van de Commissie Grondverzet?

Het volledige rapport is te raadplegen op de website van Vlaanderen

Lantis neemt de aanbevelingen van de Commissie ter harte. 

  • In juni 2021 is Lantis gestart met periodieke luchtmetingen. Aan de hand van deze metingen gaan we na of het stof dat wordt aangetroffen op de werf PFOS bevat. De resultaten zijn  telkens zeer duidelijk: er is geen verhoogd blootstellingsrisico via de lucht. Op vraag van de Expertencommissie blijven we deze meetcampagnes uitvoeren voor betere resultaten op de langere termijn. De resultaten van deze meetcampagnes worden telkens ook op de website gepubliceerd. Daarnaast zijn ze ook te raadplegen via het dashboard dat op onze website staat.
  • Daarnaast rollen Lantis en de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) een stofmeetnet uit, waarbij we voortdurend de concentraties van fijn stof in de omgevingslucht rond de Oosterweelwerf meten. Op die manier monitoren we continu en ‘in real time’ wat de lokale bijdrage van de Oosterweelwerken is aan de hoeveelheid fijn stof in de lucht. Lees hier meer
  • De reeds opgemaakte Technische Verslagen voor de werven ‘Scheldetunnel’ en ‘Linkeroever’ zijn aangepast aan de verlaagde norm voor vrij hergebruik van 3 µg/kg ds PFOS/PFOA*. Voor de werven 'Oosterweelknoop', ‘Kanaaltunnels’ en ‘R1-noord’ is het Technische Verslag nog in opmaak en wordt meteen gewerkt met de verlaagde norm van 3 µg/kg ds PFOS/PFOA. 
  • Burgers kunnen via de website snel en eenvoudig meldingen doen wanneer ze zaken opmerken waar ze vragen bij hebben (zie Contact op de homepagina van de website). 
  • Er wordt geen grond met een concentratie > 70 µg/kg ds gebruikt in de leeflagen. 
  • Het grond- en oppervlaktewater wordt gemonitord en dit wordt ook via het dashboard gedeeld door Lantis. 
  • De Palingbeek wordt minder diep en minder breed uitgegraven zodat er minder volume aan zwaar vervuilde grond opgegraven wordt. Zo kunnen alle gronden van de Palingbeek naar het terrein van 3M, en moet er wellicht geen zwaar verontreinigde grond meer verwerkt worden in een berm aan de Scheldetunnel.

OPGELET: Op 29 december 2021 velde de Raad van State een arrest waarmee de Technische Verslagen van de Oosterweelwerken Linkeroever en Scheldetunnel werden geschorst. Lantis maakt volop werk van nieuwe Technische Verslagen per vergund project (Linkeroever en Scheldetunnel).

Hoe garandeert Lantis dat het de aanbevelingen van de Expertencommissie Grondverzet toepast?

Lantis heeft de aanbevelingen verankerd in officiële documenten. Op deze manier kan Lantis extern gecontroleerd worden op de toepassing van de aanbevelingen.
Lantis heeft enerzijds de Technische Verslagen* geactualiseerd (zowel Linkeroever als Scheldetunnel), en heeft  hierin de aanbevelingen van de commissie met betrekking tot het grondverzet meegenomen. De andere aanbevelingen zijn  gekoppeld aan de verschillende vergunningen voor de werken. Daartoe heeft Lantis vrijwillig  een “Bijstelling van de voorwaarden” van deze vergunningen aangevraagd. Op deze manier worden de aanbevelingen concreet en kunnen de verschillende toezichthoudende instanties op het terrein ook controleren of Lantis en zijn aannemers zich aan deze Technische Verslagen en bijgestelde voorwaarden houden, en zelfs optreden.

OPGELET: Op 29 december 2021 velde de Raad van State een arrest waarmee de Technische Verslagen van de Oosterweelwerken Linkeroever en Scheldetunnel werden geschorst. Lantis maakt volop werk van nieuwe Technische Verslagen per vergund project (Linkeroever en Scheldetunnel).

Zorgen de werfactiviteiten in het met PFOS verontreinigd gebied voor een verhoogd blootstellingsrisico via de lucht in de omgeving?

We begrijpen dat er bij de omwonenden ongerustheid kan zijn over de PFOS-verontreiniging. Zowel Lantis als de aannemer dragen er zorg voor dat de verontreinigde gronden binnen het projectgebied blijven, ook in de vorm van opwaaiend stof.

Stofmeetnet rond de Oosterweelwerken meet voortdurend de concentratie fijn stof in de lucht

Om de impact van de Oosterweelwerken op de verspreiding van fijn stof via de lucht in de omliggende woonkernen te meten, rollen Lantis en de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) een stofmeetnet uit. Via vijf meetstations – die de volledige Oosterweelwerf omringen – meten we tot het einde van onze werken in dit gebied (2027), continu en ‘in real time’ de concentraties fijn stof in de omgevingslucht. Indien er stofpieken worden gemeten waarschuwt de VMM de stofverantwoordelijke van Lantis, zodat er bijkomende maatregelen genomen kunnen worden.

Belangrijk om hierbij te onderstrepen is dat een stofpiek niet hetzelfde is als een verhoogde aanwezigheid van PFAS in de lucht. Je kan veel fijn stof hebben, maar daarom heb je niet veel PFAS. Niet alle grond waar we in of mee werken is immers verontreinigd. En gezien de aanwezigheid van ook andere activiteiten dan onze werfactiviteiten
kunnen ook die zorgen voor de vorming van fijn stof. De meetresultaten zullen via de website van de VMM raadpleegbaar zijn.

Periodieke metingen op de Oosterweelwerf

Om te controleren of de maatregelen tegen het verspreiden van verontreinigde gronden ook effectief zijn, voert Lantis ook luchtmetingen uit op verschillende locaties en op verschillende tijdstippen op de Oosterweelwerf op Linkeroever.  

Met deze meetcampagne volgt Lantis het potentiële blootstellingsrisico tijdens de werken op over een langere termijn. De resultaten van de metingen voegen we hieronder steeds toe van zodra ze beschikbaar zijn. Alle reeds uitgevoerde luchtmetingen toonden aan dat er geen verhoogd blootstellingsrisico is voor omwonenden via de lucht door stof. 

Bekijk hier de kaart met luchtmetingen.

Reeks 1: 9 juni 2021 – geen PFAS gevonden in stofmeting 

Om het potentiële maximale blootstellingsrisico via stofvorming door de activiteiten op de Oosterweelwerf te berekenen, zijn op 9 juni 2021 ‘totaal stof metingen’ uitgevoerd op drie locaties. Bij zo’n meting wordt de omgevingslucht over een filter gezogen, waarop de aanwezige stofdeeltjes achterblijven. De uitdrukking ‘totaal stof’ betekent dat er geen onderscheid gemaakt wordt in soorten stof die we aantreffen. 

Voor de berekening werd de totaal stofconcentratie gecombineerd met de hoogst gemeten PFAS-concentratie in de bodem binnen de werfzone. De volledige berekening is terug te vinden in onderstaand rapport. Het resultaat van de berekening wordt uitgedrukt in PFOA-equivalent. PFOA is net als PFOS een lid van de ‘PFAS-familie’. Uit de bodemanalyses in opdracht van Lantis op Linkeroever en Zwijndrecht, blijkt dat de verontreiniging voornamelijk uit PFOS bestaat. Om de resultaten te kunnen vergelijken met internationale standaarden, wordt alles omgerekend naar een PFOA-equivalent. 

Uit de berekening blijkt dat er een maximale theoretische opname is van 0,0038 µg PFOA-eq./dag. Deze waarde ligt ruim 10 keer lager dan de gezondheidskundige grenswaarde die het Europese Voedselveiligheidsagentschap (EFSA) hanteert, namelijk 0,044 microgram (µg) PFOA/dag. Zo’n gezondheidskundige grenswaarde geeft aan welke hoeveelheid PFOA je tijdens jouw leven dagelijks maximaal mag opnemen zonder dat dit gevolgen heeft voor je gezondheid. Op basis van deze toetsing kunnen we dus stellen dat er geen verhoogd blootstellingsrisico is voor omwonenden via de lucht door opwaaiend stof van de Oosterweelwerf. 

Om deze berekening te bevestigen, werd op 9 juni 2021 ook een eerste reeks PFAS-luchtmetingen uitgevoerd. Het labo kon geen aanwezigheid van PFAS aantonen. Geen enkele meting gaf namelijk concentraties hoger dan de rapportagegrens van 0,004 µg/m³ tot 0,006 µg/m. Hoeveel lager de werkelijke concentraties liggen, kan niet exact gezegd worden. Hierdoor is het ook niet mogelijk om de PFAS-concentratie in de lucht te vergelijken met de EFSA gezondheidskundige grenswaarde van 0,044 µg PFOA-eq./dag. Een rapportagegrens van 0,006 µg/m³ komt immers overeen met 0,130 µg PFOA-eq./dag (0,006 µg/m³ x 2 x 10,8m³/dag). 

 
Hieronder vind je de resultaten van de metingen van 9 juni 2021 terug*: 

 Omdat bij deze eerste PFAS-luchtmeting de rapportagegrens niet laag genoeg was om het potentiële blootstellingsrisico te berekenen en af te wegen tegenover de EFSA-grenswaarde, werd de methode verfijnd om een lagere rapportagegrens te bekomen voor de volgende metingen.  

Reeks 2: 29 juni en 1 juli 2021: geen verhoogd blootstellingsrisico gevonden 

De tweede reeks metingen werd uitgevoerd op 29 juni en 1 juli. In totaal zijn er op zes locaties metingen uitgevoerd. De rapportagegrens voor deze metingen lag op 0,0003 µg/m³ tot 0,0004 µg/m³. Daarmee lag de nieuwe rapportagegrens 10 keer lager dan de rapportagegrens van de eerste meeting, waardoor er nog nauwkeuriger gemeten kon worden. Bovendien kan met die rapportagegrens ook het potentiële blootstellingsrisico getoetst worden aan de EFSA gezondheidskundige grenswaarde. 

Op vijf meetlocaties lagen de meetwaarden onder de rapportagegrens, dus werden opnieuw geen PFAS aangetoond. Op de zesde meetlocatie, op het terrein van 3M, werd wel PFOS gevonden, in een concentratie juist boven de rapportagegrens (0,00039 µg/m³). Op basis van dezelfde berekening als in het eerste rapport, komt dit overeen met een potentiële inname van 0,0084 µg PFOA-eq./dag. Deze waarde ligt ruim onder de afgeleide EFSA gezondheidskundige grenswaarde van 0,044 µg PFOA/dag, waarbij uitsluitend blootstelling via de lucht beschouwd wordt. Dit toont opnieuw aan dat er geen verhoogd blootstellingsrisico was voor omwonenden.  

 
Hieronder vind je de resultaten van de metingen van 29 juni en 1 juli 2021 terug*: 

Reeks 3: 16 juli 2021: geen verhoogd blootstellingsrisico gevonden 

De derde reeks metingen is uitgevoerd op 16 juli. De zes meetlocaties bevonden zich op een deel van de 3M-site die Lantis in werfleen heeft en waar eerder een PFOS-concentratie gemeten werd. Tijdens de meting werd er op de site in de grond gewerkt.

Op elk van de zes punten werd geen PFAS gemeten boven de rapportagegrens. Voor vijf van de zes meetpunten was de rapportagegrens 0,0003 µg/m³. Voor de zesde locatie was er een probleem met de stroomvoorziening, waardoor er slechts de helft van de tijd stof aangezogen werd. Doordat het aangezogen luchtvolume lager ligt, is de rapportagegrens hier 0,0006 µg/m³.  

Om een vergelijking te kunnen maken met de EFSA gezondheidskundige grenswaarde, werd de potentiële maximale dagelijkse PFOS-inname berekend door te veronderstellen dat de werkelijk gemeten concentratie gelijk is aan de rapportagegrens. Dit geeft een maximaal blootstellingsrisico van 0,013 µg PFOA-eq/dag (0,0006 µg PFOS/m3 = 0,0012 µg PFOA-eq./m³ x 10,8 m³/dag), hetgeen duidelijk lager ligt dan de EFSA gezondheidskundige grenswaarde van 0,044 µg PFOA/dag.  

Hieronder vind je de resultaten van de metingen van 16 juli 2021 terug*: 

Reeks 4: 25 augustus 2021: geen verhoogd blootstellingsrisico gevonden 

De vierde reeks metingen werd uitgevoerd op 25 augustus. Er vonden geen specifieke werken in PFAS houdende grond plaats. Daarom is er gekozen om metingen uit te voeren op locaties waar verstoffing kon optreden (zoals braakliggend terrein), waar gronden liggen opgeslagen en/of werfverkeer aanwezig is. 

De zes meetlocaties lagen verspreid over de werfzone in de buurt van de E34 en het knooppunt Sint-Anna. Het totaal stofgehalte lag hoger op plaatsen met veel werfverkeer dan op braakliggend terrein. Toch werd enkel op het eerste meetpunt PFOS boven de rapportagegrens gemeten. Op de andere plaatsen werd geen PFAS gemeten boven de rapportagegrens van 0,0003 tot 0,0004 µg PFOS/m³ (afhankelijk van het volume lucht per meettoestel). De gemeten PFOS-concentratie op het eerste meetpunt bedroeg 0,0005 µg/m³, wat overeenkomt met een PFOA-equivalent van 0,001 µg/m³. De potentiële dagelijkse PFOS-inname, uitgedrukt als PFOA-equivalent, ligt met 0,011 µg PFOA-eq./dag (0,001 µg PFOA-eq./m³ x 10,8 m³/dag), duidelijk lager dan de EFSA gezondheidskundige grenswaarde van 0,044 µg PFOA/dag. Er werd dus geen verhoogd blootstellingsrisico gevonden. 

Hieronder vind je de resultaten van de metingen van 25 augustus 2021 terug*:

Reeks 5: 17 september 2021: geen verhoogd blootstellingsrisico gevonden 

De vijfde reeks metingen werd uitgevoerd op 17 september. Er vonden geen specifieke werken in PFAS houdende grond plaats. Daarom is er gekozen om metingen uit te voeren op locaties waar verstoffing kon optreden (zoals braakliggend terrein), waar gronden liggen opgeslagen en/of werfverkeer aanwezig is. 

De zes meetlocaties lagen verspreid over de werfzone in de buurt van de E34 en het knooppunt Sint-Anna. Het totaal stof gehalte lag hoger op plaatsen met activiteiten zoals werfverkeer dan op braakliggend terrein. Maar op geen enkel meetpunt werd PFAS gemeten boven de rapportagegrens van 0,0003 tot 0,0004 µg PFOS/m³ (afhankelijk van het volume lucht per meettoestel). Op de vijfde meetlocatie werd er omwille van een stroomonderbreking bij het meettoestel een lager volume lucht verwerkt. Om te compenseren dat er hier minder lang gemeten werd, lag de rapportagegrens voor dit toestel op 0,0007 µg/m³. 

Om een vergelijking te kunnen maken met de EFSA gezondheidskundige grenswaarde, werd de potentiële maximale dagelijkse PFOS-inname berekend door te veronderstellen dat de werkelijk gemeten concentratie gelijk is aan de hoogste rapportagegrens (meetpunt vijf). Dit geeft een maximaal blootstellingsrisico van 0,015 µg PFOA-eq/dag (0,0007 µg PFOS/m³ ofwel 0,0014 µg PFOA-eq./m³ x 10,8 m³/dag), wat duidelijk lager ligt dan de EFSA gezondheidskundige grenswaarde van 0,044 µg PFOA/dag. Er werd dus geen verhoogd blootstellingsrisico gevonden. 

Hieronder vind je de resultaten van de metingen van 17 september 2021 terug*:  

Lagere PFAS-grenswaarden, zelfde resultaat: alle metingen tonen geen verhoogd blootstellingsrisico

Het tijdelijke toetsingskader dat Lantis opstelde, werd in oktober 2021 door het Vlaams Instituut voor Technologie en Ontwikkeling (VITO) beoordeeld en bevestigd, mits enkele aanpassingen. Het belangrijkste hierbij is dat de gemeten PFAS-waarden niet meer worden omgezet naar PFOA-equivalenten om ze zo te kunnen vergelijken met de TWI die door EFSA werd opgesteld van 33ng PFOA/dag of een concentratie van 4.1ng/m³ PFOA in de lucht. 

Voortaan wordt de som van vier PFAS (PFOS, PFOA, PFNA en PFHxS) gebruikt om die af te zetten tegen de gezondheidsnorm. De gezondheidswaarde wordt bovendien verstrengd zodat de som van PFAS voortaan niet hoger mag zijn dan 2,2ng/m³. 

Het is belangrijk om te weten dat dat ook dit toetsingskader slechts tijdelijk is. Op basis van voortschrijdend inzicht en lopende onderzoeken, wordt dit minstens jaarlijks geëvalueerd en indien nodig bijgestuurd. Eens er Vlaamse normen worden opgemaakt, zal Lantis die uiteraard ook hanteren. 

Vorige metingen opnieuw geëvalueerd met nieuwe methode 

Niet alleen gebruikt Lantis een nieuw toetsingskader voor de toekomstige metingen. We hebben ook de resultaten van de vijf voorgaande metingen vergeleken met de nieuwe grenswaarde. Sommige van de PFAS die gemeten werden, kwamen in zulke lage concentraties voor, dat ze niet exact bepaald konden worden. Ze lagen immers onder de rapportagegrens. Daarom werkten we telkens drie scenario’s uit met de volgende waarden: 

  • ondergrens (OG): de concentraties van de PFAS die gerapporteerd worden als ‘< RG’, worden gelijk gesteld aan nul. 
  • midden grens (MG): de concentraties van de PFAS die gerapporteerd worden als ‘< RG’, worden gelijk gesteld aan de helft van de rapportagegrens. 
  • Bovengrens (BG): de concentraties van de PFAS die gerapporteerd worden als ‘< RG’, worden gelijk gesteld aan de rapportagegrens. 

Conclusie blijft hetzelfde: geen overschrijdingen van toegelaten blootstelling 

Voor de resultaten van de voorgaande metingen verandert er weinig tot niets. De conclusie uit de eerdere rapporten blijft gelden. Op bepaalde locaties is er PFAS in de lucht vastgesteld, maar er is geen sprake van een overschrijding van de toegelaten blootstelling via de lucht. 

Enkel voor de metingen van 16/07 en van 17/09 is er een theoretische kans dat er op 1 specifiek meetpunt een lichte overschrijding was van de toegelaten blootstelling. Maar dat is te wijten aan technische storingen waardoor rapportagegrens verhoogd werd om te compenseren voor een lager volume verwerkte lucht. In realiteit valt te verwachten dat de gemeten waarde in overeenstemming is met de andere meetpunten en dus lager ligt dan de verhoogde rapportagegrens.

Bekijk hier het volledige rapport.*

*Omwille van het beschermen van privacy zijn persoonsgegevens uit de rapporten anoniem gemaakt.

Reeks 6: 30 september & 1 oktober 2021: geen verhoogd blootstellingsrisico gevonden

Op 30 september en 1 oktober voerden we een nieuwe reeks metingen uit ter hoogte van de Palingbeek (werfzone Scheldetunnel). Die locatie was zeer interessant aangezien er ontgravingswerken uitgevoerd werden en er tijdens het voorgaande bodemonderzoek een verhoogde PFAS-concentratie in de bodem was vastgesteld.

Op beide dagen werden vijf meetpunten opgezet. Op 30 september werden er vier ten noorden van de Charles de Costerlaan geplaatst, het vijfde stond ten zuiden ervan. Een dag later werden de meetstations 4 en 5 iets dichter bij de Charles de Costerlaan geplaatst. Zo konden we de licht verplaatste werfactiviteiten beter opvolgen.

De resultaten voor totaal stof tonen aan dat er weinig verstoffing was in vergelijking met de metingen tijdens drogere perioden (60 à 70 versus 386 µg stof/m³). We kunnen daaruit afleiden dat de uitgevoerde grondwerken slechts beperkt voor verstoffing en bijgevolg potentiële verspreiding zorgden.

Geen enkele meting gaf een PFAS-concentratie boven de rapportagegrens van 0,4 ng/m³. Als we dan uitgaan van een worstcasescenario waarbij de PFAS-concentraties gelijk zijn aan de rapportagegrens, komen we uit op een maximale concentratie van 1,6 ng/m³. De PFAS-concentratie ligt in dit worstcasescenario lager dan de huidige toetsingswaarde van 2,2 ng/m³. We kunnen dus stellen dat er geen verhoogd blootstellingsrisico werd vastgesteld.

Hieronder vind je de resultaten van de metingen van 30 september en 1 oktober 2021 terug*:

*Omwille van het beschermen van privacy zijn persoonsgegevens uit de rapporten anoniem gemaakt.

Reeks 7: 27 oktober 2021: geen verhoogd blootstellingsrisico gevonden

Op 27 oktober werd een nieuwe reeks metingen uitgevoerd, met vijf meetpunten tussen het terrein van 3M en de E34 en een zesde meetpunt aan de school ‘de Leerexpert’ in Zwijndrecht, ter hoogte van Burchtse Weel.

Door een fout bij het inschakelen van de pomp is er geen meting uitgevoerd op meetlocatie 1, gelegen op het terrein van 3M. Op meetlocatie 4, aan de werfkeet waar ook vervuilde gronden worden gestockeerd, was er eveneens een technisch probleem. Hierdoor lag het volume aangezogen lucht lager dan op andere locaties. Dit lagere volume resulteert in een hogere rapportagegrens voor dit meetstation (1 ng/m³) in vergelijking met de analyses uitgevoerd voor de andere meetstations (0,2 tot 0,5 ng/m³). 
De resultaten voor totaal stof tonen opnieuw aan dat er weinig verstoffing was in vergelijking met de metingen tijdens drogere perioden (60 à 70 versus 386 µg stof/m³). We kunnen daaruit afleiden dat de uitgevoerde activiteiten slechts beperkt voor verstoffing en dus potentiële verspreiding zorgden.

Hoewel er voor meetstation 4 geen PFAS gevonden werden boven de rapportagegrens van 1 ng/m³, is er een theoretische kans – indien de effectieve concentratie gelijk zou zijn aan de rapportagegrens – dat het totale PFAS-gehalte gelijk is aan 4 ng/m³. Omdat hier wetenschappelijk gezien geen zekerheid over bestaat, doen we over dit meetpunt geen uitspraak. Gezien de lagere rapportagegrens voor de andere meetpunten, kan hiervoor wel met zekerheid gesteld worden dat de huidige toetsingswaarde van 2,2 ng/m³ niet overschreden werd. We kunnen dus stellen dat er geen verhoogd blootstellingsrisico werd vastgesteld.

Hieronder vind je de resultaten van de metingen van 27 oktober 2021 terug*:

*Omwille van het beschermen van privacy zijn persoonsgegevens uit de rapporten anoniem gemaakt.

Is het door de PFOS-vervuiling niet beter om de Oosterweelwerken stil te leggen?

De Oosterweelwerken zijn niet schadelijk voor de volksgezondheid. Integendeel, ze verbeteren de situatie voor de volksgezondheid. De zwaarst vervuilde gronden worden met de best beschikbare technieken afgedekt en het met PFOS verontreinigde grondwater dat wordt opgepompt wordt maximaal gezuiverd tot er geen PFOS meer wordt aangetroffen. Dat is twee keer een verbetering van de huidige situatie. Als wij vandaag niet verder werken, blijft de problematiek van de verontreinigde PFOS-gronden en grondwater letterlijk liggen. Dankzij de Oosterweelwerken gaat de situatie erop vooruit.
 
Voor het Oosterweelproject gaan we zeer zorgvuldig te werk. De veiligheid en gezondheid van onze mensen, buren en de omgeving is onze belangrijkste prioriteit. Daarom nemen we heel wat maatregelen om op een verantwoorde wijze met de gronden om te gaan en stofvorming te voorkomen. Wij zetten sproei- en veegwagens in, om het opwaaien van stof tegen te gaan. We verdichten de PFOS-gronden of zaaien ze in, zodat verspreiding van stof niet mogelijk is. De meest vervuilde PFOS-gronden worden bovendien op veilige afstand van buurtbewoners bewaard. Experts voeren stofmetingen uit die bevestigen dat we zo veilig mogelijk werken. Op de site zijn er uiteraard risico’s: we moeten vermijden dat arbeiders met PFOS in contact komen. Net daarom hanteren we er erg strikte veiligheidsmaatregelen.

Wij doen al het mogelijke om de PFOS-verspreiding tot een absoluut minimum te herleiden. Is het risico nul? Allicht niet, maar dat is onmogelijk. Ook zonder Oosterweelwerf is er nog steeds het jarenlang bestaand risico. Een stilgelegde werf neemt dit bestaande risico niet weg, integendeel. Dat zou betekenen dat het zuiveren van het grondwater stopt en dat de opgegraven en gestockeerde gronden niet verwerkt en ingepakt worden, wat verdere verspreiding net tegenhoudt. Een stilgelegde werf zou bovendien de wissel op een leefbare toekomst voor Vlaanderen, Antwerpen, maar ook en vooral voor de mensen rond de Ring, op de helling plaatsen. 

Wat is een dading en waarom sloot Lantis er één af met 3M?

Wat is een dading?

Een dading is een overeenkomst waarbij partijen zich met het oog op de beëindiging of voorkoming van een geschil, binden aan een aantal afspraken. Een dading is vaak de formalisering van een bereikte schikking. Dit gebeurt door wederzijdse toegevingen te doen. Op die manier worden tijdrovende en kostelijke discussies voor de rechtbank vermeden.

Wanneer werd de dading met 3M afgesloten?

De dading werd afgesloten in het najaar van 2018. 

Waarom heeft Lantis een dading gesloten met 3M? 

Tussen 2016 en 2018 heeft Lantis bodemonderzoeken laten uitvoeren in het projectgebied op Linkeroever, ter voorbereiding van de Oosterweelwerken die daar gepland werden. Uit de resultaten van de onderzoeken bleek dat de verontreiniging veel ernstiger was dan aanvankelijk werd aangenomen. Bovendien lag er op dat moment geen verplichting bij 3M om gronden te saneren buiten hun fabrieksterrein. Het was juridisch onzeker dat we als Lantis kosten die we zouden maken om de verontreinigde grond te behandelen in het kader van het grondverzet van het project, zouden kunnen verhalen op de veroorzaker van de verontreiniging. De uitkomst van een onzekere juridische procedure zou bovendien tot 20 jaar kunnen aanslepen. 

Op dat moment hebben we beslist om voor een samenwerkingsovereenkomst te gaan zodat we toch nog de medewerking van 3M zouden krijgen om een deel van de problematiek gezamenlijk aan te pakken. 

Wat houdt de dading tussen Lantis en 3M precies in?

De dading omvat een aantal onderdelen. Allereerst mogen we de terreinen van 3M gebruiken om een tijdelijke waterzuiveringsinstallatie op te plaatsen. Dankzij deze installatie kunnen we al het grondwater dat we oppompen op onze werf, meteen zuiveren van PFOS. Het water dat we afvoeren naar de Schelde of terugpompen in de bodem, is dus gezuiverd dankzij onze werkzaamheden. Daarnaast stockeren we de zwaarst vervuilde grond op de terreinen van 3M in een zogeheten “veiligheidsberm”. Het beheer van die berm wordt overgedragen aan 3M. Tot slot maken ook de plaatsing van tijdelijke werfinstallaties op de terreinen van 3M deel uit van het akkoord met 3M. 

De dading ontslaat 3M niet van haar plicht tot sanering. Een latere sanering, opgelegd door OVAM aan 3M, zal door 3M moeten betaald worden. 

Dankzij de verschillende maatregelen uit de dading levert Lantis al sinds 2018 een substantiële bijdrage aan het verbeteren van de aangetroffen verontreinigde toestand. Goed om weten is dat op het moment dat Lantis de dading afsloot, er geen perspectief was dat de vervuiler weldra met een sanering zou starten. 

Hoe komt het dat de bijdrage van 3M slechts 75.000 euro bedraagt? 

De bijdrage van 75.000 euro dient ter compensatie aan Lantis voor het bouwrijp maken van de betrokken zone op de terreinen van 3M waar de veiligheidsberm wordt aangelegd. Een latere sanering, opgelegd door OVAM aan 3M, zal door 3M moeten betaald worden.

Betekent deze dading dat 3M als vervuiler niet meer aansprakelijk kan gesteld worden?

Neen. De saneringsplicht die door OVAM op 3M als saneringsaansprakelijke wordt opgelegd, staat volledig los van deze dading en wordt door deze dading ook op geen enkele wijze beïnvloed. 

Wanneer is de aanleg van de veiligheidsberm gestart? 

De aannemer is midden november 2021 gestart met de aanleg van de veiligheidsberm op de terreinen van 3M. De gronden die hiervoor gebruikt worden, zijn uitsluitend afkomstig van de werfzone van de Oosterweelwerken. Ze bevatten een concentratie van meer dan 70µg/kg ds PFAS en kunnen enkel onder voorwaarden binnen de kadastrale werkzone herbruikt worden.  

De berm zal tijdens de werken stelselmatig worden aangevuld met opgegraven gronden (concentratie > 70 µg/kg ds PFAS). Het transport van deze gronden naar de terreinen van 3M zal steeds afgedekt gebeuren, ttz met vrachtwagens waarvan de laadruimte afgesloten wordt. De berm zal naar schatting in 2023 klaar zijn.   

In de dading die Lantis en 3M afsloten was opgenomen dat de grondhopen die reeds op de terreinen van 3M aanwezig waren, ook in deze berm verwerkt zouden worden, en dit op kosten van 3M. De Omgevingsinspectie heeft echter een PV opgemaakt over deze historische grondhopen. Het PV bepaalt dat 3M deze gronden voor 1 februari 2022 moet afvoeren en derhalve niet in de berm mogen verwerkt worden. Lantis is verder niet op de hoogte van de communicatie tussen 3M en de Omgevingsinspectie.  

Is de grond ook zo sterk verontreinigd op andere locaties van de Oosterweelverbinding?

Het Lobroekdok werd enkele jaren al gesaneerd, was daar ook PFOS aanwezig?

Het Lobroekdok was tot enkele jaren geleden een stort dat al door Lantis gesaneerd werd ter voorbereiding van de verdieping van de Ring. Toen de kwaliteit van de bodem in kaart gebracht werd, bleek dat het slib sterk verontreinigd was met verschillende vervuilende stoffen. Dat slib werd verwijderd en afgevoerd naar Amoras. Dat is een gespecialiseerde installatie voor de verwerking van verontreinigd slib. 
 
Het slib was sowieso al sterk verontreinigd, daarom werd dit nog niet uitgebreid getest voor minder voorkomende verontreinigende stoffen zoals PFOS voorafgaand aan de saneringswerken. Omwille van de nazorg van de sanering werd recent een nieuwe analyse uitgevoerd op het slib. Daaruit blijkt dat er ook PFOS aanwezig was in het Lobroekdok. Nieuw onderzoek moet uitwijzen of de bodem van het Lobroekdok voldoende gesaneerd werd en in welke mate er nu nog PFOS aanwezig is. Over de oorzaak van deze verontreiniging kan Lantis voorlopig geen uitspraken doen. 

Welke PFAS-concentraties werden er aangetroffen op de rechteroever?

Op 10 maart 2021 publiceerde OVAM een nieuwe richtwaarde voor vrij gebruik van PFOS-houdende gronden. De tot dan toe geldende maximale waarde voor vrij hergebruik  van 8 µg/kg ds PFOS werd verlaagd naar 3 µg/kg ds voor PFOS, 3 µg/kg ds voor PFOA en 8µg/kg ds voor de som van de gemeten PFAS. Lantis startte naar aanleiding van deze nieuwe richtwaarde een nieuwe onderzoekscampagne voor de Oosterweelwerken op rechteroever.

De eerste resultaten van deze onderzoeken zijn sinds kort beschikbaar. Hieruit blijkt dat op meerdere locaties op rechteroever PFAS wordt aangetroffen in de bodem. De aangetroffen vervuiling zijn grotendeels PFOS-verbindingen. De gemeten concentraties liggen voor het overgrote deel in de range van 3-8µg/kg ds. Deze werden aangetroffen in de volgende zones:

  • een groot deel van de Oosterweelknoop, meer bepaald de zone van de Scheldetunnel in het westen tot nabij de Hogere Zeevaartschool
  • een lokale vervuiling ter hoogte van de  Bredastraat (langs het Albertkanaal)
  • een lokale vervuiling ter hoogte van Sportpaleis, kant Lobroekdok
  • een lokale vervuiling, aan de oostkant van de R1, ca 200m ten zuiden van het nieuwe pompstation op het Groot Schijn.

De vervuiling aangetroffen op de Oosterweelknoop heeft hoogstwaarschijnlijk dezelfde bron als op Linkeroever. De bron van de andere vervuilingen is (nog) ongekend.

Bekijk hier de kaart met staalnames.

Wat met PFOS buiten het projectgebied?

Vanuit Lantis brengen we enkel de kwaliteit van de bodem in ons projectgebied in kaart. We hebben geen onderzoeken uitgevoerd daarbuiten en kunnen daarover dus ook geen uitspraken doen. 

Welke impact heeft de verontreiniging op de bouw van de Oosterweelverbinding?

Is het niet beter om de grond eerst te reinigen? 

In het ideale scenario werd de PFOS-verontreiniging inderdaad eerst gereinigd. De sanering van de gronden is echter niet de taak van Lantis, dat is de taak van 3M dat daarvoor instructies zal ontvangen van OVAM. Bovendien is de duurtijd van de sanering en de methodiek die daarvoor gebruikt zou worden, vandaag onbekend. Net daarom worden de nodige maatregelen getroffen om ervoor te zorgen dat de PFOS-verontreiniging zich niet verder kan verspreiden in de omgeving, integendeel. Enerzijds dekken we de zwaarste verontreiniging af waardoor de impact voor de omgeving kleiner wordt. Anderzijds brengen we de verontreiniging duidelijk in kaart, waardoor een eventuele toekomstige sanering perfect mogelijk blijft. 

Zorgt de bouw van de Oosterweelverbinding voor meer verontreiniging?

Als bouwheer van de Oosterweelverbinding zijn we gebonden aan het standstill-principe. Dat houdt in dat de werken die we uitvoeren niet mogen zorgen voor een verdere verspreiding van de PFOS-verontreiniging. 
 
Dankzij strenge maatregelen, waar zowel intern als door externe instanties toezicht op wordt gehouden, wordt de verspreiding van PFOS maximaal vermeden. De situatie wordt dus net onder controle gebracht door de Oosterweelwerf. Meer nog: dankzij Oosterweel gaat de situatie erop vooruit. De Oosterweelwerken zorgen namelijk voor een verbeterde situatie omdat de verontreiniging duidelijk in kaart is gebracht, de meest vervuilde gronden zorgvuldig worden afgedekt en het grondwater wordt gezuiverd tot er geen PFOS meer wordt aangetroffen. 

Maakt de bouw van de Oosterweelverbinding een toekomstige sanering onmogelijk?

Neen, de werken zijn zo georganiseerd dat toekomstige sanering perfect mogelijk blijft. De gronden worden binnen het projectgebied goed geregistreerd zodat we exact weten waar welke gronden zich bevinden.

Abonneer op PFOS