De tunnel die generaties zal verbinden
Meer over
Toen de werken aan de Oosterweelverbinding begonnen, lagen de meeste Vlamingen er nog niet van wakker. Dat is vandaag helemaal anders. Het project leeft, zowel in Antwerpen als ver daarbuiten. Nu de immense tunneldelen van de Scheldetunnel als puzzelstukken in elkaar schuiven, ervaren de kanjers achter de werken hoe de buitenwereld over hun schouders meekijkt en aftelt. Projectleiders Bert Claeys, Maarten Pombreu en Benoit Stuyck nemen ons mee achter de schermen van het hechte team dat al het precisiewerk uitvoert. “Veel mensen zijn nieuwsgierig.”
Projectleiders van de Scheldetunnel Benoit (links), Bert (midden) en Maarten (rechts).
Alles komt samen
Wat in de beginfase nog drie aparte deelprojecten waren – het bouwdok in Zeebrugge, de werken op Linkeroever en op rechteroever – groeit nu uit tot één geheel. “Aanvankelijk werkte ieder van ons vooral op zijn eigen eiland”, zegt Benoit, Projectleider Scheldetunnel Rechteroever bij Lantis via Sweco. “Maar sinds de zomer zijn we intensiever gaan samenwerken. Nu de tunneldelen fysiek samenkomen, doen onze teams dat ook.”
Die samenwerking voelt vandaag veel directer en tastbaarder. Naarmate het project vordert, stijgt de spanning en dat verstevigt het teamgevoel. “We werken niet langer naast elkaar, maar echt op de raakvlakken”, zegt Maarten, Projectleider Scheldetunnel Linkeroever bij Lantis. “Infrastructuur, planning en uitvoering komen letterlijk samen. Dat maakt het project sterker en smeedt een band tussen ons.” Bert, Projectleider bouwdok Zeebrugge bij Lantis via Evolta, vult aan: “We zijn intussen meer dan collega’s. Dat voel je ook buiten de werf. Zo maakten we samen een fietstocht van het bouwdok in Zeebrugge naar de werf van de tunnel. Na het werk kaarten we geregeld nog wat na met een drankje.”
Maar de samenwerking gaat verder dan sfeer of overleg. Het draait ook om kennis bundelen. “Bij het afzinken van een tunneldeel vertrouwen we bijvoorbeeld op de ervaring van baggeraars en betonexperten die gelijkaardige projecten al in het buitenland klaarspeelden”, zegt Benoit. “Elke stap die we zetten, is gebouwd op gedeelde expertise.” Maarten besluit: “Het project is één groot raderwerk. Iedereen die erin meedraait, is een onmisbare schakel.”
Anticiperen op de technieken van morgen
De complexiteit van het project gaf ruimte om out of the box te denken. “Niet alleen technisch, maar ook in het vooruitdenken. Denk bijvoorbeeld aan het voorzien van speciale ankerpunten, openingen voor kabels of ruimte voor toekomstige technieken in het betonnen skelet. Nog voor het tunneldeel überhaupt in het water ligt, moeten ze al klaar zijn voor alle functies die ze pas binnen enkele jaren gaan invullen. En hoe anticipeer je op problemen die zich pas veel later in het traject kunnen voordoen? In een project als dit moet alles tot in de details futureproof zijn. Dat vraagt visie, samenwerking én vertrouwen”, geeft Maarten mee.
Magische mijlpalen
De Scheldetunnel is niet zomaar een bouwwerk op de bodem. Het is een technisch hoogstandje waar niets aan het toeval wordt overgelaten. Ondanks de gigantische afmetingen van de tunneldelen, gaat het vaak toch over minutieuze details. “Bij het afzinken van het eerste tunneldeel konden we maar 3,5 centimeter afwijken van de ideale positie op de rivierbodem”, legt Bert uit. “We moesten binnen die marge blijven zodat de tunneldelen naadloos op elkaar kunnen aansluiten zonder dat er problemen zouden ontstaan met de waterdichtheid of technische installaties. Uiteindelijk slaagden we erin de plaatsing binnen de centimeter correct uit te voeren, ruim binnen de marge dus. Na het koppelen van de eerste twee tunneldelen werd het echt spannend. Het was een magisch moment toen we de deur tussen de twee delen openden en vaststelden dat er geen enkele druppel water was binnen gesijpeld.”
Voor Benoit was de aankomst van de cutter, een reusachtig baggerschip dat de bodem van de Schelde uitgraaft, dan weer een bijzondere stap in het hele proces. “Vroeger moest je naar het buitenland vliegen om zo’n groot baggerschip aan het werk te zien. Nu kon ik het met de fiets en de overzetboot gaan bekijken, hier bij ons in Antwerpen. Een heel zeldzaam gebeuren.”
Van kritische vragen naar nieuwsgierigheid
Wat ooit begon als een ver-van-mijn-bed-show voor veel Vlamingen, leeft vandaag veel meer in de stad én daarbuiten. De Oosterweelverbinding is uitgegroeid tot een project waar heel wat mensen mee naar aftellen. Dat stellen de projectleiders zelf ook vast. “We merken dat het draagvlak groeit”, zegt Bert. “Waar veel mensen eerst vooral met kritische vragen kwamen, zijn ze nu vooral nieuwsgierig: wanneer kunnen we door de tunnel fietsen? Hoe werkt zo’n afzinking precies? Hoe blijft zo’n tunneldeel in godsnaam drijven?”
Benoit vult aan: “Die interesse is fijn. Mensen begrijpen beter waar we mee bezig zijn, en hoe uitzonderlijk dit project is. Dat is dankzij de passie van iedereen die eraan meewerkt.”
Trots die de tijd overstijgt
Wat de Scheldetunnel zo bijzonder maakt, is het besef dat er gebouwd wordt aan iets dat generaties zal overleven. “Als je beelden opzoekt van de opening van de Kennedytunnel zal je zien dat die nog in zwart-wit zijn”, zegt Benoit. “Zo ver moet je daar dus al voor terug in de tijd. Om maar te zeggen hoe zeldzaam zulke projecten zijn. Later rijden onze kinderen en kleinkinderen ook nog door deze tunnel. Die gedachte maakt ons allemaal stil.”
Voor Maarten, geboren en getogen in Antwerpen, heeft het project nog een extra dimensie. “Het voelt heel persoonlijk. Dit is mijn stad, mijn omgeving. Dat ik hieraan mag meewerken, is een enorme eer. Hoe we de opening gaan vieren? Daar zal zeker op geklonken worden. Ik droom ook van een grote zeepkistenrace door de tunnel voor iedereen die eraan heeft meegewerkt. Hoe geweldig zou dat zijn?”