Waar ben je naar op zoek?

Is de grond ook zo sterk verontreinigd op andere locaties van de Oosterweelverbinding?

Het Lobroekdok werd enkele jaren al gesaneerd, was daar ook PFOS aanwezig?

Het Lobroekdok was tot enkele jaren geleden een stort dat al door Lantis gesaneerd werd ter voorbereiding van de verdieping van de Ring. Toen de kwaliteit van de bodem in kaart gebracht werd, bleek dat het slib sterk verontreinigd was met verschillende vervuilende stoffen. Dat slib werd verwijderd en afgevoerd naar Amoras. Dat is een gespecialiseerde installatie voor de verwerking van verontreinigd slib. 
 
Het slib was sowieso al sterk verontreinigd, daarom werd dit nog niet uitgebreid getest voor minder voorkomende verontreinigende stoffen zoals PFOS voorafgaand aan de saneringswerken. Omwille van de nazorg van de sanering werd recent een nieuwe analyse uitgevoerd op het slib. Daaruit blijkt dat er ook PFOS aanwezig was in het Lobroekdok. Nieuw onderzoek moet uitwijzen of de bodem van het Lobroekdok voldoende gesaneerd werd en in welke mate er nu nog PFOS aanwezig is. Over de oorzaak van deze verontreiniging kan Lantis voorlopig geen uitspraken doen. 

Welke PFAS-concentraties werden er aangetroffen op de rechteroever?

Op 10 maart van dit jaar publiceerde OVAM een nieuwe richtwaarde voor vrij gebruik van PFOS-houdende gronden. De tot dan toe geldende maximale waarde voor vrij hergebruik  van 8 µg/kg ds PFOS werd verlaagd naar 3 µg/kg ds voor PFOS, 3 µg/kg ds voor PFOA en 8µg/kg ds voor de som van de gemeten PFAS. Lantis startte naar aanleiding van deze nieuwe richtwaarde een nieuwe onderzoekscampagne voor de Oosterweelwerken op rechteroever.

De eerste resultaten van deze onderzoeken zijn sinds kort beschikbaar. Hieruit blijkt dat op meerdere locaties op rechteroever PFAS wordt aangetroffen in de bodem. De aangetroffen vervuiling zijn grotendeels PFOS-verbindingen. De gemeten concentraties liggen voor het overgrote deel in de range van 3-8µg/kg ds. Deze werden aangetroffen in de volgende zones:

  • een groot deel van de Oosterweelknoop, meer bepaald de zone van de Scheldetunnel in het westen tot nabij de Hogere Zeevaartschool
  • een lokale vervuiling ter hoogte van de  Bredastraat (langs het Albertkanaal)
  • een lokale vervuiling ter hoogte van Sportpaleis, kant Lobroekdok
  • een lokale vervuiling, aan de oostkant van de R1, ca 200m ten zuiden van het nieuwe pompstation op het Groot Schijn.

De vervuiling aangetroffen op de Oosterweelknoop is hoogstwaarschijnlijk dezelfde bron als op Linkeroever. De bron van de andere vervuilingen is (nog) ongekend.

Bekijk hier de kaart met staalnames.

Wat met PFOS buiten het projectgebied?

Vanuit Lantis brengen we enkel de kwaliteit van de bodem in ons projectgebied in kaart. We hebben geen onderzoeken uitgevoerd daarbuiten en kunnen daarover dus ook geen uitspraken doen. 

Hoe sterk is de verontreiniging met PFOS op Linkeroever?

Welke PFOS-waarden werden er op Linkeroever gemeten? 

In totaal werden 650 stalen onderzocht op de aanwezigheid van PFOS. De concentraties variëren sterk, met enkele uitschieters tot 1.100  microgram/kg droge stof (ds) in en nabij de Palingbeek ten noorden van de E34.

In 8,2% van de onderzochte stalen was de vastgestelde concentratie aan PFOS hoger dan 70 microgram/kg ds. Vanaf die waarde mag de grond niet meer hergebruikt worden en moet ze zorgvuldig afgeschermd worden. 
 
35,7% van de stalen had een waarde lager dan 70microgram/kg ds, maar wel hoger dan 8 microgram/kg ds. Grond met die waarden mag volgens het toetsingskader dat gebruikt wordt voor de bouw van de Oosterweelverbinding op Linkeroever en Zwijndrecht wel gebruikt worden als bouwkundige grond, bijvoorbeeld voor de aanleg van bermen, maar enkel binnen de kadastrale werkzone.  
 
56,2% van de stalen zat onder de grens van 8microgram/kg ds. Grond met deze waarden mag in principe ook buiten het projectgebied hergebruikt worden. Toch zal Lantis deze gronden niet afvoeren. Sinds 1 april 2021 is de toetsingsnorm van OVAM voor vrij hergebruik buiten het projectgebied verstrengd van 8 naar 3 microgram. 38,0% van de bodemstalen had een concentratie lager dan 3 microgram/kg ds. Voor het project op Linkeroever maakt dit geen verschil aangezien de grond niet wordt afgevoerd. De werf op Linkeroever heeft namelijk meer grond nodig dan er wordt opgegraven. 
 

Kaart met bodemstalen PFOS minder dan 70microgram per kg ds 2016-2018
Figuur 1: kaart met bodemstalen PFOS > 70microgram/kg ds (2016-2018) 
kaart met bodemstalen PFOS meer dan 8 microgram per kg ds jaar 2016-2018
Figuur 2: kaart met bodemstalen PFOS meer dan 8microgram per kg ds jaar 2016-2018
Figuur 3: kaart met bodemstalen PFOS > 3microgram/kgds (2016-2018)
Figuur 3: kaart met bodemstalen PFOS > 3microgram/kgds (2016-2018)

Bekijk de hier de volledige kaart met staalnames.

Over hoeveel PFOS-verontreinigde grond gaat het?

Er is 980.000 kubieke meter PFOS-houdende grond teruggevonden op Linkeroever. Daarvan is meer dan de helft (570.000m3) verontreinigd met een waarde tussen 8 en 70 microgram/kg ds. Die grond kunnen we hergebruiken binnen het projectgebied, bijvoorbeeld in bermen die we aanleggen. 
 
400.000 kubieke meter heeft een verontreiniging hoger dan 70 microgram/kg ds. Dat deel komt niet in aanmerking om onbeschermd te hergebruiken. Daarom wordt deze grond veilig afgedekt binnen het projectgebied en zorgvuldig ondergebracht in een veiligheidsberm op de site van 3M en in de zuidelijke kant van de nieuwe kluifrotonde aan Waaslandhaven-Oost  . Zo zorgt Lantis ervoor dat de verontreiniging wordt ingedamd en dat het risico op insijpelen in het grondwater sterk beperkt wordt in vergelijking met de huidige situatie. Door alles duidelijk in kaart te brengen, zijn de verontreinigde gronden bovendien duidelijk traceerbaar voor latere sanering wanneer daartoe beslist zou worden door de bevoegde instanties.  

Welke normen hanteert Lantis voor de verontreiniging?

Grond met een concentratie tot 70 microgram/kg ds wordt bouwkundig hergebruikt binnen de kadastrale werkzone, bijvoorbeeld voor de aanleg van bermen.

Grond met een hogere concentratie dan 70 microgram/kg ds wordt zorgvuldig afgedekt binnen de kadastrale werkzone. Zo zorgt Lantis ervoor dat de verontreiniging wordt ingedamd en dat het risico op insijpelen in het grondwater beperkt wordt. 
 
In het toetsingskader voor de werken op Linkeroever en in Zwijndrecht werd ook een norm van 8 microgram/kg ds als maximum voor vrij hergebruik opgesteld. In de praktijk zal alle met PFOS-verontreinigde grond echter binnen het projectgebied Linkeroever en Zwijndrecht blijven. 
 
Bovendien zal Lantis de meest recente toetsingsnormen van OVAM volgen voor de werken op Rechteroever die nog moeten opstarten. In dat toetsingskader werd de norm voor vrij hergebruik verlaagd. Voortaan bedraagt die 3microgram/kg ds. Voor bouwkundig hergebruik binnen de kadastrale werkzone zoals een berm, blijft de norm 70 microgram/kgds.

Toetingsvoorwaarden voor PFOS-houdende gronden

Zijn die normen objectief bepaald?

Op het ogenblik dat onze bodemonderzoeken plaatsvonden was er nog geen wettelijk toetsingskader voor PFOS van toepassing. Dat kan misschien vreemd overkomen, maar toch is dat niet helemaal ongebruikelijk. De wetgever heeft namelijk nog niet voor elke verontreinigde stof bodemsaneringsnormen vastgelegd. Dat was ook voor PFOS zo. 
 
In dat geval is het de taak van een deskundige om een toetsingskader op te stellen. Een team van onafhankelijke bodemsaneringsdeskundigen heeft het toetsingskader opgesteld, gebaseerd op de beschikbare technische en wetenschappelijke kennis alsook op specifieke wetgeving uit de ons omringende landen. Dit toetsingskader is in nauw overleg met de bevoegde instanties (Grondbank, OVAM, Departement Omgeving,…) tot stand gekomen.

Zijn die normen intussen niet achterhaald?

OVAM heeft zeer recent, in april 2021, de norm van 8 microgram voor vrij hergebruik buiten de kadastrale werkzone (de zone waarin de grond opgegraven werd) verlaagd naar 3 microgram/kg ds. Voor ons project op Linkeroever en Zwijndrecht gelden nog steeds de oudere normen die OVAM heeft vastgesteld. In de praktijk heeft de bijstelling van de norm slechts een zeer beperkte impact op de werken omdat de PFOS-houdende grond sowieso ter plaatse bleef en al bestemd was voor zorgvuldig hergebruik binnen het projectgebied. 

De norm van 8microgram/kg ds geldt in principe ook voor de bouw van de Oosterweelknoop en de Scheldetunnel op Rechteroever. Voor het andere deel van de werken werd nog geen Technisch Verslag opgemaakt en zullen we dit nieuwe toetsingskader toepassen. Lantis engageert zich om voor de werken op Rechteroever de norm van 3 microgram/kg ds te hanteren. 

Wat is een dading en waarom sloot Lantis er één af met 3M?

Wat is een dading?

Een dading is een overeenkomst waarbij partijen zich met het oog op de beëindiging of voorkoming van een geschil, binden aan een aantal afspraken. Een dading is vaak de formalisering van een bereikte schikking. Dit gebeurt door wederzijdse toegevingen te doen. Op die manier worden tijdrovende en kostelijke discussies voor de rechtbank vermeden.

Wanneer werd de dading met 3M afgesloten?

De dading werd afgesloten in het najaar van 2018. 

Waarom heeft Lantis een dading gesloten met 3M? 

Tussen 2016 en 2018 heeft Lantis bodemonderzoeken laten uitvoeren in het projectgebied op Linkeroever, ter voorbereiding van de Oosterweelwerken die daar gepland werden. Uit de resultaten van de onderzoeken bleek dat de verontreiniging veel ernstiger was dan aanvankelijk werd aangenomen. Bovendien lag er op dat moment geen verplichting bij 3M om gronden te saneren buiten hun fabrieksterrein. Het was juridisch onzeker dat we als Lantis kosten die we zouden maken om de verontreinigde grond te behandelen in het kader van het grondverzet van het project, zouden kunnen verhalen op de veroorzaker van de verontreiniging. De uitkomst van een onzekere juridische procedure zou bovendien tot 20 jaar kunnen aanslepen. 

Op dat moment hebben we beslist om voor een samenwerkingsovereenkomst te gaan zodat we toch nog de medewerking van 3M zouden krijgen om een deel van de problematiek gezamenlijk aan te pakken. 

Wat houdt de dading tussen Lantis en 3M precies in?

De dading omvat een aantal onderdelen. Allereerst mogen we de terreinen van 3M gebruiken om een tijdelijke waterzuiveringsinstallatie op te plaatsen. Dankzij deze installatie kunnen we al het grondwater dat we oppompen op onze werf, meteen zuiveren van PFOS. Het water dat we afvoeren naar de Schelde of terugpompen in de bodem, is dus gezuiverd dankzij onze werkzaamheden. Daarnaast stockeren we de zwaarst vervuilde grond op de terreinen van 3M in een zogeheten “veiligheidsberm”. Het beheer van die berm wordt overgedragen aan 3M. Tot slot maken ook de plaatsing van tijdelijke werfinstallaties op de terreinen van 3M deel uit van het akkoord met 3M. 

De dading ontslaat 3M niet van haar plicht tot sanering. Een latere sanering, opgelegd door OVAM aan 3M, zal door 3M moeten betaald worden. 

Dankzij de verschillende maatregelen uit de dading levert Lantis al sinds 2018 een substantiële bijdrage aan het verbeteren van de aangetroffen verontreinigde toestand. Goed om weten is dat op het moment dat Lantis de dading afsloot, er geen perspectief was dat de vervuiler weldra met een sanering zou starten. 

Hoe komt het dat de bijdrage van 3M slechts 75.000 euro bedraagt? 

De bijdrage van 75.000 euro dient ter compensatie aan Lantis voor het bouwrijp maken van de betrokken zone op de terreinen van 3M waar de veiligheidsberm wordt aangelegd. Een latere sanering, opgelegd door OVAM aan 3M, zal door 3M moeten betaald worden.

Betekent deze dading dat 3M als vervuiler niet meer aansprakelijk kan gesteld worden?

Neen. De saneringsplicht die door OVAM op 3M als saneringsaansprakelijke wordt opgelegd, staat volledig los van deze dading en wordt door deze dading ook op geen enkele wijze beïnvloed. 
 

Welke PFOS-maatregelen neemt Lantis?

Welke maatregelen zijn er voor de medewerkers?

De gezondheid en veiligheid van alle medewerkers is onze grootste prioriteit. Daarom leggen we vanuit Lantis hoge veiligheidseisen op aan ons eigen personeel en vragen we hetzelfde voor de werknemers van de aannemers op de werf. Voor werken in de grond met PFOS-verontreiniging, nemen we bijkomende beschermende maatregelen om veilig met de PFOS-grond om te springen en fysiek contact te vermijden. Maatregelen zijn bijvoorbeeld de verplichting om een stofmasker te dragen in een stoffige omgeving en lichaamsbedekkende werkkledij en handschoenen te dragen wanneer men in contact komt met PFOS-houdende grond. De maatregelen die het aannemersconsortium Rinkoniên voor Linkeroever hanteert, zijn de volgende:

Maatregelen PFOS-gebied

Deze instructies zijn ook een onderdeel van de opleiding die iedereen moet doorlopen vooraleer men de werf op Linkeroever mag betreden. Daarnaast krijgt iedereen op de werf nog eens specifieke instructies voor dat werfdeel. 
 
Vanuit Rinkoniên worden er ook op regelmatige tijdstippen opfrissessies georganiseerd om het belang van deze maatregelen onder de aandacht te brengen, zowel naar eigen personeel als de aannemers en onderaannemers toe. Lantis waakt erover dat deze informatie doorstroomt en de maatregelen ook effectief worden toegepast.

Op de werf rijden waterkarren die de grond besproeien om stofvorming tegen te gegaan. Daarnaast worden ook veegwagens ingezet om opwaaiend zand te verzamelen. Dat zand blijft vervolgens in de werfzone.

In de werfketen zijn er borstels voorzien om schoenen proper te maken en gepaste reinigingsmiddelen om de handen te wassen. De werfketen worden meerdere keren per week gereinigd door een gespecialiseerde firma. Het personeel van die firma is ook op de hoogte van de relevante PFOS-maatregelen.

Welke maatregelen zijn er voor de buurtbewoners?

We begrijpen dat er bij de omwonenden ongerustheid kan zijn over de PFOS-verontreiniging. Zowel door Lantis als de aannemer worden heel wat maatregelen genomen om op een verantwoorde wijze met de gronden om te gaan om PFOS-verspreiding en stofvorming te voorkomen. De veiligheid en gezondheid van onze mensen, buren en de omgeving is onze belangrijkste prioriteit.

Zo zetten we sproei- en veegwagens in om het opwaaien van stof tegen te gaan. We verdichten de PFOS-gronden of zaaien ze in, zodat verspreiding van stof geminimaliseerd wordt. De meest vervuilde PFOS-gronden worden bovendien op veilige afstand van buurtbewoners bewaard. Experts voeren stofmetingen uit die bevestigen dat we zo veilig mogelijk werken. Uit deze luchtmetingen blijkt dat het stof dat op de werf wordt aangetroffen, geen verhoogd blootstellingsrisico vormt voor omwonenden via de lucht door stof.

Ga naar vraag "Zorgen de werfactiviteiten in het met PFOS verontreinigd gebied voor een risico voor de omgeving?" om de resultaten van de luchtmetingen te raadplegen.

Is het door de PFOS-vervuiling niet beter om de Oosterweelwerken stil te leggen?

De Oosterweelwerken zijn niet schadelijk voor de volksgezondheid. Integendeel, ze verbeteren de situatie voor de volksgezondheid. De zwaarst vervuilde gronden worden met de best beschikbare technieken afgedekt en het met PFOS verontreinigde grondwater dat wordt opgepompt wordt maximaal gezuiverd tot er geen PFOS meer wordt aangetroffen. Dat is twee keer een verbetering van de huidige situatie. Als wij vandaag niet verder werken, blijft de problematiek van de verontreinigde PFOS-gronden en grondwater letterlijk liggen. Dankzij de Oosterweelwerken gaat de situatie erop vooruit.
 
Voor het Oosterweelproject gaan we zeer zorgvuldig te werk. De veiligheid en gezondheid van onze mensen, buren en de omgeving is onze belangrijkste prioriteit. Daarom nemen we heel wat maatregelen om op een verantwoorde wijze met de gronden om te gaan en stofvorming te voorkomen. Wij zetten sproei- en veegwagens in, om het opwaaien van stof tegen te gaan. We verdichten de PFOS-gronden of zaaien ze in, zodat verspreiding van stof niet mogelijk is. De meest vervuilde PFOS-gronden worden bovendien op veilige afstand van buurtbewoners bewaard. Experts voeren stofmetingen uit die bevestigen dat we zo veilig mogelijk werken. Op de site zijn er uiteraard risico’s: we moeten vermijden dat arbeiders met PFOS in contact komen. Net daarom hanteren we er erg strikte veiligheidsmaatregelen.

Wij doen al het mogelijke om de PFOS-verspreiding tot een absoluut minimum te herleiden. Is het risico nul? Allicht niet, maar dat is onmogelijk. Ook zonder Oosterweelwerf is er nog steeds het jarenlang bestaand risico. Een stilgelegde werf neemt dit bestaande risico niet weg, integendeel. Dat zou betekenen dat het zuiveren van het grondwater stopt en dat de opgegraven en gestockeerde gronden niet verwerkt en ingepakt worden, wat verdere verspreiding net tegenhoudt. Een stilgelegde werf zou bovendien de wissel op een leefbare toekomst voor Vlaanderen, Antwerpen, maar ook en vooral voor de mensen rond de Ring, op de helling plaatsen. 

Wat is PFOS en waarom is er PFOS op Linkeroever?

Wat is PFOS? 

PFOS is een chemische stof die gebruikt wordt om producten water-, vet- en vuilafstotend te maken. Het is één van de vele chemicaliën die behoort tot de PFAS-familie (Poly- en perfluoralkylstoffen). Het zijn door de mens gemaakte producten die van nature niet in het milieu voorkomen. 
Door het gebruik van deze producten, door fabrieksemissies, incidenten en zelfs bij het blussen van branden, zijn PFAS in het milieu verspreid geraakt. Heel wat plaatsen in Vlaanderen raakten hierdoor historisch verontreinigd. PFAS zijn in lage concentraties alomtegenwoordig in het leefmilieu en in de voedselketen.

Sinds 2009 wordt het gebruik van PFOS niet meer toegelaten binnen de EU omdat het bij lange blootstelling aan hoge concentraties schadelijk kan zijn voor het menselijk lichaam, voor dieren en voor het milieu. 

Hoe is PFOS in de bodem terechtgekomen? 

Bij de productie van PFOS door 3M in Zwijndrecht is de bodem en het grondwater rondom de fabriek verontreinigd geraakt. Lantis noch de Oosterweelwerken liggen aan de oorsprong van de verontreiniging. We worden er echter bij de uitvoering van onze werken wel mee geconfronteerd. Daarom nemen we speciale maatregelen om zorgvuldig en veilig met de PFOS-verontreiniging om te gaan.

Wanneer is er in het kader van de Oosterweelwerken op de linkeroever PFOS vastgesteld? 

Ter voorbereiding van de Oosterweelprojecten Linkeroever & Zwijndrecht en Scheldetunnel werd midden 2016 de bodem onderzocht. Zo’n milieukundig bodemonderzoek naar de kwaliteit van de ondergrond en de mate waarin die verontreinigd is, is verplicht. De omvang van de historische PFOS-vervuiling werd zo uitgebreid in kaart gebracht. De resultaten werden gebundeld in een Technisch Verslag. Uit het onderzoek kwamen verschillende hoge waarden aan PFAS aan het licht, zowel in de bodem als het grondwater binnen de projectgebieden ‘Linkeroever & Zwijndrecht’ en ‘Scheldetunnel’. 

Was Lantis al eerder dan 2016 op de hoogte van verontreiniging in het gebied? 

Tussen 2006 en 2008 kwam uit onderzoek van 3M aan het licht dat het grondwater in de omgeving verontreinigd was. Ook Lantis werd daarvan op de hoogte gesteld. De exacte mate van verontreiniging in de grond was toen echter nog niet gekend. Lantis ondernam in die periode nog geen actie omdat er nog geen zekerheid was over de effectieve bouw van de Oosterweelverbinding.  

Toen in 2016 het tracé van de Oosterweelverbinding definitief was, heeft Lantis een bodemonderzoek uitgevoerd en werd ook specifiek PFOS mee onderzocht om de verontreiniging grondig in kaart te brengen. Vanaf dat moment werd de totale omvang pas duidelijk. De verontreiniging in het grondwater werd bevestigd en ook in de grond zelf werd PFOS gevonden. Voor het eerst werd ook in kaart gebracht hoe omvangrijk die verontreiniging is en op welke locaties die verontreinigde gronden zich bevinden binnen het projectgebied.

Sinds de start van de onderzoeken in 2016, heeft Lantis transparant gerapporteerd aan de bevoegde instanties zoals OVAM (de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij).
 

Zorgen de werfactiviteiten in het met PFOS verontreinigd gebied voor een verhoogd blootstellingsrisico via de lucht in de omgeving?

We begrijpen dat er bij de omwonenden ongerustheid kan zijn over de PFOS-verontreiniging. Zowel Lantis als de aannemer dragen er zorg voor dat de verontreinigde gronden binnen het projectgebied blijven, ook in de vorm van opwaaiend stof. Om te controleren of deze maatregelen ook effectief zijn, voert Lantis luchtmetingen uit op verschillende locaties en op verschillende tijdstippen op de Oosterweelwerf op Linkeroever.  

Met deze meetcampagne volgt Lantis het potentiële blootstellingsrisico tijdens de werken op over een langere termijn. De resultaten van de metingen voegen we hieronder steeds toe van zodra ze beschikbaar zijn. Alle reeds uitgevoerde luchtmetingen toonden aan dat er geen verhoogd blootstellingsrisico is voor omwonenden via de lucht door stof. 

Bekijk hier de kaart met luchtmetingen.

Reeks 1: 9 juni 2021 – geen PFAS gevonden in stofmeting 

Om het potentiële maximale blootstellingsrisico via stofvorming door de activiteiten op de Oosterweelwerf te berekenen, zijn op 9 juni 2021 ‘totaal stof metingen’ uitgevoerd op drie locaties. Bij zo’n meting wordt de omgevingslucht over een filter gezogen, waarop de aanwezige stofdeeltjes achterblijven. De uitdrukking ‘totaal stof’ betekent dat er geen onderscheid gemaakt wordt in soorten stof die we aantreffen. 

Voor de berekening werd de totaal stofconcentratie gecombineerd met de hoogst gemeten PFAS-concentratie in de bodem binnen de werfzone. De volledige berekening is terug te vinden in onderstaand rapport. Het resultaat van de berekening wordt uitgedrukt in PFOA-equivalent. PFOA is net als PFOS een lid van de ‘PFAS-familie’. Uit de bodemanalyses in opdracht van Lantis op Linkeroever en Zwijndrecht, blijkt dat de verontreiniging voornamelijk uit PFOS bestaat. Om de resultaten te kunnen vergelijken met internationale standaarden, wordt alles omgerekend naar een PFOA-equivalent. 

Uit de berekening blijkt dat er een maximale theoretische opname is van 0,0038 µg PFOA-eq./dag. Deze waarde ligt ruim 10 keer lager dan de gezondheidskundige grenswaarde die het Europese Voedselveiligheidsagentschap (EFSA) hanteert, namelijk 0,044 microgram (µg) PFOA/dag. Zo’n gezondheidskundige grenswaarde geeft aan welke hoeveelheid PFOA je tijdens jouw leven dagelijks maximaal mag opnemen zonder dat dit gevolgen heeft voor je gezondheid. Op basis van deze toetsing kunnen we dus stellen dat er geen verhoogd blootstellingsrisico is voor omwonenden via de lucht door opwaaiend stof van de Oosterweelwerf. 

Om deze berekening te bevestigen, werd op 9 juni 2021 ook een eerste reeks PFAS-luchtmetingen uitgevoerd. Het labo kon geen aanwezigheid van PFAS aantonen. Geen enkele meting gaf namelijk concentraties hoger dan de rapportagegrens van 0,004 µg/m³ tot 0,006 µg/m. Hoeveel lager de werkelijke concentraties liggen, kan niet exact gezegd worden. Hierdoor is het ook niet mogelijk om de PFAS-concentratie in de lucht te vergelijken met de EFSA gezondheidskundige grenswaarde van 0,044 µg PFOA-eq./dag. Een rapportagegrens van 0,006 µg/m³ komt immers overeen met 0,130 µg PFOA-eq./dag (0,006 µg/m³ x 2 x 10,8m³/dag). 

 
Hieronder vind je de resultaten van de metingen van 9 juni 2021 terug*: 

 Omdat bij deze eerste PFAS-luchtmeting de rapportagegrens niet laag genoeg was om het potentiële blootstellingsrisico te berekenen en af te wegen tegenover de EFSA-grenswaarde, werd de methode verfijnd om een lagere rapportagegrens te bekomen voor de volgende metingen.  

Reeks 2: 29 juni en 1 juli 2021: geen verhoogd blootstellingsrisico gevonden 

De tweede reeks metingen werd uitgevoerd op 29 juni en 1 juli. In totaal zijn er op zes locaties metingen uitgevoerd. De rapportagegrens voor deze metingen lag op 0,0003 µg/m³ tot 0,0004 µg/m³. Daarmee lag de nieuwe rapportagegrens 10 keer lager dan de rapportagegrens van de eerste meeting, waardoor er nog nauwkeuriger gemeten kon worden. Bovendien kan met die rapportagegrens ook het potentiële blootstellingsrisico getoetst worden aan de EFSA gezondheidskundige grenswaarde. 

Op vijf meetlocaties lagen de meetwaarden onder de rapportagegrens, dus werden opnieuw geen PFAS aangetoond. Op de zesde meetlocatie, op het terrein van 3M, werd wel PFOS gevonden, in een concentratie juist boven de rapportagegrens (0,00039 µg/m³). Op basis van dezelfde berekening als in het eerste rapport, komt dit overeen met een potentiële inname van 0,0084 µg PFOA-eq./dag. Deze waarde ligt ruim onder de afgeleide EFSA gezondheidskundige grenswaarde van 0,044 µg PFOA/dag, waarbij uitsluitend blootstelling via de lucht beschouwd wordt. Dit toont opnieuw aan dat er geen verhoogd blootstellingsrisico was voor omwonenden.  

 
Hieronder vind je de resultaten van de metingen van 29 juni en 1 juli 2021 terug*: 

Reeks 3: 16 juli 2021: geen verhoogd blootstellingsrisico gevonden 

De derde reeks metingen is uitgevoerd op 16 juli. De zes meetlocaties bevonden zich op een deel van de 3M-site die Lantis in werfleen heeft en waar eerder een PFOS-concentratie gemeten werd. Tijdens de meting werd er op de site in de grond gewerkt.

Op elk van de zes punten werd geen PFAS gemeten boven de rapportagegrens. Voor vijf van de zes meetpunten was de rapportagegrens 0,0003 µg/m³. Voor de zesde locatie was er een probleem met de stroomvoorziening, waardoor er slechts de helft van de tijd stof aangezogen werd. Doordat het aangezogen luchtvolume lager ligt, is de rapportagegrens hier 0,0006 µg/m³.  

Om een vergelijking te kunnen maken met de EFSA gezondheidskundige grenswaarde, werd de potentiële maximale dagelijkse PFOS-inname berekend door te veronderstellen dat de werkelijk gemeten concentratie gelijk is aan de rapportagegrens. Dit geeft een maximaal blootstellingsrisico van 0,013 µg PFOA-eq/dag (0,0006 µg PFOS/m3 = 0,0012 µg PFOA-eq./m³ x 10,8 m³/dag), hetgeen duidelijk lager ligt dan de EFSA gezondheidskundige grenswaarde van 0,044 µg PFOA/dag.  

Hieronder vind je de resultaten van de metingen van 16 juli 2021 terug*: 

Reeks 4: 25 augustus 2021: geen verhoogd blootstellingsrisico gevonden 

De vierde reeks metingen werd uitgevoerd op 25 augustus. Er vonden geen specifieke werken in PFAS houdende grond plaats. Daarom is er gekozen om metingen uit te voeren op locaties waar verstoffing kon optreden (zoals braakliggend terrein), waar gronden liggen opgeslagen en/of werfverkeer aanwezig is. 

De zes meetlocaties lagen verspreid over de werfzone in de buurt van de E34 en het knooppunt Sint-Anna. Het totaal stofgehalte lag hoger op plaatsen met veel werfverkeer dan op braakliggend terrein. Toch werd enkel op het eerste meetpunt PFOS boven de rapportagegrens gemeten. Op de andere plaatsen werd geen PFAS gemeten boven de rapportagegrens van 0,0003 tot 0,0004 µg PFOS/m³ (afhankelijk van het volume lucht per meettoestel). De gemeten PFOS-concentratie op het eerste meetpunt bedroeg 0,0005 µg/m³, wat overeenkomt met een PFOA-equivalent van 0,001 µg/m³. De potentiële dagelijkse PFOS-inname, uitgedrukt als PFOA-equivalent, ligt met 0,011 µg PFOA-eq./dag (0,001 µg PFOA-eq./m³ x 10,8 m³/dag), duidelijk lager dan de EFSA gezondheidskundige grenswaarde van 0,044 µg PFOA/dag. Er werd dus geen verhoogd blootstellingsrisico gevonden. 

Hieronder vind je de resultaten van de metingen van 25 augustus 2021 terug*:

Reeks 5: 17 september 2021: geen verhoogd blootstellingsrisico gevonden 

De vijfde reeks metingen werd uitgevoerd op 17 september. Er vonden geen specifieke werken in PFAS houdende grond plaats. Daarom is er gekozen om metingen uit te voeren op locaties waar verstoffing kon optreden (zoals braakliggend terrein), waar gronden liggen opgeslagen en/of werfverkeer aanwezig is. 

De zes meetlocaties lagen verspreid over de werfzone in de buurt van de E34 en het knooppunt Sint-Anna. Het totaal stof gehalte lag hoger op plaatsen met activiteiten zoals werfverkeer dan op braakliggend terrein. Maar op geen enkel meetpunt werd PFAS gemeten boven de rapportagegrens van 0,0003 tot 0,0004 µg PFOS/m³ (afhankelijk van het volume lucht per meettoestel). Op de vijfde meetlocatie werd er omwille van een stroomonderbreking bij het meettoestel een lager volume lucht verwerkt. Om te compenseren dat er hier minder lang gemeten werd, lag de rapportagegrens voor dit toestel op 0,0007 µg/m³. 

Om een vergelijking te kunnen maken met de EFSA gezondheidskundige grenswaarde, werd de potentiële maximale dagelijkse PFOS-inname berekend door te veronderstellen dat de werkelijk gemeten concentratie gelijk is aan de hoogste rapportagegrens (meetpunt vijf). Dit geeft een maximaal blootstellingsrisico van 0,015 µg PFOA-eq/dag (0,0007 µg PFOS/m³ ofwel 0,0014 µg PFOA-eq./m³ x 10,8 m³/dag), wat duidelijk lager ligt dan de EFSA gezondheidskundige grenswaarde van 0,044 µg PFOA/dag. Er werd dus geen verhoogd blootstellingsrisico gevonden. 

Hieronder vind je de resultaten van de metingen van 17 september 2021 terug*:  

Lagere PFAS-grenswaarden, zelfde resultaat: alle metingen tonen geen verhoogd blootstellingsrisico

Het tijdelijke toetsingskader dat Lantis opstelde, werd in oktober 2021 door het Vlaams Instituut voor Technologie en Ontwikkeling (VITO) beoordeeld en bevestigd, mits enkele aanpassingen. Het belangrijkste hierbij is dat de gemeten PFAS-waarden niet meer worden omgezet naar PFOA-equivalenten om ze zo te kunnen vergelijken met de TWI die door EFSA werd opgesteld van 33ng PFOA/dag of een concentratie van 4.1ng/m³ PFOA in de lucht. 

Voortaan wordt de som van vier PFAS (PFOS, PFOA, PFNA en PFHxS) gebruikt om die af te zetten tegen de gezondheidsnorm. De gezondheidswaarde wordt bovendien verstrengd zodat de som van PFAS voortaan niet hoger mag zijn dan 2,2ng/m³. 

Het is belangrijk om te weten dat dat ook dit toetsingskader slechts tijdelijk is. Op basis van voortschrijdend inzicht en lopende onderzoeken, wordt dit minstens jaarlijks geëvalueerd en indien nodig bijgestuurd. Eens er Vlaamse normen worden opgemaakt, zal Lantis die uiteraard ook hanteren. 

Vorige metingen opnieuw geëvalueerd met nieuwe methode 

Niet alleen gebruikt Lantis een nieuw toetsingskader voor de toekomstige metingen. We hebben ook de resultaten van de vijf voorgaande metingen vergeleken met de nieuwe grenswaarde. Sommige van de PFAS die gemeten werden, kwamen in zulke lage concentraties voor, dat ze niet exact bepaald konden worden. Ze lagen immers onder de rapportagegrens. Daarom werkten we telkens drie scenario’s uit met de volgende waarden: 

  • ondergrens (OG): de concentraties van de PFAS die gerapporteerd worden als ‘< RG’, worden gelijk gesteld aan nul. 
  • midden grens (MG): de concentraties van de PFAS die gerapporteerd worden als ‘< RG’, worden gelijk gesteld aan de helft van de rapportagegrens. 
  • Bovengrens (BG): de concentraties van de PFAS die gerapporteerd worden als ‘< RG’, worden gelijk gesteld aan de rapportagegrens. 

Conclusie blijft hetzelfde: geen overschrijdingen van toegelaten blootstelling 

Voor de resultaten van de voorgaande metingen verandert er weinig tot niets. De conclusie uit de eerdere rapporten blijft gelden. Op bepaalde locaties is er PFAS in de lucht vastgesteld, maar er is geen sprake van een overschrijding van de toegelaten blootstelling via de lucht. 

Enkel voor de metingen van 16/07 en van 17/09 is er een theoretische kans dat er op 1 specifiek meetpunt een lichte overschrijding was van de toegelaten blootstelling. Maar dat is te wijten aan technische storingen waardoor rapportagegrens verhoogd werd om te compenseren voor een lager volume verwerkte lucht. In realiteit valt te verwachten dat de gemeten waarde in overeenstemming is met de andere meetpunten en dus lager ligt dan de verhoogde rapportagegrens.

Bekijk hier het volledige rapport.*

*Omwille van het beschermen van privacy zijn persoonsgegevens uit de rapporten anoniem gemaakt.

Reeks 6: 30 september & 1 oktober 2021: geen verhoogd blootstellingsrisico gevonden

Op 30 september en 1 oktober voerden we een nieuwe reeks metingen uit ter hoogte van de Palingbeek (werfzone Scheldetunnel). Die locatie was zeer interessant aangezien er ontgravingswerken uitgevoerd werden en er tijdens het voorgaande bodemonderzoek een verhoogde PFAS-concentratie in de bodem was vastgesteld.

Op beide dagen werden vijf meetpunten opgezet. Op 30 september werden er vier ten noorden van de Charles de Costerlaan geplaatst, het vijfde stond ten zuiden ervan. Een dag later werden de meetstations 4 en 5 iets dichter bij de Charles de Costerlaan geplaatst. Zo konden we de licht verplaatste werfactiviteiten beter opvolgen.

De resultaten voor totaal stof tonen aan dat er weinig verstoffing was in vergelijking met de metingen tijdens drogere perioden (60 à 70 versus 386 µg stof/m³). We kunnen daaruit afleiden dat de uitgevoerde grondwerken slechts beperkt voor verstoffing en bijgevolg potentiële verspreiding zorgden.

Geen enkele meting gaf een PFAS-concentratie boven de rapportagegrens van 0,4 ng/m³. Als we dan uitgaan van een worstcasescenario waarbij de PFAS-concentraties gelijk zijn aan de rapportagegrens, komen we uit op een maximale concentratie van 1,6 ng/m³. De PFAS-concentratie ligt in dit worstcasescenario lager dan de huidige toetsingswaarde van 2,2 ng/m³. We kunnen dus stellen dat er geen verhoogd blootstellingsrisico werd vastgesteld.

Hieronder vind je de resultaten van de metingen van 30 september en 1 oktober 2021 terug*:

*Omwille van het beschermen van privacy zijn persoonsgegevens uit de rapporten anoniem gemaakt.

Reeks 7: 27 oktober 2021: geen verhoogd blootstellingsrisico gevonden

Op 27 oktober werd een nieuwe reeks metingen uitgevoerd, met vijf meetpunten tussen het terrein van 3M en de E34 en een zesde meetpunt aan de school ‘de Leerexpert’ in Zwijndrecht, ter hoogte van Burchtse Weel.

Door een fout bij het inschakelen van de pomp is er geen meting uitgevoerd op meetlocatie 1, gelegen op het terrein van 3M. Op meetlocatie 4, aan de werfkeet waar ook vervuilde gronden worden gestockeerd, was er eveneens een technisch probleem. Hierdoor lag het volume aangezogen lucht lager dan op andere locaties. Dit lagere volume resulteert in een hogere rapportagegrens voor dit meetstation (1 ng/m³) in vergelijking met de analyses uitgevoerd voor de andere meetstations (0,2 tot 0,5 ng/m³). 
De resultaten voor totaal stof tonen opnieuw aan dat er weinig verstoffing was in vergelijking met de metingen tijdens drogere perioden (60 à 70 versus 386 µg stof/m³). We kunnen daaruit afleiden dat de uitgevoerde activiteiten slechts beperkt voor verstoffing en dus potentiële verspreiding zorgden.

Hoewel er voor meetstation 4 geen PFAS gevonden werden boven de rapportagegrens van 1 ng/m³, is er een theoretische kans – indien de effectieve concentratie gelijk zou zijn aan de rapportagegrens – dat het totale PFAS-gehalte gelijk is aan 4 ng/m³. Omdat hier wetenschappelijk gezien geen zekerheid over bestaat, doen we over dit meetpunt geen uitspraak. Gezien de lagere rapportagegrens voor de andere meetpunten, kan hiervoor wel met zekerheid gesteld worden dat de huidige toetsingswaarde van 2,2 ng/m³ niet overschreden werd. We kunnen dus stellen dat er geen verhoogd blootstellingsrisico werd vastgesteld.

Hieronder vind je de resultaten van de metingen van 27 oktober 2021 terug*:

*Omwille van het beschermen van privacy zijn persoonsgegevens uit de rapporten anoniem gemaakt.

Wat doet Lantis met de verontreinigde gronden?

Wat gebeurt er met de verontreinigde gronden?

Alle verontreinigde gronden blijven op de site waar ze ontgraven werden. Als bouwheer van de Oosterweelverbinding zijn we bovendien gebonden aan het ‘standstill-principe’. Dat wil zeggen dat onze werken enkel mogen zorgen voor een verbetering of status quo van de verontreiniging. Lantis mag dus geen bijkomende risico’s veroorzaken voor mens en milieu, bijvoorbeeld door zwaarder vervuilde gronden op minder vervuilde gronden te leggen.
 
De gronden met concentraties boven 70 microgram/kg ds worden zorgvuldig afgedekt. Daardoor zal die verontreiniging zich dus niet meer kunnen verspreiden via de lucht of het grondwater, wat wel het geval is als alles blijft zoals het is. De maatregelen die we nemen, zorgen ervoor dat een groot deel van de verontreiniging beter ingedamd wordt dan voorheen. De Oosterweelwerken zorgen dus voor een verbeterde situatie.

Ook de andere gronden blijven op de werf. Gronden met een concentratie tussen 3 en 70 microgram/kg ds worden binnen het projectgebied hergebruikt voor bouwkundig bodemgebruik, bijvoorbeeld in bermen. Ook gronden met een lagere concentratie dan 3 microgram blijven op de werf. De werf op Linkeroever heeft namelijk meer grond nodig dan er wordt opgegraven. Daarom kunnen we zeer uitdrukkelijk zeggen dat de verontreinigde grond op de werf blijft, en nergens anders belandt.

Wordt er verontreinigde grond gebruikt op andere locaties voor de Oosterweelverbinding?

Neen, alle verontreinigde gronden op Linkeroever en Zwijndrecht blijven op de site waar ze ontgraven werden. De grond blijft dus ter plaatse in het projectgebied van Linkeroever en Zwijndrecht.

Wordt er verontreinigde grond gebruikt op andere locaties buiten het gebied van de Oosterweelverbinding?

Neen, de verontreinigde gronden blijven op de site waar ze ontgraven werden: in het projectgebied van Linkeroever en Zwijndrecht. Er wordt geen vervuilde grond afgevoerd naar andere plekken. 

Er zijn plannen om bepaalde groeven of putten elders in Vlaanderen op te vullen met gronden die opgegraven worden tijdens de werken aan de Oosterweelverbinding zoals de kleiputten van Rumst of het Wonderwoud in Lochristi. Maar hiervoor zal geen met PFOS verontreinigde grond gebruikt worden. 
 
Bovendien is het zo dat vooraleer er ergens grond naartoe gebracht wordt, er een omgevingsvergunning aangevraagd moet worden. Als onderdeel van die omgevingsvergunningsaanvraag moet een erkend bodemsaneringsdeskundige een studie opstellen waarin de milieu-hygiënische acceptatiecriteria worden bepaald. Zo kan nagegaan worden welke stoffen de grond wel of niet mag bevatten. Dit zorgt dus voor de bijkomende garantie dat de aangevoerde grond geen verontreiniging van het grondwater of van de omgeving kan veroorzaken. 

Hoe zal Lantis omgaan met de aanbevelingen van de Expertencommissie Grondverzet? 

Het volledige rapport is te raadplegen op de website van Vlaanderen

Lantis neemt de aanbevelingen van de Commissie ter harte. 

  • Sinds begin juni is Lantis gestart met periodieke luchtmetingen. Aan de hand van deze metingen kunnen we nagaan of het stof dat wordt aangetroffen op de werf PFOS bevat. De resultaten waren telkens zeer duidelijk: er is geen verhoogd blootstellingsrisico via de lucht. Op vraag van de Expertencommissie blijven we deze meetcampagnes uitvoeren voor betere resultaten op de langere termijn. De resultaten van deze meetcampagnes worden telkens ook op de website gepubliceerd.
  • De reeds opgemaakte Technische Verslagen voor de werven ‘Scheldetunnel’ en ‘Oosterweelknoop’ worden aangepast aan de verlaagde norm voor vrij hergebruik van 3 µg/kg ds PFOS/PFOA. Voor de werven ‘Kanaaltunnels’ en ‘R1-noord’ is het Technische Verslag nog in opmaak en wordt meteen gewerkt met de verlaagde norm van 3 µg/kg ds PFOS/PFOA. 
  • Burgers zullen weldra via de website snel en eenvoudig meldingen kunnen doen wanneer ze zaken opmerken waar ze vragen bij hebben. 
  • Er wordt geen grond met een concentratie > 70 µg/kg ds gebruikt in de leeflagen. 
  • Het grond- en oppervlaktewater wordt gemonitord en dit wordt ook gedeeld door Lantis. 
  • De Palingbeek wordt mogelijk minder diep en minder breed uitgegraven zodat er minder volume aan zwaar vervuilde grond opgegraven wordt. Zo kunnen alle gronden van de Palingbeek naar het terrein van 3M, en moet er wellicht geen zwaar verontreinigde grond meer verwerkt worden in een berm aan de Scheldetunnel.  
  • Er wordt ingezet op actieve communicatie met de omwonenden van het werfgebied. 

 

Hoe garandeert Lantis dat het de aanbevelingen van de Expertencommissie Grondverzet toepast?

Lantis heeft zich meermaals mondeling en schriftelijk geëngageerd om de aanbevelingen van de Commissie Vrancken toe te passen op de werf. Lantis gaat een stap verder en heeft de aanbevelingen ook verankerd in officiële documenten. Op deze manier kan Lantis extern gecontroleerd worden op de toepassing van de aanbevelingen.

Lantis actualiseert enerzijds de Technische Verslagen (zowel Linkeroever als Scheldetunnel), en neemt hierin de aanbevelingen van de commissie met betrekking tot het grondverzet mee. De andere aanbevelingen worden gekoppeld aan de verschillende vergunningen voor de werken. Daartoe heeft Lantis zelf een “Bijstelling van de voorwaarden” van deze vergunningen aangevraagd. Op deze manier worden de aanbevelingen concreet en kunnen de verschillende toezichthoudende instanties op het terrein ook controleren of Lantis en zijn aannemers zich aan deze Technische Verslagen en bijgestelde voorwaarden houden, en zelfs optreden.

De aangepaste Technische Verslagen worden eerstdaags ingediend. De vragen om “Bijstelling van de voorwaarden” aan de vergunningen zijn half oktober 2021 ingediend. Ondertussen houdt Lantis zich reeds aan de aanbevelingen, en voert deze ook uit op het terrein.

 

Is het afdekken van de grond wel een duurzame oplossing?

We begrijpen dat het afdekken van de grond met een speciale folie niet duurzaam klinkt. Momenteel is er echter geen andere techniek beschikbaar voor dit volume aan verontreinigde grond, en het is onduidelijk wanneer de technologie wel zover gevorderd zal zijn. Het afdekken van de zwaarst verontreinigde grond biedt bovendien nog altijd een betere garantie voor de volksgezondheid dan het probleem onaangeroerd, en dus niet-afgedekt, laten.

Wat houdt dit afdekken precies in?

Alle gronden met een concentratie boven 70 microgram/kg ds worden zorgvuldig ingekapseld en veilig afgedekt met een driedubbele beschermlaag. Conform de Technische Verslagen wordt deze grond afgedekt met een HDPE-folie van 2.5 millimeter dik, in combinatie met een kleilaag van bentoniet, trisoplast of een gelijkwaardige methodiek.   Bovenop deze afscherming wordt een erosiebestendige leeflaag aangebracht. De dikte van deze leeflaag is afhankelijk van de voorziene beplanting. Voor planten met diepere wortels voorzien we een dikkere leeflaag dan voor begroeiing zonder diepe wortels. Er worden geen gronden met concentraties boven 70 microgram/kg ds bovenop de afscherming toegepast.

Afdekken van gronden met een concentratie boven 70 microgram/kg ds

 

Hoe komt het dat Lantis minder volume vervuilde grond opgraaft op de Oosterweelwerf?

Vooraleer grondwerken binnen een infrastructuur- of bouwproject starten, wordt er een Technisch Verslag opgemaakt. Een Technisch Verslag is een bodemonderzoek dat de milieuhygiënische kwaliteiten en hergebruiksmogelijkheden van de nog uit te graven bodemmaterialen bepaalt.

Voor het infrastructuurproject Linkeroever/Zwijndrecht werden tussen 2016 en 2018 bodemstalen genomen om de kwaliteit van de aanwezige grond in kaart te brengen. De resultaten van deze stalen werden opgenomen in het Technisch Verslag. In het toenmalige Technisch Verslag Linkeroever werd melding gemaakt van 290.000 m³ zwaar verontreinigde grond (+70 µg/kg ds). In het Technisch Verslag voor de werken aan de Scheldetunnel, dat in dezelfde periode werd opgemaakt, wordt 100.000 m³ zwaar verontreinigde grond beschreven. Samen goed voor ongeveer 400.000 m³ zwaar verontreinigde grond die, eens afgegraven, zou moeten afgedekt worden.

De verontreinigde zones worden in een Technisch Verslag steevast conservatief beschreven. Dat wil zeggen dat men, wanneer men op bepaalde locaties concentraties van meer dan 70 µg/kg ds aantreft, vanuit een worstcase benadering de ganse betrokken zone als +70 µg/kg ds beschouwt. De grens wordt dus ruim genomen, tot daar waar lagere waarden worden vastgesteld. Het is courante praktijk om vervolgens op basis van bijkomende beproevingen, die zowel nog voor als tijdens de werken zelf worden uitgevoerd,  de zones met vervuiling beter af te perken. Er worden dus bijkomende monsters genomen en beproefd, om aldus steeds correcter de grenzen van de vervuiling te bepalen (afperken van de vervuiling). Op die manier worden originele aannames realistisch, wat tot gevolg kan hebben dat oorspronkelijk ingeschatte hoeveelheden in realiteit lager kunnen liggen.

Dat is ook gebeurd in het projectgebied Linkeroever/Zwijndrecht. De zone aan de zuidzijde van de E34, een volume van bijna 80.000 m³, werd destijds volledig afgebakend als +70 µg/kg ds. Bijkomende beproevingen die ondertussen gebeurd zijn, leren dat de reële concentraties in een groot deel van deze zone lager liggen en dat het volume verontreinigde grond dan ook minder is. Het exacte volume zal worden opgenomen in de actualisatie van het Technisch Verslag Linkeroever/Zwijndrecht dat in oktober 2021 zal worden gepubliceerd.

Hetzelfde geldt voor de zone tussen de Tophatgracht en de Palingbeek. Destijds ging men uit van een volume van 90.000 m³ sterk verontreinigde grond (+70 µg/kg ds) dat in het kader van de werken diende afgegraven te worden. Door heel wat bijkomend onderzoek, dus door de grenzen van de vervuiling correcter te bepalen, is het volume sterk verontreinigde grond uiteindelijk lager dan aanvankelijk aangenomen.

De Palingbeek zelf wordt overigens, op vraag van de Expertencommissie Grondverzet onder leiding van Karl Vrancken, minder diep uitgegraven. In de oorspronkelijke plannen is sprake van de aanleg van een winter- en zomerbedding, maar de diepe graafwerken kunnen, volgens de experten, aanleiding geven tot het verstoren van de grondwaterstroom waardoor sterk verontreinigd grondwater net wordt aangetrokken. Dat vermijden we door de beek minder diep uit te graven. Op die manier komt er ook minder vervuilde grond naar boven. In totaal blijft zo om en bij de 80.000 m³ verontreinigde grond onaangeroerd aan de Palingbeek liggen.

Samengevat: Lantis verwerkt op het projectgebied Linkeroever/Zwijndrecht vandaag ongeveer 160.000 m³ sterk verontreinigde grond. 30.000 m³ is reeds verwerkt in de zuidkant van de kluifrotonde aan Waaslandhaven-Oost. De resterende 130.000 m³ - het volume met de hoogste PFOS-concentraties - wordt verwerkt in de veiligheidsberm die op het terrein van 3M wordt aangelegd. De voorbereidende werken voor deze berm zijn reeds uitgevoerd, de aanleg ervan start begin oktober.

Het afgenomen volume verontreinigde grond is het gevolg van:

  1. Optimalisaties, zijnde nauwkeurige staalnames en verdere verfijningen aan het ontwerp
  2. De aanbevelingen van de Expertencommissie Vrancken

Zit er ook PFOS in het grondwater?

Is de verspreiding met PFOS in het grondwater even ernstig?

Er werd inderdaad ook PFOS teruggevonden in het grondwater. Die verontreiniging bevindt zich langs de E34 tot aan de Charles de Costerlaan en tot in de knoop Sint-Anna. Het strekt zich dus minder ver uit dan de verontreiniging in het vaste deel van de bodem. 
 
Het grondwater dat we tijdens de werken oppompen, wordt gezuiverd alvorens het naar de Schelde wordt afgevoerd of terug in de bodem wordt gepompt. Daartoe werd een speciale waterzuiveringsinstallatie gebouwd binnen de werfzone Linkeroever. De Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) volgt deze waterzuivering op.

We detecteren geen PFOS meer in het gezuiverde water dat naar de Schelde wordt afgevoerd of dat terug in de bodem wordt gebracht. De meest gedetailleerde metingen kunnen een concentratie vanaf 0,1microgram/l vinden. Dat is ook de norm die opgelegd is in de vergunning voor het terugpompen van het water in de grond. Voor het afvoeren van het water in de Schelde ligt de norm op 1 microgram/l. Dat er in het water dat het waterzuiveringsstation verlaat, geen PFOS boven de detectielimiet meer gevonden wordt, toont aan dat onze zuivering zeer secuur en conform de normen gebeurt. Een overzicht van de metingen in het water dat in de grondwaterzuiveringsinstallatie toekomt en vervolgens verlaat, vind je op deze grafiek.

Lozingsnormen PFOS-houdend grondwater

 

Wordt de verontreiniging van PFOS verspreid door grondwater op te pompen voor de Oosterweelverbinding?  

Neen, door het grondwater op te pompen, nemen we net een deel van de verontreiniging weg. Al het grondwater dat we in het verontreinigde gebied oppompen, wordt namelijk gezuiverd voordat het naar de Schelde wordt afgevoerd of terugvloeit in de bodem. Hiervoor is speciaal binnen de werfzone Linkeroever een waterzuiveringsinstallatie gebouwd. 

De lozingsnorm ligt op de laagst meetbare waarde (detectiewaarde) en wordt ook opgevolgd door de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM). Er werd geen PFOS meer gevonden in het gezuiverde water, dus wordt er geen verontreiniging verspreid maar net weggenomen. Het grondwater gaat er dus op vooruit.

Wordt de verontreiniging van PFOS verspreid door de aanleg van de Scheldetunnel? 

Neen. Binnen het projectgebied Scheldetunnel worden volgens alle beschikbare gegevens geen concentraties boven de 0,5 µg/l PFOS/PFOA vastgesteld. Diverse meetresultaten bevinden zich zelfs onder de rapportagegrens van 0,1 µg/l.

Verder worden alle vereiste maatregelen genomen om verdere verspreiding van de PFOS-contaminatie in het grondwater te vermijden. Zo zal bijv. de bouw van de Scheldetunnel grotendeels gebeuren in waterdichte bouwkuipen, zogenaamde polderconstructies. Voorafgaand aan de verlaging van de grondwatertafel wordt rondom de werkput een waterdichte constructie aangebracht tot in de Boomse klei. Binnen deze waterdichte bouwkuipen zal het grondwater verlaagd worden, maar dit heeft geen impact op de grondwaterstand rondom de bouwkuip.

Daarnaast wordt voorafgaand aan de bouwwerken een werfgebonden omgevingsvergunning aangevraagd waarbij alle geplande grondwaterverlagingen voor de aanleg van de Scheldetunnel in detail worden bestudeerd. Tevens zal er een doorgedreven monitoring van de grondwaterstanden plaatsvinden ter hoogte van en rondom het projectgebied. De nulmeting voor deze monitoring is trouwens al geruime tijd geleden opgestart waarbij de natuurlijke fluctuaties in beeld worden gebracht. 

Waar vind ik de meetresultaten terug voor PFAS op de Oosterweelwerf?

We hebben interactieve dashboards opgesteld die we regelmatig bijwerken om de nieuwste resultaten toe te voegen. Enerzijds zijn er de resultaten van de grond- en luchtmetingen. Anderzijds geven we ook de resultaten van de grondwaterzuiveringsinstallatie. Daarmee reinigen we het opgepompte grondwater voor we het water weer laten infiltreren in de ondergrond of laten wegvloeien in de Schelde.

Waarom zijn er verschillende kleurschakeringen bij de meetpunten op de kaart?

Voor de grondmetingen hebben we de resultaten onderverdeeld volgens de grenswaarden die gelden voor het gebruik van grond dat PFOS bevat: 3 en 70 µg/kg ds.
Voor de luchtmetingen worden de resultaten getoetst aan een conservatief toetsingskader, afgeleid uit de meest recente normen. De gezondheidsnorm voor alle PFAS samen ligt daar op 2,2ng/m³.

Op verschillende plaatsen werden meerdere stalen genomen. Die kunnen zowel verschillen in de tijd als in de diepte (voor grondmetingen). Wanneer de resultaten van die metingen verschillen, krijg je een mix van de respectievelijke kleuren.

Kan ik uit deze resultaten ook iets afleiden voor mijn woonomgeving?

Lantis is enkel bevoegd om metingen uit te voeren binnen het Oosterweelprojectgebied. Dat gebied duiden we ook aan met de projectgrens op de kaart. Deze metingen zijn dus niet zomaar toepasbaar op de woongebieden daarrond. Want de vervuilingsconcentraties verminderen snel eens je weggaat van de kern van de vervuiling; 3M. Hoewel de cijfers uit onze metingen een indicatie kunnen zijn, is het niet mogelijk om conclusies voor de woonomgeving te trekken zonder effectieve metingen in die omgeving.

Waarom worden de luchtmetingen van 9/6/2021 niet vermeld op de kaart?

De techniek voor de eerste luchtmeting liet ons nog niet toe om PFAS-concentraties lager dan 0,004µg/m³ of 4ng/m³ te detecteren. Daardoor konden we niet uitsluiten of er PFOS boven of onder de gezondheidsgrens van 2,2ng/m³ in het verzamelde stof zat. Vanaf de tweede stofmetingen stond de techniek wel op punt om lagere concentraties te meten.

Wat is SOF?

SOF is de “som van opgeloste organische fluorverbindingen” en dus een indicatie van fluorverbindingen in het grondwater. Bij de vergunningsaanvraag werd ons opgedragen om ook deze parameter mee op te nemen.

Waarom zijn er soms langere perioden zonder waarden bij de waterzuiveringsinstallatie?

De waterzuiveringsinstallatie is niet permanent in werking. Er zijn immers niet elke dag bemalingen (oppompen van het grondwater) en bovendien wordt al het opgepompte water eerst verzameld in een retentiebekken. Daardoor kan het zijn dat er gedurende een periode van dagen tot enkele weken geen waarden beschikbaar zijn.

Welke impact heeft de verontreiniging op de bouw van de Oosterweelverbinding?

Is het niet beter om de grond eerst te reinigen? 

In het ideale scenario werd de PFOS-verontreiniging inderdaad eerst gereinigd. De sanering van de gronden is echter niet de taak van Lantis, dat is de taak van 3M dat daarvoor instructies zal ontvangen van OVAM. Bovendien is de duurtijd van de sanering en de methodiek die daarvoor gebruikt zou worden, vandaag onbekend. Net daarom worden de nodige maatregelen getroffen om ervoor te zorgen dat de PFOS-verontreiniging zich niet verder kan verspreiden in de omgeving, integendeel. Enerzijds dekken we de zwaarste verontreiniging af waardoor de impact voor de omgeving kleiner wordt. Anderzijds brengen we de verontreiniging duidelijk in kaart, waardoor een eventuele toekomstige sanering perfect mogelijk blijft. 

Zorgt de bouw van de Oosterweelverbinding voor meer verontreiniging?

Als bouwheer van de Oosterweelverbinding zijn we gebonden aan het standstill-principe. Dat houdt in dat de werken die we uitvoeren niet mogen zorgen voor een verdere verspreiding van de PFOS-verontreiniging. 
 
Dankzij strenge maatregelen, waar zowel intern als door externe instanties toezicht op wordt gehouden, wordt de verspreiding van PFOS maximaal vermeden. De situatie wordt dus net onder controle gebracht door de Oosterweelwerf. Meer nog: dankzij Oosterweel gaat de situatie erop vooruit. De Oosterweelwerken zorgen namelijk voor een verbeterde situatie omdat de verontreiniging duidelijk in kaart is gebracht, de meest vervuilde gronden zorgvuldig worden afgedekt en het grondwater wordt gezuiverd tot er geen PFOS meer wordt aangetroffen. 

Maakt de bouw van de Oosterweelverbinding een toekomstige sanering onmogelijk?

Neen, de werken zijn zo georganiseerd dat toekomstige sanering perfect mogelijk blijft. De gronden worden binnen het projectgebied goed geregistreerd zodat we exact weten waar welke gronden zich bevinden.