Het afzinken van een tunneldeel in een getijdenrivier zoals de Schelde is een uitzonderlijk technisch huzarenstuk. De operatie speelt zich daarom af rondom doodtij, een periode waarin het verschil tussen hoog- en laagwater minimaal is waardoor de stroming op de rivier minder sterk is.  Twee afzinkcatamarans en lierdraden verbonden aan de beide oevers houden het tunneldeel stabiel en op de juiste positie aan het wateroppervlak. De hele positionering – zowel horizontaal met de lierdraden als verticaal met de afzinkcatamarans – verloopt heel langzaam en trapsgewijs.