Scheldetunnel
Kunnen schepen nog varen tijdens het afzinken?
Nee, tijdens het effectieve afzinken is dit deel van de Schelde afgesloten voor de complexiteit en de veiligheid. De vaarweg is plaatselijk afgesloten door de lieren die het element op zijn plaats houden. Deze lopen volledig van de linkeroever naar de rechteroever waardoor de vaarweg volledig onderbroken is voor alle scheepvaart. De lieren zitten tijdens een groot deel van de operatie onder water waardoor de fysieke stremming niet altijd zichtbaar is.
Hoe diep ligt het tunneldeel in de Schelde?
We baggerden een zinksleuf, een uitsparing in de Scheldebodem, waarin de tunneldelen komen te liggen. De bodem is hier lokaal zo’n 10 meter dieper gemaakt. De tunneldelen zijn 10 meter hoog en liggen dus volledig in de sleuf. Na het afzinken worden ze bedekt met grond en zo komt de tunnel volledig onder de bodem te liggen.
Hoe zorgen jullie voor een waterdichte aansluiting tussen twee tunneldelen?
Een vooraf gemonteerde hydraulische pomp drukt het tunneldeel stevig tegen het voorgaande tunneldeel. Een rubberen voegprofiel zorgt daarbij voor een waterdichte verbinding tussen de twee betonnen structuren.
Hoe wordt het tunneldeel precies op zijn plaats gebracht?
Elke stap gebeurt letterlijk met millimeterwerk: eens op de Scheldebodem mag het tunneldeel maximaal 35 millimeter afwijken van de vooraf berekende plaats. Vanuit een speciaal ingerichte controlekamer volgen ingenieurs en nautische experts elke beweging in real time, ondersteund door high-precision GPS en directe communicatie met de afzinkcrew. Net door deze ongelooflijke kleine foutenmarge is het hele afzinkproces een traag gebeuren.
Het tunneldeel zakt heel nauwkeurig naar beneden en landt op twee speciaal ontworpen betonnen platen van elk 120 ton, die als tijdelijke steunpunten in de bodem van de Schelde dienen.
Hoe weet je of het tunneldeel op de juiste plek ligt, onder water en zonder camera’s?
Een landmeetploeg bepaalt op voorhand de exacte coördinaten van de steunpunten op de bodem. Tijdens het afzinken wordt het tunneldeel met GPS nauwkeurig naar die locatie gestuurd. Na de landing meet dezelfde ploeg vanuit de tunnelingang op Linkeroever via een kijkgat of het element goed ligt. De afwijking mag maximaal 35 millimeter zijn, een minimale speling op een element van 160 meter lang.
Waar kan ik het afzinken live volgen?
Vanaf de rechteroever kan je op het kijkzone Scheldelaan het vierde tunneldeel zien afzinken. Opgelet: de kijkzone bevindt zich langs het jaagpad. Om de zone te bereiken beklim je een trap. Hierdoor is de zone helaas niet toegankelijk voor rolstoelgebruikers, kinderwagens en mensen die minder goed te been zijn. Wees ook altijd voorzichtig in de buurt van het water.
Vanaf tunneldeel vijf verplaatsen we de kijkzone naar de linkeroever omdat je daar een beter zicht hebt om de volgende tunneldelen.
Waarom wordt het tunneldeel 's nachts afgezonken?
Omdat de stroming op de Schelde 's nachts vaak het gunstigst is. Tijdens het afzinken geldt sowieso een volledige stremming voor de scheepvaart, om het proces veilig en precies te laten verlopen.
Hoe blijft het tunneldeel tijdens het afzinken onder controle?
Het afzinken van een tunneldeel in een getijdenrivier zoals de Schelde is een uitzonderlijk technisch huzarenstuk. De operatie speelt zich daarom af rondom doodtij, een periode waarin het verschil tussen hoog- en laagwater minimaal is waardoor de stroming op de rivier minder sterk is. Twee afzinkcatamarans en lierdraden verbonden aan de beide oevers houden het tunneldeel stabiel en op de juiste positie aan het wateroppervlak. De hele positionering – zowel horizontaal met de lierdraden als verticaal met de afzinkcatamarans – verloopt heel langzaam en trapsgewijs.
Hoe begint het afzinken van het tunneldeel?
Het afzinken gebeurt met twee afzinkcatamarans over het tunneldeel en ballasttanks in het tunneldeel. We vullen de ballasttanks in het tunneldeel gedeeltelijk met water zodat het tunneldeel net zwaar genoeg wordt om te kunnen zinken. De afzinkcatamarans behouden op dat moment de volledige controle over de daalsnelheid en stabiliteit van het element.
Hoe blijft een tunneldeel drijven?
De tunneldelen moeten niet alleen waterdicht zijn, ze moeten ook kunnen drijven en zinken. Dat is belangrijk voor hun transport en het moment waarop ze neergelaten worden op hun definitieve plek in de Schelde.
Drijven doen de tunneldelen omdat ze hol zijn vanbinnen. In de tunneldelen zitten telkens vijf ballasttanks, twee grote tanks van 3.000 m³ en drie kleinere tanks van 1.000 m³. Die blijven leeg als het tunneldeel moet drijven. Tijd om te zinken? Dan vullen we de tanks met water via een leidingensysteem in het tunneldeel.