Hoe bouwen we de splitsing van de Kanaaltunnels?
Meer over
In het Albertkanaal krijgen de Kanaaltunnels, de verbinding tussen het Oosterweelknooppunt aan het Noordkasteel en de Antwerpse Ring, steeds meer vorm. Een van de grootste technische uitdagingen bij de bouw van de Kanaaltunnels is de splitsing: het punt waar de vier gestapelde tunnelkokers zich opsplitsen in een aansluiting richting Nederland en richting Gent en Brussel. Die splitsing bevindt zich in het Albertkanaal tussen de Noorderlaanbrug en de spoorwegbruggen, midden in een druk bevaren havengebied.
Bouw van de Kanaaltunnels in het Albertkanaal
Om tunnels te kunnen bouwen onder het Albertkanaal, creëren we eerst een waterdichte bouwput. Dat doen we door stalen damwanden in de kanaalbodem te trillen, waarna de ruimte tussen de damwanden wordt opgevuld met zand. Zo ontstaat een tijdelijke werfzone waarin we de tunnels kunnen bouwen, het zogenaamde werkeiland.
In deze drooggelegde zone worden vervolgens diepwanden gebouwd in de ondergrond: dikke, gewapende betonnen wanden tot in de Boomse klei. Ze vormen de ruggengraat van de bouwput en houden water en grondmassa stabiel op hun plaats. In totaal wordt meer dan 4,7 kilometer aan diepwanden aangelegd, maar liefst 38 keer de hoogte van de Antwerpse Kathedraal. Tussen deze diepwanden wordt de tunnel uitgegraven. Tijdens dit proces houden grote horizontale stempels van 30 meter lang de bouwput open.
Van gestapelde tunnels naar twee richtingen
De Kanaaltunnels bestaan uit vier kokers die per twee op elkaar gestapeld liggen. Tussen de Noorderlaanbrug en de spoorwegbruggen splitsen de kokers op. De onderste kokers sluiten aan op de Ring richting Nederland, de bovenste kokers gaan richting Gent en Brussel. De aansluiting op de Ring richting Nederland doorkruist het Albertkanaal. Dat is een hele uitdaging: hoe hou je het Albertkanaal toegankelijk voor schepen terwijl je de aansluiting bouwt?
Dat doen we door in twee grote fases te werken. Eerst bouwen we de zuidelijke kant van de aansluiting, zodat enkelrichtingsverkeer mogelijk blijft aan de noordzijde van het kanaal. Vervolgens verplaatst de scheepvaart zich naar de zuidzijde en kunnen we verder werken aan de noordzijde.
Technische uitdagingen
In tegenstelling tot het grootste deel van de Kanaaltunnels, waar we starten met de bouw van de tunnelvloer en de wanden, wordt bij de bouw van de splitsing gestart met de aanleg van het dak. Die werkwijze noemen we ook wel de ‘Stross-methode’. Omdat de werken plaatsvinden in een complexe omgeving met weinig ruimte door het Albertkanaal en de aanwezigheid van bruggen, plaatsen we eerst het dak van de tunnelconstructie, zodat we daaronder veilig en stapsgewijs kunnen uitgraven en de tunnel van boven naar beneden verder kunnen opbouwen.