Expert aan het woord: zo beschermen we zwaluwen op de werf
Meer over
De Oosterweelverbinding verandert vandaag het landschap in en rond Antwerpen grondig. Dat is nodig om te zorgen voor vlottere mobiliteit en een betere leefomgeving. Tijdens de werken houden we maximaal rekening met de omgeving. Dat betekent ook dat we beschermde diersoorten en waardevolle natuur de nodige aandacht geven. Nora Oosters, Expert Natuur bij Lantis, neemt je mee in een specifieke case: de aanwezigheid van beschermde zwaluwen vlak bij de werf van het Oosterweelknooppunt in het havengebied.
Wat vindt de zwaluw zo aantrekkelijk aan een werf?
Op de werf van het Oosterweelknooppunt moeten we vooral rekening houden met twee soorten zwaluwen: de huiszwaluw en de oeverzwaluw.
“De huiszwaluw voelt zich al langer thuis in de haven en is beschermd vanuit het soortenbeschermingsprogramma van de haven van Antwerpen,” vertelt Nora. “Oorspronkelijk broedde hij tegen rotswanden, maar vandaag kiest hij voor gevels en dakranden om moddernesten aan te bouwen. Aan het Samga-gebouw, en vooral onder de luifels, vinden deze acrobaten al jarenlang een geschikte plek voor hun nestje. Je zag hen er misschien al rondfladderen, makkelijk te herkennen aan hun witte stuit boven een kortgevorkte staart.”
Tijdens het broedseizoen maken de zwaluwen goed gebruik van de kunstnesten aan de luifels van het oude Samga-gebouw.
Toen in 2020 een deel van de gebouwen moest verdwijnen om de werfzone van het Oosterweelknooppunt voor te bereiden, werd daarop geanticipeerd. “In 2019 plaatsten we extra kunstnesten aan de oostelijke luifel van het Samga-gebouw dat er vandaag nog staat. De nesten daar doen het heel goed, vorig jaar waren ze voor zo’n 90% bezet.” Intussen werden ook aan de westelijke luifel extra nesten geplaatst, die geleidelijk in gebruik worden genomen. Tijdens het broedseizoen heerst er rond het gebouw een grote bedrijvigheid, met zwaluwen die af- en aanvliegen.
De Samga-gebouwen (rechts) aan de werf van het Oosterweelknooppunt.
De oeverzwaluw pakt het helemaal anders aan. “Deze soort graaft zijn nest in steile zandwanden, vaak in open en waterrijke gebieden. Zo’n plekken zijn hier schaars, dus een werf langs de Schelde kan een aantrekkelijke broedplek lijken voor dit vogeltje. We moeten steile zandwanden altijd vermijden op de werf, zowel tijdens het uitgraven als bij de grondstockages. Een belangrijke eis is daarom dat de teams op de werf steeds grond afgraven of opslagen met een flauwe helling van minder dan 45 graden. Zo voorkomen we dat oeverzwaluwen zich hier vestigen.”
Meebewegen met het broedseizoen
Naast gerichte ingrepen worden de werken ook afgestemd op het ritme van de natuur. Tussen 15 maart en 15 juli is het broedseizoen, dan mogen nesten, eieren en broedende vogels niet verstoord worden. Bij zwaluwen kan die periode zelfs doorlopen tot september.
“Onze ecologen volgen de situatie op de werf heel nauw op samen met de omgevingsmanagers,” zegt Nora. “We doen regelmatige rondgangen en brengen risicoplekken in kaart. Ecologen kijken naar de werf vanuit de natuurwetgeving, terwijl werfingenieurs gevoed zijn door werkplannen en technische eisen. Door onze kennis samen te leggen kunnen we tijdig ingrijpen en vermijden dat de zwaluwen zich vestigen op locaties waar werken gepland zijn.”