Wat hield het advies juist in?

Eind december 2021 schorste de Raad van State de conformverklaring van het Technisch Verslag dat de grondwerken op de Oosterweelwerf Linkeroever Zwijndrecht mogelijk maakt. Daardoor werd het grondverzet binnen deze Oosterweelwerken tijdelijk geschorst. 

Op vraag van minister van Mobiliteit en Openbare Werken Lydia Peeters kwam de Commissie Grondverzet Oosterweel, o.l.v. professor Karl Vrancken, op 22 februari 2022 met een nieuw advies over deze grondwerken. Om tegemoet te komen aan de vraag van betrokken stakeholders werd de Expertencommissie uitgebreid met twee onafhankelijke Nederlandse experten, prof. Jacob De Boer (Vrije Universiteit Amsterdam) en Arjen Wintersen (RIVM).

De Commissie Grondverzet pleit in haar tweede advies onder andere voor een gecentraliseerde opslag van de verontreinigde gronden op de terreinen van 3M in een goed ingekapselde berm, met monitoring van de grondwaterkwaliteit. Voor de meest vervuilde fractie raadt de commissie de originele beschermingsmaatregelen aan: zowel onder- als bovenafdek met folie. Hierdoor wordt een belangrijk deel van de vuilvracht uit het systeem verwijderd. De verplaatste gronden met de zwaardere verontreiniging moeten ingekapseld worden. De zwaarst verontreinigde gronden moeten  afgevoerd worden. Voor zones tussen de 14,4 en 47 μg/kg ds som PFAS moeten recreatief gebruik en toegang tot de onverharde zones maximaal ontmoedigd worden.

Het volledige advies en rapport is te raadplegen op de website van Vlaanderen.

Lantis heeft de aanbevelingen van de Commissie Grondverzet ter harte genomen. Wie graag in de technische details duikt, hierna volgt per aanbeveling de wijze waarop de erkende bodemsaneringsdeskundigen en Lantis het advies van de Commissie hebben verwerkt in de Technische Verslagen Infrastructuurwerken Linkeroever en Scheldetunnel (maart 2022) of in andere relevante documenten en beslissingen.

Hoe is Lantis omgegaan met dit advies? 

Aanbeveling 1: < 3 µg/kg ds PFOS, < 3 µg/kg ds PFOA en < 8 µg/kg ds som PFAS: vrij gebruik 

Deze aanbeveling werd reeds geïmplementeerd in het Technisch Verslag Infrastructuurwerken Linkeroever dd. 22/11/2021 en is in de huidige Technische Verslagen (maart 2022) behouden.  

Aanbeveling 2: Alle zoneringscriteria* worden uitgedrukt in som PFAS, volgens het 'compendium voor de monsterneming en analyse' (CMA) (zowel de kwantitatieve als indicatieve parameters), tenzij anders vermeld

Op aanbeveling van de Commissie Grondverzet werd de som PFAS in de Technisch Verslagen berekend met zowel de kwantitatieve als de indicatieve PFAS-parameters en werd het eerste zoneringscriterium* worstcase aangepast van 14,4 µg/kg ds PFOS naar 14,4 µg/kg ds som PFAS.  
 
Het advies van de Commissie Grondverzet - dat een stuk strenger is dan de richtlijnen van de OVAM - werd gerespecteerd en verwerkt in de huidige Technische Verslagen (maart 2022). 

Aanbeveling 3: > 3 µg/kg ds en < 14,4 µg/kg ds: hergebruik in zones met zelfde kwaliteit zonder gebruiksbeperkingen 

Deze aanbeveling werd reeds geïmplementeerd in het Technische Verslag dd. 22/11/2021 en is in de huidige Technische Verslagen (maart 2022) behouden. 

De bovengrens werd, op vraag van de commissie grondverzet (zie aanbeveling 2) aangepast van 14,4 µg/kg ds PFOS naar 14,4 som PFAS. Op basis van de aanbevelingen wordt de som PFAS beschouwd als de som van zowel de kwantitatieve als de indicatieve parameters die werden geanalyseerd. De Technische Verslagen werden hierop aangepast. 

In de Technisch Verslagen wordt, aanvullend op de 3-delige code, een “!”* toegekend aan deze gronden.  

Aanbeveling 4: De commissie stelt voor om het tweede zoneringscriterium* aan te passen naar 47 µg/kg ds som PFAS. Verontreinigde bodemmaterialen met concentratie boven deze waarde moeten opgeslagen worden in tijdelijke opslagplaatsen met boven- en onderafdek. Bij de evaluatie van de verontreiniging van een bepaalde (sub)zone, worden de meetwaarden geëvalueerd en uitgemiddeld volgens de normaal gehanteerde procedures bij grondverzet. 

Overeenkomstig het addendum van 28/02/2022 dient de aanpassing van het tweede zoneringscriterium beschouwd te worden als de rekenkundig gemiddelde concentratie per (sub)zone, afgeleid in functie van een humane risicobeoordeling. Het rekenkundig gemiddelde is een goede weergave van de bodemkwaliteit van de beschouwde subzones. De huidige Technische Verslagen (maart 2022) werden aangepast aan deze aanbeveling.  

Aanbeveling 5: Bodemmaterialen met concentratie som PFAS >14,4 µg/kg ds en <47 µg/kg ds kunnen hergebruikt worden in zones waar actief recreatief gebruik op niet-verharde bodem vermeden worden en toegang ontmoedigd wordt. De commissie stelde daarnaast nog specifieke gebruiksadviezen op voor een beperkt aantal zones in de nabijheid van bewoning.   

Grond met tussen de 14,4 en 47 μg/kg ds som PFAS komt voornamelijk terecht in bermen langs autosnelwegen. Hier is het gezien de lucht- en geluidskwaliteit en naar veiligheid toe niet aangewezen om recreatief gebruik te voorzien. De terreinen zullen door Lantis ook zo ingericht worden dat betreden van de zones maximaal ontmoedigd worden, door het voorzien van voldoende dichte begroeiing en eventueel door het terrein ontoegankelijk te maken door het plaatsen van afsluitingen.

Aanbeveling 6: De commissie blijft voorstander van een gecentraliseerde opslag van de verontreinigde gronden op de terreinen van 3M in een goed ingekapselde berm, met monitoring van de grondwaterkwaliteit. 

De beschreven toepassingsvoorwaarden van de sterkst verontreinigde gronden blijven in de huidige Technische Verslagen (maart 2022) behouden, maar door het arrest van de Raad Van State dd. 29/12/2021, kan de zone ‘beveiligingsberm 3M’ momenteel geen deel uitmaken van de PFAS-houdende kadastrale werkzone. Bijgevolg kan de gecentraliseerde toepassing van verontreinigde gronden op het terrein van 3M onder de vorm van een beveiligingsberm momenteel niet plaatsvinden. 

Via de ingediende bijstellingsvoorwaarden van de omgevingsvergunningen, waarvan de procedure momenteel lopende is, wordt bij toepassing van de sterkst verontreinigde grond de monitoring van grond- (en oppervlaktewater) georganiseerd.

Onder leiding van Karl Vrancken en in samenwerking met OVAM, 3M en andere stakeholders wordt er werk gemaakt van een globaal saneringstraject voor de ruime omgeving van 3M. De verwerking van de meest vervuilde gronden zal ingepast worden binnen dit globale saneringstraject, waarbij alle pistes in dit kader verder in beeld gebracht worden en onderzocht.  

Aanbeveling 7: Voor de opslag van de meest verontreinigde fractie (in de technische verslagen >70µg/kg ds som PFAS) wordt dan ook aanbevolen om de oorspronkelijke werkwijze (bovenafdek: vezeldoek – klei – folie; onderafdek: folie) te behouden. 

Conform de Technische Verslagen wordt deze grond afgedekt met een HDPE-folie van 2,5 millimeter dik, in combinatie met een kleilaag van bentoniet, trisoplast of een gelijkwaardige methodiek. Bovenop deze afscherming wordt een erosiebestendige leeflaag aangebracht. De in de aanbeveling omschreven drielagige bovenafdek (vezeldoek – klei – folie) stemt hiermee overeen.

De onderafdek wordt door de opdrachtgever (Lantis) voor de aanleg van de nog te realiseren bermen opgelegd als bestekeis aan de aannemer.

Aanbeveling 8: PFAS-houdende gronden met een concentratie groter dan 1000 µg/kg ds som PFAS moeten worden afgevoerd voor verwerking. 

Dit stemt overeen met wat reeds in het Technisch Verslag Infrastructuurwerken Linkeroever dd. 22/11/2021 was opgenomen. De aanbeveling wordt dus gerespecteerd. 

Aanbeveling 9: De Commissie beveelt aan om ook de toplaag van de bermzone ten Zuid-Westen van de knoop R1-E34, die aansluit bij de Polderstraat uit te voeren in zuivere grond. 

Op het zoneringsplan van het Technisch Verslag Infrastructuurwerken Linkeroever wordt aangegeven dat, aanvullend op het standstillprincipe, ter hoogte van deze bermzone (zone 208), deze berm zal worden afgedekt met een leeflaag geschikt voor vrij hergebruik of gronden met van nature verhoogde concentraties aan arseen en chroom in concentraties kleiner dan 80 % BSN type III, wat beschouwd wordt als “zuivere grond”.  

Aanbeveling 10: De zone Regatta/Katwilgweg: deze zone heeft kwaliteit !!!*: de grond moet dus sowieso afgevoerd worden en de aanleg van de parkzone gebeurt met zuivere grond. 

De aanbeveling wordt gerespecteerd. Conform de voorwaarden opgenomen in de eerdere versies van de Technische Verslagen kunnen de gronden met ‘!!!’* hergebruikt worden binnen subzone ‘!!!' onder voorwaarden (inpakken) en dit bij voorkeur op de terreinen van 3M. De concrete toepassing zal deel uitmaken van het globale saneringstraject voor de omgeving. 
 
Met de aanbeveling omtrent de afdek met zuivere grond van deze parkzone nabij de wijk Regatta/Katwilgweg werd reeds rekening gehouden in het Technisch Verslag Infrastructuurwerken Linkeroever dd. 22 november 2021. Deze voorwaarde wordt in het huidige Technisch Verslag 22 dd 03/03/2022 overgenomen.  

Aanbeveling 11: De toekomstige parkzone boven de bestaande op- en afrit 6 linkeroever heeft kwaliteit “!”: de aanleg van dit gebied gebeurt met bodemmaterialen < 14.4 mg/kg ds.

Dit is inherent aan de toepassing van het standstillprincipe (dit wil zeggen dat de werken die we uitvoeren niet mogen zorgen voor een verdere verspreiding van de PFOS-verontreiniging) en de bijhorende subzonering. 

Deze aanbeveling wordt dan ook gerespecteerd. 

Aanbeveling 12: De commissie acht het aangewezen dat ook ter hoogte van de tijdelijke opslag een monitoring van de grondwaterkwaliteit wordt voorzien. 

Uit het addendum bij het advies van de expertencommissie blijkt dat de ‘tijdelijke opslag’, zoals in bovenstaande aanbeveling wordt omschreven, niet de tussentijdse werfopslag betreft, maar wel de functionele toepassing (in bijvoorbeeld een berm) van de sterkst verontreinigde gronden zoals omschreven in de Technische Verslagen (en dit in afwachting van een eventuele sanering door 3M). De monitoring van de grondwaterkwaliteit is in dit kader, voor de gehele werkzone trouwens, voorzien en wordt via de ingediende bijstellingsvoorwaarden van de omgevingsvergunningen, waarvan de procedure momenteel lopende is, ook juridisch verankerd. 

Aanbeveling 13: De Commissie Grondverzet beveelt aan dat ook rekening gehouden wordt met perfluor-1-butaansulfonamide (PFBSA), vermits deze molecule ook door 3M wordt geproduceerd. Bij bepaling van de som PFAS moeten dus zowel de 28 kwantitatieve als 8 indicatieve parameters (waaronder PFBSA) gemeten worden.

De staalnames en analyses van de bodemstalen vonden en vinden steeds plaats conform de door de OVAM gepubliceerde richtlijnen die van toepassing zijn op het ogenblik van de staalname. Het analysepakket dat geanalyseerd moet worden, alsook de in het analysepakket opgenomen kwantitatieve en kwalitatieve parameters, is de afgelopen maanden en jaren sterk gewijzigd. In het verleden zijn logischerwijze niet steeds alle op dit ogenblik onderzoeksplichtige parameters onderzocht. Niettemin zijn er meer dan voldoende analyseresultaten beschikbaar om een correcte uitspraak omtrent de verontreinigingsgraad te kunnen doen. 

De parameter PFBSA, die sinds december 2021 is opgenomen in het ontwerp CMA  als indicatieve parameter, werd in het beschrijvend bodemonderzoek van 3M voldoende onderzocht. 400 stalen werden in dat kader geanalyseerd op PFBSA. In 179 stalen is de detectielimiet van PFBSA overschreden. De hoogste concentratie bedraagt 37 µg/kg ds. Het betreft een staal dat werd genomen van het substraat in een serre en dus niet relevant is. De andere concentraties bedragen maximaal 3.2 µg/kg. De hoogste concentraties bevinden zich in de toplagen van de bodem (0.0-0.15 en 0.15-0.5 m-mv). Dieper dan 1 m-mv zijn er geen concentraties groter dan de detectielimiet vastgesteld. Alle concentraties PFBSA die de detectielimiet overschrijden bevinden zich in de subzone met concentraties groter dan 14.4 µg/kg ds som PFAS. Er is dus geen impact van PFBSA op het bepalen van de codes van de verschillende zones. 
 
Ter volledigheid wordt ook de verdachte parameter PFHxSA even kort toegelicht. Er werden, in functie van het beschrijvend bodemonderzoek van 3M, 400 stalen geanalyseerd op PFHxSA. Slechts in 1 staal is de detectielimiet van PFHxSA overschreden. De hoogste concentratie bedraagt 0.42 µg/kg ds in een staal van de toplaag (0-0.2 m-mv). Het staal dat de detectielimiet van PFHxSA overschrijdt, bevindt zich in de subzone met concentraties groter dan 14.4 µg/kg ds som PFAS. Er is dus geen impact te verwachten van PFHxSA op het bepalen van de codes van de verschillende zones. 

Aanbeveling 14: Bij uitvoering van de werken moet ervoor gezorgd worden dat de diepe grondwaterlaag in de zone Scheldetunnel niet verontreinigd wordt. Dit houdt in dat de diepere bodemlagen, waarin voor uitgraving geen PFAS-houdende gronden aanwezig zijn, niet aangevuld zullen worden met PFAS-verontreinigde gronden. 

De in de huidige Technische Verslagen (maart 2022) beschreven subzoneringsaanpak van de PFAS-houdende kadastrale werkzone met !, !! en !!!* en de daaraan verbonden hergebruiksmogelijkheden impliceert dit reeds. Deze aanbeveling wordt dan ook volledig gerespecteerd. 
 
* Codering subzoneringsaanpak !, !!, !!!, !!!!
!:  PFAS-houdende gronden met een concentratie > 3 µg/kg ds PFOS/PFOA of 8 µg/kg ds som PFAS en < 14,4 µg/kg ds som PFAS
!!: PFAS-houdende gronden met een concentratie 14,4 µg/kg - 47 µg/kg ds som PFAS 
!!!: PFAS-houdende gronden met een concentratie  >47 µg/kg ds som PFAS en < 1000 µg/kg ds som PFAS
!!!!: PFAS-houdende gronden met een concentratie > 1000 µg/kg ds som PFAS
 

Laatste update: 21 maart 2022