[t001_01_main.tpl.php]

Proefbouwput zorgt voor kostenbesparing bij bouw Oosterweelverbinding

31/08/2015

Aan het Noordkasteel werd een proefbouwput gemaakt van 24 meter diep en 20 meter doorsnede. In deze put werd de combinatie van de voorziene bouwmethode voor Oosterweel en de specifieke ondergrond onderzocht.

Ruim anderhalf jaar heeft BAM onderzoek verricht naar de Antwerpse ondergrond. In een proefbouwput naast het Noordkasteel werd de bodem onderzocht en werden verschillende bouwtechnieken uitgetest. De resultaten van deze proef laten toe om de bouwmethode en het ontwerp van de Oosterweelverbinding optimaal af te stemmen op de Antwerpse ondergrond. Zo kunnen grote kosten worden vermeden tijdens de bouw van Oosterweel. De resultaten van de studie kunnen gebruikt worden bij andere bouwprojecten in de regio, zoals de renovatie van de Royersluis en de nieuwe Sluis Terneuzen.

De Oosterweelverbinding leidt het verkeer straks in sleuven en tunnels onder de stad. Het nieuwe Oosterweelknooppunt en de Kanaaltunnels, die de Oosterweelknoop verbinden met de Ring bij Merksem en Deurne, liggen op een diepte van 30 tot 32 meter onder de grond. Om de meest efficiënte bouwmethode te bepalen en de bouwrisico’s in kaart te brengen, worden sinds januari 2014 verschillende proeven uitgevoerd op een tijdelijke onderzoekswerf aan het Noordkasteel.

Ontdek hoe de Kanaaltunnels gebouwd zullen worden > 

Proefbouwput op 24 meter diepte

Aan het Noordkasteel werd een proefbouwput gemaakt van 24 meter diep en 20 meter doorsnede. In deze put werd de combinatie van de voorziene bouwmethode voor Oosterweel en de specifieke ondergrond (glauconiethoudende zanden en Boomse klei) onderzocht.

De Oosterweelverbinding zal worden gebouwd op Boomse klei, die een waterdichte grondlaag vormt op 20 tot 30 meter diepte. Tijdens de proef werd bekeken hoe stabiel de laag Boomse klei is en hoe snel ze zwelt. De Boomse klei is het best te vergelijken met een spons. Als er gewicht op ligt, wordt de spons platgedrukt. Neem je het gewicht weg, dan wordt de spons geleidelijk weer groter. De Boomse klei gedraagt zich op dezelfde manier. Bovenop de laag Boomse klei ligt nu 20 meter aarde. Als we die aarde weggraven om de Oosterweelverbinding te bouwen, gaat de laag Boomse klei zwellen. Dankzij deze proef weten we hoe de kleilaag beweegt en hoe snel ze zwelt, zodat het tunnelontwerp hierop afgestemd kan worden.

Ook de stabiliteit van de bouwkuip en de effecten van de bouw van de betonnen tunnelwanden op korte afstand van de damwanden werden onderzocht.

Besparing van tientallen miljoenen

De proefbouwput is een belangrijke maatregel in het risicobeheer van BAM bij de voorbereiding van de bouw van de Oosterweelverbinding. Het doel is de onzekerheden in het project zo veel mogelijk inzichtelijk maken, zodat hierop geanticipeerd kan worden. Zonder de resultaten van de bouwproef en de kennis die hierbij werd opgedaan, zouden zowel in het ontwerp als bij de uitvoering van de Oosterweelverbinding ruime veiligheidsmarges gehanteerd moeten worden, met aanzienlijke meerkosten tot gevolg. De resultaten van de proef laten ook toe om ontwerp en uitvoering veel nauwkeuriger af te stemmen op het werkelijke gedrag van de ondergrond. Zo kunnen tientallen miljoenen bespaard worden. De investering in de proefbouwput, ca. 3,2 miljoen euro, wordt daarmee ruimschoots terugverdiend.

Nieuwe inzichten voor internationale bouwwereld

De onderzoeksresultaten van de proefput hebben een grote waarde. Nooit eerder werd op deze schaal onderzoek verricht naar de ondergrond in de Antwerpse regio. Er was weinig praktijkervaring met de combinatie van de voorziene bouwmethode en de specifieke Antwerpse ondergrond. Wereldwijd kijken geologen en ingenieurs dan ook uit naar de bevindingen van dit onderzoek. De onderzoeksresultaten worden op verschillende internationale wetenschappelijke congressen (o.a. in Edinburgh, Schotland en in Rotterdam, Nederland) voorgesteld. Ze worden gepubliceerd en voor iedereen toegankelijk gesteld, zodat ze ook bij soortgelijke, grote bouwprojecten in en rond Antwerpen, zoals de renovatie van de Royersluis en de nieuwe Sluis Terneuzen, gebruikt kunnen worden.

Tril- en heiproef

Voorafgaand aan de onderzoeken in de proefbouwput aan het Noordkasteel werd ook een tril- en heiproef uitgevoerd in de buurt van het viaduct van Merksem, langs het Albertkanaal. Bij deze proef werden verschillende soorten bouwkuipwanden (stalen buizen en planken die samen een waterdichte bouwkuipwand moeten vormen) via verschillende soorten technieken (trillen, heien, voorboren, etc…) in de grond gebracht. Zo kan bepaald worden met welke techniek de wanden op de meest efficiënte manier geplaatst kunnen worden, én weer getrokken kunnen worden voor hergebruik.

Impact op omgeving beperken dankzij onderzoeksresultaten

Gedurende deze proeven werden ook verschillende effecten op de bodem en de omgeving gemeten. De meetresultaten kunnen tijdens de bouw van de tunnels gebruikt worden om bijvoorbeeld trillingen, geluid, veranderingen van het grondwaterpeil en zettingen te voorspellen.

Uit de proeven bleek verder dat de betonnen tunnelwanden op korte afstand van de damwanden geplaatst kunnen worden. Dit is belangrijk voor de scheepvaart op het Albertkanaal tijdens de aanleg van de tunnels. Doordat de bouwkuip in het kanaal minder ruimte zal innemen, zal de scheepvaart minder hinder ondervinden van de werken.

Gespecialiseerd onderzoeksteam

De onderzoeken in de proefbouwput zijn in nauwe samenwerking tussen bouwwereld en wetenschap gebeurd. De partners van BAM waren studiebureau RoTS, aannemer Denys, het Wetenschappelijk Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf en de afdelingen Geotechniek en Algemene Technische Ondersteuning (ATO) van het departement MOW van de Vlaamse overheid.

[/t001_01_main.tpl.php]