[t001_01_main.tpl.php]

Bouwmethode Kanaaltunnels (vereenvoudigde weergave)

De Kanaaltunnels liggen deels onder het Albertkanaal en deels onder de kade. Ze worden gebouwd volgens de zogenaamde cut&cover-methode of openbouwput-methode. Dit wil zeggen dat er ter plaatse een bouwput of sleuf gegraven wordt, waarin de tunnel gebouwd wordt.

Eerst worden stalen damwanden geplaatst. Deze gaan ongeveer 20-25 meter diep in de grond. Het water tussen de damwanden wordt weggepompt. Naarmate de bouwkuip dieper wordt, moeten de wanden verstevigd worden met zogenaamde ‘stempels’, stalen dwarsbalken die tussen de damwanden geplaatst worden. Het water buiten de bouwkuip drukt immers op de damwanden, waardoor deze naar binnen klappen zonder deze extra ondersteuning. Zo ontstaat een droge bouwkuip om de wanden van de tunnel in te bouwen.

In een tweede fase worden de betonnen tunnelwanden gemaakt. Zowel de buitenste tunnelwanden als de binnenwanden worden in deze fase gebouwd. De grond tussen de zijwanden wordt gedeeltelijk weggegraven en het tunneldak wordt gebouwd.

Het tunneldak zorgt voor een waterdichte afsluiting van de bouwkuip. Hierdoor kan het water erboven weer worden teruggebracht en kan het kanaal weer op volle capaciteit worden bevaren. Ondergronds wordt de tunnel van boven naar beneden uitgegraven en opgebouwd.

[/t001_01_main.tpl.php]